Globaal bekeken
Nadat we als speciale bijlage enkele weken geleden de reacties van de hervormde wijkgemeente 2 van Maarssen en de hervormde wijkgemeente 1 van Bennekom op de 'Verklaring van Overeenstemming ten aanzien van tiet Samen Kerl< zijn' (S.O.W.) hebben opgenomen, volgen hier kerngedeelten van een schrijven, dat de hervormde kerkeraad van Voorthuizen (praeses ds. W. J. Gorissen, scriba G. Marsman) en wijkgemeente I en V van de hervormde gemeente van Gouda (praeses ds. G. H. Abma en ds. W. van Gorsel, scribae N. van Dijk en G. H. v. d. Brink) aan de classis in hun ressort zonden.
Voorthuizen
'Steeds werden wij geconfronteerd met consideraties over zaken die beslist niet van het grondvlak der kerk naar boven kwamen, maar van bovenaf opgelegd werden. Ons gevoel is dan ook niet, dat hier een beweging op gang gebracht is uit bewogenheid met de onschriftuurlijke scheuringen en scheidingen die Christenen onderling verdelen en ongeloofwaardig maken naar de wereld toe, en als eerste tegen Christus ' gebod indruist, maar dat hier economische motieven aan ten grondslag liggen. Hoewel door de Synode anders verwoord kunnen wij dit gevoel niet kwijtraken. Vooral daar uit het concept zo weinig blijkt van waarachtig omgaan met Schrift en Belijdenis.
Wij menen dat wanneer men Gód wil danken voor de beweging van toenadering waarin wij betrokken zijn, wij eerst dienen te weten om welke toenadering het gaat Is de Gereformeerde Kerk in haar leer dezelfde gebleven als honderd jaar geleden, de Herv. Kerk in haar wervingskracht mee omhoog trekkend of is de toenadering ontstaan door verval tot een niveau die in onze Herv. Kerk, ons zorgen baart? Daarom zouden wij graag zijn voor een eenwording die uitgaat van Schrift en Belijdenis en die van onderuit op het plaatselijk vlak gesprekszaak is. Omdat wij zien dat wel over bijzaken en niet over deze zaak gesproken wordt hebben wij gemeend afwijzend te beschikken.'
Gouda
'Wanneer er wordt geschreven over het feit, dat de verschillende wegen van hervormd en gereformeerd de laatste jaren in de praktijk zo dicht tot elkaar genaderd zijn, dan wekt dit bij ons de indruk dat we elkaar straks ver van onze gemeenschappelijke oorsprong verwijderd vinden op basis van ontrouw aan het belijden.
Direkt daaraan verbonden willen we onze zorg kenbaar maken over hetgeen er geschreven wordt over de groeiende overeenstemming tussen de beide kerken wat betreft het duurzame en meer bewegelijke element in het belijden. Zonder een formeel juridische benaderingswijze te willen bepleiten zijn we toch erg beducht voor een oeverloze vrijblijvendheid. Het magische begrip van de dynamische binding biedt ons te gering houvast. De band met het belijden blijkt in de praktijk snel zo rekbaar te zijn als elastiek.
Wanneer de vraag wordt opgeworpen hoe wij als kerk in de toekomst dienstbaar zullen zijn aan een vrijwel gesekulariseerd volk, dan hechten wijeraan te verklaren, dat dit in ieder geval niet zal gaan met het courante artikel van een gesekulariseerd evangelie. Het mag ons inderdaad wel zorg baren, dat de kerk steeds meer een randverschijnsel wordt in onze samenleving. Allerlei analyses schieten volstrekt tekort, wanneer we niet de moed kunnen opbrengen ook de diepere oorzaak aan te wijzen in het trieste feit dat, van links tot rechts in de kerk, de volle rijkdom van het evangelie slechts ten dele wordt gepredikt. (...)
Vanuit de gedachte van de volkskerk kunnen we moeilijk tegen het eenheidsstreven zijn. Hoedemaker zei destijds: samen ziek, samen gezond. Als er duidelijk termen aanwezig zijn voor een te venvachten genezing, dan zijn we voor een voortzetting van het streven naar eenheid. Op dit moment zien we deze niet en dat geeft ons ernstige bedenkingen. Op de manier waarop de beweging Samen-op-Weg thans gestalte heeft gekregen kunnen we er helaas niet in meegaan en om die reden is ons antwoord op de vraag van de synode dan ook negatief. We hebben ons altijd ingezet voor het herstel van het gereformeerde karakter van de hervormde kerk en dit wordt door samen-opweg niet bevorderd. Door de verklaring van overeenstemming wordt dit met de stukken aangetoond. (...) Tot dusverre is samen-op-weg teveel van bovenaf geregeld. De classes hebben te laat de mogelijkheid gekregen zich uit te spreken. We gevoelen ons voor een voldongen situatie geplaatst Het is ook vaak herhaald: Samen-op-weg is onomkeerbaar. Je moet het dan toch wel gaan geloven en misschien ook wel eraan geloven. We hopen dat samen-op-weg niet al te sterk zal worden doorgedreven. Het valt te vrezen, dat er grote spanningen in de gemeenten zullen ontstaan. Misschien is gezien de gezaaide wind zelfs de storm van nieuwe afscheiding te duchten.
