De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bach, een bode van boete  en geborgenheid (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bach, een bode van boete en geborgenheid (4)

10 minuten leestijd

Cantates en passies

Schweitzer vindt de cantates het grootste geschenk dat Bach ons heeft nagelaten. De rest noemt hij zelfs 'toegift'! Feit is dat Bach in de cantates 't meest compleet zijn muzikale profetie kon uitoefenen. De cantates in de eredienst, die als geheel wel 3 uur kon duren (!), vonden plaats na de lezing van het Evangelie en voor de preek. In doorsnee besloegen ze zo'n minuut of twintig. Als ze beduidend langer waren, vielen ze in twee helften uiteen, voor en na de preek uitgevoerd. De bedoeling ervan was, zoals gezegd, bepaald geen 'verpozing'. Nee, ook de cantate beoogde Schriftuitleg en Schriftverkondiging. En wel met eigen (en zeer geëigende!) middelen: zang en muziek. En Bach mocht en vermocht deze middelen op een wijze (te) hanteren die de tekst weergaloos vertolkt en die onmiddellijk en trefzeker de indruk oproept die de Boodschap wil maken. Het zou met talloze voorbeelden geadstrueerd kunnen worden. Om er één te noemen: wie ooit de muzikale zeggingskracht van de Actus Tragicus (Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit) heeft gehoord, zal beseffen dat geen mensenwoord kan wedijveren om zó de aangrijpende ernst van het sterven en de diepe vrede van de Gódsgemeenschap weer te geven. Ook de passionen vormden een bestanddeel van de eredienst. De dragende grond ervan wordt gevormd door de letterlijke Evangelietekst, die Bach met rode inkt in de partituur heeft ingeschreven. Op de middag van de Goede Vrijdag werd telkenjare een passie uitgevoerd - afwisselend de Mattheüs- of de Johannes-passie - , de eerste helft voor de preek, de tweede helft erna. Het was niets anders dan eerbiedige, geconcentreerde verkondiging van het lijdensevangelie in gezongen vorm. En zoals de predikant in zijn prediking niet maar louter voorleest wat er staat, maar ook in dialoog is met zijn gemeente en haar reactie oproept, verwoordt en beantwoordt, zo deed ook Bach in zijn passies. De gang van het Evangelieverhaal werd daarom telkens onderbroken door aria's en koralen. 'De gemeente antwoordt met het koraal, dat door het koor wordt waargenomen, want ook in Bach's dagen zong de gemeente de koralen in de passies niet mee. De enkeling mag eigen gewaarwordingen en gevoelens mee beleven die door de solisten in de aria's worden vertolkt' (H. van de Linde). Zo trekt men als gemeente en enkele gelo­vige langs al de plaatsen van Christus' lijdensweg, 'om zich de vraag te stellen wat dat gebeuren ons wil zeggen, als boodschap van de vergeving der zonden, samen met het appèl tot levensvernieuwing en met de belofte van eeuwig leven' (idem). Wat hiervan in onze tijd ook geworden is, zó was Bach's oorspronkelijke bedoeling: viering van het grondeloos geheim van Christus' stervensgang, Gode tot eer en ons ter zaligheid.

Verltondiging

Eén zaak stond Bach doorlopend voor ogen bij de voorbereiding en uitvoering van zijn cantates: de centrale gedachten van de pre­diking tot uitdrukking te brengen. Net als de prediking willen de cantates de gemeente zeer persoonlijk toespreken, d.w.z. tot bekering en geloof oproepen en in dat geloof sterken en bevestigen. Hoezeer Bach ook gebruik maakte van de liederen uit de schat der kerk en van eigentijdse liederendichters, de wortelgrond van heel Bach's cantatewerk is niets anders dan de Heihge Schrift. En we zeggen wel niet te veel als we beweren, dat slechts diegene tot zijn cantates door kan dringen, die in de Schrift is gedrenkt. Anders ontgaat de hoorder de diepe zin van deze muzikale scheppingen. Ze zijn stuk voor stuk miniatuurtjes die de boodschap van de Bijbel in toontaal voor ogen schilderen. Zo zorgvuldig mogelijk koos hij dan ook zijn liederen en gedichten uit. Het lijdt bijna geen twijfel, of hij heeft een deel van zijn cantate-teksten zelf gedicht. En waar hij materiaal van anderen in dienst nam, bracht hij er vrijmoedig correcties in aan, om theologisch verantwoord te zijn; al zouden wij wel wensen dat hij hier en daar nog kritischer te werk was gegaan en ook poëtisch wat hogere maatstaven had gehanteerd! De grootste precisie en subtiliteit evenwel legde Bach aan de dag wanneer het ging om de toonzetting van Bijbelwoorden zelf. In de uiterst rijk gevarieerde scala compositorische wendingen valt af te lezen (en te horen) hoe nauwgezet Bach bezig is geweest om Gods Woord tot in de kleinste bijzonderheden te verstaan en door te geven. Eén van de krachtigste bewijzen van zijn diep doorleefde en toegewijde omgang met het Woord!

