Een blik achterwaarts en opwaarts (2)
Ondankbaar? Moet dit het laatste woord zijn bij deze terugblik op deze 60 jaar?
Ondankbaar?
Moet dit het laatste woord zijn bij deze terugblik op deze 60 jaar? Is er alleen plaats voor zelfbeschuldiging, al is die nog zo terecht, ja al is onder Gods alles-doorzoekende ogen de schuld nog veel groter dan dat jezelf beseffen kunt? Heb je dan niets om dankbaar voor te zijn?
Inderdaad ja! Zelfs zoveel, dat ik niet graag op een andere plaats in dit leven terecht gekomen zou zijn dan in dit 'treffelijke ambt' (1 Thimotheüs 3 vers 1). Er was bijna geen kant van het werk, dat mij opgedragen werd, die ik met tegenzin heb moeten uitvoeren. Vandaar dat ik deze arbeid in mijn eerste emeritaatsjaar (Harderwijk) zo slecht kon missen, dat ik die weer, zij het op bescheidener voet, heb gezocht en in Hilversum heb mogen vinden. Dankbaar mag ik zijn, dat die vele jaren arbeid 'niet ijdel geweest zijn in den Heere' (IKorinthe 15 vers 58). Bij dit laatste jubileum (het zal ook wel het allerlaatste geweest zijn), bleek dit zowel mondeling als schriftelijk. Dankbaar mag ik zijn, dat ik vele jaren de gezondheid en de kracht kreeg om het soms zeer vele werk (Flakkee) te verrichten. En ook, toen het met mijn gezondheid een paar maal er kritiek kwam voor te staan, heeft God de Heere mij een- en andermaal bijgestaan en genezen. Toch blijft de aanklacht, dat ik in minder drukke jaren nogal wat tijd 'verspeeld' heb (letterlijk en figuurlijk).
En dan - het gaat niet om de kwantiteit alleen, maar ook om de kwaliteit. En dan beide naar de maatstaf van het heiligdom. Het gaat om datgene wat de grote Werkgever naar recht te eisen had, niet alleen vanwege Zijn Wet, maar juist terwille van de kostbaarheid van Zijn heilig Evangelie en het daarin vervatte heil, en daarmee om datgene, wat die arme schapen nodig hadden voor tijd en eeuwigheid. Dat vuur had altijd helder brandend moeten zijn. Neen, ik bedoel niet de rossige gloed van een soort hartstochtelijke gedrevenheid, die vaak niet zo zuiver is. Maar meer in de geest van de laatste regel van een gedicht van mevrouw R. Neven-Oskam, welke mij bijzonder aansprak. Het gedicht heet 'Gods snarenspel' en eindigt: 'en stem mij zuiver, altijd zuiver. Heer!'
Zelfs je beste ambtelijke werken waren nog met zonde bezoedeld en besmet o.a. door al ons klein-menselijke. Daarom mogen we van de terugblik overgaan tot een blik omhoog, naar de grote Herder der schapen, bij Wie ook de ambtsdragers met hun schuld moeten en mogen terechtkomen.
De grote Herder
Over Hem spreekt ditzelfde bevestigingshoofdstuk Hebreen 13. Op een onnavolgbaar compacte (kort samenvattende) manier wordt aan het eind in de verzen 20 en 21 over Hem gesproken. Ik schrijf ze even voor u uit: De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed van het eeuwige testament uit de doden heeft wedergebracht, nl. onze Heere Jezus Christus; Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen, werkende in u hetgeen voor Hem welbehaaglijk is door Jezus Christus; Wien zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. U zult zo'n vers misschien nog wel eens willen en moeten overlezen. Hier, wordt met weinig woorden enorm veel gezegd. Vooral in het begin.
Veelzeggend is dat 'De God des vredes'. We hebben gesproken over een heilige oorlog. Gods offensief is een vredesoffensief. Hij begint daarmee niet aan de buiten- maar aan de binnenkant. In de tweede wereldoorlog leerden we het gezegde: vrede is niet de afwezigheid van oorlog, maar de aanwezigheid van God. Zonder Hem blijft alle vrede een broos en breekbaar, kunstmatig en onwezenlijk geval, laat staan, dat daardoor iets zou worden gerealiseerd van die vrede, die alle verstand te boven gaat, die anders is dan de vrede, die de wereld geeft (Johannes 14 vers 27); en die voor het vuurpeloton niet bezwijkt.