Het is zeer onbevredigend, dat we in de fase van het beraad met het oog op de gemeenten die een federatief verband zijn aangegaan op de classicale vergaderingen moeten spreken over allerlei kerkordelijke bepalingen. Het laat zich aanzien, dat de tussenorde straks de gewone kerkorde zal worden. Het is te wensen, dat er - wanneer samen-op-weg doorgaat - gewerkt wordt aan een geheel nieuwe kerkorde. Een grondige bezinning op de gereformeerde beginselen zal daarbij geen overbodige luxe zijn. (...)
Op mijn tafel belandde een afschrift van een brief van 'iemand' aan 'iemand' inzake yoga, de 'gymnastische oefeningen', die niet anders zijn dan religieuze 'oefeningen' van bedenkelijk allooi. Dat komt in de brief tot uitdrukking, alsmede in een bijgevoegd stuk, overgenomen uit een boek van Nicky Cruz, een ex-yoga leraar, getiteld 'Satan slimme verleider' (uitgave Gideon, Hoornaar). De lezer neme het '/ceuze'element, dat wij anders zouden verwoorden, voor lief. Het gaat om de zaak. En een mens moet maar voor de keuze staan: God of de wereld, Jezus of de duivel.
De brief
'Ik had mij opgegeven voor een siddha-cursus en • daarvoor was als voorwaarde gesteld datje een aantal roundings-weken moest meemaken, in mijn geval 6, alvorens daarvoor te worden toegelaten. De laatste 2 weken daarvan heb ik in Bremen in West-Duitsland doorgebracht In de laatste week werd er 's avonds door een Duitse leraar een lezing gegeven over het onderwerp "Christendom en Transcendente fJleditatie", n.a.v. een opmerking van de leiding van die Tl\/I-Academie eerder in die week gebezigd, dat zij zoveel hinder en tegenstand van christenen ondervonden. De opzet van die leraar was om uiteen te zetten dat TM en Christendom zeer wel te verenigen zijn en dat de vijandigheid van christelijke groeperingen ongegrond en dus verkeerd was. Die leraar had ongeveer een uur over dat onderwerp gesproken en toen hij klaar was vroeg hij aan de TM-ers in de zaal of ze daar vragen over hadden. Hij had nog maar amper die vraag gesteld of er rees in mijn geest de volgende Bijbeltekst levensgroot op: ezus heeft gezegd, Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven; niemahd komt tot de Vader dan door Mij (Joh. 14 : 6). Die tekst was voor mij zo'n realiteit, zo'n levende werkelijkheid, een openbaring, ongelooflijk. Volgens mij is dat het werk van de Heilige Geest geweest Ik zag toen ook heel duidelijk dat een mens nooit Godsbewustzijn door middel van yoga en TM kan bereiken, zoals wel in elk boek e.d. dat daarover handelt beweerd wordt. Op dat moment besefte ik nog niet dat in feite yoga en TM geraffineerde middelen van de satan zijn om de geest van de mens te beheersen, zodat hij ze kan laten geloven in reïncarnatie, karma en zelfverlossing en de mens tevens tot zonde kan verleiden.'
