Ik wou dat ik dat nog eens óver kon doen!
Met het oog op de jongeren
Dat denken we allemaal wel eens. Of niet?
'k Wou dat ik dat nog eens óver kon doen. Die ene dag... die ene avond... 'k Wou dat ik er nog vóór stond!
We denken daarbij misschien terug aan een vreugdevolle gebeurtenis... aan iets moois dat we beleefd hebben. Hè, jammer dat dat voorbij is! Had ik het nog maar vóór me... dan kon ik er nog naar tóe leven.
Of er is iets gebeurd, waar we schuldgevoelens aan hebben overgehouden of nare herinneringen. Er zijn dingen stuk gegaan. Een relatie is misschien verbroken. We zitten ermee: konden we het nog maar óver doen!
Als we de kans hadden om het over te doen, zouden we het dan ook béter doen?
Er zijn mensen die geloven, dat je je leven over kunt doen. Je wordt steeds weer opnieuw geboren, zeggen ze. Na je dood keer je terug in dit leven... iedere keer in een ander lichaam. Wat voor lichaam dat is, of hoe je leven dan zal zijn, hangt af van de vraag hoe je het er in je vorige leven vanaf hebt gebracht. Dat is de leer van de reïncarnatie.
Anderen geloven dat zij in iets anders in dit leven zullen terugkeren. Bijv. in de natuur. 'Ik keer in dit leven terug in de bloem, de struik die op mijn graf groeit', zei een jongere.
Achter dit soort overtuigingen zit de gedachte van de kringloop. Het leven op aarde - zo geloven velen - is een eindeloze herhaling. De geschiedenis is een cirkel. Hoewel vandaag misschien steeds meer het idee gaat overheersen, dat er middelpuntvliedende krachten aan het werk zijn.
Maar... Volgens de Bijbel is het leven geen kringloop maar een rechte lijn... En we lezen niet van de geschiedenis als een cirkel maar als een weg. Dat betekent: het gaat ergens héén. Er is een begin en een einde. Het leven is geen eindeloze herhaling, in wat voor vorm dan ook gedacht.
Het leven is één-malig. En dat houdt in: voorbij is voorbij! We kunnen ons leven... we kunnen een bepaalde week van het vorige jaar... de dag van gisteren... niet overdoen. Geen dag, en ook geen daad. Dat betekent ook, dat wij onze schuld niet ongedaan kunnen maken. Wij kunnen niet ons leven overdoen om alles anders maar dan góéd te doen.
Stel dat we een bepaalde periode in ons leven over zouden kunnen doen... Dan zouden we aan het einde daarvan nog zeggen: 'k wou dat ik het nog eens óver kon doen (als wij althans de gedachte zouden hebben, dat wij - vanwege ons falen - het dan beslist béter zouden doen).
Maar het zou geen zin hebben. Zelfs al zouden we helemaal terug kunnen gaan tot de wieg, dan zouden we na verloop van jaren opnieuw zeggen: 'k wou dat ik het óver kon doen.
En waarom zou dat geen zin hebben? Omdat wij in zonden geboren zijn. In de wieg zat het al niet goed. Zelfs eerder al niet. We zijn ook in zonden ontvangen. Bij ons allereerste levensbegin, toen onze moeders in verwachting raakten, zat het al grondig verkeerd met ons.
Daarom: ook al zouden we vanaf het allereerste levensbegin opnieuw kunnen beginnen, dan zou er geen enkel element van verbetering in onze levensloop te vinden zijn. Vandaar dat het ook van zo fundamenteel belang is dat wij de noodzaak van de wedergeboorte beseffen.
Er zijn mensen die niet in de erfzonde geloven. Die zeggen wat Pelagius zei: de mens wordt goed geboren - zonder zonde. Waar komt de zonde in een mensenleven dan vandaan? Door het verkeerde voorbeeld te volgen - door toe te geven aan verleiding. Degenen die dit leren, wijzen de kinderdoop af - wat dan ook best te begrijpen is. Want het water van de doop is het beeld van de reiniging, van de afwassing van onze zonden - dat water wijst de onreinheid van onze zielen aan (doopformulier). En als een mens goed geboren wordt, dan valt er geen onreinheid aan te wijzen (dan komt overigens ook het begrip 'wedergeboorte' in de lucht te hangen).
Door contacten met vrije groepen, waarin de volwassendoop geleerd wordt, gaan onze jongeren soms twijfelen aan de betekenis van de kinderdoop. Met het oog op hen schrijf ik dit artikel. De tegenstanders van de kinderdoop hanteren allerlei argumenten, hoewel niet alle tegenstanders dezelfde argumenten hanteren. Eén argument haal ik nu naar voren - een argument dat met name binnen de Volle Evangeliegemeente gebruikt wordt: er is geen erfzonde. Met andere woorden: Pelagius had gelijk.
Maar als Pelagius inderdaad gelijk had, had Christus Zijn werk op aarde niet bij het allereerste levensbegin hoeven te beginnen. Dan zou de eerste tijd van Zijn leven op aarde tevergeefs zijn geweest... althans: dan had Hij niet als Kind geboren hoeven te worden. Dan zou de eerste periode van Zijn vernedering - 9 maanden groei in de buik van Maria (dit was vernedering: het begin van Zijn afdaling was een ingaan in de beperktheden van het menselijk vlees!) - voor niets zijn geweest. Dan zou dat eigenlijk niet nodig geweest zijn.
Maar het was wél nodig! Hij is niet als een volwassen Mens op aarde gekomen. Maar Hij is begonnen waar het bij ons al fout zit. Hij is begonnen bij het begin. En vanaf Zijn ontvangenis was Hij de ware Mens. En tijdens Zijn leven op aarde deed Hij wat God van óns vraagt en wat wij nooit en te nimmer kunnen volbrengen, ook al zouden wij 1000 keer de gelegenheid krijgen om ons leven over te doen. Hij leidde een volmaakt leven en hield Zich volkomen aan de wet van God.
Zo deed Jezus ons leven over. En voor Hem was er geen enkele reden om te zeggen: 'k wou dat Ik dat nog eens óver kon doen.
Nu belijden wij dat in het geloof alles wat van Jezus is en wat Jezus verworven heeft ons wordt toegerekend. Dat geldt de vrede die Hij verworven heeft aan het kruis door onze straf te dragen. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem! Dat geldt ook de gehoorzaamheid die Hij heeft opgebracht. Dat wil zeggen: Zijn volkomen gehoorzaamheid, Zijn volmaakte leven (vanaf het allereerste begin) wordt ons toegerekend.
Hierin belijden wij Jezus' plaatsvervangend werk. Hij voor mij!
Kijk, zo is het in het geloof ook niet nodig om te zeggen: 'k wou dat ik dit of dat nog eens óver kon doen... wanneer wij terugdenken aan dingen waarin wij faalden... aan de schuld van ons leven. Want: Hij voor mij! Ligt daarin ook niet een dringende aansporing tot een heilig leven?
Gelukkig maar dat het leven geen kringloop en de geschiedenis geen cirkel is. De gedachte daaraan alléén al roept moedeloze gevoelens op. Maar er zijn heilsfeiten die wij in de rug hebben. En er is sprake van de heilsvoltooiing die wij vóór ons hebben. Geweldig om je leven zo in het perspectief van de heilsgeschiedenis te mogen zien. Dat geeft de burger (van het Koninkrijk) moed!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's