De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Banden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Banden

8 minuten leestijd

De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis. Ps. 116 : 3

Er was liefde in het hart van de dichter, nadat de Heere hem bevrijd had uit de banden. Daar verhaalt hij ons van. Hij had verhoring ontvangen op zijn gebed, dat hij in grote nood en dood had opgezonden. De Heere is tenslotte de Hoorder der gebeden. Waar kun je beter heen in je banden dan naar de Heere? Wat is dat heerlijk als de Heere in de diepste nood van ons bestaan Zijn oor tot ons neigt. Bidden helpt wel terdege. Bidden is niet vergeefs. Daarom zal ik de Heere aanroepen al de dagen mijns levens.

De Heere geeft uitreddingen uit de banden. Banden des doods. De dood nadert. Ik moet sterven, maar kan niet. Niet zoals ik geboren ben. Ik kan alleen sterven als Jezus ook als die schuldovernemende Borg mijn zonden op Zich heeft genomen. Als ik mag weten: Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood zou moeten sterven. De dichter huivert als hij aan die banden terugdenkt. Hij was helemaal door de dood ingesloten. Geen uitweg meer over. De dood is als een band, die stukje voor stukje wordt aangetrokken. Dit leven is niet meer dan een gestadige dood. Het wordt sterven voor een ieder van ons. Schuif deze werkelijkheid niet voor u uit. Bereid uw huis. U zegt, dat u dan niet gelukkig kunt zijn? Bent u het nu wel door de dood voor u uit te schuiven? Door de dood gaat de gelovige juist het leven in. Dat door Christus, Die dood en graf heeft overwonnen. Dit leven biedt ons niets waarop we verwachting kunnen hebben. Je leven straks overdoen kan al evenmin. Op ons leven drukt de toorn van God vanwege onze zonden. We hebben die banden zelf om ons heengeslagen. Ik lig machteloos gebonden. Wie zal uitkomst geven? Bij wie kan ik met mijn banden, met mijn verzondigde leven terecht? Ik heb gedaan, wat kwaad was in Gods oog en ben Zijn gramschap dubbel waardig. En de dood is de laatste vijand. God ziet de zonde niet door de vingers. Eer Hij die ongestraft liet blijven heeft Hij ze aan Zijn eigen Zoon gestraft met de bittere en smadelijke dood aan het kruis. Wanneer de Heilige Geest een mensenkind gaat bearbeiden blijft er geen kracht meer in hem over. Alle eigen leunsels en steunsels vallen voor de Heere weg. Er blijft niets van ons over. Als het onze moet er aan. Gelukkig als we dat leerden inleven. Het niets uit ons en het al uit Hem, zo reist men naar Jeruzalem. Wie dat leerde inleven wordt afgebracht van zichzelf en overgezet in Christus. We gaan verloren in onszelf om het leven te vinden in Christus. Hij heeft dat onvergankelijke leven aan het licht gebracht door Zijn verzoenend lijden en sterven. Wie dit ware, dit geestelijke leven niet kent is dood arm. Het ontdekkende werk van de Heilige Geest heeft de dichter in deze krisis gebracht. Hij ziet alleen zonden en schuld voor ogen. Er is geen ontvluchten meer mogelijk. Waar zou hij heen moeten?

De banden des doods hadden mij omvangen! Hadden. Verleden tijd. Het is voorbij. De strik brak los en hij is vrijgeraakt. Hij is bevrijd van het oordeel en het graf en mag weer delen in Gods gunst. Ik zal niet sterven, maar leven! Ik zal de werken des Heeren vertellen. De Naam des Heeren zij geloofd. Bij de Heere is uitkomst. Zelfs als de dood nadert. Hij kan het, wil het en zal het geven. Mogen we al voor rekening staan van die gezegende Borg en Zaligmaker? Of zijn we nog het eigendom van de vorst der duisternis? Bij die vraag mogen we wel eens stil staan. Als het sterven wordt wat is dan onze toekomstverwachting? De eeuwigheid komt steeds naderbij. Sterven en dan? Wel, angsten der hel hadden mij getroffen. De dichter ziet de hel voor zich. Dat is de plaats waar God niet is. De plaats waar wening en knersing der tanden zal zijn. We leven vandaag of dat een achterhaalde zaak is.

