De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Openingswoord jaarvergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Openingswoord jaarvergadering

12 minuten leestijd

Onze zorgen en Gods trouw

Hartelijk welkom op deze jaarvergadering in 1985, 79 jaar na de oprichting van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. De vraag kan bij ons rijzen: wat moet deze grijsaard nu nog verder, heeft hij nog toekomst, of heeft hij zijn tijd nu wel gehad? Moeten we nu zeggen: het is mooi geweest of juist niet mooi geweest, maar laat hij nu maar verdwijnen?

Laten wij daarbij twee dingen bedenken. Wat de langzamerhand hoge leeftijd betreft: deze behoeft op zich geen enkele nadelige betekenis te hebben. Onze kerk is veel ouder. Gerekend vanaf de Reformatie telt zij al meer dan 4 eeuwen en daar gaan nog zo'n 9 eeuwen aan vooraf sinds de prediking van het Evangelie hier in onze landen systematisch ter hand werd genomen. En de kerk alszodanig is nog weer veel ouder. Zo'n hoge leeftijd kan een zekere aftakeling met zich meebrengen, een verstarring, die het onmogelijk maakt te groeien, mee te groeien met volgende generaties de toekomst in. Maar dat behoeft niet. Zingt Psalm 92 niet van oud zijn, maar tegelijkertijd fris en groen om vrucht te dragen? En klinkt niet in Psalm 103 de jubel op, omdat de Heere een God is die niet alleen de schuld vergeeft, maar ook de jeugd vernieuwt als van een arend? En mag zulk een belofte ook niet de kerk gelden, die geroepen is gemeente des Heeren te zijn, die haar leven betrekken mag vanuit de Eeuwige, die geen veroudering of vermindering kent? Worden wij daaraan ook niet krachtig herinnerd op het Pinksterfeest, wanneer wij gedenken dat de Geest werd uitgestort, de Geest die van de Vader en de Zoon uitgaat en die levend maakt? Een kerk die vol is van dit leven, dit Geest-elijk leven, die in een levende relatie staat met haar God is nooit te oud om de uitdaging van welke tijd ook aan te kunnen en bezit werfkracht, omdat zij de mensen iets te zeggen en te bieden heeft - niet vanuit zichzelf, maar vanuit de volheid van het Goddelijk Evangelie dat aan haar is toevertrouwd. Hoe oud de wereld ook wordt - zo'n kerk is nooit oud of te oud om nog mee te kunnen, te oud om nog een boodschap te hebben. Met Jezus Christus die gisteren en heden en tot in eeuwigheid dezelfde is, is zij sterk en kan zij verder. Als Hij dus maar in haar midden is. Als Hij dus maar de leiding heeft. Maar wat de kerk en wat de gelovige kerk geldt, geldt niet een organisatie. Ook niet een organisatie, vereniging of bond in een kerk. Voor de kerk zijn beloften, beloften van God. Voor een vereniging niet, ook niet voor de Gereformeerde Bond als organisatie. Deze is immers qua bedoeling niet veel meer dan een noodverband ten dienste van de kerk. Zou onze Hervormde Kerk werkelijk een gereformeerd karakter gaan dragen, dan kon immers onze organisatie, dit noodverband, verdwijnen. De Gereformeerde Bond heeft immers geen doel in zichzelf. Hij beoogt de 'oprichting van de Hervormde Kerk uit haar diepe val' en de 'wederverkrijging van haar plaats in het midden van ons volk, haar van ouds door de Heere aangewezen, met vasthouding aan de Dordtsche Kerkorde van 1619' (art. 4 van de statuten).

Het komt me voor, dat dit doel sommigen, zowel binnen als buiten onze kerk, onvoldoende bekend is of wel eens in vergetelheid geraakt, mogelijk ook wel eens door de eigen leden. Dan kan het bv. gebeuren dat men de Gereformeerde Bond als een soort kerk gaat zien, met het hoofdbestuur als een soort synode - een beschouwing die er ten enenmale naast is.

