De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. dr. J. Severijn en de Kerk (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. dr. J. Severijn en de Kerk (2)

9 minuten leestijd

Stellig staat het feit, dat voor prof. Severijn door een persoonlijk beleven heen het geheel enig gezag van de Schrift een niet dubieuze zaak was geworden, ook op de achtergrond bij zijn proefschrift over 'Spinoza - een Joodse wijsgeer uit de 17e eeuw - en de gereformeerde theologie van zijn dagen'. 

Stellig staat het feit, dat voor prof. Severijn door een persoonlijk beleven heen het geheel enig gezag van de Schrift een niet dubieuze zaak was geworden, ook op de achtergrond bij zijn proefschrift over 'Spinoza - een Joodse wijsgeer uit de 17e eeuw - en de gereformeerde theologie van zijn dagen'.

In dit proefschrift behandelt Severijn uitvoerig het wijsgerig denken van deze filosoof. Vanuit zijn denken kwam deze tot de godsidee: de dingen hebben geen eigen substantie - d.i. zelfstandigheid. Doch daar is één Oersubstantie Gód. Uit deze Oersubstantie vloeit alles voort. Ze is een Macht, echter niet zonder Rede. Deze God werkt met zijn kracht door in de natuur en in de geschiedenis, en in het bijzonder in de mens. Hij ordent en leidt alle dingen, souverein. En de mens - met name diens redelijk bewustzijn - is zijn kabinet, zijn werkplaats. De mens kan daarom met zijn denkvermogen de geheimen van het leven opspeuren en ontsluieren. Krachtens haar goddelijke oorsprong is de rede een betrouwbare gids.

Severijn gaat er dan op in, hoe dit zijn doorwerking heeft gehad bij latere geesten in de westerse cultuur. Almeer kwam de rede op de troon en werd de mens naar haar verwezen om de waarheid te vinden. Almeer werd alles aan haar oordeel onderworpen. Ook de Schrift kwam in haar spervuur te liggen. Die Schrift zou slechts getuigenissen bevatten van gelovigen in hun cultuursituatie. Evenals andere geschriften viel zij onder de kritiek van de rede. Dit had ten gevolge, dat fundamentele 'waarheden' in de Schrift werden geloochend en bestreden als bijv. de Drieëenheid Gods, de Godheid van Christus, de uitverkiezing, de volstrektheid van onze verlorenheid en van Gods genade, de Verzoening door Christus en de Wedergeboorte.

Gereformeerde theologie

Tegenover dit alles stelt Severijn de gereformeerde theologie. Daarvan zegt hij hier: Die weet van een God, Die voluit een 'persoonlijk Wezen' is, met een bewogen hart! Déze God schiep alle dingen, naar Zijn souvereine wil. Hij openbaart Zich en doet Zich kennen in Zijn woord, het getuigenis van de Geest. Hij draagt en regeert alle dingen in Zijn voorzienigheid en schiep, naar Zijn wil, de mens als een tegenover Hem verantwoordelijk schepsel. Hij is heilig, dat ook vol liefde. Hij wil de van Hem afgevallen mens weer redden door Zijn Zoon. Dat betuigt de Geest in het Woord, waarvan deze ook getuigenis aflegt in de harten van de uitverkorenen, de gelovigen. Zó treedt Hij met de mens in een bijzondere gemeenschap, terwijl Hij toch de Hoog Verhevene blijft. Zó oefent Hij ook door Zijn Woord een geheel enig gezag uit. En dit geeft de mens een zekerheid en vrede, die - hoewel nog aangevochten - onwankelbaar zijn.

Severijn toont dan aan dat de gereformeerde theologie in Spinoza's dagen en daarna niet afdoende weerstand heeft geboden tegen diens beschouwingen. Omdat zij zelf door het rationalisme werd geïnfecteerd. Temeer kon de invloed van Spinoza buiten en binnen de kerk doorwerken met haar negatieve gevolgen, dus ook wat betreft de erkenning van het normatief gezag van de Schrift. Dat de menselijke rede almeer tot 'een god' werd, lag de mens, die zelf als God wil zijn!

