Sprakeloze discipelen
En nu ga Ik heen tot Dengene, die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij henen? (Joh. 16 : 5)
Jezus' spreken tot Zijn discipelen vermeldt in de neergeschreven tekstwoorden nog weer eens Zijn bijzondere afkomst. Hij is door God gezonden. Dat betekent dat wij in Christus met de beslissende openbaring van Gods zijde te doen hebben. Elders heeft Jezus gesproken: 'Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien'.
Dat betekent dat altijd weer het spreken van Jezus, en ons horen over Hem, ons met diepe eerbied dient te vervullen. We worden in aanraking gebracht met Goddelijke heerlijkheid en heiligheid en bestraald met hemels licht. En welk mens kan die ontmoeting doorstaan? Nietigheid, eindigheid, zondigheid zijn dan woorden, die meer betekenen dan een klank. Zij worden in hun verschrikkelijke strekking werkelijkheid. Wij ontmoeten Hem, Die van een andere wereld is, uit een andere wereld gezonden is en in die andere wereld niet alleen thuis behoort, maar ook thuis is. En daar ligt tegelijkertijd de scheiding getekend met een ieder, die in deze wereld thuis is. Hoewel zij ware vreugde en toekomst niet biedt is er zo'n diepe verworteling van nature in haar en geen verlangen om Hem, Die heengaat in Zijn hemelvaart te mogen volgen. De stilte na de hemelvaart uit zich in een sprakeloosheid van de discipelen nu zij met dit heengaan van hun Meester in aanraking worden gebracht.
Twee werelden worden in onze tekstwoorden zichtbaar. Werelden, die elkaar uitsluiten en daarmee woorden als haat en strijd onontkoombaar lijken te maken. Immers in het tekstverband heeft de openbaring van Jezus op deze aarde verstrekkende gevolgen. We lezen van uitwerping en van doden. En daarmee lijkt de werkelijkheid van de hemelvaart alleen maar rijp voor droefgeestigheid en sprakeloosheid. Want de haat, die eerst op Jezus gekoeld werd, zal zich na Zijn heengaan op de discipelen richten. En wie heeft dan nog woorden over, Wie ziet met blijdschap op de scheiding van Jezus in Zijn hemelvaart?
Toch dienen we na Hemelvaartsdag in de rechte beleving iets van het feestelijke over te houden. En wel vanuit Christus gezien.
Immers de Gezant keert terug tot de Zender, nadat Hij Zijn taak heeft volbracht. Eerst was Hij bij Zijn discipelen, maar nu gaat Hij heen naar Zijn eigenlijke woonplaats. Zijn opdracht is gereed. Een opdracht om uit te gaan en te redden, een brug te slaan over de diepe kloof, die hemel en aarde scheidt. Van de hemel uit was de opdracht verstrekt als aanbiddelijke uiting van grondeloze barmhartigheid en onbegrijpelijke genade. Op aarde is zij uitgevoerd als een getuigenis van liefde, zelfverloochening, gepaard gaande met diepe smart en het kruis. En oog in oog met dit alles wil de overdenking van de Schrift en de prediking mij nu vragen hoe het met mij staat. Wat mijn weten van de scheiding is tussen hemel en aarde. Of deze scheiding mij tot smart is geworden en de onbegrijpelijkheid van de liefde van de hemelse Zender en Gezant mij aan Zijn lippen doet hangen.
Want de opdracht op aarde is wel gereed, maar nu moet de vrucht van dat werk openbaar komen. Deze vrucht dat ontdekte en verslagen zielen niet alleen oog in oog staan met deze Jezus, maar ook de vrucht van Zijn arbeid als hun enige grond en hoop in leven en sterven mogen ontvangen. En daartoe gaat Hij heen. Is er sprake van een feestelijke scheiding. Engelenkoren wachtten Hem, de ereplaats was gereed. De Vader en de Zoon zijn weer verenigd.
Jezus zegt: 'en niemand van u vraagt Mij: waar gaat Gij henen?' Dat lijkt in tegenspraak met hfst. 13 : 36 waar Petrus wel degelijk vraagt waar Jezus heengaat. En even verder in hfst. 14 : 5 is het Thomas, die de vraag stelt. Die eerder gestelde vraag legt echter hun onwetendheid en ongelovigheid bloot. Het is die pijnlijke ervaring, die hen nu doet zwijgen. Gods weg en onderwijs sluit niet aan bij het natuurlijk denken van ons. Als de vragen van ons zondig hart, zo vaak in overmoed en onkundigheid gesteld, beantwoording krijgen wordt het zwijgen. Wie heeft een weerwoord waar de Heere spreekt, wie verstaat Zijn hemelse wijsheid, wie wordt het met Hem eens als Hij Zijn wegen ons ontvouwt? Sprakeloze discipelen ontmoeten we. Mannen, die alle lust tot spreken en alle blijdschap vanwege de gang van de Heere naar de troon en de heerlijkheid ontbreekt. Zij denken te veel aan hun eenzaam achterblijven. Zijn gang is voor hen droefheid in plaats van blijdschap. Zij ervaren het troostmiddel van de boodschap niet. Daarom ligt er een bestraffing bij. Er is een te gehecht zijn aan Zijn zichtbare tegenwoordigheid. Op zo'n menselijke wijze willen zij hun Meester bij zich houden. Hem zien, aanraken en horen kan vrede, vreugde en zekerheid bieden. Maar een Meester in de hemel is zo ver en zo ongrijpbaar. Door droefheid overmand kunnen zij hun ogen niet opheffen.
Het is bepaald wel leerzaam voor ons. Hoe vaak zoeken wij Christus niet in onze gevoelens en gewaarwordingen? Wat zijn we vaak wanhopig als de Heere Zich niet volgens onze wensen en gedachten openbaart. We leren dat toch zo moeilijk af. Misschien is het enerzijds de natuurlijke gebrekkigheid, die ons aankleeft om niet hoger te kunnen blikken. Anderzijds ligt er o zo gemakkelijk vleselijke hoogmoed in om in het geestelijk leven toch nog enige touwtjes in handen te willen houden.
Laten we dan maar luisteren naar onze tekst. Goddelijk spreken waarop ons zwijgen volgt. Verder vragen is te veel. Bijv. of Christus terwijl Hij op aarde is Zijn Heilige Geest niet kon geven. Zelf aanvaardt Hij eenvoudig wat door de Vader besloten is. En dat blijkt alleszins wijs en rijk te zijn. Is Zijn volmaakte werk geen ereplaats waard? Is Zijn regering en voorbede in de hemel niet een geweldige troost voor moede zwervers op vaak doodlopende wegen op deze aarde?
Ik ga heen. Ja, maar Hij komt terug. In de persoon van de Heilige Geest, Die Zijn werk onbelemmerd door het vlees voortzet. En daarmee wordt de sprakeloosheid opgeheven. En dat wereldwijd. Ziet u omhoog? Is het u duidelijk waarheen Hij ging? Zullen we dan tussen Hemelvaart en Pinksteren het gebed vermenigvuldigen om Zijn rijke, andere, aanwezigheid door en in het werk van de Heilige Geest? Daarmee wordt Pinksteren meer dan Christus bij ons. Het is de rijke vrucht van Zijn werk nl. Christus in ons. En dat doet spreken van Zijn koninkrijk, Zijn macht. Zijn Heerlijkheid en Goddelijke kracht (Ps. 145 : 4 ber.).
B. J. van Vreeswijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's