Dat er gesproken wordt van 'het bloed van het eeuwige testament' is niet zo moeilijk als het lijkt. Heel de Bijbel gaat over een testament. Het Oude Testament als belofte. Het Nieuwe Testament als vervulling. Een testament wordt alleen van kracht, wanneer de testamentmaker sterft. Dat moest de bloedige kruisdood van Golgotha zijn. Dat is de liefdedood (èn liefdedaad) van die Herder, Die alles, alles heeft volbracht. De overste van deze wereld, de vorst der duisternis heeft het bij ons altijd gewonnen en ons tot ongeloof en ongehoorzaamheid gebracht. Maar hier verliest hij het tegenover deze innerlijk lichtende gestalte aan het kruis, die geen moment in conflict komt met de volmaakte wil Zijns Vaders in actief lijden en smartvolle, gehoorzame liefde.
Daardoor (en niet alleen daarna) staat Hij op en wordt opgewekt door Zijn Vader, Die op Pasen het 'volbracht!' van Goede Vrijdag bekrachtigt. Hier wordt de vrede met een kus van het recht gegroet (psalm 85 vers 4 O.B.). Hij heeft alles volmaakt volbracht en volmaakt ook alles wat er in de Zijnen te vernieuwen en te volmaken valt. Hem geldt alleen de doxologie (de lofverheffing) aan het einde van vers 21.
De Herder, Die Zijn leven zette voor Zijn vrienden (van nature zelfs 'vijanden', Romeinen 5 vers 7-10), zet onmiddellijk na Zijn opstanding Zijn herderlijk werk voort en vergadert Zijn verschrikte en verstrooide schapen. Dat is de grote Herder!
Hoofdsom van de prediking
Als predikant verricht je je werk al sprekende. 's Zondags en in de week, in het catechisatielokaal en aan het ziekbed, tot jongen en ouden, op vergaderingen, in allerlei fijne en moeilijke omstandigheden, op bruiloften en begrafenissen spreekt de man die het herderschap vervult via het leraar-zijn. Niet om als een goede 'spreker' bekend te staan. Dat kan zelfs erg gevaarlijk zijn! Een leraar op school moet niet vóór het bord of de kaart gaan staan. Dan staat hij in de weg. Wat is nu de hoofdzaak van dat wat de christelijke kerk spreekt krachtens het gezaghebbende Woord, dat haar is toevertrouwd?
De wereld stelt die vraag iedere keer weer aan de kerk, die in haar midden verschijnt. In het oude Romeinse wereldrijk verspreidt zich de christelijke gemeente met een eigen, karakteristieke prediking; temidden van een menigte godsdiensten en filosofieën. Haar wordt gevraagd naar de hoofdsom. Antwoord: de samenvattende, indrukwekkende apostolische geloofsbelijdenis - Ik gelóóf - in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde; ik gelóóf - in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere, vernederd en verhoogd; en ik gelóóf in den Heiligen Geest!
Dat moet een buitengewone indruk gemaakt hebben tegenover alle mythologieën, mysteriën en steriele ideologieën. Dat levende en klare, dat kracht gaf martelingen en dood blijmoedig tegemoet te treden en een zelfverloochenend liefdeleven te leiden (Handelingen 2-4). Denk ook aan de eerste eeuwen.
Evangelisatiewerk verwijst graag naar Johannes 3 vers 16 als hoofdsom: 'alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. En hier is het de brief aan de Hebreën, die in hoofdstuk 8 begint met een samenvatting van de 'hoofdzaak' (zo de N.V.) van de dingen, waarover het in de mondelinge en schriftelijke Woordverkondiging gaat, over de schat van de kerk. Het gaat over 'de hoofdsom der dingen, waarvan wij spreken' (vers 1). En dat is? Dat de gemeente een Hogepriester heeft!
Dat klinkt vreemd! Ook toen al klonk dat vreemd. Als de kerk gesproken had over een Profeet, Die de wijsheid Gods kwam brengen. Die licht kwam brengen in de duisternis, antwoord op de talloze werelden levensvragen, dan was dat acceptabel. Dat is nog zo.
Wanneer de hoofdzaak van haar rijkdom als een Koning werd of wordt aangeduid, dan zouden veler oren zich gespitst hebben, gevraagd hebben naar zijn program, zijn machtsmiddelen, zijn aanhang en achterban.