Religie der belijdenis

Tenslotte wordt er in dit proefschrift op ge­wezen, dat er nog een gereformeerd volk is gebleven, dat van harte buigt voor de Schrift - en met alle gebreken - daaruit leeft als uit Gods Woord! En dat vanwege het getuigenis van de Geest in hun harten. Hier spreekt Severijn ook van 'de religie der belijdenis'! Dat doet hij meer. Deze uitdrukking bedoelt niet zo iets als 'in geest en hoofdzaak' maar iets heel positiefs: een leven in het geloof, dat buigt voor het geheel enig gezag en voor de inhoud van de Schrift, als het Woord Gods, en dat in de belijdenis wordt 'verwoord'. In deze religie en in de theologie van Calvijn liggen volgens Severijn schatten verborgen, die niet altijd daaruit zijn opgedolven; voor het persoonlijke en het kerkelijke en culturele leven!

Schriftgezag

Wij gaan hier nog even in op een referaat, dat door Severijn is gehouden op een jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in 1920 onder de titel: 'Het gezag van de Heilige Schrift'.

In dit referaat ruimt hij een grote plaats in voor de Reformatie. Hij beschrijft hoe die geboren werd uit de zieleworsteling van Luther, om de vrede met God. Deze vond die vrede niet in wat de kerk in zijn dagen leerde en hem bood. Maar God Zelf schonk hem die, doordat Hij met de kracht van Zijn Woord, waarvan de Geest ook in zijn hart getuigenis gaf, zegevierend doorwerkte. Zo werd voor hem de inhoud van dat Woord geloofde en beleefde realiteit, nl. dat het voor alles gaat: tot Gods eer, om verzoening en vrede met Hem. Maar dat niemand die vindt op de weg van de goede werken. Wij worden als goddelozen gerechtvaardigd en aangenomen en vernieuwd tot kinderen Gods alleen door Christus en Diens werk.

In de weg van het geloof, dat de Geest in ons hart wil werken en dat zo daarop van ganser harte amen zegt!

Alleen door genade, door Christus, door het geloof, door de Schrift, dat werd door die Schrift en door het getuigenis van de Geest, met goddelijke kracht in Luthers leven een onbetwistbare werkelijkheid. Dit geldt ook van Calvijn en de andere reformatoren, zij het op een andere wijze. Toch waren zij hierin één. Doch hoe stelden zij tegenover de dwaalleer van de kerk en andere geesten in hun dagen de Schrift als dé openbaring en het Woord Gods, haar geheel enig gezag en haar inhoud!

Waarom wij dit alles hier memoreren? Omdat wij zullen zien dat bij Severijns visie op en activiteiten om de kerk steeds dit gezag en deze betekenis van de Schrift een hoofdrol bij hem spelen. Ook als hij nadruk legt op de rechte functionering van de belijdenis, gaat het hem ten diepste hierom!

Wij zullen nog meer dan eens gelegenheid krijgen om er op te wijzen, hoe dit van doorslaggevende betekenis, een heet hangijzer en criterium is, ook nu, bij de vraagstukken, betreffende de kerk, ook bij 'Samen op Weg'!

Na de Reformatie

In zijn genoemd referaat gaat Severijn verder in op de ontwikkeling van het kerkelijk leven na de Reformatie. Hij wijst er dan op, hoe behalve de stroom van de Reformatie andere stromingen zich lieten gelden, als de Renaissance, het Humanisme, waarbij de mens weer vrij wilde zijn van dat gezag van de Schrift en zijn denken en wil daar tegenover plaatste. Hier noemt hij dan eveneens de invloed van de wijsgeer Spinoza.

Tegenover dit alles stelt hij dan weer datgene wat in de Reformatie centraal stond, én de religie van de belijdenis. De strijd van de reformatoren was, zij het op een andere wijze, ook zijn eigen worsteling geweest. Vanuit deze achtergrond is het - dunkt ons - dat hij er steeds de nadruk op legt dat het bij de vraagstukken van de kerk centraal blijft gaan om datgene, waar het in de Reformatie om ging en dat in de belijdenis verwoord is. Dat dat het wezen en de roeping van de kerk bepaalt, temidden van het volksleven ook!

