Overleg grote steden vanuit hervormd-gereformeerde kring
Nota over het functioneren van de stadsgemeente; opgesteld als neerslag van een overleg tussen ambtsdragers uit hervormd-gereformeerde kring, werkzaam in de vier grote steden Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht; het overleg vond plaats eind 1984 en begin 1985.
Ongeveer een jaar geleden belegde het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in Nijkerk een vergadering voor kerkeraden van hervormd gereformeerde wijkgemeenten in de grote en middelgrote steden. Samenvattingen van de referaten van dr. S. Meyers over de secularisatie en van ds. C. van de Bergh over het met elkaar omgaan van de modaliteiten werden in ons blad opgenomen. Op genoemde vergadering werd het initiatief genomen om te komen tot een Overleg Grote Steden, waaraan vertegenwoordigers uit de verschillende grote steden zouden deelnemen. Ds. L. Wüllschleger (Den Haag) was bereid om één en ander te organiseren en te coördineren. Het Overleg heeft diverse malen vergaderd en heeft nu een nota opgesteld, die de lezers bijgaand aantreffen.
Enige tijd geleden werd ter synode een nota behandeld van het Beraad Grote Steden. Daarop wordt in dit stuk ook gereageerd. Op 14 september a.s. zal er weer een bijeenkomst worden gehouden, ditmaal in Utrecht. Hopelijk mag één en ander bijdragen tot een bredere bezinning op de vragen waarvoor de kerk in de grote stad vandaag staat.
Red.
1. Inleiding
Op 8 september 1984 werd door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een bezinningsdag gehouden, georganiseerd voor ambtsdragers in de grote en middelgrote steden. Een groep ambtsdragers nam toen het initiatief zich nader te beraden over de positie van de hervormd-gereformeerden in de steden. Uitgangspunt van gesprek was daarbij de voor de hervormde synode opgestelde 'Nota inzake de grote steden'.
Het resultaat van de rond dit thema gevoerde gesprekken vindt u in de hierna volgende notities.
Hoewel het vertrekpunt voor de gesprekken lag bij de positie van de hervormd-gereformeerden in de steden, bleek al spoedig dat deze omschrijving te beperkt was. Van het begin af is er in het overleg een zoeken geweest naar visie op het functioneren van de stadsgemeente als geheel. Daarbij is enerzijds getracht elementaire theologische factoren te verdisconteren en anderzijds de practische situatie niet uit de weg te gaan. Onze notities willen gelezen worden als een reactie vanuit hervormd-gereformeerde kring op de nota, hiervoor genoemd; een reactie, die zich niet beperkt tot de eigen situatie, maar die ook de stadsgemeente in haar volle breedte bedoelt. Onze notities hebben niet de pretentie een totaal-visie te geven voor het functioneren van de stadsgemeente. Wel willen wij een bijdrage leveren tot de discussie over het door de stadsgemeente te voeren beleid. Binnen dat kader bieden wij deze notities aan aan de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk en het door de synode ingestelde 'Beraad Grote Steden'.
2. De nota voor iiet Beraad Grote Steden
a. Waardering
Wij hebben er grote waardering voor, dat door de synode expliciet aandacht wordt besteed aan het leven van de gemeente in de stad en dat deze aandacht heeft geleid tot de instelhng van het Beraad Grote Steden. De stadsgemeente wordt geconfronteerd met een aantal verschijnselen, die uiteindelijk de hele kerk kunnen gaan raken. Wij denken aan maatschappelijke ontwikkelingen, verschuivingen op het terrein van de ethiek, factoren vanuit het moderne levensgevoel, sterke ontkerkelijking, etc. Hoe al deze verschijnselen ook getaxeerd worden, de stadsgemeente krijgt er mee te maken in uiterst geprononceerde vorm en heeft daarin een signaal-functie voor de hele kerk. Wij achten het van eminent belang, dat binnen de stadsgemeenten zelf gezorgd wordt voor een gebundeld beleid vanuit de centrale kerkelijke organen. Het inspelen op deze kwesties vinden wij een grote verdienste van de nota voor het Beraad Grote Steden.
b. Bedenkingen
Eén van de hoofdlijnen in de nota voor het Beraad Grote Steden is het signaleren van een tendens in de richting van mentale gemeente-vormen; zulks in onderscheid van, wellicht ook in tegenstelling tot de geografische structuur, die in de kerkorde centraal staat. Ongetwijfeld is deze tendens in de steden (en niet alleen daar) aanwezig, vooral rond die vormen van gemeente-zijn, die sterk gekleurd zijn (ten aanzien van modaliteit, liturgische vormgeving, maatschappelijke keuze, etc).
Wij erkennen dat van mentale gemeentevormen een positieve werking kan uitgaan in bepaalde (nood-)situaties; ze kunnen ook een bewarende en stimulerende functie hebben. De nota voor de grote steden signaleert deze tendens echter niet alleen, maar voert ook een duidelijk pleidooi voor de vorming van mentale gemeenten. Hier Hggen voor ons grote vragen. De argumenten van de nota zijn in sterke mate ontleend aan de praktijk, die inderdaad neigt naar mentale gemeente-vormen. Wij vragen ons af, of in de nota voldoende tot uitdrukking komt dat de praktijk diep beïnvloed is door de maatschappelijke verschijnselen, die zich enerzijds uiten in een ik-gerichtheid en een individualisering en anderzijds in groepsdenken.
