De schriftuurlijke prediking (1)
Het spanningsveld tussen 'reformatorisch' en 'evangelisch' en de consequenties voor de prediking.
Bezinning
De opdracht tot bezinning, die opgesloten ligt in titel en ondertitel van deze inleiding, staat in het kader van een voortdurende zorg om en over de rechte prediking van het Woord van God. Het complex van vragen en opmerkingen, zoals dat was te vinden in het begeleidend schrijven, waarin u werd uitgenodigd vóór deze vergadering, geeft ons het nodige te denken en te overdenken. Er was daarin sprake van opmerkingen als afbuigingen naar links en rechts, van steeds linkser en steeds rechtser. Weliswaar moeten wij oppassen voor al te gemakkelijke typeringen en etiketten, maar globaal genomen worden er inderdaad bepaalde spanningsvelden mee aangegeven en ontwikkelingen mee aangeduid.
Hoofdlijnen
Twee hoofdmomenten vormen de ruggegraat van mijn inleiding. Ik zou ze willen noemen: 1. Terreinverkenning en 2. Koersbepaling.
Wie zijn richting wil bepalen doet er goed aan zich rekenschap te geven van de preciese situering. Waar ben ik en waar wil ik heen, in onvervalst Nederlands en niettheologisch taalgebruik. Ik wil dus eerst met u in globale zin ons oriënteren op de huidige situatie op het brede terrein van de prediking. Tussen haakjes: opnieuw wordt duidelijk dat in de kerk de zaak staat of valt met de prediking als het hart van alle arbeid in de gemeente. Bovendien wil ik me nadrukkelijk beperken tot de prediking in onze hervormd-gereformeerde gemeenten. Over de prediking in andere kerken past ons op dit moment geen oordeel. Het gevaar is daarbij te groot dat we verzanden in weinig-zeggende algemeenheden.
Terreinverkenning
Terreinverkenning derhalve in eigen huis. Hoe staat het er onder ons voor met de prediking? Ik ben me ervan bewust een moeilijk punt aan te snijden. Het is een precaire kwestie een inventarisatie en beoordeling te maken en te geven. Is er eenheid in de prediking? Wordt in alle gemeenten dezelfde boodschap gebracht? of - sterker nog - zijn er verschillen, grote verschillen? Een onomstotelijk feit is het dat de betrekkelijke eenheid in prediking en denken binnen de gereformeerde sector in onze Hervormde Kerk, in de laatste jaren behoorlijk onder druk is komen te staan. Er is - naar mij dunkt - sprake van vrij sterke vleugelvorming, gedeeltelijk zelfs van een aparte schaduworganisatie van kerkeraden en vooral van predikanten naast en tegenover het officiële instituut van de Gereformeerde Bond. Ik vertel u daarmee uiteraard weinig nieuws. Maar het heeft geen enkele zin daarvoor de ogen te sluiten, in de hoop dat vanzelf bepaalde ontwikkelingen zullen stremmen of partijvorming zal doodbloeden. Een verscherping en verstrakking is veel meer te verwachten. In bepaalde gemeenten is er min of meer sprake van scherpe polariserende tendenzen. En hoewel allerlei uiterlijke factoren mede het beeld bepalen, toch moeten we niet vergeten dat de strijd op het front van de prediking gestreden wordt. Er worden steeds meer apart verschillende wegen gegaan, niet alleen maar andere woorden gesproken, er is ook een andere theologie in het geding.