Schilder en architect

Bach was musicus en prediker. Maar hij was in deze hoedanigheid ook schilder, één die schilderde met muziek. Van der Linde geeft een paar voorbeelden van deze muzikale schildering uit de Mattheüs Passion. 'Het geluid van de weggesmeten geldstukken van Judas, en dat van de geseling. Het scheuren van het voorhangsel in de tempel en het scheuren van de steenrotsen...' Bach's muziek ligt bezaaid met muzikale symbolen en motieven: symbolische wendingen voor de zondeval, de Wet, het heil, de vleeswording, de opstanding, het eeuwige leven; voor smart, schrik, boete, vrede en vreugde. Wie het ontroerende orgelkoraal 'O Mensch bewein dein Sünde grosz' kent, die herinnert zich de neergaande gebroken halve tonen in de slotregel: symbool van de gebrokenheid door de zonde die slechts door Christus was te helen. Wie heeft ooit de smetteloze gaafheid van het Offerlam zo in woorden kunnen vertolken, als dat Bach het deed in zijn toonzetting van: 'O Lam Gottes unschuldig? '

Een heel apart aspect in dit kader is Bach's getallen-symboliek. Hij was hierin weliswaar niet oorspronkelijk, maar wel een meester. Het hoogst belangwekkende verschijnsel om aan bepaalde getallen een symbolische waarde toe te kennen is zo oud als de oudste ons bekende culturen: Egypte, Babel, maar ook... Israël.

De Bijbel, Joodse bronnen en de literatuur van de kerkvaders confronteren er ons bij de voortduur mee. Wie Kohlbrugge's 'De Tabernakel en zijn gereedschappen' kent, weet dat ook hij er van op de hoogte is geweest en het dienstbaar maakte aan zijn prediking. Ditzelfde geldt bij uitnemendheid van Bach. Drie voorbeelden wil ik noemen, waarop ook Van der Linde wijst. De Mattheüs Passion bevat 27 bijbelgedeelten, dat is 3x3x3! Zowel het Weihnachtsoratorium als de Johannes Passion tellen 17 bijbelgedeelten, dat is 10 ('t getal voor de Wet) en 7 (het getal voor het Evangelie). En als Bach vlak voor zijn sterven de ongekend schone en diepzinnige koraalbewerking over 'Vor deinem Thron tret ich hiermit' dicteert (hij kon zelf de pen niet meer hanteren), bevat de eerste regel 14 maten, hetgeen als getal de naam Bach oplevert. De overige regels geven 27 maten, dat is 3x3x3, symbool van de geloofsbelijdenis, en de Drieëenheid. Het hele koraal telt 41 maten, en dat geeft de naam J. S. Bach. Zo is het de bij zijn naam geroepen J. S. Bach die de drieënige God belijdt alvorens hij voor Gods troon zal treden! Bach was niet alleen schilder, maar ook architect, bouwer! En men doet er niet wijs aan deze facetten als toevallig te beschouwen. Daarvoor zijn ze te veelvuldig en te veelzeggend. Alles, woord, toon, getal en architectuur was voor Bach uitdrukkingswijze van de lof aan zijn God. Het unieke, in ieder geval het markante hierbij is alleen dat deze subtiele vormgeving bij Bach nooit gekunsteld is; ze zijn veeleer in volmaakte harmonie met de inhoud. Men krijgt uit deze volstrekt 'natuurlijke' wijze waarop hij zijn architectuur aanbrengt zowaar de indruk, dat deze zozeer vlees en bloed voor hem geworden was, dat het hem bijna onbedoeld uit de geest vloeide. Het behoorde tot zijn charismatische kunstzinnigheid. Het was een geïntegreerde component van zijn inspiratie. 'Het allerwezenlijkste van Bach's muziek, de eenheid van beeld, muzikale vormgeving en uitwerking, blijft buiten de verstandelijke verklaring. Bach's muziek is, als het leven zelf, in laatste instantie een mysterie', zegt Hans Brandts Buys ergens. Muziek die in woorden niet is uit te drukken.

