Bevrijd
Vandaag herdenken en gedenken wij. In het licht van de Bijbel is dat een goede zaak.
Stadgenoten,
Vandaag herdenken en gedenken wij. In het licht van de Bijbel is dat een goede zaak. Israël moest altijd weer gedenken de grote daden van zijn God. Dat waren er nogal wat en het werden er in de loop der eeuwen steeds meer. Maar centraal in dit gedenken stond wat God de HEERE had gedaan toen Hij Zijn volk verloste uit Egypte, waar Israël de dood voor ogen had. Daar leefde het immers in wat wij zouden kunnen noemen één groot concentratiekamp, een Vernichtungslager. Niemand was bereid of bij machte daarin verandering te brengen dan de HEERE alleen. En Hij deed het! Toen het Zijn tijd was strekte Hij Zijn sterke hand uit en Hij haalde Zijn volk weg uit het land van verderf en dood. Nooit mocht Israël dit vergeten. Daartoe vierde het elk jaar weer het Paasfeest waarin dat verschrikkelijk verleden werd opgehaald en te binnen gebracht alsof het nog maar juist was gebeurd. Maar daar werd ook de Naam geprezen van Hem die zich had geopenbaard als een God van wonderen en verlossing.
Als Israël later zijn God losliet om te kiezen voor de goden van het land Kanaan, dan verflauwde ook de herinnering aan wat eens was geschied en hoe het aan die reddende daad van zijn God het leven had te danken. Niet-gedenken leidt tot vergeten en vergeten leidt tot nieuwe slavernij.
Daarom is het goed dat sinds 1945 de 5e mei een bijzonder karakter draagt, het karakter van gedenken opdat wij niet vergeten. En er is veel wat wij niet vergeten moeten en wat wij doorgeven moeten aan elke nieuwe generatie. Wat dan zoal? Voor het antwoord op deze vraag laat ik me leiden door een drietal korte overwegingen: wij werden bevrijd
1. waarvan?
2. door w/Wie?
3. waartoe?
1. Op het eerste gezicht lijkt het een nogal simpele vraag met een simpel antwoord daarop: natuurlijk werden wij bevrijd van de duitse bezetting, dat weet toch iedereen? Zeker is dat waar. Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Daarmee is zelfs het voornaamste niet gezegd. De bevrijding van 1945 verschilt wezenlijk van die (om een voorbeeld te gebruiken) van 1813. In het laatstgenoemde jaar was er bij ons volk een grote vreugde en opluchting toen het werd bevrijd van de franse overheersing. Hoe veel leed er toen ook geleden was, hoe veel kwaad het franse regime ook had gebracht er is een wezenlijk verschil met het bewind dat vanuit Duitsland ons land 5 lange, bange jaren teisterde. Dat werd niet alleen geleid door een dolzinnige Führer met zijn waanzinnige bende, die mateloze pretenties hadden en de meest drieste leuzen bralden. Maar dit bewind was opgekomen vanuit en dankzij een anti-christelijke ideologie, die vol was van laaiende haat jegens de God van Israël, de Vader van onze Heere Jezus Christus en dus jegens de leden van dat volk, de joden en dus het Boek van dat volk, het Oude Testament en eigenlijk de hele Bijbel, dat Juden-Buch van de Juden-Gott. In deze ideologie en ten dienste van haar werd zelfs de theorie bedacht dat Jezus via een afstamming niet alleen uit Juda tot het arische ras behoorde. Nota bene in het land waar de gezegende Reformatie in 1517 begon - hoe bitter is toch het raadsel van de geschiedenis - verruilden vele miljoenen het christelijk geloof voor de valse religie van ras en bloed en bodem. Terwijl er ook waren die probeerden beide religies met elkaar te verenigen en de Bijbel te lezen door de bril met door het nazidom gekleurde glazen.
Daarom omdat het ten diepste een oorlog tegen God en zijn Gezalfde was die de Führer was begonnen en deze booswicht direct gezien kan worden in de lijn van de farao en Amalek, van Sanherib en Haman, had deze oorlog zo'n bijzonder karakter, ook al hebben velen dat toen niet of onvoldoende verstaan.