Wat betekent dit doel na nu, in de tijd waarin wij thans leven?

Aan een ook maar enigszins volledig antwoord op deze vraag kan in het kader van een openingswoord van een jaarvergadering zelfs niet gedacht worden. Laat mij dus voor het ogenblik mogen volstaan met het noemen van enkele notities.

Onze plaats

1. Als leden van de Gereformeerde Bond hebben en geloven wij onze plaats in het midden van de Hervormde, de vaderlandse Kerk. Voor haar herstel, haar welzijn en haar bloei, voor haar gereformeerd karakter, haar onbekrompen en ondubbelzinnig gereformeerd karakter, willen wij ons inzetten. Wij willen en mogen niet naar ons zelf toe werken als organisatie, maar steeds van ons af, naar de kerk toe. Het mag ons niet begonnen zijn om ons zelf als bond, maar het moet ons gaan om Gods kerk, Gods verbond, bepaaldelijk dan de Hervormde Kerk en daarin om de Heere zélf. Hij moet wassen, wij moeten minder worden.

1a. Dit standpunt brengt met zich mee, dat wij voluit midden in de kerk willen staan en dat wij in haar midden het opnemen voor het recht van de gereformeerde belijdenis met alle consequenties die deze belijdenis heeft voor de kerk in deze tijd. Dat is een verheven taak. Een taak waarvoor de krachten van ons, gemeenteleden en ambtsdragers, te klein zijn. Een taak, waaraan wij alleen kunnen werken wanneer het gereformeerd belijden om zo te zeggen vlees van ons vlees en been van ons gebeente is geworden en wij dagelijks in een diepe afhankelijkheid van de Heere leven, als leerlingen van zijn Woord, sprekend met Hem in het gebed. Een gereformeerd mens weet zich gering tegenover de hoge Majesteit Gods en daar hij zich vleselijk belijdt, verkocht onder de zonde, volstrekt geworpen op Gods genade in Christus Jezus.

1b. Voorts brengt dit standpunt met zich mee, dat wij niet mogen wegschuilen in eigen kring, onder 'onze eigen mensen', omdat het daar nog niet zo slecht zou zijn. Als gereformeerde mensen zijn wij kritisch. Naar onszelf toe. Naar gelijkgezinden toe. Ook naar het geheel van de kerk toe, niet in het minst naar onze synode en mindere vergaderingen, omdat daar dikwijls besluiten worden genomen, uitspraken gedaan en beleid gemaakt lijnrecht tegen onze overtuiging in. Maar, hoe moeilijk het soms ook is, wij zijn wel geroepen om zo trouw wij maar kunnen onze plaats in de ambtelijke vergaderingen en ev. commissies en raden in te nemen. Rondom de invoering van de kerkorde is hoog opgegeven van de classical vergadering die in ere werd hersteld. De plaats die haar werd gegeven strookt, dunkt me, met de bedoelingen van de Dordtse kerkorde. Maar die opbloei is van korte duur geweest. De neergang van de classicale vergaderingen is verontrustend. Maar ik vrees dat dit mede te wijten is aan het feit dat afgevaardigden uit gereformeerde hervormde gemeenten veelal verstek laten gaan, of daar geen enkele positieve bijdrage leveren. Heel concrete voorbeelden staan mij hierbij voor ogen. Zo'n negatieve en passieve houding t.o.v. de ambtelijke vergaderingen is ongereformeerd. Laten wij, al zouden anderen de hand lichten met hun verantwoordelijkheid, zelf trouw zijn en het goede voor onze kerk zoeken waar wij maar kunnen!

