De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heilige Geest en de cultuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heilige Geest en de cultuur

8 minuten leestijd

'Er is iets van God in elke cultuur.' 'Cultuur is daarom nog niet geheel en al afval.' Deze twee uitspraken zijn te vinden in het boek van wijlen dr. H. Goedhart Christendom en Cultuur. Hij zegt: 'Ook aan mensen, die Hem niet willen dienen naar Zijn Woord, geeft God gaven om de schepping te doorzoeken en vruchtbaar bezig te zijn in de bearbeiding der natuur. Dat is een gave van Gods algemene genade. Met het woord algemeen spreken wij uit, dat deze genade niet genoeg is om gemeenschap met God te oefenen door het geloof of om de zaligheid te verkrijgen. Maar al is ze algemeen, niet minder is ze in de volle zin van het woord: genade. Onverdiend heeft God aan mensen van de wereld vele cultuurgoederen en zegenbrengende cultuurarbeid toevertrouwd'.

'Er is iets van God in elke cultuur.'  'Cultuur is daarom nog niet geheel en al afval.'  Deze twee uitspraken zijn te vinden in het boek van wijlen dr. H. Goedhart Christendom en Cultuur. Hij zegt: 'Ook aan mensen, die Hem niet willen dienen naar Zijn Woord, geeft God gaven om de schepping te doorzoeken en vruchtbaar bezig te zijn in de bearbeiding der natuur. Dat is een gave van Gods algemene genade. Met het woord algemeen spreken wij uit, dat deze genade niet genoeg is om gemeenschap met God te oefenen door het geloof of om de zaligheid te verkrijgen. Maar al is ze algemeen, niet minder is ze in de volle zin van het woord: genade. Onverdiend heeft God aan mensen van de wereld vele cultuurgoederen en zegenbrengende cultuurarbeid toevertrouwd'.

Me dunkt dat deze uitspraak geen toelichting behoeft. De Schepper heeft Zijn schepsel met grote gaven bedeeld; is Zijn schepsel met grote gaven blijven bedelen, ook na de zondeval. De mens is 'een weinig minder dan de engelen', bijna goddelijk gemaakt, zegt psalm 8. Hij mag heersen over de werken van Gods handen. Hij mag uit Gods schepping halen wat God er zelf in heeft gelegd.

Er is iets van God in elke cultuur! Dat kan alleen zo zijn als de Geest des Heeren breder werkt dan in het hart van de mens, dus breder dan in de toebrenging van een zondaar tot het heil. De Geest is ook werkzaam in de wereld.

Schriftplaatsen

Om slechts enkele Schriftplaatsen te noemen. In Genesis 1 lezen we dat de Geest reeds bij de schepping aanwezig was: 'de Geest Gods zweefde op de wateren'. En als Jesaja ook over Gods machtige scheppingsdaden spreekt en vraagt 'Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten..?' dan vraagt hij erbij 'Wie heeft de Geest des Heeren bestierd en Wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?' (Jes. 40 : 13). Maar zo vinden we ook op verschillende plaatsen in de Schrift, dat Gods weg in de geschiedenis ook door de Heilige Geest plaats vindt; ook reeds in het Oude Testament, wanneer de Geest om zo te zeggen nog niet is uitgestort als de Geest van Chris­tus. Jesaja zegt in profetisch perspectief, dat de Naam des Heeren gevreesd zal worden van de ondergang der zon (het westen) en Zijn heerlijkheid van de opgang van de zon (het oosten) en dat de Geest des Heeren de banier zal heffen tegen de vijanden van God, de goddelozen. (Jes. 59 : 19).

Maar als de Geest is uitgestort is er ook sprake van 'alle vlees'. We vinden dat zelfs terug na de grote Pinksterdag als er ook sprake is van uitstorting van de Heilige Geest onder de verkondiging van de apostelen. Als Petrus b.v. in Handelingen 11 bij Cornelius, de hoofdman, verkondigt dat Jezus van Nazareth door God gezalfd is met de Heilige Geest (vs. 44) en vervolgens Kruis en Opstanding verkondigt geschiedt het dat, tijdens de woorden van Petrus, ook de Heilige Geest valt op allen, die het Woord hoorden. Calvijn merkt hier op dat deze gave van de Geest weliswaar verschilt van de genade der wedergeboorte, maar dat dit zichtbare teken ons 'als in een schilderij' toont wat een krachtig werktuig van de goddelijke almacht de prediking van het Evangelie is.

Met andere woorden, ook daar, waar de prediking van het Evangelie kwam en komt is er sprake van een bredere, zeg een algemenere genade van de Heilige Geest dan die van de wedergeboorte. Daarom is kerstening van culturen, daar, waar het Evangelie in vreemde culturen wordt gebracht, niet los te denken van het werk van de Heilige Geest.

Er valt in werkingen van de Heilige Geest verscheidenheid te onderkennen. Ik citeer nog één keer dr. H. Goedhart. 'Daar is allereerst de inblazing van Gods Geest in de geschapen mens. Hierdoor heeft deze een algemeen, religieus en zedelijk besef gekregen. Vervolgens is er de verlichting, eveneens door Gods Geest, tot kunst en wetenschap, die ook aan alle mensen gemeenschappelijk is, doch in onderscheidene mate. En tenslotte is er, door dezelfde Heilige Geest Gods, de wedergeboorte, waardoor ons geestelijk verstand en léven medegedeeld wordt.'

