Pinksteren en de drieënige God
Al wat de Vader heeft, is Mijn; daarom heb Ik gezegd, dat Hij het uit het Mijne zal nemen, en u verkondigen (Joh. 16 : 15)
De nabijheid van de Vader
Pinksteren is in het bijzonder bepaald worden bij het werk van de Heilige Geest. Daarover gaat het ook in het gedeelte waarin we de bovengeschreven woorden vinden. Treffend is daarbij hoe het werk van de Heilige Geest sterk geplaatst wordt in verbondenheid met de Vader en de Zoon. Hier klopt dan ook tegelijkertijd het hart van de belijdenis van de Kerk van alle eeuwen en plaatsen. We hebben een drieënig God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Het is een belijdenis, die zo moeilijk te verstaan is.
Wat zijn er op dit punt al een vragen en meningen naar voren gebracht. Nu krijgen we hulp vanuit de tekst. Het is Jezus Zelf, Die ons dichter naar het geheim van Wie God is wil leiden.
Wie is God, de Vader? Dat is, meteen als wij het vragen, zo'n grote uitspraak. Laten we alleen op enkele van Zijn eigenschappen letten: onmetelijk, eeuwig, almachtig. En wat staan daar mijn eigenschappen schril tegenover: geschapen, eindig, tijdelijk, onmachtig. Of om het met de woorden van ons Doopsformulier te zeggen, dat de Drieëenheid zo schoon belijdt: aan de verdoemenis zelf onderworpen. Dat is de meest korte en radicale tekening van mijn leven. En daarmee is de nabijheid van de Vader tot bijna niets verschrompeld. Hoe zal ik naderen tot Zijn heiligheid, hoe zal ik kunnen bestaan voor die God? Is dat onze levensvraag?
Toch staan we oog in oog met de Vadernaam in onze tekstwoorden. Naast die afstand wordt de Vader nabij getekend.
Dat doet alleen verwondering overblijven. Het doet iets proeven van die wonderlijke genade, die uit de Vader voortkomt. Zijn betuigen dat Hij geen lust heeft in de dood van een zondaar, maar in zijn leven. De Vader is Hij, Die een genadeverbond wilde oprichten. Zelf baande Hij een weg, door brede stromen en woeste baren. Ondoorwaadbaar en onbegaanbaar voor mij. Alleen Zijn wondere almacht en majesteit. Zijn wonderlijke genade en opzoekende liefde opent een weg. Het duidelijkst en diepst komt dat uit in het zien op Jezus: nabij in Hem, alleen in Hem. Wie Hem gezien heeft, heeft de Vader gezien. Daarmee geldt ook nabij door Jezus: Vader, Ik kom om Uw wil te doen. Daarom kan Jezus in onze tekst zeggen: Al wat de Vader heeft is Mijn. Niet alleen als de enige, eigen Zoon van God mag Hij dit zeggen. Sterk klinkt door Zijn verwerven op Goede Vrijdag (vs. 10) en het ontvangen met Pasen en in de Hemelvaart. Hem is alle macht gegeven. We hebben hier het woord van de Zoon, Die de gevende liefde van de Vader kent. Hij heeft niet genomen maar verworven. De Vader is nabij in de Zoon. Dat vraagt een levende geloofsverbondenheid om zo te mogen spreken van de nabijheid van de Vader.
De heerlijkheid van de Zoon
Vader en Zoon zijn één en hebben alles gemeenschappelijk. Daarom..., het is de getrokken conclusie, die we hier beluisteren. Het is ook de samenvatting van alles wat in dit gedeelte gezegd wordt over de verhouding van de Zoon en de Heilige Geest. We weten vanuit onze eerste gedachte iets meer van de Vader en de Zoon. Nu klinkt dat de Heilige Geest uit het bezit van de Zoon neemt.
Toch heeft dat uit het Mijne niets triomfantelijks. Zo begon Jezus Zijn werk op aarde ook niet. Hij heeft gezegd: Ik spreek van Mijzelf niet; Ik zoek niet Mijn eigen eer. Jezus heeft Zich juist vernederd. Hij zocht de donkerheid van de dood om de heerlijkheid van de Vader te laten uitkomen. De heerlijkheid van opzoekende zondaarsliefde door de kostbaarste offerande.