Koraal

Naast de Bijbel was niet alleen de confessie Bach's levenselement, maar ook de rijke schat aan koralen die de Lutherse kerk bezat. Bach had een gezangboek uit Leipzig met 5000 liederen in acht banden! 'Het Lutherse kerklied is één van de hoofdpijlers van Bach's kerkelijke werk, en deels ook van zijn orgelwerken.... Juist als koraalbewerker is hij eigenlijk weergaloos in de geschiedenis' (P. van Amstel). Bach leefde zich zo in de koralen in dat hij in zijn orgelbewerkingen en harmonisaties ervan al zijn kunnen in dienst stelde van hun inhoud. Het meesterlijke Orgelbüchlein is daar een sprekend voorbeeld van. Schweitzer heeft het 'het woordenboek van Bach's toontaal' en 'het palet van zijn kleurenrijkdom' genoemd. Deze voorspelen preluderen maar niet op de melodie, maar op de inhoud van de liederen. Bach laat de tonen spreken! Zelden heeft Bach zijn bijbelse geloof zo diep geestelijk en innig op toon gezet als in deze verzameling van 45 voorspelen. Kent u de smart en verwondering van 'Herzlich tut mich verlangen' of de onstuitbare vreugde van 'In Dir ist Freude'? Een organist kan de gemeente nauwelijks grotere dienst bewijzen dan de eredienst door deze minia­tuur-preken te omranken. Ook hier is Bach een bode van inkeer en wederkeer, van geloof en liefde, een voorbode van de Dag waarop wij hopen.

Levenseind

Een heel ontroerende en overtuigende aanwijzing voor Bach's vroomheid en geloofsleven ontvangt men uit het verslag van zijn levenseind. Mei 1749 werd hij door een beroerte getroffen. Zijn gezichtsvermogen, dat al langere tijd niet optimaal was, liet hem nu nagenoeg geheel in de steek. Begin 1750 werden nog twee oogoperaties verricht, maar tevergeefs. Bach werd volslagen blind en raakte uiterst verzwakt. Toch ging hij. door met componeren, waarbij hij dan zijn schoonzoon Altnikel dicteerde. Zijn levenskrachten weken, zijn ogen waren blind. Maar met de geest zag hij genadig helder, diep en ver. Zo heeft hij het sluitstuk van zijn leven mogen scheppen, die laatste dagen. Het was een orgelbewerking van 'Wenn wit in höchsten Nöthen sind' (met die heerlijke melodie waarop wij ps. 140 en de Tien Geboden zingen!). Maar nu liet hij in deze 'hoogste nood', opmerkelijk genoeg, de titel veranderen in 'Vor deinen Thron tret ich hiermit' (Hiermee treed ik voor Uwe troon), dat op dezelfde melodie gezongen werd. Men voelt aan: zo krijgt deze koraalbewerking a.h.w. een dubbele laag: die van gebed in hoogste nood, maar daarenboven die van overgave en toeberei­ding. Het gebed is hier verstild tot aanbidding. 'Het slot van dit koraal symboliseert overtuigend de vrede van Christus' (Adr. C. Schuurman). En zo maakt Bach zich op om tot Gods troon te treden. Weinige dagen daarna maakte hij de intocht naar het Vaderhuis waar hij zo veelvuldig en verlangend van gezongen had, zoals in cantate 161: 'Komm, dusüszeTodesstunde'. 'Zacht en zalig is hij verscheiden, op grond van de verdienste van zijn Verlosser'. De Verlosser was zijn grond in leven en sterven, zijn diepste bron en zijn hoogste bestemming. Het is waar. Bach is zonder Luther en de Lutherse eredienst niet te denken. Maar oneindig meer nog geldt: Bach en zijn muzikale scheppingen zijn buiten zijn Verlosser niet te denken. Wie Jezus voor hem was, men hoort het aan ettelijke titels van zijn cantates: Herr Jesu Christ, du Höchstes Gut (113), Allein zu dir, Herr Jesu Christ (33), Christus, der ist mein Leben (95), O Jesu Christ, mein's Lebens Licht (118), Liebster Immanuel, Herzog der Frommen (123), Mein liebster Jesu (154), Himmelskönig, sei Willkommen (182), Süszer Trost, mein Jesus kommt (151), Nach dir, Herr, verlanget mich (150), Liebster Jesu, mein Verlangen (32). Voor Bach, die muzikaal gesproken begin en einde is te achten, was er maar Eén het Begin en het Einde: Jezus, zijn leven, zijn verlangen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bach, een bode van boete  en geborgenheid (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's