De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

In De open Deur troffen we het volgende stukje over 'De vos in de wijnberg', een joods verhaal rond Prediker 5:14.

'Een vos ontdekte eens een wijnberg, die van alle kanten omheind was. Plotseling zag hij een opening, waardoor hij naar binnen wilde dringen. Maar de opening was te smal. Het lukte hem niet er door te kruipen. Wat deed hij?

Hij vastte drie dagen, tot hij zo mager was geworden, dat hij door de smalle opening in de wijngaard kon komen. Hij at van de mooie, rijpe en smaakvolle druiven tot hij verzadigd was en - werd weer dik. Toen hij weer door de opening weg wilde gaan, lukte dit hem ook ditmaal niet. Hij had teveel vet aangezet. Daarom vastte hij weer drie dagen, tot hij zo mager was geworden dat hij door de opening kon, net zo mager als hij er doorheen gekomen was. Toen hij buiten stond, keerde hij zich om naar de wijnberg en zei: "Wijnberg, wijnberg! Wat ben je toch mooi en goed, hoe prachtig en smakelijk zijn je vruchten. Maar je hebt geen nut, want zo hongerig men bij je binnenkomt, zo hongerig moet men je weer verlaten". Zo is het ook op deze aarde met zijn aardse streven. Naakt komt de mens op deze wereld en naakt moet hij haar weer verlaten.'

***

Hans Mouthaan uit Bleskensgraaf zond ons twee door hem gemaakte gedichtjes. Het eerste werd gemaakt in 1983 toen het 300 jaar geleden was dat de kansel in de hervormde kerk van Bleskensgraaf werd geplaatst.

'Kanseltaal'

Ik ben een houten predikstoel
om 't Woord op te verklaren.
Men maakte mij met veel gevoel
voor juist driehonderd jaren.

Ik hief de dienaars van het Woord
zonder hen te verhogen.
Ik heb hun spreken aangehoord
maar zweeg zelf, onbewogen.

Ik was slechts klankbord voor hun stem
en droeg de woorden verder,
die zij verkondigden van Hem
de enig ware Herder.

Ik stond wel in het middelpunt
maar wie het hoorden,
zagen dat mij door d' eeuwen was vergund
het Middelpunt te dragen.

Het tweede werd gemaakt op (wijlen) 'voorlezer Arie Wemmers', die van 1932 tot 1968 voorlezer was in de kerkdiensten te Bleskensgraaf. Hij is reeds overleden. Hij was een van de laatste, zo niet de laatste voorlezer in de Ned. Herv. Kerk. Zou er tenminste vandaag nog een gemeente zijn waar de voorlezer nog (of weer) functioneert? Voor mededelingen houden we ons aanbevolen. Hier volgt het gedicht.

'De voorlezer'

Bescheiden was zijn plaats en werk,
hij las Gods Woord voorin de kerk.
Gods Woord vanuit de eeuwigheid
las hij beschroomd uit in de tijd.
Beschroomd, want heilig was de grond
der woorden, waar hij lezend stond,
waar hij de Schriftplaats zelf verstond
en wat hij las in zich bevond.
Hij las: zijn klankvol stemgeluid
was zacht. Maar zeker sprak hij uit.
Maar zeker, wat hem heeft bekoord:
zalig die voorlas uit het Woord,
die voorlas vooraan in de kerk,
trouw en bescheiden in dat werk.

***

Op dinsdag 11 juni promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam de heer C. S. L. Janse, hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad. De titel van het proefschrift - waarop wij uitvoeriger terugkomen - is Bewaar het pand, 'de spanning tussen assimilatie en persistentie bij de emancipatie van de bevindelijk gereformeerden'. Een hartelijke gelukwens ook op deze plaats voor het behalen van de doctorstitel na voltooiing van de promotiestudie. Uit de bijgevoegde stellingen nemen we de volgende over.

' • De emancipatie in bevindelijk gereformeerde kring Is meer gevoed door individuele carrièredrang, dan door het streven naar een gunstiger maatschappelijke positie voor de eigen groepering, teneinde de waarden daarvan krachtiger in de maatschappij te kunnen uitdragen.

• Het ontstaan en voortbestaan van het Reformatorisch Dagblad is een bewijs, dat ondanks de tendenzen van persconcentratie en ontzuiling, het ook in de jaren zeventig en tachtig voor een betrekkelijk klein volksdeel mogelijk is om een volwaardig eigen dagblad met een duidelijke identiteit, op te richten en rendabel te exploiteren.

• Terecht hebben de Gereformeerde Gemeenten de breuk met de Nederlandse Hervormde Kerk, waaruit zij zijn voortgekomen, altijd als een droevige gebeurtenis beschouwd en zichzelf nooit als de enige ware kerk gepresenteerd. Toch doen zij er goed aan - ook al gezien de omvangrijke verliezen naar de Nederlandse Hervormde Kerk - om hun fundamentele bezwaren tegen (de gang van zaken in) deze kerk en de redenen van hun gescheiden optrekken, bij de voortduur in eigen kring duidelijk te maken.

• De Staatkundig Gereformeerde Partij is, meer dan enige andere politieke partij in Nederland, de erfgenaam van het politieke denken van Calvijn.

• Voor progressieve partijen op christelijke grondslag is het veelal uiterst moeilijk om hun bestaansrecht als christelijke partij duidelijk te maken, aangezien hun politiek program inhoudelijk weinig of niets verschilt van een progressieve partij zonder die grondslag.

• De strijd tegen het vrijgeven van de pornografie is een interessant - hoewel bepaald niet uniek - voorbeeld hoe uitersten (in dit geval feministen en orthodoxe christenen) elkaar kunnen raken.

• Het is nog steeds het grondprobleem van het openbaar vervoer dat het zijn passagiers brengt van een plaats waar zij veelal niet zijn, naar een plaats waar zij veelal niet moeten zijn, op een tijdstip dat hun veelal niet schikt, tegen een tarief dat niet of nauwelijks concurrerend is met de (variabele) kosten van hun gemotoriseerd vervoermiddel.'

***

Tenslotte nog twee aardige dingen. Taal en tong hebben alles met elkaar te maken. Vandaar ook de invloed van tongval.

• In een boek ter gelegenheid van de herdenking van de honderdste geboortedag van Pieter Sjoerd Gerbrandy - o.a. ministerpresident in oorlogstijd - staat te lezen dat Churchill hem steevast noemde Cherrybrandy.

• Toen een aantal Urkers in de Tweede Wereldoorlog in een kamp gedwongen werden dagelijks Heil Hitler te roepen, maakten ze er (in hun Urker tongval) van Drei liter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's