De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een jager naar langer leven (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een jager naar langer leven (1)

10 minuten leestijd

Een en andermaal is in dit blad reeds de aandacht gevestigd op de visie van dr. Okke Jager op de dood...

Een en andermaal is in dit blad reeds de aandacht gevestigd op de visie van dr. Okke Jager op de dood, zoals hij deze heeft voorgedragen in een tweetal publicaties die in 1984 verschenen zijn: 'De dood in zijn ware gedaante' en 'Liever langer leven'. Van het eerstgenoemde boek heb ik een recensie gegeven in het nummer van 22 november 1984. Met instemming is daarin gewezen op de hoofdthese van dat boek, namelijk dat de dood niet bij het leven hoort, dat de dood een vijand is en dat er niets dan kwaads van de dood gezegd kan worden.

Dr. Jager biedt op deze wijze een goed tegenwicht tegen de hedendaagse bagatellisering van de dood en zelfs vrijages met de dood. Toch - zo tekende ik aan - is Jager niet werkelijk geslaagd in zijn ontmaskering van de dood. Hij wil immers niet buigen voor het Schriftgegeven dat de dood de bezoldiging van de zonde is (Rom. 6 : 23). Wie dit onlosmakelijk verband tussen zonde en dood niet uitdrukkelijk erkent, komt onherroepelijk bij een nieuwe maskering uit. En zo blijkt Jager uit te komen bij de mythe van de uitroeibare dood.

In de Waarheidsvriend van 14 februari 1985 schreef ir. J. van der Graaf een artikel getiteld 'De theologische Areopagus'. Hij ging daarbij in op de discussie tussen dr. O. Jager en de hervormde theoloog dr. K. Blei over de betekenis van Christus' opstanding voor de christelijke waardering van de dood. Is de dood nog niet overwonnen, is de dood wél reeds overwonnen of moeten we zeggen met wijlen prof. dr. A. A. van Ruler: 'de dood wórdt overwonnen?' Ik meen het laatste, waarbij dan de lijdende vorm, zoals ook zo vaak in de Bijbel, een verhulde aanduiding van Gods werken is. De dood wórdt overwonnen, aangezien God de in Christus' opstanding in principe gegeven overwinning verder uitwerkt tot aan de voleinding. Met het bekende, aan de afloop van de tweede wereldoorlog ontleende, beeld: we leven tussen D-day (decision-day, de dag waarop de beslissing gevallen is) en V-day (victory-day, de dag waarop de overwinning volkomen is). Is dit niet het getuigenis van 1 Korinthe 15: 'Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben' (vs. 25). In deze tussentijd van 'nu reeds' en 'nog niet' kan de dood overigens nog een ontzettend 'Ardenneroffensief' ontplooien!

Liever langer leven

Het eerste zinnetje van Jagers eerste boek luidde: 'Wij sterven te vroeg'. Het eerste zinnetje van het tweede boek luidt: 'Wij leven te kort'. Daarmee is meteen duidelijk geworden hoe beide boeken samenhangen als zijde en keerzijde. We zouden ook kunnen zeggen dat in het tweede deel de oogst wordt binnengehaald van hetgeen in het eerste deel gezaaid is. Het verzet tegen de dood loopt dood, als het niet uit de ware levenslust geboren wordt. Het gaat om een verzet vanuit een bezielende keuze voor het leven. 'Het wegvallen van de maskers van de dood kan ons vindingrijker maken in het zoeken naar worgkoorden voor de dood' (14).

Jager vraagt zich af of de geloofsverandering niet is achtergebleven bij de stijging van de gemiddelde levensverwachting. Leggen we ons niet te gemakkelijk neer bij de 70 à 80 jaren die in Psalm 90 genoemd worden? Zit er niet veel meer in en doen we wel genoeg om er alles uit te halen wat er in zit? Het antwoord van Jager is duidelijk. We leggen veel te gauw het hoofd in de schoot en zijn te berustend tegenover de dood. Vanuit een hartstochtelijke liefde voor het leven hier en nu zal het geloof alle krachten moeten mobiliseren tegen de dood. Zo zal de dood doeltreffender beheerst kunnen worden dan tot nu toe mogelijk bleek.