'Toen ik op de kweekschool zat, vond ik datje door het studeren te veel stilzat. Wij hadden op school wel gymnastiek, maar dat was Oostenrijkse school. Ruken trekoefeningen noemden we dat. Ik had voor mezelf niet het idee dat het erg goed voor je spieren was. Op de één of andere manier kreeg ik toen een boekje over yoga in handen. Dat heb ik gekocht en de voorbeeldjes heb ik nauwkeurig doorgelezen. Er stond in dat rukken en trekken niet zo goed was. Dat waren schijn-resultaten. Dat sprak me wel aan. Ik ben dus gewoon yoga gaan doen. Puur voor mezelf, als gymnastiek. Ik wist wel dat het iets uit het Oosten was, maar niet hoe het precies zat. Het interesseerde me ook niet zo. Ik deed het een half uurtje per dag, meestal voor het avondeten. Ik had een matje op mijn kamer liggen en dan werkte ik een vast oefenprogramma af. Een kwartiertje, 20 minuten, een half uurtje hoogstens. Dat moest wel elke dag gebeuren, anders voelde ik me niet compleet. Gedeeltelijk kwam dat door mijn karakter; ik leg mezelf bepaalde dingen als verplichtingen op. Maar ik heb ook wel andere vormen van gymnastiek bedreven, 's Ochtends vroeg, als ik uit bed kwam. Tien keer door je knieën zakken en zo. Maar dat kon ik met evenveel plezier weer opgeven. Daar had ik echt geen centje pijn van. Met yoga was dat anders. Als ik het niet had gedaan, ervoer ik dat als een heel groot gemis. Het was zelfs zo gek met me, dat ik - als ik een vrij uur op school had - naar het toilet ging (dat was nogal groot) om daar een poosje op mijn kop te staan of zo. Het was wel iets dat me erg beheerste. In de tussentijd gebeurden er ook veel andere dingen in mijn leven. Ik speelde veel gitaar en maakte zelf liedjes. Iktradookop voorpubliek, bij allerlei gelegenheden. Het waren luisterliedjes. Op een gegeven moment had ik zitten spelen op mijn gitaar en toen ervoer ik iets vreemds in de muziek. Dat vond ik duistere invloeden, ik wist het niet. Het was iets beklemmends en toch speelde ik het. Dat gebeurde nadat ik aan yoga ging doen. Het publiek vond het mooi. Maar ik kreeg het besef dat ik geleefd werd, dat ik was, zoals ze wilden dat ik was. Ik was niet mezelf. Ik wist gewoon niet hoe dat nou kwam. Daar ben ik heel erg van geschrokken. Ik ervoer toen dat er iets was - in mezelf of buiten mezelf - dat ik niet kon zien en dat toch een enorme wrevel gaf. Het was iets buiten mij, dat mij kon laten spelen, maar dat evengoed niet kon doen. Een bepaalde grilligheid. Ik praatte in die tijd, ook naar aanleiding hiervan, veel met een meisje op mijn school. Ze was een christen. Nou, dat christenzijn maakte niet zoveel indruk op me. Ik kwam uit een christelijk milieu en dat had me eigenlijk nooit zoveel gezegd. Maar zij had wel iets, zij was gelukkig. Ik was niet gelukkig. En ik dacht ook: "Mensen die zeggen dat ze gelukkig zijn, die beduvelen zichzelf Je kan niet gelukkig zijn". Maar aan de hand van een heleboel gebeurtenissen, die een soort crisiskarakter hadden, ben ik toen toch gaan nadenken. Je komt er op een gegeven ogenblik heel duidelijk achter dat er een wereld bestaat die je niet kan zien. Dat was voor mij eerst helemaal niet duidelijk. Daarna zag ik ook datje in die geestelijke wereld een keuze moet maken voor de Heere Jezus of tegen Hem. Dat wordt gewoon duidelijk van binnen. Dat kunnen ze je niet aanpraten. Tenminste: mij hebben ze het niet aangepraat. Ik denk dat het Jezus Zelf is, die je voor die keuze stelt. Ik wist dat de Heer Jezus realiteit was. Dat was Hij voor mij nooit geweest. Misschien had Hij vroeger geleefd, maar nu zeker niet. En toen heb ik een hele gekke ervaring gehad in mezelf. Wan ik wilde heel bewust voor Jezus kiezen, maar ik wist ook heel duidelijk dat ik "nee" wilde zeggen. Dus eigenlijk - het klinkt gek - kon ik niet voor 100% ja zeggen. Het was 50% ja, maar ook 50 % nee. Ik wist gewoon: "Als ik nu ja zeg, dan is het niet helemaal ja, want ik wil niet helemaal. De helft van mij wil ja en de andere helft wil nee". Ik hinkte gewoon op twee gedachten. Dat heb ik toen aan dat meisje verteld. En het merkwaardige was dat zij met me ging bidden. En ze wist heel duidelijk dat ze moest bidden voor de invloed van yoga in mij. Dat was een bepaalde macht, die vat op me had, op mijn hele denken, op mijn hele wezen. In die tijd stond ik wel een beetje sceptisch tegenover die dingen. Vooral omdat ik dacht: ik doe dit als gymnastiek. Ik zat zelf een beetje verbaasd te luisteren naar wat zij zei. Maargoed, er werd voor gebeden en ik heb toen een ervaring gehad die ik later nooit meer had. Het was alsof ik een ballonnetje werd. Ik voelde me opeens zo ontzettend licht, dat ik niet eens durfde op te staan. Ik dacht: "Als ik opsta, dan veer ik gelijk met mijn kop tegen het