Maar een Hogepriester! Wat moet je daarmee aan in de 20e eeuw? Moet je dan denken aan primitieve godsdiensten met een man, die allerlei mysterieuze handelingen verricht om goden en machten gunstig te stemmen? Of moet je denken aan roomskatholieke of grieks-katholieke priesters, die ook een beetje geheimzinnige dingen doen, een beetje tussenpersonen schijnen te willen zijn tussen God en de gelovigen? En stel, dat op een combi-synode van de hervormde en de gereformeerde kerk besloten werd een herderlijk schrijven te doen uitgaan naar kerk en wereld, en deze kerken daarin zouden zeggen, dat de hoofdsom van het spreken der kerk gelegen was in het hebben van een Hogepriester, zou de wereld van onze tijd daarmee raad weten? De journalistenwereld zou ettelijke vraagtekens er bij zetten en misschien de mogelijkheid opperen van een nieuwe, brede oecumenische beweging, van protestanten en rooms-katholieken onder opperleiding van de paus als pontifex maximus (opperpriester).
Het lijkt erg moeilijk in deze tijd dit woord te laten vallen. En dan nog wel als compendium, als samenvatting, als hoofdzaak van de blijde boodschap, waarmee de hoge God Zijn dienaren deze wereld instuurt. Trouwens - zelfs in de lijdensgeschiedenis van Jezus zag vriend noch vijand iets priesterlijks!
Liefde
Toch is het niet zo moeilijk! Bij een priester behoort een altaar en een offer. En dan - tenminste vele eeuwen was het zo onder Israël - een vuur, waarin dat offer verteerd wordt. In liefde, welke die naam wezenlijk waard is, brandt een vuur! Echte liefde gaat voor een goede zaak door het vuur! Bijv. voor de vrijheid. Soms ook voor iemand, die men zeer liefheeft. Liefde brengt offers. Het hoogste is het offer van zichzelf.
Dat is het centrale van het Evangelie! Dat Jezus Christus Zichzelf gegeven heeft. Zijn leven gegeven heeft voor Zijn schapen. Het hogepriesterschap is één van de kanten van Zijn herderschap. Als herder doet Hij Zijn schapen Zijn stem horen uit duizend andere stemmen. Dat is al een grote genade! Temidden van al het rumoer der volken(!) Zijn stem op te merken, te verstaan, erdoor in beweging te worden gebracht. Hem te volgen. Dat is Zijn profetisch ambt.
Als herder leidt, bestuurt en beschermt Hij ook Zijn kudde. Onder Zijn hoede is zij veilig, is zij vrij. Dat is Zijn koninklijk werk. Maar het diepste, het fundament van al het andere, is dat de Goede Herder Zijn leven geeft voor Zijn schapen. Hij gaat voor hen door het vuur, offert Zichzelf priesterlijk voor hen op. Dat is de Goede Herder (Johannes 10 vers 11).
Hier is een Hogepriester, die Zichzelf in het laaiende vuur werpt! Niet als een vreemd soort fanaticus. Niet als een idealist, die de uiterste consequentie trekt uit zijn 'verzet tegen de gevestigde orde' bijv. Maar uit liefde. Zonder de liefde is immers alle offer zelfs waardeloos (1 Korinthe 13).
Johannes leidt in zijn Evangelie de teboekstelling van het lijden des Heeren in met de woorden: 'alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad heeft, zo heeft Hij ze liefgehad tot het einde' (Johannes 13 vers 1). De 'Zijnen' - waren dat de gunstige uitzonderingen in deze bedorven wereld? Waren ze dan toch anders, in een of ander opzicht beter dan de kinderen der wereld? Neen; Paulus, de moordenaar van vele christenen, zegt: Wij waren van nature 'kinderen des toorns' gelijk ook de anderen (Efeze 2 vers 3). En de belangrijke Romeinenbrief (Romeinen 5 vers 6-11) noemt hij degenen, voor wie Jezus Christus Zich het kruisigen 'zondaars' , 'goddelozen', 'vijanden'. En laat niemand hier Paulus tegen Jezus uitspelen of omgekeerd! In Zijn afscheidsredenen (Johannes 14-16) heeft Jezus tot Zijn discipelen gezegd: 'Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen; maar wanneer Die zal gekomen zijn, nl. de Geest der waarheid. Hij zal u in al de waarheid leiden' (Johannes 16 vers 12 en 13a).
Het zal en moet Pinksteren worden. Het is alleen de Heilige Geest, Die de discipelen het kruis en de opstanding van Christus doet verstaan. En dan zeggen zowel Petrus en Johannes in hun brieven dezelfde dingen als Paulus!
De Hogepriester is Zelf het Lam Gods, dat de zonde der wereld draagt (Johannes 1 vers 29).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's