Jager roept ons op ons te keren tegen de tirannie van de gewoonte. We zijn 'gewoonte-stervenden'. Door de gewenning aan de statistische levensduur wordt de vraag hoe we kunnen inspelen op de verlengbaarheid van het leven geblokkeerd. We laten ons op een zekere leeftijd te gemakkelijk aanleunen dat we het leven wel zo ongeveer gehad hebben. Hier citeert Jager lied 300 uit het Liedboek van de kerken: 'Mensen, kom uw lot te boven!' Het moet uit zijn met de laksheid jegens de leeftijd. De tijd is rijp voor het besluit om de grenzen van het leven naar een nieuwe horizon te verschuiven (54). Met name bejaarden moeten zich niet langer door de samenleving laten uitleveren aan de dood. De suggestie dat ouderen maar moeten heengaan, weerspiegelt zich in de steeds vaker voorkomende zelfdoding wegens het bereiken van een bepaalde leeftijd. 'Er wordt veel geschreven over het recht om te sterven, maar het wordt tijd om te pleiten voor het recht om te blijven leven' (69). Dat blijven leven houdt dan ook in dat de bejaarden voluit de ruimte gegeven zal moeten worden in onze samenleving, dat ze blijven meedoen en meetellen en niet op een vriendelijk-betuttelende wijze worden ingekapseld en monddood gemaakt.

De grote vraag is of wij eigenlijk wel langer willen leven. In theorieën wordt de algemene voorkeur voor een lang leven vaak in twijfel getrokken en zo worden er allerlei theoretische bezwaren tegen een langer leven ingebracht. Maar hoe ligt dat in de levende werkelijkheid? 'Bij een onderzoek onder lijders aan uitzichtloze ziekten bleek dat verreweg de meesten van hen het bestaan nog als zinvol ervaren. Zij zouden zielsgraag nog lang willen leven. Het zijn alleen gezonde mensen, die menen dat het leven bij gebrek aan gezondheid waardeloos wordt. Terwijl de familie de ellende niet kan aanzien, is de chronische patiënt zelf vaak redelijk gelukkig. In verpleeghuizen wordt zelden om euthanasie gevraagd, afgezien van de bezoekers' (103, 104).

Na een theologische fundering te hebben gegeven - zie hieronder - laat Jager zijn boek(en) uitlopen op een praktische toepassing: 'werken aan een langer leven'. Er kan aan de hand van de statistieken gewezen worden op een geweldige toename van de gemiddelde levensverwachting. Maar er kan nog véél gewonnen worden door een ander leef- en voedselpatroon. Door een doeltreffende bestrijding van hart-en vaatziekten en kanker zou de gemiddelde levensduur met 10 jaar verlengd kunnen worden. Ouderdomsgebreken kunnen door andere levensgewoonten naar een latere leeftijd verschoven worden. Er moet op bejaarden een appèl worden gedaan om zelf iets te doen aan de verbetering van hun bestaan. 'Tussen de leeftijd van 65 en 75 jaar ligt een tien jaren-zone van kansen op creativiteit, die door onze maatschappij nauwelijks worden benut' (197, 198). Werken aan een langer leven is een lonend karwei. 'De belangrijkste doodsoorzaak is gebrek aan informatie, met inbegrip van het zichzelf moedwillig afsluiten voor informatie' (202). Er worden een aantal concretiseringen gegeven: 'de mobiele Moloch', het verkeer, is de ernstigste epidemie die de wereld ooit gekend heeft, de belangrijkste doodsoorzaak voor mannen beneden de 35 jaar; in plaats van het bekende "koffie in de pauze" wordt het tijd voor "pauze in de koffie", koffiedrinkers hebben tweemaal zoveel kans op hartziekten als zij die het bij vruchtenthee houden; alcohol eist een hoge tol, met name door het gebruik van alcohol bij verkeersdeelnemers; gif-zuigen (roken) als gewoonte is een vorm van zelfvernietiging; roekeloosheid wordt vaak ten onrechte als sportieve prestatie afgeschilderd; een onleefbare maatschappij is een moordend systeem; de milieuvergiftiging neemt toe door 'het bondgenootschap tussen kapitalistische produktie en de dood' (217).

Op deze en dergelijke wijze kunnen we strijden tegen de dood, in de wetenschap dat God als onze grote Bondgenoot met ons meevecht. In dit verband spreekt Jager van een nieuw geloof. 'Er kan een nieuw geloof geboren worden, dat zich niét meer manifesteert op de toonhoogte van het triomfahsme, maar in termen van twijfel en verlangen. Dat God mééprotesteert doet de hoop verflauwen en weer opleven, dat het protest uiteindelijk iets zal uithalen. Wij dagdromen over een gedode dood'. (232).