Specifiek

In Exodus 31 lezen we over de aanwijzingen voor de bouw van de tabernakel. Dan wordt gesproken over Bezaleël, die het houtsnijwerk mag maken. Heel specifiek luidt dan het woord des Heeren: 'Ik heb hem vervuld met de Geest Gods, met wijsheid en met verstand en met wetenschap, namelijk in alle handwerk. Om te bedenken vernuftige arbeid; te werken in goud en zilver en in koper, en in kunstmatige steensnijding, om in te zetten en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk' (vs. 3).

Kunstzinnigheid is gave van de Geest. Elk mens, die met creativiteit is bedeeld, hoe gering ook en hoe onderscheiden ook, deelt hierin in een gave van de Geest. De Heilige Geest bekwaamt ook mensen tot wetenschap en techniek, tot dichtkunst en literatuur, tot bouwkunst en schilderkunst, maar zo ook tot alle arbeid, waarin de mens zijn gaven tol nut van het algemeen in dienst des Heeren stellen mag. De Heilige Geest heeft zó ook helemaal te maken met het aardse leven. Dat geldt in het Oude Testament, dat geldt ook in het Nieuwe Testament. De Heilige Geest maakt geestelijke mensen, maar maakt hen niet boventijdelijk of bovenaards. In de dagelijkse werkelijkheid mag hij leven daar, waar de Heilige Geest óók zijn wil. Ons lichaam is zelfs tempel van de Heilige Geest. Daar, in die aardse tent, wil de Geest wonen. Tot heiliging overigens van die mens. Het aardse leven wordt echter door de Heere, ook na de zondeval, zó ernstig genomen dat wereldmijding niet kan. Het kan alleen al daarom niet, omdat we lichamelijk zijn. Maar dat gold dan óók van Jezus: Zoon van God maar ook voluit mens. 'Wij moeten bekennen, dat de ware, menselijke Jezus, soms zo ver van ons afstaat, dat wij er enige moeite mee hebben Hem als timmerman te zien. Toch wordt Hij zo in het Evangelie getekend. Tevens is Hij zó tot grote vertroosting voor de mens in de culturele ontwikkeling van alle eeuwen' (H. Goedhart).

Christus en Zijn Geest hebben ook alles te maken met de cultuur, met de wereld, waarin wij leven en met onze opdracht daarin.

Pinksteren gaat de wanden van het menselijk hart te buiten.

Verbazing

Tijdens een kort geleden gehouden 'Zicht op Israël-reis' hield rabbijn N. Lopez Cardoso een lezing voor de deelnemers. Hij stelde daarin aan de orde het toenemend nihilisme in de westerse cultuur. De vraag van het leven wordt niet meer gesteld. De westerse mens heeft zelfs angst om die vraag te stellen. Maar hij komt dan ook niet toe aan de verbazing, de verwondering óver het leven.

Als hèt kenmerkende van het religieuze noemde hij de verbazing. En gebed is uiting geven aan die verbazing. Verbazing over het loutere bestaan van mens en wereld, de natuur en de dingen, de wijze waarop het leven in alle bonte verscheidenheid zich voltrekt, over de mogelijkheden, die God aan de mens gegeven heeft.

Met Pinksteren mogen we bovendien zeggen: verbazing over maar zeker ook dóór de Heilige Geest, die het leven in engere en bredere zin mogelijk maakt, die de mens gaven geeft en die hem in staat stelt zijn gaven dienstbaar te maken.

Wie geestelijk leeft, dat wil zeggen wie de Heilige Geest heeft ontvangen in wedergeboorte en bekering, zal verwondering, verbazing kennen, ten diepste omdat er leven is door al het zuchten van de schepping heen.

Het leven is niet verachtelijk maar waardevol. Als het de Heilige Geest behaagt om door het werk van mensen heen in de geschiedenis te werken hoe zal die mens zich dan aan zijn roeping onttrekken? Het werk van de Heilige Geest heeft een binnenkant, in de menselijke inleving van zonde en genade, maar ook een buitenkant in zingeving van het bestaan. En tot onze diepe verwondering mag dan gelden dat God niet vergeet de arbeid der liefde aan Zijn Naam bewezen (Hebr. 10 : 6) en dat eenmaal de koningen de eer en heerlijkheid van de volkeren zullen indragen in het Nieuwe Jeruzalem. (Openb. 22 : 26). Maar geldt niet voor een ontkerstenende, steeds meer Godloos en Geestloos wordende cultuur het ernstige vermaan van Hebreeën 6 in bredere zin: 'Want het is onmogelijk degenen, die eens verlicht zijn geweest en de hemelse gave gesmaakt hebben en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, en gesmaakt hebben het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw, en afvallig worden, die wederom, zeg ik, te vernieuwen tot bekering'?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Heilige Geest en de cultuur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's