Pro life, oftewel de eerbiedwaardigheid van het leven
Dit artikeltje heeft betrekking op hetgeen zich afspeelt op het gebied van de wetgeving inzake de euthanasie, het door de wetgever aan artsen te verlenen recht om tot directe doding over te gaan van patiënten, zij het dan in zeer bijzondere gevallen.
Het Ministerie - namelijk van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur - heeft indertijd een Staatscommissie Euthanasie ingesteld, die alle geledingen van de maatschappij gehoord heeft, en nu een eindrapport heeft uitgebracht.
De staatscommissie omschrijft euthanasie als een opzettelijk levensbeëindigend handelen door een ander dan de betrokkene, op diens verzoek. Dit is een definitie die voor de hand schijnt te liggen: stel toch voor dat men om het leven gebracht zou kunnen worden tegen zijn wil... Nochtans denk ik dat in deze definitie al een grondfout zit: het zelfbeschikkingsrecht van de mens over eigen leven zit in de probleemstelling ingebouwd. Geen wonder dat er dan uitkomt dat euthanasie, uiteraard (voorlopig nog?) onder stringente voorwaarden, toegestaan wordt, en niet strafbaar zal blijven gesteld.
Een minderheidsnota van de heren Jeukens en Klein vergezelt het rapport. Zij wijzen euthanasie af. Mijn sympathie is met hen, maar tevens vraag ik mij af of zij het gevaar dat al in deze definitie van euthanasie lag, wel voldoende hebben onderkend. Het is een definitie die uit de medische wereld stamt, en met grote klakkeloosheid allerwegen is overgenomen.
Het rapport spreekt ook over hulp bij zelfdoding, nl. als over iets dat op dezelfde lijn ligt als euthanasie bedrijven. Met deze gelijkstelling kan men vrede hebben: medeplichtigheid is evenzeer een daad als de daad van de euthanasie zelf.
De commissie is zich ervan bewust, dat het nog jaren zal duren voordat duidelijkheid zal ontstaan over de grenzen van de strafbaarheid: daar zullen nog jaren jurisprudentie, ervaring-oplopen met dit probleem, overheen moeten gaan. Naar mijn oordeel geeft de commissie hiermee impliciet toe dat het hek van de dam is, en dat men met vallen en opstaan maar moet zien te komen tot een nieuwe afrastering. Over de vraag of dit lukt spreekt de commissie niet. Hoe zou zij ook?
Natuurlijk zijn er zekeringen ingebouwd. Niet alleen worden er een ander of anderen ingeschakeld dan alleen de behandelende geneesheer, maar bovendien mag alleen en uitsluitend de arts de daad van de euthanasie verrichten. Hoe goed de bedoeling ook, hier weer mijn kritisch commentaar: werpt de geneesheer zich hier niet op tot de medicijnman die de zedelijke oordelen kan voltrekken op grond van het feit dat hij medisch-technisch beter is toegerust dan anderen? Wat bedoeld is als een soort zekering, speelt in feite het criterium voor euthanasie en hulp bij zelfdoding toe aan de vakman. Typisch een ontwikkeling die in onze tijd past. Niet de morele waarden maar de technische feiten bepalen de moraal. Een voorbeeld: wanneer morgen zou worden aangetoond dat het gebruik van de pil een lichtgevende puist veroorzaakt op het voorhoofd, konden we het elektrisch licht wel afschaffen. De feiten hebben de moraal gemaakt, en veelal geeft de kerk dekking-achteraf. (Met name de Gereformeerde Kerken zijn in hun rapport over de euthanasie zeer onkritisch gebleken.)
Openheid
Terecht bepleit het rapport volslagen openheid inzake de vraag waar de behandelende geneesheer staat. Daar heeft de patiënt recht op. Ik wil niemand bang maken, maar euthanasie wordt zowel op verzoek als zónder verzoek in vele ziekenhuizen aan de lopende band toegepast, en graag laten doktoren het dan verrichten door het verplegend personeel, zodat de daad gedelegeerd wordt en anderen met de geestelijke brokken zitten.