Zo raakte ons volk, met zovele andere volken in de greep van een regime dat in zijn totahtair, bruut en door en door verlengend karakter alleen geëvenaard is en wordt door dat van het Kremlin en zijn trawanten. Wij gedenken die miljoenen, mannen en vrouwen, babies, kinderen en grijsaards die daaraan ten slachtoffer vielen, de soldaten die te land, ter zee en in de lucht gebleven zijn. O welk een wreed geweld sloeg over ons heen. Hoe zwak was de weerstand, hoe groot het defaitisme. Wij gedenken de miljoenen die op de meest afschuwelijke wijzen werden doodgemarteld door mensen wier geweten niet meer sprak en de Führer vereerden als hun god. Hoe wreed is de oorlogsgod, hoe wreed zijn de goden van het germanendom. Hoe goed daarentegen is Israels God, de Vader van de Verlosser Jezus Christus, die er zich een eer in stelt niet te nemen, maar te geven, niet te verderven, maar te genezen, niet tot slavernij te brengen, maar uit te leiden in de vrijheid. Wij zijn bevrijd niet alleen van een vijandelijke overheersing, niet alleen van een afschuwelijke dictatuur, maar van daemonische macht die het steeds minder mogelijk maakte de waarachtige God naar ons geweten te dienen.
2. Door w/Wie zijn wij bevrijd? Dat is door de kerken terstond in 1945 beleden: 'Thans heeft God Zijn "tot hiertoe en niet verder" gesproken'. Wij zijn bevrijd door Hem die alle macht heeft. In een boodschap die toen uitging werd gesteld 'Vanwege onze zonden en ongerechtigheid zijn zware oordelen over ons gekomen. Maar geprezen zij de Naam van den Almachtige, die ons in Zijn lankmoedigheid nog heeft gespaard. In diepen ootmoed zij Hem daarvoor dank gebracht'.
Zo werd de bevrijding ten laatste aan Hem toegeschreven. Hoe zou Hij ook, toen en nu, gedankt kunnen worden, als dit niet Zijn geschenk aan ons was?
Dit betekent niet dat Hij daarvoor geen mensen heeft gebruikt. Met alle kracht hebben de geallieerde volkeren zich ingezet voor de bevrijding van de europese volkeren.
Dat heeft hun wat offers gekost! Materieel, maar vooral in mensenlevens. Laten wij dat op een dag als vandaag eveneens bedenken. Zo veel mensen, vooral jonge kerels hebben hun leven gegeven voor onze vrijheid. Zij lieten hun leven in bloedige veldslagen, beschietingen, bombardementen en hoe niet al. Laat ons niet vergeten dat hun nabestaanden nog altijd verdriet kennen om hun vroegtijdige dood. Maar onze gedachten klimmen hoger op: God de HEERE, die 't al regeert, heeft hen gebruikt om de macht van het nazidom te breken en ons in vrijheid uit te leiden.
Daarom willen wij Zijn hoge en heilige Naam prijzen en danken, omdat Hij het heeft gedaan. Hij was het die Zijn oordelen over ons en de volkeren van West-Europa heeft gebracht. Hij was het die deed zien waarop het uitloopt als men Hem verwerpt. Hij was het die nog lankmoedig over ons was en ons nog weer nieuwe mogelijkheden gaf om Hem te eren en te dienen.
3. En daarmede ben ik gekomen tot het derde: waartoe wij zijn bevrijd. In de eerder genoemde boodschap van de nederlandse kerken uit 1945 wordt het regelrecht en onomwonden gesteld: 'Wij zijn vrij. Alleen om Hem te dienen maakt God vrij. Daarom worde door een ieder persoonlijk, door de Kerk en door het volk, voor het eerst of opnieuw, de boodschap van Jezus Christus gehoord: bekeert u'. Dat is duidelijke taal. Vrijheid is immers niet een leeg, maar een gevuld begrip. Een mens is vrij of niet vrij om dit of dat al dan niet te doen. Maar: God maakt vrij om Hem te dienen. Hem als Heer te erkennen. Echte vrijheid is er alleen als onze vrijheid daarvoor wordt gebruikt waartoe God haar heeft bestemd. Anders vervalt een mens of een volk in nieuwe slavernij.