plafond". Dat heb ik misschien wel een kwartier of een half uur gehad. Ik liep heel voorzichtig door de kamer en ik was voortdurend bang, dat ik mijr) hoofd zou stoten. Zo ontzettend licht voelde ik me, omdat er een enorme druk op mijn hoofd had gestaan, die er gewoon was afgevallen. Dat heb je ook wel, als je met je armen zo'n tijdje tegen de muur duwt. Dan gaat je arm vanzelf zweven. Nou, dat had ik toen dus. Dat kwam door de yoga. Dat weet ik wel zeker. Wat zou het anders moeten zijn ? Er was voor gebeden en onmiddellijk daarna had ik het. Daarns kon ik ook voor 100% kiezen voor Jezus. Dat hebil^ toen gedaan. En toen ben ik naar huis gegaan en heb ik dat boekje over yoga verscheurd en in de vuilnisbak gegooid. Ik heb er nooit meer iets aan gedaan of over gelezen. Als ik niet voorde keuze had gestaard - vóór of tégen Jezus - dan was ik er nooit achter gekomen dat yoga een geestelijke invloed op me had. Als je niet voor die keuze wordt gesteld, merk je niet wat yoga is. Yoga komt voort uit een oosterse godsdienst. In het Westen willen we alleen het lichamelijke daarvan. Het geestelijke veronachtzamen we. We denken dat het niet bestaat. Maar het bestaat wel degelijk. Want als je lichamelijk yoga gaat doer\, dan kan je niet het geestelijke aspect buiten de deur sluiten. Zodra je aan yoga gaat doen, krijgt ook een bepaalde geestelijke druk vat op je. Je kunt het lichamelijke aspect van yoga niet verenigen met hej geestelijke aspect van het christendom. Ik denk dal, als je yoga gaat doen, je bij jezelf een deurtje openzet voor een bepaalde invloed. Die is niet te verenigen met de invloed van de Heere Jezus. Ze komen w' twee verschillende werelden. Je ervaart wel eenzekere vorm van ontspanning. Maar het is geen aange
name ontspanning. En ik had ooi< heel sterk de drang dat ik die oefeningen eike dag op die gezette tijd moest doen. Je kan misschien met yoga het lichaam wel wat beter maken, maar intussen iaat je door een soort achterdeurtje een slechte geestelijke invloed binnen. En dan ben je misschien van je zenuwpillen af, maar je hebt iets heel anders binnengelaten. Iets dat zo 'n enorme vat op je krijgt, datje later niet eens vóór of tégen Jezus kan kiezen. Yoga en Jezus: het zijn twee volkomen verschillende wegen. Ze leiden ook naar verschillende doelen. Ik heb nu voor dat doel van Jezus gekozen. Dat maakt je, geloof ik, echt vrij. Als er een God is, dacht ik vroeger, dan kan je gewoon op je eigen manier bij Hem komen, leder op zijn eigen manier. Maar ik heb wel geleerd dat het waar is wat de Heere Jezus in de Bijbel zegt: "ik ben de weg en de waarheid en het leven". En dat ben ik gewoon voor mezelf gaan ervaren. Óf je gaat de weg met Jezus óf je komt er helemaal niet.'
v. d. G.
Maria Leer, medesticht(st)er van de Zwijndrechtse Nieuwlichters waaraan wij in dit nummer een artikel wijden, schreef aan het eind van haar leven een brief aan een afgescheiden dominee, die zij van vroeger kende en in Leiden weer ontmoette. Uit deze brief blijkt duidelijk hoe ze, afkomstig uit orthodox milieu, tenslotte in haar opvattingen geheel vrijzinnig was. Hier volgt de brief. E
'We hebben te weinig tijd gehad om de punten te ontwikkelen, die ik u gezegd heb, vooral aangaande het bidden. U zal misschien uit mijn zeggen begrepen tiebben, dat ik niet meer bid. Ik wou u daar nog iets over zeggen. Ik bid wel, maar niet, zoals voorheen, dat God om Jezus' wil mijn gebed zal verhooren; ook niet, dat God de spijzen zal zegenen, die voor mij staan; want ik weet, dat, eer iets aanwezig was. God zichzelven in de kiem geopenbaard heeft, en Zijn zegen er al in zat, eer die kiem zelf nog ontwikkeld was. Maar daarom bid ik toch, dat ik ze ten nutte voor lichaam en geest mag gebruiken; want terwijl ik mijn vork of lepel opligt, kan ik ongesteld worden. Doch altijd, gelijk Jezus bad: "Vader, niet mijn, maar Uw wil geschiede". En dan wordt mijn gebed altijd verhoord. Ik beschouw Jezus als mensch en niet ais God. Dan had hij den beker van hem geweerd en hij had de harten der volken van zijn Vaderland geopend, dat ze acht hadden geslagen op hetgeen hij tot hen sprak; maar hij kon geen eens wonderen doen van wege hun ongeloof. Jezus kende God, zooals ik Hem ken, door denzelfden geest die in Jezus was, als den Eenige Waarachtige uit, door en tot Wien alle dingen zijn, waardoor al wat leeft en adem heeft bestaat. Hij zegt: gij zoudt geen macht tegen mij hebben, indien ze u niet van l\/lijn Vader gegeven was, en dat zeg ik ook. Ziedaar, lieve vriend en broeder. God zegene het aan uwe ziel. h V v T v
M. Leer, tot afscheid'
'Officier besluit Van Horssen te vervolgen'. Dat is de kop van een artikel in het Reformatorisch Dagblad. Hier volgt een gedeelte van de inhoud.