De moderne mens kan het zonder God wel af. Maar, het wonderlijke is, dat de angst om te leven nog nooit zo groot is geweest. De dood wordt zelfs verheerlijkt. Men leeft het leven der zonden. Men leeft zich dood. De dood is het enige wat overblijft. Daarna is alles afgelopen. Dood is dood. Groot is de angst voor wat de toekomst zal brengen. Deze angst komt niet voort uit de kennis der zonden. Wie die angst kent krijgt Christus nodig. Die van al die angsten verlost, omdat Hij Zelf nedergedaald is ter helle. Waar de Heilige Geest aan zonde en schuld ontdekt, daar wordt de nood geboren om uit de angst te worden gered. Want de wet veroordeelt je. En de Heere is heilig en rechtvaardig. Hij houdt de zondaar geenszins onschuldig. Angsten, als we zo dat vonnis des doods kregen thuisbezorgd. Een angst die je om het hart slaat. Gods recht gaat over ons leven en alleen vrije genade kan hier uitkomst geven. Zeker, we weten het erg goed. Van jongsaf al in deze dingen onderwezen. Toch spelen we maar wat met deze woorden. Maar, alleen het kleed van Christus' gerechtigheid kan mij bedekken. Het kleed van eigengerechtigheid werp ik weg. Zo alleen kan ik ontkomen aan het oordeel, dat zegt: vervloekt is een ieder, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen. Die gelooft wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft is alreeds veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Zoon van God. De angst wordt pas dan weggenomen als mijn paspoort getekend is met het bloed dat Christus reddend vergroot voor mijn zonden. Zijn bloed reinigt van alle zonden. Er is dus hoop. Zelfs voor de grootste der zondaren.

Waar de Heere zo werkzaam is, zit de vader der leugenen, de mensenmoorder van den beginne ook niet stil. De satan probeert ons te verstrikken in zijn netten. Hij probeert ons bij de Heere vandaan te houden. Hij houdt u voor, dat u niet genoeg hebt doorgemaakt in uw leven, zoals de dichter van deze psalm. Laat u niet misleiden. Niet ieder kind van God zal alles even diep beleven. De Heere gaat met ieder van Zijn kinderen een eigen weg. De weg van Paulus was wel een heel andere dan van Lydia. Wat we zelf meemaakten is geen norm voor de ander. Waar het op aan komt is het ware geloof gewerkt door Gods Geest. Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden. Zo verdwijnt de angst uit een onrustig hart als de Heere de ware rust schenkt. Keer mijne ziel tot uwe ruste weder mogen we dan zeggen.

In vond benauwdheid en droefenis. Het eerste van binnen, het tweede van buiten. Waar het opkomt vanuit het geloof, daar verliest een mensenkind de Heere toch niet uit het oog. Benauwdheid om alleen van het verderf te ontkomen is niet genoeg. De Naam des Heeren aanroepen, dat geeft uitkomst: och, Heere, och, wierd mijn ziel door U gered!

Benauwdheiden... droefenis. Nu is er niets meer in hem over. Hij is als een dier, dat door de jagers aan alle kanten is ingesloten. Het vonnis des doods zal binnen enkele momenten worden voltrokken. Is er nog hulp? Ja, zie op Christus. Hij heeft aan het recht Gods genoeg gedaan. In Hem is er de weg ontsloten om de eeuwige straf te ontgaan en wederom tot genade te worden aangenomen. Als er Eén is. Die weet van droefenis dan is het wel de Man van smarten. Hij moest het uitroepen in de grootste smart: Eli, Eli, lama sabachtani. Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

Hij werd van God verlaten, opdat ik nimmermeer van God verlaten zou worden. Er is doen aan. Ons zoeken naar rust brengt altijd weer onrust. Met een wettisch, vroom of godsdienstig leven op zich komen we er al evenmin, De banden des doods, de angsten der hel, de benauwdheid en de droefenis ze verdwijnen alleen in Christus. Hij is de Deur. Wie door Hem ingaat zal behouden worden. Ik vond benauwdheid en droefenis. Droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Dat geeft de rust voor onze ziel. Mogen we deze rust al kennen voor ons persoonlijke leven? Buiten de Heere Jezus is er geen leven en geen rust. Buiten Hem is er enkel zielsverderf en onrust. Luister, Hij nodigt: Komt herwaarts tot Mij allen, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Banden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's