De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

Dr. Nimda Schelhaas, De politieke theologie van Helmut Goüwitzer, J. H. Kok, Kampen 1984.

Deze dissertatie draagt als ondertitel Van Luther tot Marx, en werd op 15 november 1984 aan de V.U. verdedigd. Het was de moeilijke opgave van de schrijver om zich een weg te banen door de vele verwarrende geschriften van Goüwitzer, waaruit de doorgaande lijn vaak maar moeilijk te halen en zichtbaar te maken valt. De grondstelling van de schrijver is dat Goüwitzer zich geheel heeft uitgeleverd aan de marxistische maatschappijkritiek, en dat hij dit kon doen omdat hij van oordeel was dat deze los verkrijgbaar was, dus als sleutel kon worden gebruikt om de eigen maatschappij te verstaan, en als middel tot vernieuwing daarvan. Deze mogelijkheid van ontkoppeling van marxistische grondgedachte en marxistische maatschappijvisie wordt door Schelhaas bestreden. Terecht zegt de schrijver dat men het historisch materialisme van Marx niet kan inhuren naast andere opvattingen van waaruit men de werkelijkheid verstaan wil, en daarmee is dan een fundamentele onmogelijkheid binnen het denken van Goüwitzer aangetoond. Dat klassestrijd, en dat over de hele linie en overal, zich moeilijk met het grote gebod van de liefde verdraagt, wordt door Goüwitzer ook wel aangevoeld, maar voor hem is dit alleen aanleiding om de grote slagwoorden van het Leninisme enigermate te verzachten, niet om ze te ontmantelen. De schrijver heeft zich veel zorg getroost uit Goüwitzers vaak polemische geschriften de positieve gedachtengang te halen, en het is hem gelukt.

Tegelijkertijd zit er iets onbevredigends in dit boek dat m.i. samenhangt met opzet en thema die gekozen werden. Goüwitzer heeft meer gedaan dan, uit reactie tegen hetgeen ook zijn eigen verleden was, gevochten voor een radicaal nieuwe anti-kapitalistische orde, hij heeft ook aan theologie gedaan, niet alleen aan politieke maar ook aan gewone, systematische. Een groot aantal titels in de index van dit boek bewijst dit al, en er zijn er meer.

Nu is het opvallende dat er dan m.i. nog een tegenstrijdigheid optreedt die Goüwitzer nog veel meer tot een raadsel maakt dan het feit dat hij denkt het marxisme in te kunnen huren. Hij kan zich namelijk fel verzetten tegen constructies die het Koninkrijk Gods helemaal laten opgaan in de geschiedenis, inclusief de Koning van dat Koninkrijk. De vraag wordt dan, en het is m.i. jammer dat de schrijver hem niet als een fundamentele vraag presenteert, hoe Goüwitzer een denken waarbij alles vloeiend is, een geschiedenis, een onophoudelijke reeks van revoluties en (tijdelijke) perioden, kan combineren met zijn verzet tegen aanranding van het unieke van de persoon van Christus. Hoe kan men, anders gezegd, historisme - 'alles vloeit' - combi­neren met openbaring die mensen vóór is en in de tijd niet opgaat? Een innerlijke tegenstrijdigheid bij Goüwitzer, die er, denk ik, niet zo is uitgekomen omdat de schrijver zich sterk tot de politieke aspecten beperkt heeft, en de vraag naar achteren heeft gedrukt hoe die aspecten binnen het geheel van Goüwitzers theologie functioneren. Met name het vierde hoofdstuk, over achtergronden van Goüwitzer en over diens verhouding tot Barth, had hier uitdieping moeten brengen. Hoewel de schrijver Goüwitzer politiek wel kan invoelen, heeft hij wat te weinig theologie in zijn boek over Goüwitzers poütieke theologie gedaan.

S. Meijers

Ann Oackley, Leven als een vrouw, Ambo/Baarn, 248 biz., ƒ 32, 50 (Nederlandse vertaling 1985 - verscheen 1984 in Engeland).

Nagenoeg aan het eind van Ann Oackley's boek 'Leven als een vrouw' houdt de schrijfster zich bezig met het probleem dat haar boek meer vragen opwerpt dan beantwoordt. Deze Engelse sociologe heeft kennelijk zelf aangevoeld dat de door haar aan het begin gestelde vragen omtrent feminisme, seksisme, gezin, heteroseksuele liefde en sterfelijkheid niet duidelijke antwoorden hebben opgeleverd. Dat neemt niet weg dat zij zich existentieel heeft beziggehouden met de thema's, die in genoemde vragen liggen opgesloten en welke in de navolgende tegenstellingen worden geformuleerd: liefde en gezin, afhankelijkheid en zelfstandigheid, gevoel en verstand, opoffering en verzet, depressie en verrukking. Ann Oackley, die in 1944 in Londen werd geboren, heeft reeds diverse publicaties op haar naam staan. Afgezien van de inhoud... schrijven kan ze! De indeling van haar boek is wat eigenzinnig te noemen. Na een 'verantwoording' van vijf regels volgen vijftien scènes, afgewisseld door haar chronologie, van resp. 0-18 (goed geschreven), 18-23, 23-29, 29-33, 33-38. Zij is aktief in de vrouwenbeweging en feministe, omdat zij overtuigd is dat vrouwen een onderdrukte sociale groep vormen, een groep mensen die allen worden uitgesloten van volwaardige deelname aan bepaalde belangrijke sociale instituties (en in andere oververtegenwoordigd zijn)! De problematiek, die ook vanuit dit boek op ons afkomt, kunnen en mogen wij niet van tafel vegen. Het is van belang vragen, die dit boek aandraagt in het licht van de Bijbel te beantwoorden. Binnen het bestek van een korte bespreking is dat niet mogelijk. Ik zou haar boek nog eens willen lezen, wanneer zij het - na lezing van 'The holy Bible' - in een herschreven tweede druk zou laten uitkomen.

Vermeldenswaard zijn nog haar vechten voor erkenning van kinderopvoeding als produktieve arbeid, haar diep ervaren behoefte borstvoeding te geven, haar herstel van tongkanker. Zij is gehuwd gebleven met Robin - in tegenstelling tot verbroken relaties van anderen - en uit het huwelijk zijn drie kinderen geboren. Tevens kreeg zij tweemaal een miskraam.

Tenslotte: de schrijfster merkt ergens op dat vrouwen in mannen geen complete mensen aantreffen. Vrouwen daarentegen noemt zij wel complete mensen. De Bijbel heeft hierin het laatste en beslissende woord gesproken in 1 Korinthe 11 : 11: Nochtans is noch de man zonder vrouw, noch de vrouw zonder de man, in de Heere'.

C. V. SI.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's