Van terzijde bezien
Wat kan een gebed veel goed, maar ook veel kwaad doen...!
Wellicht kijkt iemand vreemd op bij het lezen van dat laatste. Maar ik meen het. Al was ik de jongste niet meer, toen ik als candidaat nogal eens hier en daar voorging, toch moest ik volgens sommige bestuursleden van evangelisaties alsook van sommige ouderlingen nog veel leren.
Nu zal ik de laatste zijn om dat te ontkennen. De onvergetelijke ds. G. Boer zei eens tegen me, nadat hij geconstateerd had, dat ik de jongste niet was, die zich op het ambt voorbereidde: 'Ik zeg nogal eens tegen kerkeraden als er een jonge candidaat komt preken: Mannenbroeders, handel zacht met de jongeling. We moeten zelf allemaal nog veel leren en afleren'.
Maar als dat gezegd werd vóór een dienst door bestuursleden of ouderlingen stond het me lang niet altijd aan. Het werd namelijk tegen de Heere gezegd en ik mocht ondertussen meeluisteren. Aan de Heere werd in het gebed medegedeeld hoe de candidaat moest preken en dat manneke kon ze alvast in z'n zak steken...!
Hoewel het de meeste keren niet in Utrecht gebeurde, bedank ik voor zulke gebeden Stichtelijk!
Wat kan het gebed veel goed doen.
Op een zondagmorgen, temidden van studieperikelen en moeilijkheden in gezondheid en, familieomstandigheden, moest ik 'ergens' zijn. 'k Was de eerste die in de consistoriekamer aanwezig was met een oudere ouderling. Hij nam me van top tot teen op en zei toen: 'In het predikanten wereldje zijn er maar weinig met de naam Olie'. Ik zei tegen hem: 'Dat klopt; ik sta meestal vermeld bij de beursberichten in de krant: Koninklijke Olies flauw gestemd'. Hij lachte wat en zei: 'Als u dan vanmorgen maar weet dat u een Koninklijke Boodschap mag brengen, dan is het altijd goed'. Anderen kwamen binnen en de goede man zweeg. Maar dat gebed, dat hij als ouderling-van-dienst deed, vergeet ik nooit meer. Het had iets van een voertuig, waarop je werd meegenomen naar de Genadetroon Gods.
Het werd een ware eredienst die morgen. Zondaren werden diep vernederd, maar God in Christus hogelijk verheerlijkt. Na de dienst eindigde een andere broeder, zoals daar kennelijk de gewoonte was. Maar dat knipoogje van deze broeder, die was begonnen, vergeet ik ook niet meer.
Voor zover ik weet, is de man niet meer in leven. Of juist wèl...? !
Zijn bidden mocht overgaan in aanbidden. t Is ondertussen te hopen, dat ons gebed geen ijdel gebruik is van 's Heeren Naam. Maar een (zoals prof. De Vrijer dat eens noemde) 'verkeren als bedelaars in de tegen woordigheid van de hoge en heilige God'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's