Boekbespreking
A. C. de Geus, K. de Jong Ozn: Uit Overtuiging christelijk voortgezet onderwijs; Kampen, 1985, 238 pag., ƒ 26, 50.
Het christelijk voortgezet onderwijs bevindt zich niet in een gemakkelijke positie. Gelukkig dat nog velen het uit overtuiging willen dienen. Zo luidt het slot van het woord vooraf van dit 45e cahier voor het christelijk onderwijs. Bijna 10 jaar geleden verscheen in deze serie ook een boek over het christelijk voortgezet onderwijs. De schrijvers constateren dat vele beweringen van toen niet aan kracht hebben ingeboet. De omgeving waarin christelijk onderwijs gestalte krijgt is die van een geseculariseerde samenleving, waarin het christendom een randverschijnsel is geworden en godsdienst een privé-zaak. Er zijn in de samenleving nauwelijks gemeenschappelijke waarden te vinden. De prot. chr. cultuur-kring is opengebroken, hier en daar afgebrokei^en er ontwikkelt zich een proces van desmte^atie mede ten gevolge van de toenejadïde pluriformiteit in opvattingen. Vele christelijke scholen zijn zgn. open scholen geworden met een toenemend aantal leerlingen wier ouders niet de grondslag van de school onderschrijven. Deze geseculariseerde context doet de schrijvers de volgende vragen formuleren. Is het waar,
- dat jongeren zich nauwelijks willen interesseren voor het evangeUe?
- dat de leerstof en de vorming van het voortgezet onderwijs door hen als zinloos wordt ervaren?
- dat binnen lerarenteams ervaringen van saamhorigheid en gemeenschappelijke inspiratie uiterst zeldzaam zijn?
De vragen zijn voorgelegd aan oud-leerlingen tussen 18 en 28 jaar en aan docenten. Een groot aantal deskundigen reageert op dit materiaal. Tenslotte zijn er hoofdstukken, bedoeld als richtingwijzers, over crisisverschijnselen, zorg voor gehandicapten, geloofsopvoeding en leren in het leerhuis. In deze wirwar van meningen, visies en standpunten zijn er enkele lijnen te onderkennen die als volgt kunnen worden samengevat:
De plaats van de onderwijsgevende wordt als een sleutelpositie gezien. Van hun gerichtheid, van hun daden hangt veel af. Een verantwoord benoemingsbeleid is dan ook nodig. Elementen als dagopening en 'liturgische' vormgeving van het onderwijs krijgen meer aandacht dan voorheen. Een sterk appèl op de onderwijsgevenden om bezinnend bezig te zijn en toerusting te zoeken vanuit gezamenlijke bijbelstudie, het zgn. leerhuis, wordt door ieder bepleit. Een oproep om de (afgenomen) ruimte die de wet biedt voor een eigen vulling van het onderwijs maximaal te bezetten, moet alle aandacht krijgen. Het zijn lijnen die aangeven op welke wijze het christelijk onderwijs in deze tijd in deze geseculariseerde samenleving heeft te staan. Eigenlijk ligt de vraagstelling anders: het christelijk onderwijs is in het secularisatieproces zelf niet ongeschonden gebleven en hoe kan het weer voldoende herkenbaar worden? Is deze crisis een startpunt voor waarlijke vernieuwing of zijn de grenzen blijvend vaag geworden waardoor het verschil met niet-christelijk onderwijs alleen maar op papier aanwezig is. In dit verband is het nodig fundamenteel na te denken over het principieel 'open' of 'gesloten' karakter van de christelijke school. De verschillen tussen deze typen worden in de bundel aangegeven, maar niet grondig gepeild.
Het cahier wil een praktische handreiking zijn voor ouders, besturen en onderwijsgevenden. Het is zeker een praktisch boek geworden. De waarde ervan is voornamelijk gelegen in het helder aangeven wat op dit moment de verlegenheden van christelijk voortgezet onderwijs zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's