1c. Een ander verschijnsel is het soms al te gemakkelijk berusten in de situatie van een evangelisatie. Men heeft het daar niet slecht. Ambtsdragers heeft men niet, mist men soms niet. Men heeft toch een bestuur? Ook de afwezigheid van een ordelijke en regelmatige bediening van sacramenten wordt niet altijd als een pijnlijk gemis ervaren. En soms heeft men de plaatselijke gemeente met haar ambtsdragers uit het oog verloren, ja afgeschreven. Zo'n toestand kan jaren voortduren, zonder dat ernstige pogingen worden aangewend om daarin verandering te brengen. Zeker, de tegenwerking van officiële kerkelijke zijde is soms bedroevend en taai. Maar hoe sterk is aan de zijde van de evangelisatie de begeerte aanwezig naar een wettige plaats binnen de gemeente? Is men bereid om daarvoor zo nodig enkele zaken van 'de kleine traditie' prijs te geven? Heeft men altijd wel - ik vraag maar - het volk voldoende op het oog, dat men veel beter vanuit de kerk dan vanuit de evangelisatie kan benaderen? En hoe zet men zich dan in voor een plaatseHjk kerkehjk leven naar de confessie? Ik prijs de trouw en volharding van leden en besturen van sommige evangelisaties om te komen tot kerkelijke integratie. Maar ik laak het gebrek aan kerkelijk denken en een separatistische gezindheid, die helaas ook aangetroffen wordt.

1d. Een laatste opmerking in dit verband. Heel nadrukkelijk stelt zowel de Dordtse kerkorde als de vigerende kerkorde, dat er drie ambten in de gemeente van Christus zijn en dat deze ambten, die hun gezag ontlenen aan Christus als het Hoofd der kerk, aan de gemeente leiding geven. Het papaal beginsel is een reformatorisch mens een gruwel. Hoe verwonderlijk is het dan waar te nemen, dat juist waar de onjuistheid van dit papaal beginsel heel nadrukkelijk wordt erkend het toch soms kan gebeuren, dat er vele kleine pausen gevonden worden die één ambt, het hunne, laten heersen over de andere ambten en de ware collegialiteit met de broeders ouderlingen en diakenen verzuimen. Tegenspraak dulden zij niet zodat zij zich het liefst omringen door ja-broeders. Tot schade van gereformeerd gemeentelijk leven en tot schade van hun bazige persoonlijkheid.

Laten wij er alles aan doen wat wij kunnen dat ernst gemaakt wordt met de ambtelijke structuur van gemeente en kerk. Ook dat is gereformeerd.

Niet defaitistisch

Nu kom ik tot een tweede rubriek, waarin eveneens een viertal toespitsingen. Het is anno 1985 een tijd om vele zorgen te hebben, zorgen die ons evenwel niet defaitistisch mogen maken. Vaker heeft de toekomst voor de christenheid er zorgelijk uitgezien. Vaker heeft de toekomst voor het gereformeerd protestantisme er zorgelijk uitgezien. Er is ook veel van weggevaagd. Denkt u maar aan de kerken van gereformeerde belijdenis in Frankrijk, in Duitsland, in midden-Europa. Wat is daar weinig van overgebleven. Is nu bezig hetzelfde te gebeuren in Nederland?

2a. Ik denk aan allerlei ontwikkelingen in ons volk. De gereformeerde rehgie had hier diep worïel geschoten. Het geweten van ons volk was door haar gevormd. Wat is daar nog van over? De saecularisatie, het materialisme, het nihilisme, het vandalisme, de verruwing van de zeden, de openbare spot en hoon met God en heihge zaken (niet in het minst denk ik hierbij aan het duivelswerk van enkele verloederde omroep-verenigingen) brengen een decadentie aan het hcht waarvoor wij huiveren. Dat hierbij de Ikon, officieel namens onder meer onze kerk voortdurend een krachtige bijdrage levert in de verwording is een uitermate pijnlijke omstandigheid, die er mede blijk van geeft hoe de feitelijke situatie van onze kerk is. Nadat alle protesten tegen het beleid van en inzake de Ikon tot niets hebben geleid is het te hopen dat de jongste actie 'Een zinkend schip' effect zal sorteren. Ook de arbeid van onze zusterorganisatie, die dit jaar haar 50-jarig bestaan gedenkt, de IZB, die zich geroepen weet tot arbeid ter bevordering van de verkondiging van het Evangelie buiten de kerk, verdient onze aandacht en steun. 

