Ouders als onderwijzers (1)
Benoeming
'Ouders als onderwijzers', u kijkt wellicht wat verbaasd op van deze titel. U verwachtte veleer het opschrift 'Ouders én de onderwijzers'. Toch klopt de titel en er is geen sprake van een eventuele drukfout. Immers onmiskenbaar is van gelding: christenouders zijn onderwijzers! Wat zegt u? U bent er niet voor opgeleid en hebt er niet voor gestudeerd? Dat is bekend! Nochtans bent u onderwijzer.
U bent niet in het bezit van een onderwijsakte? Dat zij zo! Toch bent u onderwijzer. Alles wat u kunt en wilt tegenwerpen mag waar zijn, toch bent u als christenouder eenmaal tot onderwijzer benoemd. 't Is dan misschien al weer heel wat jaren geleden, maar de werkelijkheid van het feit is er niet minder om. Of weet u het niet meer dat u uw kind het dopen? Jazeker, tijdens die heilige plechtigheid werd u door de Heere aangesteld als onderwijzer.
Gesteld voor het heilig Aangezicht Gods en Zijn heilige gemeente hebt u toen en daar uw benoeming aangenomen door uw ongeveinsde ja-woord. U was geheel niet alleen toen u uw handtekening zette. U was in tegenwoordigheid van vele getuigen. Let wel, deze aanstellingsakte is nog niet verjaard of verlopen, want er was en is geen sprake van een eventuele opzeggingstermijn van drie of meerdere maanden. Tijdelijke- of proefaanstellingen zijn ten dezen binnen Gods Koninkrijk geheel onbekend. Uw benoeming is levenslang geldend en een leven lang geldig.
Een leerkracht bij het basis-en voortgezet onderwijs krijgt pas een diploma en een aanstelling wanneer hij bekwaam geacht wordt voor zijn taak. Vandaar wordt gesproken over 'een akte van bekwaamheid'. Echter, weet u wat in uw geval zo uiterst wonderlijk en bijzonder is? U werd benoemd en aangesteld uw onbekwaamheid en ongeschiktheid ten spijt. Ouder-onderwijzer mag ik uw getuigschrift even zien? Wat lees ik? 'Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad'.
Zo'n frase mag ik verwachten onder een ontslagbrief en toch zeker niet onder een akte van benoeming. Dit alles, hoe angstaanjagend en ontmaskerend waar ook, ontslaat u niet van dit door God ingestelde onderwijzerschap. Kijk nog eens naar uw handtekening! Roep de getuigen er nog eens bij!
't Is zaak de inhoud van uw benoemingsakte er nog eens goed op na te zien en in herinnering te brengen. Wij vergeten nogal gemakkelijk. De Heere geenszins!
Wij richten ons in het vervolg in het bijzonder op de derde vraag uit ons doopformulier. U weet wel, een van die vragen waarop u ongeveinsdelijk hebt geantwoord.
'Of gij niet belooft en voor u neemt dit kind als hij/zij tot zijn/haar verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader/moeder of getuige zijt, in de voorzeide leer, naar uw vermogen te onderwijzen of te doen (en te helpen) onderwijzen.'
Wij stellen elkaar een viertal herinneringsvragen:
1. Wie moet onderwijzen?
2. Wie moet onderwezen worden?
3. Wanneer moet onderwezen worden?
4. Wat moet onderwezen worden?
1. Wie moet onderwijzen?
Wie moet het kind eigenlijk onderwijs geven? Het antwoord op deze vraag is naar de woorden van ons formulier niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Onomwonden klinkt: 'Gij vader en moeder van dit kind!' Tijdens de benoemingsplechtigheid richtte de Heere middels de dienaar van Woord en sacrament de vinger op u; 'Gij!'
U vader, u moeder, zoals u hier voor God en Zijn heilige gemeente aanwezig bent. U, en niemand anders. U hebt de eerste en grootste verantwoordelijkheid. Nee, niet de aanstaande meester of juf van uw kind beantwoordde deze vraag, maar u, gij.
U bent en blijft verantwoordelijk voor het onderwijs van uw kinderen ook wanneer ze straks naar school gaan. De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van eventuele leerkrachten heeft slechts een afgeleid karakter. U blijft te allen tijde aansprakelijk voor datgene wat uw kind op school leert. Niet zij, maar gij!