Nu kan men er enige waardering voor opbrengen dat de wetgever, het hier bovenstaande wetende, probeert in te spelen op de veranderende trend in de moraal, en tegelijkertijd tracht sanerend te werk te gaan, uitwassen af te snijden. In dit opzicht is er een parallel met wat in de echtscheidingswetgeving vroeger 'de grote leugen' werd genoemd: één van de beide partijen nam schuld op zich, terwijl tegelijkertijd bij notariële acte werd vastgelegd dat deze schuld 'pro forma' werd uitgesproken, zodat iemands naam onbesmeurd bleef. Iets dergelijks doet zich hier voor, alleen zonder notaris. De arts tekent de overlijdensverklaring en vult als doodsoorzaak de ziekte in, niet de dodelijke dosis waaraan de patiënt overleden is, een dosis die niét zijn oorzaak vond in het lijden van de patiënt. Bij onderzoek is de arts strafbaar, al is gebleken dat de arts soms niet schroomt de verpleegkundige de schuld te geven, omdat deze er vaak van af weet, en óf instemt óf geen kant op kan. Gewoon een stukje jungle hier, waarin ieder probeert te overleven ten koste van de ander, zodra er dingen aan het licht komen.
Bewijslast
Nu doet zich tegenwoordig het verschijnsel voor dat degene die tégen een moderne ontwikkeling is, zich de bewijslast ziet toegespeeld. Niet hij die de dingen veranderen wil moet zich verantwoorden, maar hij die met het oude volstaan wil. Progressief wetgeven is dan normaal, bestaande wet handhaven vraagt om bewijsvoering. Een typisch gegeven in een historiserende tijd die de rollen omdraait, en zich dan ook nog verwondert als er mensen zijn die hier de vinger bij leggen.
Als ik tégen deze ontwikkeling inzake de wetgeving aangaande euthanasie ben, moet ik dus eerst omstandig mezelf indekken als niet-achterlijk, niet-ouderwets, niet-gefrustreerd, niet-reactionair. Net zo min als de heren Klein en Nieboer. Ik denk dan ook dat het leven niet op grond van een abstracte wet eindeloos of nodeloos gerekt moet worden. Ik vind het leven een gave van God, maar denk dat er best een moment kan komen dat een mens die gave aan zijn God moet teruggeven en daar zijn reden voor kan hebben. Ik beroep mij daarbij op de Heere Jezus Zelf Die Zijn leven heeft gegeven opdat ik Leven (met een hoofdletter) zou, en Wiens beeld ik geroepen ben te dragen. En bij dit beelddragen begeleidt mij dan Zijn Eigen Woord, dat niemand meerder liefde heeft dan wie zijn leven geeft voor zijn vrienden.
Nooit is 'leven' of 'in leven blijven' iets dat zij n betekenis en waarde in zichzelf draagt.
Mijn verzet geldt dan ook niet het geven of nemen van het leven als zodanig, maar de eigenmachtigheid waarin men meent over de zinvolheid van een leven te kunnen oordelen.
De Schrift
Nu moet niemand denken dat de Bijbel ons een pasklaar en hanteerbaar criterium aanreikt aan de hand waarvan wij bij levenverkortend handelen te werk zouden kunnen gaan. Wanneer zich in Rijssen een pro-life arts vestigt, weet je - letterlijk: Goddank - precies wat je aan hem hebt, maar op het grensgebied van leven en dood zal hij al zijn geestelijke radar en zijn Geestelijk (met een hoofdletter) antennesysteem nodig hebben om te doen wat van hem gevraagd wordt, en aan levenverkortend handelen niet ontkomen, zelfs wel eens weten: deze spuit zal de laatste blijken te zijn.