Benadering
Hoe zijn deze ontwikkelingen te verklaren? Een aantal elementen speelt hierin een rol. Naar het mij voorkomt is er één daarvan de uitdaging van de moderne tijd en het antwoord dat kerk en prediking, ook onder ons daarop te geven hebben. Globaal is er sprake van drie benaderingswijzen: a. penetreren, b. profeteren, c. conserveren. Wat moeten we aan met de wereld? Penetreren zeggen sommigen. Dring er in binnen. Stel je kwetsbaar op. Kom niet op voorhand met allerlei geheide zekerheden bij de moderne mens aan boord. Weet je eigen gelijk te relativeren. Toon zo nodig dat je ook wel eens twijfelt. In ieder geval: wees aktief met het Evangelie. Durf zo nodig taalgebruik en middelen in dienst te nemen, die je kunnen vervreemden van de gewone gemeente. Zet de ramen van de gemeente wijd open! Profeteren, zeggen anderen. Breng de onverkorte boodschap van de Bijbel. Maar wees er voor beducht dat je niet de gereformeerde belijdenis betrekkelijk stelt. Probeer die te verwoorden en te actualiseren om voor de mens van nu, ook de binnen-kerkelijke mens, begrijpelijk te blijven en een dam op te werpen tegen steeds verder voortschrijdende afval van de kerk. Zorg ervoor dat je met de wezenlijke inhoud van Schrift en belijdenis toch de mens in en van deze tijd bereikt. En natuurlijk... er behoeft geen kloof te zijn tussen penetreren en profeteren... al moeten we voor gevaren in bovengenoemde zin op onze hoede blijven. Er zijn tenslotte anderen die als oplossing kiezen voor conserveren. Alles moet vooral bij het oude blijven.
In kerkelijke en politieke zin gaat men in dit opzicht één weg. Je kunt het goede alleen bewaren door strikte afgrendeling. Conservatief zijn wordt tot conservatisme. En bepaalde gerenommeerde en geliefde predikanten-theologen uit vroegere jaren, worden uitgeroepen tot beschermheiligen van deze mensen en meningen, waarbij de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat sommige themata uit hun veel bredere theologie soms tot een verengd leidmotief worden verheven. Bereikt men in deze sector nog de wereld? Heeft men voor de onbekeerde kerkganger nog meer dan een wens of de Heere hem of haar mocht bekeren? Is het hier allemaal niet zeer naar binnen gericht, ook binnen de gemeente naar binnen gericht op de gelijkdenkende groep of richting?
Gemeentebeschouwing
Dat brengt me vanzelf op een tweede verklaring van onder ons zich voltrekkende ontwikkelingen, waardoor de betrekkelijke eenheid - met alle nuanceringen - van vroeger wordt verbrokkeld en onder druk gezet. Die tweede verklaring ligt in de visie op het hele complex van verkiezing en verbond, gemeentebeschouwing, zijn er tweeërlei kinderen des verbonds, enz. enz. Ik kan het slechts met een enkel begrip aangeven. Natuurlijk, er waren ook in vroegere jaren verschillen en spanningen. Ik hoef alleen maar de namen van J. G. Woelderink en I. Kievit te noemen om weer te geven dat de gedachtengangen van deze beide theologen mede de wortels vormen van vele latere ontwikkelingen.
Waaruit is - behalve uit het bovengenoemde - een ontwikkeling als die - en nu noem ik namen - gestalte heeft gekregen in de groepering van het Gekrookte Riet te verklaren? We constateren een neiging om naar het verleden eenzijdig terug te grijpen, het te koesteren omdat toen alles nog beter was. Toch speelt hier ook de visie op verbond en gemeente een rol. Onder invloed van J. G. Woelderink is de prediking onder ons in vele gevallen verbondsmatiger geworden. Daarin is er gedeeltelijk sprake van een gezonde reactie op een overmatige, onschriftuurlijke accentuering van de verkiezing, al is het mij niet gegeven, ook al vanwege mijn leeftijd, om een uitspraak als deze exact op waarde en waarheid te testen. Mijn eerste bewuste ervaring met de prediking gaat terug naar het einde van de jaren vijftig en het begin van de 60-er jaren en ik kan op zichzelf genomen van daaruit niet spreken van een sterk accent qua prediking op de uitverkiezing als afschrikwekkende drempel. Feit is wel, dat in de laatste twee decennia toch het verbond met al wat daarin meekomt meer in de prediking is gaan functioneren. Maar, zoals zo vaak met een reactie - ook hier is de schaal niet weinig naar de andere kant doorgeslagen. Is er geen verkapt Kuyperianisme binnengeslopen? Heeft toch ook het Barthianisme niet dieper ingegrepen dan men wel eens waar wil hebben? Is altijd wel voldoende de noodzaak van wedergeboorte en bekering beklemtoond ook aan het adres van de verbondsgemeente? Sluipt toch niet het gevaar rond, dat men heel de gemeente als gelovig beschouwt? En dan bovendien, is er het gevaar van verintellectualisering in de prediking. Vaak een puike en piekfijne exegese met een enkele vraag of de gemeente dit of dat al weet en dan volgt het Amen! Zonder dat aandacht wordt geschonken aan de vragen van het hart en aan de wegen van de Geest in het hart van een zondaar, zonder of met heel weinig aandacht voor de toepassing van het heil aan de individuele mens.