In zijn boek 'Het Profetisme', dat zich moeilijk lezen laat, komen deze dingen eveneens naar voren. De Schrift heeft een geheel enig goddelijk gezag. Dit gezag en haar inhoud zijn 'Messiaans' bepaald! D.w.z. het gaat in de profetie en in de Schrift om de Messias, de van God Zelf gegeven Christus! Hij én Zijn werk zijn van betekenis voor de kerk en voor heel de schepping. Dit gezag en deze inhoud van de Schrift worden door de gelovigen verstaan, erkend en aanvaard op de rechte wijze doordat de Geest de overwinnende werking van het Woord in hun hart doet ervaren, terwijl Hij een geestelijke band legt tussen hen en Christus.

Bewust denker

Prof. Severijn was dus een leerling van prof. Visscher. Zelf door een geestelijke geloofscrisis heengegaan, was hij echter geen naprater, maar een bewust denker en gereformeerd theoloog. Bepaalde visies op de kerk van Visscher vinden wij bij Severijn terug. Doch hij werkte ze op zijn eigen wijze uit. Mede door de ontwikkelingen in het kerkelijk leven traden daar zelfs verschuivingen in op. Wij zullen dit nog nader zien.

Evenals zijn leermeester legde Severijn vooral in zijn eerste geschriften - maar ook steeds - nadruk op de betekenis en rechten van de plaatselijke gemeenten. Hierdoor werd ook zijn kijk op de algemene kerk, en de synodale organisatie van de Hervormde Kerk mede bepaald. In dit verband zijn enkele stellingen bij zijn proefschrift opmerkelijk!

Bijv.: 'De beschouwingen van de wijsgeer Descartes, waarbij het uitgangspunt is de denkende mens en beslissend is, wat deze zich voorstelt en welk oordeel deze velt - en het calvinisme zijn niet te verzoenen'.

'De wijsbegeerte van Spinoza, die een wezenseenheid tussen God en de mens tracht vast te stellen, is in strijd met de gereformeerde Christologie.'

'De piëtistische mystiek is een reactie van het religieus grondgevoel tegen de overheersing van het rationalisme. In dit rationalisme wordt alles verstandelijk uitgeplozen. De behoefte van het menselijk hart en haar concrete noden komen daarbij vaak te kort.'

'Indien het voorstel van de Utrechtse Theologische Faculteit voor een modus vivendi - in dat voorstel had prof. Visscher immers een groot aandeel - door de kerk was aanvaard, en in overeenstemming met het karakter van de tijd was toegepast, zou dit tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk hebben kunnen leiden.'

'De oplossing van het kerkelijk vraagstuk kan niet gevonden worden, zonder dat ook duidelijk de rechten van de verschillende richtingen op de ker­kelijke goederen in het oog worden gevat.'

'De oplossing van het kerkelijk vraagstuk is een dringende eis, met het oog op de religieuze ontwikkehng van ons volk. Voor de toekomst van de gereformeerde bewegingen is reconstructie van de gereformeerde kerk een levensbelang.'

'Alle gereformeerden behoren samen in één kerk.'

Vrijmaking

Van belang is hierbij wat Severijn aan het eind van het proefschrift zelf schrijft! Daar zegt hij dat de gereformeerde gemeenten en belijders die er nog zijn, leven onder een organisatie, die niet past bij een kerk, naar de belijdenis. Zij kunnen daaronder zich met 'uitleven'. En dan is het als horen wij Visscher weer: 'Zij moeten worden vrijgemaakt'.

Dat wij bepaalde visies van Visscher bij Severijn terug vinden, daarvan getuigen verder vooral zijn eerste geschriften en artikelen. Zo zijn encyclopedie van de theologische wetenschap, zijn geschrift 'Kerk en Staat', artikelen in het blad 'Convent' en in het Gereformeerd Weekblad, rondom 1930. En zijn verklaring van de Nederlandse Geloofsbelijdenis voor de Hervormd Gereformeerde Jeugdverenigingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Prof. dr. J. Severijn en de Kerk (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1985

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's