Boekbesprekingen
Katechetisch Lexicon 'Wat is wat in de katechese'. Onder redaktie van F. H. Kuipers en B. J. Robbers; 152 blz., ƒ 24, 50. Uitgave: Meinema, Delft.
Dit boek geeft een alfabetische verklaring of toelichting van allerlei begrippen, die in de katechese van belang kunnen zijn, vooral gericht op vrijwilligers in de katechese. En die zijn er in onze tijd heel wat. Veel begrippen, die besproken worden, hebben betrekking op de pedagogiek, de psychologie en de didaktiek. Wie het boek bestudeert kan er zeker zijn winst mee doen. Teleurstellend vond ik, dat er nogal wat moderne theologie in meekomt. Soms heb ik de indruk, dat een niet-christelijke lexicon het precies zo zou gezegd hebben. In ieder geval klinkt zeer beslist het reformatorisch belijden niet door. Eerder het tegendeel. Bij 'Avondmaalsformulier' wordt bijv. opgemerkt, dat het klassieke formulier nogal eenzijdig de nadruk legt op de donkere kanten van Christus' lijden en dood (blz. 14). Dat moet nog bewezen worden. Voor mij hoeft zo'n aandacht voor het feminisme (blz. 28) niet, evenmin als de opmerking patriarchaal georiënteerde kerk. Ik lees: 'In de bijbel staat het verhaal van God en de mensen, dat aanstekelijk werkt' (blz. 45). Ik deel deze Schriftopvatting niet, evenmin als wat we lezen op blz. 83, dat diverse bijbelboeken niet steeds exact dezelfde leer bevatten en dat er niet één, steeds gelijke leer over de kerk of over Jezus in het Nieuwe Testament te vinden is. Hier zijn we ver af van het reformatorisch belijden. Evenals in wat we lezen op blz. 104: 'In de zgn. orthodoxe hoek van de kerken gaat men ervan uit, dat de belijdenisgeschriften van de eigen kerk de beste kerkelijke leer ter wereld bevatten'. De schrijvers rekenen zich dus kennelijk niet tot de orthodoxen. Wat blijft dan over? Midden-orthodox? Jammer!
Christa Gabler — Handboekje over leren geloven met jonge kinderen; 76 blz., ƒ 14, 90. Uitgave: Meinema, Delft.
Een eenvoudig boekje, dat ouders wil helpen bij de geloofsopvoeding van hun jonge kinderen. Het boekje geeft vooral praktische tips. Maar of we met deze tips veel verder komen betwijfel ik. De waarde van het boekje is, dat de schrijfster uitgaat van de hoge, vormende waarde van het gezin. Maar verder ademt het in veel opzichten de veranderde geloofsbeleving van velen in onze tijd. De ernst van de zonde, ook in het kinderleven, komt niet ter sprake. De praktische tips voor Pasen en Kerst cirkelen om de paashaas, eieren en de kerstboom. Onjuist vind ik om als kerstverhaal een buitenbijbels verhaal te vertellen, zoals de schrijfster doet (blz. 45v). Dat moeten we juist niet doen, opdat het kind later niet meer het onderscheid weet tussen wat bijbels en niet-bijbels is. In de aanbevolen literatuur mis ik A. de Vries en W. G. v. d. Hulst. Terwijl J. L. Kink en K. Eykman van mij niet hadden gehoeven.