Verstrakking
Dusdoende voltrekt zich een verstrakking naar twee zijden. Enerzijds sterk verintellectualiseerde prediking, tenderend naar verbondsautomatisme. Anderzijds uit reactie daartegen verstrakking naar de zijde van het subjectieve, de ervaringskant van de waarheid, de ondervinding van de individu, vaak geklonken in bepaalde terminologie, die bepalend wordt geacht voor het waarheidsgehalte van de prediking, die in wezen maar één thema zonder veel variaties kent: hoe God Zijn volk bekeert. Wat er allemaal moet gebeuren. En in dat woordje moet ontmoeten deze twee verstrakkingen elkaar. Geen van beide ontkomen zij aan verwettelijking. Bij de ene wat een mens allemaal moet doen, bij de andere wat hij allemaal moet ervaren, voordat hij geloven mag. En wat voor bevindelijk of onderwerpelijk moet doorgaan is in wezen vaak niet anders dan een dorre, voorwerpelijke beschrijving van bepaalde ondervindingen, die bindend aan de gemeente worden opgelegd of voorgeschreven, zelfs soms omdat die of die bepaalde mens het zo heeft ondervonden, terwijl men als voorganger zich soms beijvert om te zeggen dat men er zelf eigenlijk niet of nauwelijks kennis aan heeft...
Evangelische beweging
Onder het aspect van de terreinverkenning kunnen wij tenslotte niet voorbijgaan aan de opzienbare groei van de evangelische beweging in de laatste jaren. Daarmee zijn weer andere spanningsvelden in onze gemeenten ontstaan. Vanuit de evangelische beweging stelt men zich op de ene plaats anders op tegenover het instituut van de gevestigde kerken dan op de andere. Er zijn gemeenten waar het evangelische gevoelen sterk wortelt binnen de gemeente en erin geïntegreerd is met alle gevolgen van dien: verwarring en onbegrip. In andere gemeenten wordt de evangelische beweging sterk als front ervaren, waartegen men heeft te strijden, als een potentiële macht, die sterk afbreuk doet aan de kerk en een sterke zuigkracht op haar, met name op haar jeugd, uitoefent. In zijn brochure 'Evangelisch-Reformatorisch-Gereformeerd' geeft prof. dr. K. Runia de volgende typering van het evangelische denken, al kunnen we niet spreken van een uniforme theologie en al noemden evangelischen zelf hun gedachtengoed een 'stemming en niet een theologisch systeem'. Runia noemt dan als karakteristiek:
1. De onvoorwaardelijke aanvaarding van de Heilige Schrift als het gezaghebbende Woord van God aan ons.
2. De persoonlijke geloofsband met Jezus Christus door het werk van de Heilige Geest.
3. De nadruk op de missionaire taak van alle gelovigen.
U herkent ongetwijfeld deze dingen in het beeld van de evangelische beweging. U treft ze aan bij de Evangelische Omroep, de Evangelische Alliantie, de Evangelische Hogeschool, in evangelische studentenbewegingen enz.
Het blijkt nu dat dit evangelische denk-en leefklimaat een sterke aantrekkingskracht heeft, juist ook op jongeren in onze gemeenten. Het groepsgebeuren is een belangrijk gegeven, de geborgenheid en de warmte, de interesse in iemands persoonlijke omstandigheden. Vaak ervaart men de Kerk als een stenen, afstandelijk, log en onpersoonlijk instituut en de gemeente als een losse verzameling individuen, losjes bijeengehouden door de dunne band van de zondagse kerkdiensten, maar verder een vergaarbak van loutere individualisten... Ik overdrijf nu met opzet ietwat. En de groepen en secten schrijven voortdurend nieuwe leden in, de gemeenten voortdurend leden uit.
