Globaal bekeken
Zomaar ergens gelezen:
'Hoezeer via humor 'n tragiek tot uiting komt blijkt uit 'n verhaal uit de bezettingstijd: in 'n volgeladen treincoupé bleek uit aanvankelijk voorzichtige gesprekken dat men elkaar kon vertrouwen. De scheldpartijen op de bezetter en een opsomming van de wantoestanden waren het gevolg. Een Jood met ster op hield zich wijselijk buiten de gesprekken en las een krant. Opeens viel een stilte zoals dat bij dergelijke emotionele uitbarstingen wel meer het geval is. De Jood keek niet op van zijn krant maar mompelde duidelijk verstaanbaar voorzich uit: "En wie hebben de schuld?" Dodelijke stilte... en toen de Jood weer: "De Joden en de fietsers". "De fietsers?", klonk het in koor, "waarom de fietsers?". De Jood keek niet op uit zijn krant en mompelde: "Ja, waarom de Joden?"'
***
Bekend is de uitdrukking 'een ronde wereld kan een driehoekig hart niet vervullen'. In het blad Woordwerk, christelijk literair tijdschrift, uitgaande van de vereniging van protestants-christelijke auteurs 'Schrijvenderwijs' stond onder de titel 'een cirkel in een driehoek ' een artikel van prof. dr. L. Strengholt, waarin hij weergeeft wat daarover in de literatuur te vinden is. Hier volgt de kern van dit artikel.
'"Een ronde wereld kan een driehoekig hart niet vervullen. " — Deze uitdrukking hoorde ik als jongen nu en dan in de preek van een voorganger, die men als een bevindelijke dominee zou kunnen kenschetsen. Ofschoon ik op de middelbare school geen blijk gaf van bijzondere wiskundige aanleg, trof mij toch altijd weer de evidentie van de mathematische beeldspraak. Een cirkel, binnen de zijden van een driehoek getrokken, laat de hoeken vrij. Het hoeft geen verbazing te wekken, dat Van de Ketterij de opmerkelijke zegswijze vermeldt in De weg in woorden.
De diepere bedoeling van de spreuk ontging mij, hoe jong ik ook was, geenszins. Wie zo ongeveeer van de wieg af de boodschap van het Evangelie in de oren heeft, raakt als kind al doordrongen van het besef dat de vrede waar het hart naar hunkert niet denkbaar is buiten God. Alle schatten van de wereld zijn niet in staat, de gevallen mens in zijn ballingschap buiten het paradijs een volmaakte en blijvende innerlijke rust te geven. "Ons hart vindt nergens rust, tenzij het rust vindt in U, o God." Ook dit woord, van Augustinus, waarin dezelfde grondgedachte is vastgelegd, liet in mijn jeugd niet na indruk op me te maken. En wie zou durven ontkennen, dat deze wijsheid van de grote kerkvader rechtstreeks uit de diepte van Gods wijsheid ontspringt?
Wie nu mocht menen, dat mijn bevindelijke predikant met zijn mathematische metafoor in een benauwd isolement leefde, gespeend van iedere vorm van cultuur, vergist zich wel deerlijk. Er loopt een lijn van die twintigste-eeuwse dominee terug naar de Europese beschavingstraditie van eeuwen her. Als kind had ik daar natuurlijk geen notie van. Maar nu ik mij vele jaren verdiep in de literaire overlevering van de renaissancecultuur, stuit ik telkens weer op diezelfde metafoor, die voor de goede verstaander zo kernachtig zegt wat ware armoede is en wat ware rijkdom.
De jonge Joost van den Vondel richt zich in de emblematabundel De gulden winckel van 1613 tot de hebzuchtigen van zijn tijd in deze bewoordingen:
Ay arme Gieriegaerts! wat zal iek zeggen dan?
De heele Weereld niet u herte vullen kan:
Dryekantigh is u hert, dies als ick met verkloecken
Een ronde daer in treek, daer blijven altijds hoecken
Noch leegh end' ydel staen: dus roep ick met beklagh
T'is eenen diepen put die niemand vullen magh.
(...) In dezelfde jaren waarin Vondel als emblemendichter te voorschijn kwam, trad ook Jacob Cats op met een werk in hetzelfde genre, de bundel Sinne-en Minne-beelden van 1618, die de eerste grondslag vormde van zijn ongehoorde populariteit. Met een zeldzame vindingrijkheid werkt de moralistische dichter de beelden uit die de prentjes te zien geven, en dat in drieërlei zin: een toepassing op de erotische liefde, bestemd voor de vrijers en vrijsters voor wie de bundel allereerst geschreven werd; vervolgens een maatschappelijke uitleg, gericht op mensen die midden in het leven staan; en een specifiek-godsdienstige verklaring, soms ook in algemeen-zedelijke trant, voor de ouderen.
Het zesenveertigste prentje nu van de Sinne-en Minne-beelden laat een krokodil zien, waarop de dood zit in de bekende gedaante van een geraamte. Men moet weten dat de erudiete Cats in de Historia naturalis van de klassieke schrijver Plinius gelezen had, dat het groeiproces van een krokodil niet slechts een periode in het leven van zo'n dier omvat, maar dat die groei doorgaat tot aan zijn dood. Het is aardig om te zien wat Cats daar allemaal uit weet te halen. De "ik" van het minnedichtje bij het prentje past de mededeling van de Latijnse schrijver toe op de liefde, die niet snel tot een hoogtepunt komt, maar hoe langer hoe laaiender brandt. De godsdienstig-zedelijke les van de altijd wassende krokodil houdt in, dat de mens die de deugd, het goede in ethische zin, is gaan beoefenen, daarin nooit mag stilstaan.
In de ''maatschappelijke'' uitleg brengt Cats het beeld te pas van het "kantige" hart, waarvan de hoeken nooit vol worden:
Noyt groot genoegh
Al is de Crocodil maer uyt een ey gekomen,
Hy wort een grousaem beest, waer van de menschen schromen.
Hy slokt gelyk een vraet en wast noch alle tijt.
Tot dat de bleecke doot hem op de leden rijdt.
Wie sucht van hoogerstaet, of gelt-begeerte quellen.
Die willen even staegh tot meerder hoogte swollen:
Al wat een mensch gelykt dat heeft een kantigh hert,
En siet! daer is een hoek die nimmer vol en wert.
(...) Ik vond er nergens een zo treffend voorbeeld van als bij de Engelse dichter Christopher Harvey. Een zeventiende-eeuwse emblematadichter, ook hij. Grader vele van minder expressieve kracht schreef hij de volgende pakkende versregels:
The whole round world is not enough to fill
The heart's three corners; but it craveth still.
Only the Trinity, that made it, can
Suffice the vast-triangled heart of man.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's