Theologische fundering

In een tweetal hoofdstukken van zijn boek besteedt Jager aandacht aan de theologische fundering van zijn visie: 'bijbelse voorliefde voor een langer leven' en 'geloofsbezinning op een langer leven'. Hij spreekt van het aardsgezinde Eerste Testament, het aardsgezinde jodendom en het aardsgezinde Tweede Testament. Sterke nadruk wordt dus gelegd op de betekenis van het leven hier op aarde. God staat tegenover de dood. De dood komt op geen enkele wijze van God. 'De dood heeft in de Schriften van-huis-uit de geladenheid van een doodslag, een onmogelijke mogelijkheid, een raadsel voor de Levende' (117). De zonde is het aanvaarden van de dood, het zich neerleggen bij de macht van het verderf. Als het leven wandelen met God is, hoort de dood daar niet bij. Nooit mogen we berusten in de dood.

Een centrale plaats in het beroep op de Schriften bij Jager neemt 1 Korinthe 15 : 51-52 in. Het gaat daar over de 'verandering' van de bij Christus' wederkomst nog levende gelovigen. Paulus heeft zo'n verandering-zonder-sterven begeerd. 'In deze tekst klopt het hart van de apostolische voorkeur voor een Henochsgewijs voortleven' (143).

Jager vraagt zich af: waarom spreken de twaalf artikelen wél over de opstanding der doden, maar niet over de verandering der levenden? Het veranderd worden is de bekroning van een eeuwenlange strijd tegen de dood. Er staat wel dat de levenden 'in een oogwenk' veranderd zullen worden, maar dat sluit volgens Jager een lange tijd van voorbereiding niet uit. Zo gaat water ineens koken, maar het is lange tijd aan de kook gebracht. Of het water slaat in een oogwenk om in ijs, terwijl er lange tijd een temperatuurdaling aan vooraf kan zijn gegaan. Ook zou het 'dogmatische exegese' zijn om bij deze verandering te spreken van 'een scheppingsdaad van God'. Zonder zijn naam te noemen richt Jager zich op dit punt ondermeer tegen A. A. van Ruler. Wij zouden volop betrokken zijn in deze uiteindelijke overwinning op de dood. Wij kunnen allerlei doodsoorzaken uit de weg ruimen.

God zal dan uiteindelijk de kroon zetten op het werk dat Hij in ons begonnen is.

Paulus kon in zijn tijd nog niet denken aan een geleidelijk terugdringen van doodsoorzaken. Wij kunnen dat wel en mogen van daaruit blijkbaar 1 Kor. 15 : 51, 52 op een nieuwe manier lezen. Als een appèl om zelf te werken aan die 'verandering', een inzet met het grote doel (het niet meer hoeven sterven) wenkend voor ogen. 'Wij mogen de weg voor verticale verrassingen openhouden, terwijl wij de wereld van het niet-sterven horizontaal dichterbij zien komen' (150).

Vers 58, 'onze arbeid niet ijdel in de Heere', wordt ingevuld als de arbeid waarmee wij de dood tegenwerken, het terugdringen van oorlog en honger, ziekten en veroudering, verkeersongelukken en verkeerde leefgewoonten.

Waar Jager alle inzet wil richten op deze strijd voor langer leven, verdwijnen de hemel en de wederopstanding van het vlees naar de achtergrond. Hij ontkent niet dat er voor de gelovigen door de dood heen een geborgenheid bij Christus is. Nog minder ontkent hij dat er opstanding van de doden zal plaatsvinden. Maar zijn wezenlijke interesse ligt toch elders. Hij durft zelfs van de hemel als een 'noodoplossing' en van de opstanding als een 'zij-uitgang' te spreken. De koninklijke weg is dan: de dood niet zien. Daar moet het ons om begonnen en om te doen zijn. Bij een begrafenis staat niet de troost voorop, maar het protest, het uitschelden van de dood.

Tot zover een vrij brede weergave van Jagers betoog. In een tweede artikel volgt een beoordeling.

* Okke Jager, Liever langer leven, uitgave Ten Have, Baarn, 1984, 240 blz., f 25, —.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een jager naar langer leven (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's