Er zou nog heel wat te zeggen zijn intussen over de hantering van de Schrift in het evangelisch denken (bijv. de visie op de eenheid van de Schrift, het subjectivisme, waarbij eigen ervaring centraal komt te staan en beslissend wordt, waardoor, naar het woord van Runia, een op ervaring gebaseerde en door ervaring gekenmerkte vroomheid gemakkelijk een masker wordt, waarachter zich de autonome religieuze mens verbergt). Zo ook over de gemeentebeschouwing in het evangelisch denken. Maar al te vaak heerst de gedachte dat een echte gemeente eigenlijk alleen maar een gemeente van wedergeborenen kan zijn. En men zoekt in feite de oplossing dan ook veel meer in de lijn van een 'opwekking' door de Heilige Geest dan dat men zichzelf inzet voor daadwerkelijke 'reformatie ' van het instituut.
Koersbepaling
Ik kom nu tot de tweede hoofdgedachte van deze inleiding. Na de terreinverkenning nu de koersbepaling. De werkgroep heeft me al een handje geholpen door te stellen dat haars inziens een voorwerpelijk-onderwerpelijke prediking geboden is. Liever zou ik zeggen dat de prediking gereformeerde prediking moet zijn. Ik weet dat dat woord in de laatste jaren aan betekenis heeft ingeboet. Het werd voor velen een te breed begrip en te ondiep. Men nam zijn toevlucht in veel gevallen tot het adjectief 'reformatorisch' en ervoer daarin een verscherping van het begrip gereformeerd. Maar tegelijk dreigt hier ook het gevaar van de versmalling. Wanneer wij het woord 'gereformeerd' voor de prediking zetten, dan denken wij aan het gedachtengoed van Luther en Calvijn en aan, de gereformeerde belijdenisgeschriften, waarin diepte en breedte gezegend samengaan.
Gereformeerde prediking dus. Dat stelt ons voor de vraag wat het wezen is van de gereformeerde prediking. Die vraag is van vele kanten te benaderen. Prof. W. Kremer geeft in zijn boek 'Priesterlijke prediking' drie kenmerken: de prediking moet zijn: 1. exegetisch gefundeerd; 2. theologisch verantwoord; 3. confessioneel georiënteerd. Het zou me te ver voeren dat alles breed te gaan uitwerken. Ik zou zeggen: lees dat boek, ik vind het een juweeltje. Het is bijzonder evenwichtig en geestelijk geschreven.
Een kostelijk hulpmiddel ter bepaling van wat gereformeerde prediking is, is nog altijd het vergeelde, maar niet verouderde boekje van dr. T. Hoekstra: 'Gereformeerdeprediking'. Ik heb daar bij de voorbereiding van deze lezing dankbaar gebruik van gemaakt. We zullen proberen mede aan de hand van wat hij schreef duidelijk te maken wat gereformeerde prediking is. Daarbij zullen, om zo te zeggen these en antithese elkaar vergezellen. Wij zoeken onze weg zo dat wij afwijkingen naar verschillende zijden zullen signaleren, gaande over de koninklijke weg, die ons de prediking naar haar diepste wezen toont. Om te beginnen stellen we dat voor de gemeente het Woord van God begrepen is in de Heilige Schrift. De hoofdinhoud van de Schrift is het Evangelie, de blijde boodschap dat God heil heeft bereid voor zondaren, dat Hij genadig is in Jezus Christus. Te denken is hier aan het Evangelie in het Evangelie: Joh. 3 : 16: 'Alzo lief heeft God de wereld gehad'. Hieruit vloeit voort dat de prediking naar haar diepste aard bediening van de verzoening is. Geen betoog dat er verzoening mogelijk is, nee, bediening, uitdeling van die verzoening. Deze grondtrek is in wezen bepalend voor al het andere.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1985
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's