H. Veldhuizen
J. P. Bommel — De charismatische opwekking als verdere reformatie; 104 blz., ƒ 14, 90. Uitgave: Kok, Kampen.
De schrijver neemt het op voor de theologie van de bekende geref. predikant dr. K. J. Kraan. Hij geeft van diens theologie een korte samenvatting. Ik weet niet of hij daarin geslaagd is. Bommel heeft een optimistische mensbeschouwing en die heeft Kraan m.i. niet. Kraan denkt vanuit Pasen en vanuit het Rijk dat komende is. Duidelijk is wel wat de charismatische vernieu wing van de kerken inhoudt, en dat de schrijver deze vernieuwing voor de kerken erg belangrijk vindt. Deze vernieuwing gaat voor de schrijver boven het reformatorisch belijden. Het is hem om het even of het pinkstervuur mensen in de r.k.-kerk aansteekt of reformatorische christenen (blz. 16). Trouwens, de schrijver ziet het 'gas' van de Heilige Geest ook bij mensen, die niet christelijk zijn, maar liefdevol omgaan met anderen. De orthodox reformatorische christenen (de geref. bond noemt Bommel een kerkgenootschap) baseren zich in leer en leven nog helemaal op de drie formulieren van enigheid, zegt de schrijver. En: 'De mens komt er in deze geschriften wel heel erg bekaaid af; van de mens mag je totaal niets verwachten, die is in zonden ontvangen en geboren, geneigd tot alle kwaad' (blz. 41). Het denken van de belijdenisgeschriften wordt nog helemaal bepaald door het begrip angst (blz. 41). Onbegrijpelijk, dat de schrijver twintig jaar ouderling in de geref. kerk is (blz. 11). In hoofdstuk 3 geeft de schrijver in dertien duidelijke punten weer wat hiet verschil is tussen de charismatische vernieuwing en 'klassiek' pinksteren. Prof. Jelsma gaf het boekje een Ten geleide mee, waarin hij er o.a.. voor pleit, dat de maatschappij-kritische stroming in de charismatische beweging de overhand zal krijgen.
H. Veldhuizen
Dr. D. J. Hoens, Dr. J. H. Kamstra en Dr. D. C. Mulder, Inleiding tot de studie van godsdiensten, Uitg. J. H. Kok, Kampen 1985, 253 blz., prijs ƒ35, - .
In dit boek zijn artikelen gebundeld, die het resultaat zijn van een jarenlang samenwerkingsverband van docenten in de godsdienstwetenschap aan de theologische faculteiten van de Universiteit van Amsterdam, de Rijksuniversiteit van Utrecht en de Vrije Universiteit van Amsterdam. De gemiddelde Nederlandse theoloog is bij zijn studie op de hoogte gebracht met een aantal niet-christelijke religies. Tegelijk werd de studerende geïnformeerd over de gemeenschappelijke verschijnselen, die in de verschillende godsdiensten bestaan, zoals gebeden, offers etc. Deze studie slaat een andere richting in. Aan de hand van de vergelijkende godsdienstwetenschap worden enkele centraal menselijke aspecten in de godsdienst besproken om vervolgens in het verloop van een aantal antieke en levende godsdiensten te worden duidelijk gemaakt. Daarbij komt naar voren dat religies niet statisch zijn, maar voortdurend aan verandering onderhevig. Zo is b. v. de beleving van de Islam naar tijd en land zeer gevarieerd.
De opzet van het boek is duidelijk; de stijl helder. Helaas heeft de redaktie doublures niet helemaal kunnen vermijden. Een werkdefinitie van godsdienst komen we op blz. 11 en blz. 36 tegen. De historie van de godsdienst wordt op de pagina's 11-12 èn 36 beschreven. De hoofdstukken II, 3 en II, 4 geven beide een uiteenzetting van de godsdienstwetenschap, zij het van de hand van verschillende auteurs.
Met smaak las ik het artikel van Dr. J. H. Kamstra, dat handelt over het belevingsaspect van de godsdienst. Dr. D. C. Mulder schrijft in het vierde hoofdstuk over de Islam in Pakistan. Het is een vlot geschreven verhaal, maar het valt methodisch buiten de opzet van het schema, zoals dat op bladzijde 8 is verwoord. Het opkomen van nieuwe religieuze bewegingen uit het Oosten (de Oosterse Renaissance) wordt in het vijfde hoofdstuk gladjes weggeschreven. Maar de 'counterculture' in Nederland krijgt een zwaar accent: 'De Basisgemeenten bijvoorbeeld spreken elk meer mensen aan dan alle secten tezamen' (pag. 189). Hier moet op z'n minst een vraagteken bij gezet worden.
Al met al is deze studie een goede gids in het brede veld van de godsdiensten. Boeiende lectuur wordt de theoloog en de geïnteresseerde in het verschijnsel religie aangereikt. Wij wensen dit boek een goede vaart en veel matrozen aan boord!
J. Broekhuis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's