Global bekeken
In het Gereformeerd Kerkblad, wekelijks orgaan van de Geref. Kerken (vrijg.) voor Overijssel, Gelderland, Utrecht en N.-Holland, stond een 'gesprek' dat de onlangs overleden P. Jongeling, oud-lid van de Tweede Kamer voor het GPV, eens had met Godfried Bomans. Hier volgt het stuk.
'(...) één der meest aangrijpende getuigenissen heeft hij gegeven in een gesprek voor de televisie in 1971. Dat was met Godfried Bomans. Bomans zelf had in dat jaar op Jongeling gestemd. In het gesprek heeft hij dat zelf meegedeeld maar dat is een dag vóór de uitzending eruit geknipt. Hij motiveerde het feit dat hij met Jongeling wilde spreken met het feit dat deze bij de verkiezingsvergaderingen uitging van beginselen en niet van onvervulbare beloften. Dat deelde volgens Bomans Jongeling met Abma.
Een tweede reden lag hierin dat hij gesprekken gevoerd had met Kuitert en Mönnich.
Deze hoogleraren in de theologie gaven blijk van grote twijfels in hun religieuze opvattingen. Daarom wilde hij spreken met iemand, die werkelijk gelooft en onwankelbaar staat in zijn overtuiging. En die persoon had hij gevonden in Jongeling.
Ter sprake kwam de tijd waarin Jongeling in het huis van bewaring was. Daar hoorde hij het bericht dat het kindje, dat in 1942 geboren was, na drie maanden was gestorven in de armen van zijn vrouw.
Bomans vroeg of er toen geen gevoel van opstandigheid over hem kwam.
Jongeling antwoordde: Daar heeft God mij voor bewaard. Ik heb wel intens verdriet gehad maar ik was toch ook in Hem getroost.
Bij een verder navragen over de vele moeiten die hij heeft moeten ondergaan in het concentratiekamp, werd gevraagd of hij toen steun had aan het geloof. Het antwoord luidde: Ja, ik wist, wat er ook gebeurt, het komt toch goed. Ook als ik moet sterven.
Dat treft ons te meer nu de Kamervoorzitter in zijn herdenkingswoord zei: "Toen Jongeling hier binnentrad, had hij meer meegemaakt dan ons allen lief zou zijn".
In het gesprek ging het dan verder over twijfel. Hij getuigde dat hij aan de Waarheid van Gods Woord niet twijfelde.
In heel het gesprek kwam steeds weer naar voren dat hij koos voor Gods Woord zoals het richting geeft in de politiek, zoals het ons troost over de gang van ons leven, door God gepredestineerd, zoals het de grond is om de evolutieleer te verwerpen enz.
Hij sprak zijn dankbaarheid uit over een gereformeerde opvoeding en benadrukte dat het alleen genade is, wanneer de Heere hierbij bewaart.
Toen Bomans vroeg - mede naar aanleiding van Kuiterts woorden dat hij niet kon accepteren dat de graven opengaan - wat Jongeling daarvan dacht, was het antwoord een gebaar en een woord.
Het gebaar: hij haalde een Bijbel uit zijn zak; het woord: 1 Korinthiërs 15 en Openbaring 20. Daarop liep het gesprek ook uit Bomans, die vaak met zulke vragen bezig was, vroeg over het geloof dat na de dood de mens voortbestaat.
Jongeling zei daarvan, dat dat zo is.
"Wie werkelijkzijn verlossing verwacht van de Heere Jezus Christus, van het bloed van Christus, die zal zalig worden."
Bomans: Hebt u veel van uw moeder gehouden?
Jongeling: Ja...
B.: Is ze dood?
J.: Ja...
B.: Zult u haar ontmoeten in de hemel?
J.: Ik zal haar ontmoeten in de hemel.
B.: Persoonlijk?
J.: Ja, ja!
Vaak staat onder rouwadvertenties: "De hoop op een zalig weerzien lenigt onze diepe smart". Dat klinkt een beetje simplistisch maar het is wel juist. Ik geloof alleen niet dat het een kwestie is van herkennen, maar dat we elkander rijker zullen kennen dan we hier ooit gedaan hebben!
B.: Dus nog meer kennen?
J.: Nog veel meer kennen, en niet eenvoudig en alleen die knusse familieband, maar van allen die met ons geloofd zullen hebben!
B.: U hebt geen moment dat u daaraan twijfelt?
J.: Nee. Dat is vaster dan de bergen. Dat zál gebeuren. Gods Woord heeft het gezegd. Daar stáát het!
B.: ... Daar staat het, ja...
Toen gleed het beeld weg... Korte tijd daarna overleed Bomans. We hopen dat dit hem getroffen heeft. Nu is Jongeling overleden. Nu mogen we zeker weten dat dit vervuld is. Want Gods genade is onoverwinnelijk. Zijn ziel in 't eeuwig leven verwacht de jongst dag.'
***
De Zaaier, orgaan van de hervormde gemeenten op Goeree en Overflakkee, bestaat vijftig jaar. In het laatste nummer, dat verschenen is, is ingesloten het éérste nummer, namelijk van zaterdag 11 juli 1936. In de kop staat vermeld 'dit blad wordt uitgegeven ten bate van het ziekenhuis "Bethesda" te Dirksland'. Overigens merkt de huidige redactie in eent terugblik op dat alle nummers van vóór 1953 met de watersnoodramp verloren zijn gegaan. Men vraagt of er nog iemand is, die de nummers van de Zaaier van die jaren bewaard heeft. In het eerste nummer staat een meditatie van 'de voor velen nog onvergetelijke ds. C. van der Wal' (hij was 17 jaar predikant van Dirksland en mede betrokken bij de oprichting van Bethesda. De meditatie handelt - hoe zou het anders kunnen - over 'Ziet een zaaier ging uit om te zaaien' (1 Cor. 3 : 7b). Uit deze meditatie:
'Het heeft den Heere behaagd, krachtens Zijn alleen wijze wil, gebruik te maken van den dienst van menschen op den akker der wereld.
Ook hierin heeft Hij niet noodig van menschenhanden gediend te worden.
Hij kan Saulus van Tarsen van den hemel toeroepen: "Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? " Hoewel de Heere ook daar nog dezen gegrepene verder laat onderrichten door den discipel Ananias in Damascus.
Maar deze zelfde Saulus heeft als zijn levensroeping leeren verstaan, dat God hem wilde gebruiken om te planten.
Hij is wel in het bijzonder een voorbeeld geworden van degenen, die geroepen worden om uit te gaan, uit te gaan om te zaaien.
Hij is uitgegaan: naar Klein-Azië en naar Macedonië, naar Griekenland en naar Rome.
Hij spreekt in de synagogen en op de markten. En hij spreekt niet alleen: hij schrijft ook zijn brieven zelfs in de gevangenis.
Hij geeft zijn leven over in den dienst des Heeren Jezus Christus.
Waarlijk, hij ging uit om te zaaien. In dit alles ligt een spoorslag voor ons.
"Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft alzoo bediene hij ze aan de anderen, als goede uitdeelers der menigerlei genade Gods."
Wij worden hierdoor geroepen om uit te gaan, altijd overvloedig zijnde in het werk des Hééren, zaaiende niet anders, dan het goede zaad van hebt zuivere Woord Gods.
leder arbeide daarom mede op zijne wijze, opdat ook deze "zaaier" het zaad des Woords moge kunnen brengen tot de menschen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's