Aandacht gevraagd voor de schoolstrijd (1)
Er komen opnieuw akties in het onderwijsveld. Het gaat nu niet om bezuinigingen in de sfeer van de salarissen, maar om bezuinigingen op het gebied van de spreiding der onderwijsvoorzieningen. Wat is het geval? Door de lage geboortecijfers slinkt het aantal leerlingen op de scholen. Deze daling heeft het basisonderwijs al lang bereikt, maar nu komt het voortgezet onderwijs aan de beurt. Teruggang van het leerlingenaantal betekent afvloeiing van personeel. Spanningen omtrent de werkgelegenheid zijn op vele scholen voelbaar. Een proces van fusies van scholen is op gang gekomen. En net in deze fase komt er een wetsontwerp van de staatssecretaris waarin wordt voorgesteld de opheffingsnorm van scholen te verhogen tot 60 leerlingen per leerjaar. Berekeningen tonen aan dat wanneer deze vorm consequent zou worden toegepast, bijna de helft van het aantal scholen voor voortgezet onderwijs moet verdwijnen en opgaan in andere scholen. Met name het platteland vreest een nietsontziende kaalslag. Alleen zeer grote scholen(gemeenschappen) redden het. De andere verdwijnen.
De noordelijke provincies, met vele plattelandsscholen, hebben reeds een aktiedag georganiseerd.
De strijd om de leerling zet zich voort in een strijd om de school.
Het is opvallend dat in bewogen tijden grondvragen van ons onderwijsbestel weer bovenkomen. Het zijn bijna altijd vragen die teruggaan tot de nauwkeurig afgewogen wetgeving van de Onderwijspacificatie-1920. De Schoolstrijd, die een eeuw heeft geduurd, is afgesloten met een unieke wetgeving waarin openbaar en bijzonder onderwijs als volkomen gelijkberechtigd zijn behandeld.
De vraag die nu aan de orde is, luidt: 'Als in een plaats openbaar en bijzonder onderwijs aanwezig is, en één voorziening moet verdwijnen, welke moet dan blijven bestaan?' 'De openbare school', zo zeggen de voorstanders van openbaar onderwijs, 'want de overheid heeft zorg te dragen voor een voldoende spreiding van onderwijsvoorzieningen'. 'Dat is niet altijd zeker', zo zeggen voorstanders van bijzonder onderwijs, 'de getallen moeten hier de doorslag geven'. Als er meer ouders zijn die voor de bijzondere school kiezen dan moet deze onderwijsvoorziening voortbestaan. Wat blijft de laatste school?
Het is net alsof we weer in de vragen van de Schoolstrijd zijn gekomen en openbaar en bijzonder onderwijs elkaars concurrenten worden.
Een andere omzetting
Jaren geleden speelde in verschillende dorpen de vraag: moet er naast de bestaande openbare school een christelijke gesticht worden? Of in dorpen met een christelijke bevolking: moet de openbare school omgezet worden in een christelijke school? Een vraagsteller memoreert een dergelijke omzetting uit 1930. Het hoofd van de bestaande openbare lagere school was ouderling van de Hervormde Gemeente. Na diens pensionering is de school omgezet in een christelijke school. De kwestie is nog in discussie. Er zijn mensen die zeggen dat deze omzetting niet nodig is geweest. Onze vraagsteller vindt van wel, omdat in wezen op de openbare school het bijbelonderwijs als toegift gedoogd werd zolang daar geen bezwaren tegen in gebracht worden! Hij vraagt om nog eens aandacht te schenken aan de Schoolstrijd en de achtergronden van de Schoolstrijd, zodat duidelijk wordt waarom het gaat.
Er zullen in deze tijd nog nauwelijks plaatsen bestaan waar de openbare school een locaal-christelijk karakter draagt. In de eerste helft van deze eeuw kwam deze situatie op verschillende plaatsen wel voor. In dorpen met een overwegend kerkelijk karakter bestond er veelal een nauwe samenhang tussen overheid, kerk en school. Al verdroeg zich één en ander niet met de letterlijke interpretatie van de bepalingen omtrent het openbaar onderwijs, de school kon door benoemingen van personeel en eigen regels de kleur krijgen van de plaatselijk kerkelijk-bepaalde situatie. Lang niet alle ouders die bijbels onderwijs wensten, gingen direkt mee met de bijzondere school. Op tal van plaatsen bleef jarenlang de openbare school de enige school.
De openbare school moet krachtens de wet toegankelijk zijn voor alle gezindten en het onderwijs mag niemands overtuiging kwetsen, moet zogenaamd 'neutraal' zijn. Als nu een bevolking nauwelijks gedeeld is, er geen kerkelijke verdeeldheid is, kan de openbare school ook jarenlang een (verborgen) godsdienstige kleur aannemen. En dat was het geval op vele plaatsen.
De zaken liggen nu wel wat anders; de openbare school is nadrukkelijker ongodsdienstig geworden. De genoemde neutraliteit heeft zich ontwikkeld in de richting die afstand neemt van kerkelijke en godsdienstige waarden. Bijbelonderwijs is in principe binnen de kaders van het openbaar onderwijs niet mogelijk. Uitsluitend aan kinderen van ouders die er prijs op stellen, kan godsdienstonderwijs gegeven worden, maar dan wel buiten het normale lesrooster. Gebouw en middelen moeten ter beschikking worden gesteld aan degene die dit onderwijs verzorgt. Het valt echter buiten het normale lespatroon.
In vroeger tijden kon - mede bepaald door de plaatselijke situatie - één en ander wel eens vervloeien, maar in deze tijd waarin het openbaar onderwijs genoemde richting uitgaat, ligt de zaak veel strakker. Rechtens heeft de Bijbel nooit een plaats gehad op de openbare school na 1917. In de praktijk bleek het tot aan de jaren '50 nog wel eens anders te gaan.
Hoe de zaken werkelijk liggen, wordt duidelijk uit het verloop van de Schoolstrijd. Onze vraagsteller verwijst terecht naar de achtergronden van de Schoolstrijd voor een duidelijk inzicht in het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs.
Enkele hoofdmomenten van de Schoolstrijd worden daarom in een volgend artikel gememoreerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's