De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Richtsnoer en ontwikkelingen  in de gezondheidszorg (4)

Bekijk het origineel

Het Richtsnoer en ontwikkelingen in de gezondheidszorg (4)

10 minuten leestijd

De vergunning in het kader van de Wet Afbreking Zwangerschap

Het Richtsnoer heeft zich zoveel beziggehouden met de vragen rond deze zaak, dat ik aan dit onderwerp niet voorbij kan gaan als ik iets over de aktiviteiten van onze vereniging schrijf.

Vele ziekenhuizen hebben de vergunning aangevraagd. Wij vinden dat jammer en hebben er ook duidelijk tegen gestreden. Als je een vergunning in huis hebt dan heb je een keuze-aspekt in huis gehaald. Je spreekt daar mede uit dat het doden van een ongeboren kind in principe mogelijk is. Slechts het wanneer niet en wanneer wel moet nog worden ingevuld. In principe kan het allemaal. Dat vind ik het grote gevaar van het in huis hebben van zo'n ding.

Iedereen kan weten dat wij in een tijd leven dat allerlei bijbelse normen in onze hedendaagse maatschappij de neiging hebben als vanzelf te gaan glijden. Een tijd derhalve waarin christen bestuursleden meer dan ooit alert moeten zijn wanneer bijbelse normen in het geding zijn. De minister heeft het de ziekenhuisbesturen echter niet gemakkelijk gemaakt.

Eigenlijk moet gekonstateerd worden dat voor alle zwangerschapsafbrekingen een vergunning nodig is. Ook als de vrucht een levensbedreigende faktor voor de moeder vormt moet een vergunning aanwezig zijn om in zulke gevallen de zwangerschap af te breken, aldus de minister.

Men heeft kennelijk kost wat het kost willen verhinderen dat er twee soorten ziekenhuizen zouden ontstaan. We zijn hiermede in een zeer warrige toestand terecht gekomen. Het is namelijk onzinnig om te denken dat het zou kunnen bestaan dat een arts die zich verplicht heeft om zich in te zetten voor het redden van het leven van zijn patiënten, plotseling van die plicht zou kunnen zijn ontheven vanwege het feit dat er in het ziekenhuis geen vergunning aanwezig zou zijn.

Dat een medicus zonder dat hij een levensgevaarlijke situatie zou hebben trachten af te wenden, zijn of haar handen in een soort van vreemde onschuld zou kunnen wassen vanwege het feit dat er een vergunning zou ontbreken. Toch stelt de minister dat er ook voor zulk soort gevallen een vergunning noodzakelijk is. Hij voegt er wel aan toe dat hij verwacht dat een arts in zulk soort situaties echter wel vrij zal worden gesproken omdat hier immers van een overmachtsituatie sprake is. Verschillende ziekenhuisbestuurders hebben toen gemeend toch maar een vergunning aan te vragen. De voorstanders wrongen zich veelal in allerlei bochten om toch maar duidelijk te maken dat men de vergunning slechts in uiterste noodzaak zal willen gebruiken. Dat begrip 'uiterste noodzaak' blijkt echter uiterst rekbaar.

In een ziekenhuis in de buurt van Utrecht verwacht men één à tweemaal per jaar een zwangerschap af te breken. Een ziekenhuis in Amersfoort start metéén maar met twintig! zwangerschapsafbrekingen per jaar. Ook dat ziekenhuis waar bij de besluitvorming zelfs Christelijke Gereformeerde pre­ dikanten betrokken waren spreekt van in uiterst noodzakelijke gevallen. De bedoelde ziekenhuizen zijn ongeveer even groot. Er blijken dus nog al wat interpretatie verschillen te bestaan. Onze vereniging stelt zich op het standpunt dat wanneer er voor een echt levensbedreigende faktor moet worden ingegrepen er geen vergunning nodig is.

Prof. De Snoo, een in zijn tijd toonaangevende hoogleraar, in de gynaecologie zei eens dat hij in z'n lange leven als gynaecoloog slechts in twee gevallen zich heeft afgevraagd of hij hier wellicht de zwangerschap zou moeten afbreken. Tegenwoordig zijn er echter meer mogelijkheden als vroeger. Overigens kan worden gezegd dat wij in dat standpunt niet alleen staan. Vele medici hebben hun bestuur dringend gevraagd de vergunningaanvrage achterwege te laten. Ook vele juristen stellen zich op dit standpunt. Ik ken gynaecologen die een behoudend beleid wensen te voeren, maar toch een vergunning aanvragen. Andere gynaecologen stellen dat zij zich goed kunnen voorstellen dat er collega's zijn die het veiliger vinden als er een vergunning is, dan kun je immers zelf altijd nog bepalen wat of je zult doen in voorkomende gevallen. Zij zullen echter de aanvrage willen tegenhouden.