2b. Een andere bron van zorg ligt in het proces van Samen op Weg. Wanneer de Gereformeerde Kerken niet zo ontzonken zouden zijn aan de gereformeerde belijdenis, evenals onze eigen kerk, zouden de zaken geheel anders staan. Maar nu kunnen wij ons er alleen maar tegen teweerstellen. Hoe zouden wij de vereniging met deze kerken kunnen begeren, wanneer het waar is, dat naar de verklaring van de gereformeerde predikant dr. J. Vlaardingerbroek zaterdag jl. (en ik heb geen reden daaraan te twijfelen) enkele honderden predikanten aldaar door de kerkelijke tucht getroffen zouden worden, als leertucht zou worden geoefend? Ditzelfde geldt van hervormde predikanten, dat ontveins ik mij niet. Maar wie zich inzet voor het herstel van het gereformeerde karakter van de Ned. Hervormde Kerk moet wel neen-zeggen tegen Samen op Weg.

2c. Maar bij alle bezwaren die wij tegen de huidige Geref. Kerken hebben dienen wij niet te vergeten hoe onze eigen kerk onafgebroken geteisterd wordt door onbijbelse leringen, zowel in dogmatisch als ethisch opzicht. Het gevaar dreigt daaraan eigenlijk wat gewend te raken en zich daarbij neer te leggen. Maar zo mag het niet zijn. Wanneer de Schrift als goddelijk openbaringswoord ons lief is, dient er met alle kracht gestudeerd te worden om de schatten van dit Woord aan het licht te brengen en de waarheid van dit Woord te verdedigen juist daar waar de aanvallen heden ten dage zich tegen richten. Die een theologische opleiding hebben genoten moeten meer studeren, meer zich mengen in de theologische discussies. Het gebeurt wel, maar het gebeurt te weinig. De gereformeerde theologie bevat voldoende diepte en kracht om op de meningen van deze tijd in te gaan en waar nodig deze te weerleggen, niet door een herhaling van wat al wel eerder is gezegd alleen, maar ook door een ontleding van de leringen van deze tijd tot op hun geraamte. De gereformeerde theologie, die zich zo heel direct wil aansluiten aan de Heilige Schrift, dient de vragen en uitdaging van deze tijd niet uit de weg te gaan. Laten zij die haar beoefenen dat toegewijd en blijmoedig doen. Laten meer mensen dat doen, de kerk heeft dat nodig.

2d. Er is meer dat zorg geeft. Bv. de weinige eenheid onder de gereformeerde belijders in onze kerk alleen al, het loslaten van de belijdenis door de een, de verstarring van de ander. Maar ik wil niet met en in de zorgen eindigen. Wij hebben een grote en goede God, die ons zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven tot een Hoofd der Kerk. Laten wij in alles op Hem zien. Hem dienen en prijzen. De tijden zijn donker en dreigend. De wereld leeft op een vulkaan. De kerk is verre van haar plaats. En wie zijn wij, als gereformeerde belijders, zwak, zondig en in onszelf verwerpelijk? Moeten wij niet dagelijks leven van genade? Laten wij haar zoeken. Laten wij in haar roemen. Laten wij de God der genade vertrouwen. Mensen maken de dienst niet uit. In de wereld niet. In de kerk niet. Hij die het eerste woord sprak, heeft het laatste woord. Laten wij Hem volgen laten wij ons inzetten, met liefde tot Hem en de mensen, waar wij kunnen, met hartelijke toewijding aan Hem en zijn zaak, zoals die ons heel concreet gegeven zijn in de Hervormde Kerk. Laten wij in haar midden zijn als een zout. Laten wij vrezen voor de mogelijkheid smakeloos te worden. Laat ons oog op Hem gericht zijn. Als wij Hem dienen en volgen, kunnen wij overal zijn - waar Hij maar is voorgegaan. Hebt met al uw zorg goede moed, HIJ leeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Openingswoord jaarvergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's