Uw ja-woord bij de doop heeft mitsdien alles te maken met de toekomstige schoolkeuze. Vandaar: zint eer gij begint!
Persoonlijk
Van eminent belang is de hoogst persoonlijke, de diep individuele notie die vervat is in deze derde doopvraag. De vader zegt 'ja' als vader. De moeder zegt 'ja' als moeder. Beiden zijn zij individueel verantwoordelijk en aansprakelijk voor het onderwijs van hun kind. Vader zal vanwege drukke werkzaamheden nooit mogen en kunnen zeggen: 'Ga maar naar mama, ik heb geen tijd voor je!' Nee vader u hebt toch persoonlijk, voor uzelf een eed afgelegd voor Gods Aangezicht!? Nee vader, u kon en kunt toch geen eed afleggen voor een ander. Gij vader...!
Nee moeder, vanwege het strikt persoonlijk karakter van de doopbelofte zult u nooit mogen en kunnen zeggen: 'Ga maar naar papa kind, vraag het hem maar, want hij weet het veel beter'. Gij moeder...!
Samen
Hoewel de eed dan een zeer persoonlijke aangelegenheid is, geldend voor ieder individueel ouder, is er toch sprake van medeverantwoordelijkheid. Immers vader antwoordde in samenspraak en samenklank met moeder. En moeders 'ja' resoneerde mee in dat van vader.
Samen verantwoordelijk voor één en dezelfde taak. Medeaansprakelijk voor niet minder dan Gods zaak; het onderwijs van uw kind. Het gezin als de kleinst denkbare school bestaat uit twee leerkrachten; vader en moeder. De geringe omvang van de school - al is 't maar één leerling - kan nooit aanleiding zijn voor welke bezuinigende onderwijsminister dan ook om dit schooltje op te heffen. Dit onderwijs ligt niet gewaarborgd in staatswetten, maar vindt haar grond en vastheid in Gods Woord en Wet. Het is wel zaak dat er onderlinge harmonie heerst op deze kleine gezinsschool. Hartelijke overeenstemming tussen vaders beleid en moeders optreden en omgekeerd.
Zeer ras weten onzen kleinen gebruik en misbruik te maken van de onderlinge verschillen in visie en aanpak. Vader zus, moeder zo. Ik zó! De echtgemeenschap zij juist en vooral ten aanzien van het onderwijs een hechte gemeenschap.
En toch... alleen
't Viel voor u niet mee om de bovenstaande regels te lezen? U zegt: Dit 'samen' is voor mij verleden tijd. Ik ben alleen als ouder overgebleven. Jazeker, samen hebben wij voor de Heere dezelfde belofte afgelegd toen ons kind gedoopt werd, maar nu ben ik alleen met mijn kind achter gebleven. Mijn vrouw, mijn man ontviel mij door de dood. 'Alleen', gemakkelijk gezegd, maar bezwaarlijk beleefd. Ik sta er geheel alleen voor. Medeverantwoordelijkheid; waar is de tijd?
Hoor moeder, u die er alleen voor staat, hoor wat Israël u namens de Heere voorzingt:
Springt op van vreugd, verheft Zijn lof
Die daar Hij woont in 't hemelhof
een Vader is der wezen
Die weduwen haar recht verschaft
Die streng haar onderdrukkers straft
En voor Zijn wraak doet vrezen.
U staat er alleen voor? Laat dit uw hartelied zijn voor elke van God gegeven onderwijsdag. Zingt u dan met uw kinderen maar net zo lang door tot u komt bij de woorden: 'Hij kan en wil en zal in nood zelfs bij het naderen van de dood volkomen uitkomst geven.'
Zei u, dat u er alleen voor stond?
Hoor vader, u die geheel alleen-verantwoordelijk bent voor het onderwijs van uw kinderen, de Heere heeft u wat te zeggen: 'Als een dien zijn moeder troost, zal Ik u troosten'.
Onvoorstelbaar, de Vader heeft een moederhart. Houdt dat uw kinderen maar voor. Alleen... en toch.
's-Gravenpolder/Goes Joz. A. de Koeijer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's