Het lijkt ons uiterst riskant om juist aan deze praktijk tegemoet te komen bij het opzetten van andere gemeente-patronen. Wij zien hier het gevaar opdoemen van een 'hotelkerk' in veel sterkere mate dan dat tot nu toe reeds het geval is. Juist vanuit hervormd-gereformeerde kring willen wij waarschuwen voor een modaliteitsverenging, die niet functioneel kan zijn voor de toekomst van de kerk.
Er is nog een ander gevaar, waarvoor wij bijzonder beducht zijn, te weten, dat onzes inziens de mentale gemeente-vormen zich vooral richten op die gemeenteleden, die bewust een keuze maken voor een bepaalde manier van gemeente-zijn. Hoe meer de kerk zich echter concentreert op degenen, die actief kiezen, des te meer zullen de rand-en buitenkerkelijken uit het gezichtsveld verdwijnen. Een te sterke nadruk op de mentale gemeente ondergraaft de apostolaire taak van de kerk.
3. Pleidooi voor wijkgemeente-structuur
In plaats van de tendens in de nota voor het Beraad Grote Steden zouden wij graag willen pleiten voor het vasthouden aan de wijkgemeente-structuur, juist ook in de grote stad. Er is niet alleen een historisch gegroeid recht voor deze geografische structuur vanuit de (eventueel situatie-gebonden volkskerkgedachte), maar er zijn ook argumenten die dieper gaan en van meer doorslaggevende betekenis zijn. Met name is het een bijbels-theologische hoofdlijn, menen wij, dat de gemeente niet gevormd wordt door een groep gelijkgezinden, die ervoor gekozen hebben om met elkaar op te trekken vanuit uniforme inzichten, maar dat de gemeente wordt vergaderd rond Jezus Christus Zelf vanuit een grote verscheidenheid van mensen. De gemeente is in deze verscheidenheid geroepen tot 'koinonia'. Daarnaast zien wij een apostolaire lijn: de restanten van de volkskerk zijn in de geografische wijkgemeente nog volop aanwezig en bieden een unieke kans tot apostolair bezig-zijn. Een intensieve bewerking geeft hier niet te onderschatten mogelijkheden om rand-en buitenkerkelijken te bereiken met het Evangelie. Pastoraal gezien beseffen we dat het werk in de wijkgemeenten hoge eisen stelt aan vrijwilligers en vrijgestelden. Teleurstellende ervaringen hebben soms ook meegewerkt aan een snelle afbraak van het functioneren van apostolair en pastoraal werk. Niettemin achten wij het pastoraat in de wijkgemeente zowel boeiend als onmisbaar. Het behoedt voor al te eenzijdige visie's en dwingt tot toetsing van eigen uitgangspunten.
Deze overwegingen brengen ons tot dit pleidooi voor het handhaven en stimuleren van de geografische basis-structuur van de stadsgemeente.
4. Praktische toespitsing
a. Principieel dient de geografische ordening van de (wijk-)gemeente het uitgangspunt te zijn. Vanuit de praktijk zal dan de meer mentaal gerichte gemeentevorm daarin ingepast kunnen worden. De twee aspecten 'geografisch' en 'mentaal' dienen steeds onderkend te worden én moeten op elkaar betrokken blijven.
b. Binnen de centrale gemeente dient ruimte gecreëerd te worden voor een mentale inkleuring van het wijk werk. Uit de praktijk zal dan blijken dat men veelal reeds toegegroeid is naar een dergelijke opzet van het gemeentewerk. Er zijn vele voorbeelden van het functioneren van een dergelijke vorm, waarbij het duidelijk is dat, indien de mentale inkleuring niet plaatsgevonden zou hebben, de kerk reeds gesloten zou zijn geweest.
c. Voorwaarde bij een mentale inkleuring van het wijkwerk is, dat het mentale deel van de gemeente zich ook kan inzetten voor de geografische bearbeiding van de gemeente: pastoraal, apostolair en diakonaal.
d. Het verdient aanbeveling dat er meer (organisatorische) ruimte wordt geschapen voor de hier geschetste opzet. Deze ruimte zal onzes inziens eerder gezocht moeten worden in de sfeer van dispensaties en generale regelingen dan in die van kerkorde-wijzigingen, teneinde te voorkomen dat langzamerhand toch een andere kerkstructuur de overhand krijgt.
e. Vorming en toerusting van ambtsdragers en andere vrijwilligers, die bij het werk in de wijkgemeente betrokken worden, dienen beide hoge prioriteit te hebben. Dit facet dient door de centrale kerkeraad onderkend te worden.
f. Er zijn naast de bestaande ambtelijke structuren ook andere mogelijkheden voor de inzet van vrijwilligers en vrijgestelden. Hier valt te denken aan bijv. evangelisten en afgestudeerden van bijbelscholen.
g. Onderzocht dient te worden in hoeverre nader te ontleden factoren binnen kerk en gemeente zelf hebben geleid tot het wegvallen van kader om de wijkgemeente te bewerken.
5. Afsluiting
Graag wensen we allen, die betrokken zijn bij het Beraad Grote Steden, de leiding van de Heilige Geest toe bij overleg en besluitvorming. De prediking dat Jezus de Christus is, heeft ook vandaag de kracht, die naar onze diepste overtuiging heilzaam is voor kerk en wereld. Vanuit die bemoediging moge uw en ons werk tot zegen zijn voor velen.
's Gravenzande, 2 mei 1985.
Namens het Overleg Grote Steden,
L. Wüllschleger, voorzitter,
J. Voskamp, secretaris
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's