Als er een vergunning is dan wordt er een beroep op gedaan. Als je mogelijkheden schept dan schep je ook de vraag naar de mogelijkheden. Als er geen vergunning is dan kun je ook nooit gedwongen worden om met een abortuskliniek te moeten samenwerken. Als de vergunning er niet is dan kan er in de omgeving ook niet met de start van een abortuskliniek worden begonnen. Met de vergunning beginnen de problemen pas. Het probleem is ook dat je in beginsel altijd een hele vergunning aanvraagt, geen halve, ook geen kwart. Dat blijkt b.v. uit een schrijven dat de ziekenhuizen enige weken geleden ontvingen van het Humanistisch Verbond. Men had aan het Ministerie van WVC een lijst gevraagd van die ziekenhuizen die een vergunning hadden aangevraagd. Aangezien het Ministerie deze gegevens niet wilde verstrekken heeft men de ziekenhuizen met deze vraag benaderd. Men was slechts geïnteresseerd of men een vergunning had. Naar de voorwaarden welke men daarbij had gesteld werd niet geïnformeerd.

Ook de voorstanders vinden kennelijk dat een vergunning een hele vergunning is. In het blad wat het Humanistisch Verbond uitgeeft werd in het maart-nummer een lijst gepubliceerd van ziekenhuizen die zonder restricties een vergunning hadden aangevraagd. Ik heb overigens de indruk dat deze lijst ook onjuiste informatie bevat. Het gaat echter om aan te tonen hoe het Humanistisch Verbond dergelijke zaken benadert. Op zich behoeft ons natuurlijk zo iets niet te verbazen.

Maar als er nu geen vergunning in huis is en er doet zich een levensbedreigende aangelegenheid voor. Wat doet men dan in zo'n ziekenhuis? De vrouw kan ook niet meer naar een ziekenhuis gaan waar men wel een vergunning heeft. Deze vraag wordt nogal eens, zelfs in verschillende toonaarden, gesteld. Soms vermeldt men er dan bij: 'Is dat nu christelijk als je zo'n vrouw naar een ander ziekenhuis stuurt?' Toch is deze vraag helemaal niet zo moeilijk te beantwoorden. Dat levensgevaar moet worden afgewend. Het leven van die vrouw moet worden gered. Een arts zou strafbaar zijn als hij of zij die vrouw liet sterven. Dus... die arts grijpt in, de zwangerschap wordt noodgedwongen afgebroken. Overigens komen zulk soort gevallen zo weinig voor dat het eigenlijk een versluierend element in de discussie moet worden genoemd. Ze zijn zo zeldzaam dat ze eigenlijk slechts kunnen worden verwacht in de universiteitsziekenhuizen en ook dan nog zeldzaam.

Verder vallen er rond deze zaak nog wel, wat merkwaardige ontwikkelingen mee te bespeuren. Ik ken ziekenhuizen waar het bestuur geen vergunning aanvroeg, maar de gynaecologen dat wel graag hadden gezien. Het komt echter ook voor dat in een ziekenhuis het bestuur wèl een vergunning aanvraagt en alle gynaecologen daar duidelijk op tegen zijn. Ik denk dat er in een dergelijke instelling ondanks het feit dat die vergunning er is, niet zal worden geaborteerd. Als die gynaecologen echter eens zullen vertrekken kan er natuurlijk erg gemakkelijk een andere situatie ontstaan. Het is derhalve allemaal niet zo eenvoudig en doorzichtig. Het feit dat te verwachten valt dat in de gewone ziekenhuizen straks het aborteren geheel buiten de kliniek (het ziekenhuisbed) zal gaan gebeuren en poliklinisch zal gaan geschieden doet aan de discussie op zich natuurlijk niets af.