'De officier van Justitie te Utrecht heeft besloten tot verdere vervolging van boekhandelaar G. J. van Horssen te Barneveld. De Stichting bestrijding antisemitisme (Stiba) diende in maart 1984 een klacht In tegen Van Horssen, tegen uitgever J. P. van den Tol te Dordrecht en "De Saambinder", het kerkelijk orgaan van de Geref Gemeenten.
Het gewraakte boek behandelt de bekeringsgeschiedenis van Isaac Levinsohn, een jood van Poolse afkomst, die in Engeland in contact komt met joodse christenen.
In maart 1984 werd bij Van Horssen een aantal exemplaren van het boek in beslaggenomen. Hetboekzou antisemitische passages bevatten. Een in het kader van het gerechtelijke vooronderzoek in juni 1985 gereed gekomen rapport van dr. J. G. B. Jansen en drs. J-H. Sanders bevestigt dat "Isaac Levinsohn" grievend, kwetsend en beledigend is voor nu levende joden en dat het joodse volk, de joodse religie en haar aanhangers opzettelijk in een kwaad daglicht worden gesteld
discriminatie
Uitlatingen in "Isaac Levinsohn" zetten volgens de officier van Justitie aan tot haat tegen en/of discrimina-«e van joden en/of gewelddadig optreden tegen per-®°°" ofgoed van joden wegens hun ras in de zin van artikel I37e van het Wetboek van Strafrecht en/of wegens hun godsdienst.
van Horssen vernam via telefonische navraag bij de i^scntbank, dat ook uitgever Van den Tol en "De Saambinder" vervolgd zouden worden. Er was echter gisteren niemand aanwezig bij de rechtbank die dit tegenover ons blad kon bevestigen. Van den Tol is de eigenlijke uitgever van het bewuste boek en in ' 'De Saambinder" hebben advertenties gestaan waarin 'Isaac Levinsohn" te koop werd aangeboden.'
Ons commentaar kan kort zijn. Als het gaat om Israël zijn er verschillende visies, met name ook met betrekking tot 'de kerk in de plaats van Israël'. Maar het is toch uitgesloten dat een christen zijn identiteit verloochent en ook niet naar het joodse volk zou betuigen dat Jezus de Christus is en dat niemand tot de Vader komt dan door Hem. Zending aan Israël heeft weliswaar een besmette klank, maar de getuigenis van de Naam is onopgeefbaar. Intussen heeft dr. Hans Jansen in zijn tweede deel 'Theologie na Auschwitz' de stelling geponeerd dat ook het Nieuwe Testament antisemitisch is. Als de officier nu besluit Van Horssen te vervolgen, waarom zou dan de uiterste consequentie niet zijn dat het Nieuwe Testament ook in de beklaagdenbank komt!
Een andere zaak is of inderdaad wordt aangezet tot 'haat tegen de Joden'. Maar in een andere publicatie vielen reeds allerlei andere namen van mensen, die zich antisemitisch zouden uiten, terwijl daaronder ook namen waren van mensen, die heel veel liefde voor-Israël hebben. Maar die om de getuigenis van de Naam van Jezus als de Messias niet heen kunnen en willen. Hoezeer er ook sprake is van groot leed, toegebracht aan de joden in de geschiedenis, we moeten nü oppassen voor al te grote gevoeligheid als het om de joden gaat. Tenslotte is het jodendom ook een religie, die wezenlijk onderscheiden is van de christelijke religie.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's