Nu schrijven wij 1985. Er zijn steeds minder mensen die zich de verschrikkingen van de jaren '40-'45 kunnen herinneren en de grote vreugde van de meidagen 1945. Maar, ook al behoren wij tot een nieuwe generatie, de vraag dringt zich aan ons op: hoe is geestelijk de situatie van ons volk nu? Na 40 jaar? Nadat ons door de HEERE God de vrijheid teruggegeven is? Wordt zij gebruikt om Hem te dienen? Heeft ons volk, hebben wij de les van de tweede wereldoorlog geleerd? Als ik naar het antwoord op deze vragen zoek, slaat mij de schrik om het hart. Is ons volk niet op een heilloze weg?
Het gros van de mensen kent de Bijbel niet meer en leest daar niet in. De meesten komen nooit in de kerk en zij bidden of danken niet. God is voor hen een vreemde.
Hun god is de materie, het geld, de sport, de sex, of wat al meer. Niet zelden wordt met God en al wat heilig is gespot, niet in het minst in de media. In onze cultuur en maatschappij worden de sporen van het geloof in en de belijdenis van de levende God meer en meer uitgewist. De saecularisatie heeft in de kerken toegeslagen en deze zelf zijn machteloos door hun verdeeldheid en niet zelden in de greep van een aan de tijdgeest aangepaste theologie, die in wezen een vorm van humanisme is. Ik huiver voor de geest van het nihilisme, waardoor de mondige mens meent over zichzelf te kunnen beschikken om te leven zoals hij het wil, zonder respect voor of gebonden aan een persoonlijke God. Daar ligt de oorzaak van de verloedering van het leven. In het loslaten van God en de door Hem gegeven normen holt de moderne mens voort en smoort hij de stem van zijn geweten. Zulk een mens leeft puur voor zichzelf, in zijn ego-centrisch bestaan en ontziet zich niet als het zo uit komt het ongeboren en 'nutteloze' leven te doden.
En latent is aanwezig, wéér aanwezig een haat tegen de christenen en hun God. Pas stond op de muren van het stadhuis van Utrecht de leus te lezen, zoals er op gevels zoveel leuzen worden aangebracht die een signaal-functie hebben: God is dood, nu het christendom nog. Duikt ook van tijd tot tijd het hakenkruis weer niet op? Welke duistere machten wroeten in de ziel van ons volk? Waar komen wij terecht als de tendenzen van deze jaren zich voortzetten?
Waar komen wij terecht, als ons volk niet terugkeert tot die God die het liet verdrukken maar ook weer heeft bevrijd?
Zijn wij bevrijd om al die gruwelen te doen waarvan land en volk vol zijn?
Moet dat vergeten en smaden van Hem, dat ontheiligen van Zijn Naam en dag zo voortgaan? Moet Hij opnieuw Zijn gerichten over ons brengen, of zal Zijn gericht zijn, dat Hij ons laat wegglijden in een nacht van nieuw heidendom?
Denkt toch niet dat wij ook maar iets beter zijn dan de volken in midden-Europa, die van de regen in de drup gekomen zijn, vanonder een zwarte onder een rode dictatuur. O hoe hopen en bidden wij dat ook voor hen de vrijheid mag dagen.
Maar laten wij terugkeren tot God en anderen oproepen met ons te gaan.
Laten wij onze schuld in zo veel opzicht gemaakt, Hem belijden, opdat Hij ons zal vergeven en genezen.
Laten wij onze vrijheid, nu wij haar nog bezitten gebruiken, om Hem te dienen. Zijn genade te zoeken. Zijn Christus te prijzen, voor Hem en onze naaste te leven. Alleen in oprechte wederkeer tot Hem zal er voor ons persoonlijk maar ook voor ons tesamen als volk toekomst zijn. Zijn toekomst die oplicht in het aangezicht van Zijn Gezalfde Jezus Christus. Alleen dan.
(Tekst van de toespraak gehouden in de inter-kerkelijke samenkomst ter herdenking van de bevrijding op 5 mei 1985 in de Petruskerk te Woerden.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's