De Vader schiep en schept, onderhoudt en leidt tot de jongste dag. En dat ligt ook in de hand van de Zoon. De Heilige Geest toont Hem ten volle als Gods Zoon begiftigd met wonderlijke kracht en heerlijkheid. Gezeten aan de rechterhand van Zijn Vader.
De Heilige Geest doet Zijn Woord horen. De Schriften, die van Hem getuigen. Het is zo waar: Hij is dat levende Brood en Water. En daarmee wordt ons ook Zijn werk getoond door dezelfde Geest. Dat werk is een liefdedienst in natuurlijke en geestelijke zin. Bij Hem vindt de zondaar naar lichaam en ziel alles wat nodig is om getroost te leven en zalig te sterven. De heerlijkheid van de Zoon wordt geopenbaard. Dat is Pinksteren: de jaloersmakende tekening van de Vader en de Zoon door de Heilige Geest. Dat mag ons leven wel bezighouden om zo dit feest waarlijk te kunnen vieren. Als een Godsgeschenk. Dat is als een genadegave.
De noodzakelijkheid van de Heilige Geest
Eerst bleef de Zóón op de achtergrond voor de Vader. Nu blijft de Heilige Geest op de achtergrond voor de Zoon. Een wonderlijke bescheidenheid wat het werk van de Heilige Geest betreft komt op ons af. Hij neemt het uit het Mijne, zegt Jezus en Hij zal het u verkondigen. Dat geeft tegelijkertijd vastheid aan het werk van de Heilige Geest. Hij put uit een betrouwbare bron. Vers 13 kan dan ook terecht getuigen dat we met de Geest der waarheid van doen hebben en dat Hij in al de waarheid zal leiden. God is immers de bron van al de waarheid en buiten Hem is geen zekerheid of vastheid. Zal ik dan nog mijn heil zoeken bij de vader der leugen? Of bij enig mens, even leugenachtig in zichzelf? Heb ik dan nog gronden in mijzelf of steunsels waarmee ik een stap zou kunnen doen? Met de tekst in de hand moeten we zeggen: nee. Laten we ondertussen onszelf maar onderzoeken hoe het er in de praktijk van ons leven voorstaat. Arglistigheid is ook de godsdienstige mens niet vreemd. Het gaat om hemels werk in ons leven, noodzakelijk werk van de Heilige Geest. Maar dan werk dat Hij doet vanuit Christus. Noch inwendig licht, noch uitwendig licht op zichzelf doet vastheid in het leven komen. Het is alleen het licht van Gods Geest, dat over Gods Woord valt waardoor ik verlicht word. Dat mogen we wel evenzeer vasthouden. De Geest spreekt niet van Zichzelf. En toch is dat geen vernedering. Immers het verband leert Zijn grootheid. Daarmee komt de ene lijn uit op het Pinksterfeest: de openbaring van God, de Vader, door Christus, de Zoon, via de Heilige Geest. En dat juist ten volle met Pinksteren. De Geest moet wachten tot na de hemelvaart. Dan is er juist de volle glans van Christus. Hij behoeft nu slechts de stralen van dat hemels beeld in de harten van mensen te doen schijnen. Zelf blijft Hij op de achtergrond.
Pinksteren geeft geen nieuwe Godsopenbaring, maar gemeenschap: ons toeëigenende hetgeen wij in Christus hebben, zegt het Doopsformulier. De Heilige Geest legt uit en past toe en is onmisbaar voor de prediking. Hij toont hoe uit de nederigheid van de Zoon Zijn heerlijkheid juist blinkt en onderwerpt daardoor mensen in het geloof aan Hem. Hij richt in hun hart Zijn koninklijke heerschappij op. Dat is Pinksteren: uitbreiding van Gods Koninkrijk wereldwijd. In de middellijke weg. Uit het Mijne om het u te verkondigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's