Zelf heb ik een tijd gehad dat ik het onderscheid tussen actieve en passieve euthanasie verwierp, op grond van het feit dat beide een actieve daad inhouden. Daar ben ik weer vanaf, nu ik gezien heb hoe het wegvallen van dit onderscheid de weg heeft gebaand naar ongenuanceerd spreken over het recht tot doden onder voorwaarden. Hoe vloeiend de grenzen ook zijn, hoezeer het de schijn kan hebben dat een mens dood wordt gespoten - u vergeve mij de niet-verhullende woordkeus - , de dingen die hetzelfde lijken zijn daarom nog niet hetzelfde. Het is dan ook veelzeggend dat de openingszet bij alle hoorzittingen van de commissie déze was, dat men het onderscheid tussen actief en passief niet in zijn overleggingen wilde betrekken. Hoe simpel zal, bij een dergelijke versimpeling van meet af aan, de uitkomst zijn.
Naar mijn oordeel had de wet niet gewijzigd moeten worden. Binnen de wet is momenteel actieve euthanasie weliswaar niet mogelijk, maar passieve wel degelijk, en onthouding van levenverlengende middelen al helemaal.
Dokters en cultuur
Ik sluit met twee dingen. Ik ga iets over dokters zeggen, en iets over onze cultuur. De diepste achtergrond is bij de artsen deze, dat men zich heel modieus heeft laten verlagen tot hulpverlener. Men is noch een man- of vrouw-kerel, en zo een duidelijk 'tegenover' tegen de patiënt, noch iemand die het aandurft al de maatschappelijke en familiale tekortkomingen, op grond waarvan de patiënt dan maar dood moet, openlijk aan de kaak te stellen. Artsen zouden voorop moeten lopen in het aanwijzen van de inhumane manco's in een vertechniseerde maatschappij. In plaats daarvan is men gezwicht voor de overmacht van de feiten, heeft men zich van het alibi van hulpverlener voorzien, en zich zo tot neutraal ambachtsman gedegradeerd, de goeden niet te na gesproken, en dezen zijn er gelukkig nog vele.
En dan iets over de cultuur. Laten we ons niet laten bedriegen door de prachtige argumenten die worden aangevoerd aangaande de menswaardigheid van het bestaan. Natuurlijk, er komt een moment waarop wij in alle onttakeling aanvoelen dat de menswaardigheid hier ten diepste is aangetast. Dan is de bede dat de Heere onszelf of een ander mag wegnemen, niet per sé zonde. Evenmin is het dan zonde dingen te doen die de kwaliteit van het leven bevorderen dan wel het gebrek aan kwaliteit van leven onderdrukken, óók al zouden deze dingen het einde meer nabij brengen. Ieder zij hier in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd. Echter: zodra de wens van een betrokkene tot wet wordt, verlaagt de arts zich tot doorgeefluik (zie boven), en doet hij een culturele uitspraak, zelfs een religieuze: hij spreekt immers door zijn daad uit wat de mens als mens de moeite (niet meer) waard maakt, en constateert dit op medisch-biologische gronden.
Onder primitieve volken was het de gewoonte dat de soort werd geselecteerd: de zwakken uitgebannen, uitgestoten, zowel privé, als voor de procreatie. Onder het mom van hoogsthumane argumenten en geruggesteund door technisch kunnen begint de cirkel zich weer te sluiten. Dat wat biologisch-lichamelijk onverteerbaar is, moet weer worden weggedaan - en het kan zo geruisloos, tenminste wanneer niemand je pakt.
Structureel gesproken zie ik geen enkel verschil tussen het werken aan en het doden voor de zuiverheid van het ras ten tijde van het derde rijk, en datgene wat hier tot wet verheven wordt. In de tweede wereldoorlog waren het de joden die het slachtoffer werden, en nu worden de joden gebruikt als afleidingsmanoeuvre en zijn het intussen de ongeboren mensenkinderen en de nog-niet-gestorven zieken en ouden, over wiens lijken het gaat, en deze schijnbaar grove uitdrukking gebruik ik heel opzettelijk.
Ik denk dat Nietzsche het wint vandaag, op punten. Het is de cirkel van de natuurreligie die zich onder een dekmantel van humanistische camouflage en zelfbedrog sluit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's