Toch zullen er mensen zijn die zeggen: ben je nu klaar als je voor zo'n opstelling kiest. Zijn er echt geen schrijnende moeilijke gevallen? Wat denkt u van incest, van zwangerschappen door aanrandingen (hoewel dat ook uiterst zeldzaam is). Natuurlijk zijn er schrijnende gevallen. Het is ook niet zo gemakkelijk op elke laatste vraag een laatste antwoord te geven. Aborteren lost echter de problematiek niet op. Er zijn organisaties. Ik denk dan b.v. aan de uit onze eigen kring opgerichte organisaties als 'De Schuilplaats'. Op elk station van de N.S. kom je de grote aankondigingen tegen van de V.B.O.K. Zij willen niets liever dan én moeder én kind helpen. Overigens moet worden gesteld dat het om die 'schrijnende gevallen' in wezen helemaal niet gaat. Zij maken slechts een uiterst klein percentage van het geheel uit.

De grootste groep valt onder de zgn. sociale indicaties. Daarom stellen wij als vereniging dat het aanvragen van een vergunning behoort te worden nagelaten. Een ziekenhuis moet zich vanuit zijn doelstelling bezig houden met drie zaken. Zij moet de gezondheid bevorderen, het lijden verzachten en het leven beschermen. In deze doelstelling past geen abortus provocatus op niet strikt vitale indicatie en ook geen euthanasie waaronder wij dan kortheidshalve het doden op verzoek wensen te verstaan. Al deze ontwikkelingen brengen echter een splijtzwam in de gezondheidszorg. We funktioneren niet meer vanuit één basis. Normen, welke eeuwenlang de gang van zaken in de gezondheidszorg hebben bepaald, worden nu verlaten. De betekenis zal blijken niet gering te zijn.

Opleiding tot verpleegkundigen

Ik wil ook nog even van de gelegenheid gebruik maken u op iets anders te wijzen. Nog niet zo lang geleden hoorde ik dat een schooldekaan zijn leerlingen zou hebben geadviseerd maar niet de verpleging in te gaan, met die abortustoestanden lag het allemaal zo moeilijk. Men kon er zich maar beter van distanciëren. Ik vind dat een uiterst kwalijke zaak. Wij hebben de opdracht om ons met werken der barmhartigheid bezig te houden. Daar valt zeker ook het werk van een verpleegkundige onder.

Het is bij de verpleging en verzorging van zieken zo belangrijk dat dit alles zich niet beperkt tot het geven van een wasbeurt, een tablet of een injectie. Hoe belangrijk deze zaken op zich ook zullen zijn. Er wordt ook in 1985 door vele jonge en oudere verpleegkundigen met patiënten gebeden en uit de Bijbel gelezen. Naar mijn mening gebeurt dat meer dan enkele jaren geleden. Het zijn ook vaak de jongeren die hier de ouderen een voorbeeld blijken te zijn. Overigens hebben we ook zulke artsen. Als onze jonge mensen zich echter van de gezondheidszorg gaan distanciëren, wie nemen die taak dan over? Het is noodzakelijk dat men in de ziekenhuizen en in andere instellingen van gezondheidszorg wordt gewezen op de grote Heelmeester.

Het kan uiteraard der zaak belangrijk zijn dat men de keuze van het opleidingsinstituut zorgvuldig maakt. Er komt weer meer vraag naar leerlingverpleegkundigen, er kan derhalve ook weer wat meer keus worden gemaakt. Daarbij kan nog worden gezegd dat onze jonge mensen niet meer alleen op de opleidingen in de instellingen zijn aangewezen. Er is, en daar mogen we uiterst dankbaar voor zijn, nu ook een mogelijkheid om in onze kring een dagopleiding te volgen. Ik doel hierbij op de Hogere Beroepsopleiding tot Verpleegkundige via de Geref. Scholengemeenschap 'De Vijverberg' te Ede.

Een ieder die zich onder de zgn. Gereformeerde Gezindte wenst te scharen en dagonderwijs wil volgen om verpleegkundige te worden moet zich daar in laten schrijven. Tot slot nog dit: We moeten ons goed realiseren dat er in deze tijd van ons het een en ander wordt gevraagd. Gezondheidszorgwerkers worden met problemen gekonfronteerd, dat is waar.

Waar is dat overigens niet het geval? In het verleden zijn het met name de jonge mensen uit onze kring geweest die zich in hebben willen zetten voor de zorg om de zieke medemens. Die zieke medemensen zijn er nog steeds. Die opdracht ook!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het Richtsnoer en ontwikkelingen  in de gezondheidszorg (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's