De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Global bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Global bekeken

7 minuten leestijd

Kerknieuws van Scheps gaf het volgende overzicht van 'winst en verlies', geput uit het jaarboekje 1985 van de Gereformeerde Gemeenten.

'Van dat vele materiaal trekt de statistiek natuurlijk altijd sterk de aandacht, al zijn andere onderdelen voor de geregelde gebruikers minstens zo belangrijk. Het ledental steeg met 777, nl. van 86109 naar 86886. Bij de belijdende leden is de stijging het grootst: dat klom van 45391 naar 45886, wat een groei van 495 betekent. Het aantal doopleden vermeerderde met 282: het steeg van 40718 tot 41000. Die groei is niet te verklaren uit werfkracht, want zowel bij de belijdende leden als bij de doopleden is het aantal van hen die zich onttrekken groter dan degenen die zijn toegetreden. Tegenover de 489 belijdende leden die vertrokken staan er 228 die kwamen, voor de doopleden zijn die aantallen 809 en 340. In totaal verlieten dus 1298 leden deze gemeenten en voegden er zich 568 leden bij. Men verliest aan de Nederlandse Hervormde Kerk: er gingen 258 belijdende leden en 394 doopleden, in totaal 652 leden naar deze kerk, er kwamen 80 belijdende leden, 142 doopleden, in totaal 222 leden daarvandaan. Dat is ook het geval met de Oud-Gereformeerde Gemeenten: daarheen gingen 58 belijdende leden en 73 doopleden, in totaal 131 leden, daaruit kwamen 49 belijdende leden en 64 doopleden, in totaal 113 leden. Men wint van de Christelijke Gereformeerde kerken en van de Gereformeerde Gemeenten (uitgetreden), waarmee men de Gereformeerde Gemeenten in Nederland bedoelt Naar het eerste kerkverband gingen 26 belijdende leden en 24 doopleden, in totaal 50 leden en daarvandaan kwamen 35 belijdende leden en 25 doopleden, in totaal 60 leden. Naar de laatstgenoemde denominatie gingen 24 belijdende leden en 76 doopleden, in totaal 117 leden. Ten aanzien van de Gereformeerde Kerken bleef men gelijk: tegenover de 10 belijdende leden en 13 doopleden, in totaal 23 leden, die kwamen, staan 7 belijdende leden en 16 doopleden, in totaal 23 leden die gingen. Andere kerken worden niet apart opgegeven, maar samengevat met de term 'overigen'. In die categorie doet zich een groot verlies voor Tegenover de 13 belijdende leden en 20 doopleden, in totaal 33 leden, die zich bij de Gereformeerde gemeenten voegden, staan 116 belijdende leden en 270 doopleden, in totaal 386 leden, die de band verbraken. Er wordt meegedeeld dat bij de groep ook degenen inbegrepen zijn die zich bij geen kerkverband aansloten. De conclusie is dus gewettigd dat er heel wat belijdende leden en doopleden zijn, die deze gemeenten verlaten en zich bij geen enkele andere kerk aansluiten. Bij de doopleden is dit aantal groter dan bij de belijdende leden. Ook van deze kerkgemeenschap moet men dus, zoals ook met de andere kerken wier jaarboek ik onlangs besprak het geval is, constateren dat de secularisatie haar niet voorbijgaat.'

***

Enige tijd geleden ontvingen we een bief van een lezer, die best de moeite waard is om hier doorgegeven te worden. Het gaat over het 'slijk der aarde', het geld.

'Bij alles wat vandaag gebeurt en besproken wordt, wil ik u in kennis brengen met iets wat al jaren plaatsvindt, maar waaraan geen aandacht wordt geschonken. Het heeft zowel met politiek, economie en geloof (theologie) te maken, mede in verband met de bedreiging van de schepping. Juist daarom vraag ik met klem uw aandacht. Het gaat om de stoffelijke dingen, door de Schepper aan de mensen gegeven, om daarmee, met en afhankelijk van elkaar, samen te leven en samen te werken, met als gevolg van die arbeid: de resultaten daarvan onderling ruilen. Om dit ruilen te vergemakkelijken werd het muntstelsel ingevoerd, met de belijdenis "Immanuel" in het randschrift. Ruil Mijn gaven onderling. De Schepper het middelpunt en de grondslag van samenleven en samenwerken. Helaas dit is niet zo gebleven. Niet het geld in dienst van de scheppingsgaven bleef het ruilmiddel, een totale omkering vond plaats. De gaven van de Schepper degradeerden tot ruilmiddel van het geld. Het goede stortte neer, de volmaakt harmonische orde tussen mensen werd verstoord, de samenleving degradeerde tot commerciële grootheid in dienst van het geld. Daar bleef het niet bij, de macht van het geld werd zo groot dat speculatie haar intrede deed. Wat in de oudheid vulgair en tot in Luthers tijd verboden was, werd gelegaliseerd als bron van het bestaan met de rente-eis om geld met geld te vermeerderen. Woeker: geld werd god. Begrijpelijk was het dat door die vulgaire omkering veel mensen eigenmachtig gingen optreden. Immers de grond van al het bestaan, de Schepper moest plaats maken voor het geld. Privé en de "binnenkamer" bleef alléén nog over voor de Heere, die alles gemaakt had. Daarbuiten handelde, door mensen gestimuleerd, de geldgod mammon. Van deze vulgaire omkering is nooit meer afgeweken. Het ging door van kwaad tot erger. We voelen ons van uit het Oosten bedreigd? Waaraan is dit te wijten? Zou het met zonden te maken hebben? In de oudheid waren het de profeten die opriepen tot bekering: ''De Heere is God!'' Zinvol zou het zijn dit tot vandaag door te trekken. We proberen ons voor die bedreiging veilig te stellen. Met kruisraketten ? Zou dit een gebroken rietstaf kunnen zijn, daarop steunend die de hand doorboort? Een pijn die nu reeds wordt gevoeld? Toch, dat geld zal ontgoddelijkt moeten worden. De Schepper zal Z'n grondslag te midden van de samenleving terug moeten krijgen. Het randschrift in onze munt, zal bij elke uitgave daarvan ons daaraan blijven herinneren. Zo niet, dan kan dit randschrift een tegen ons gerichte vloek worden, wat me uitermate ongerust maakt.'

***

Een lezer - kennelijk in hoge mate geboeid door de bekende engelse Schriftluitlegger Matthew Henry (1631-1697) - schreef ongeveer duizend 'kernzinnen' uit de werken van Matthew Henry op. Hier volgen er enkele.

• 'Een zich ernstig toeleggen op ons werk is het beste geneesmiddel tegen bovenmatige smart.'

• 'Een enkele genaderijke aanraking van Christus zal onze kinderen gelukkig maken. Velen, die door de discipelen worden gestraft, worden door de Meester genodigd. Indien de ouders leden zijn van de zichtbare kerk, dan zijn kinderen het ook; want indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig.'

• 'Gaat dan heen, onderwijst alle volken. We zien, dat de zaligheid door Christus aangeboden moet worden aan allen, en niemand buitengesloten moet worden dan die zichzelven door hun ongeloof en onboetvaardigheid (= geen gezindheid tot boete-herstelling) buitensluiten.'

• 'Geen schepsel is meer tot dwalen geneigd dan een schaap, en als het dwaalt, is er geen schepsel dat zo hulpeloos en machteloos is, en zo onbekwaam om de weg terug te vinden.'

• 'Dikwijls gebeurt het, dat zij die het meest bestraffing nodig hebben en verdienen, wel genoeg schranderheid hebben om een stilzwijgende bestraffing te begrijpen, maar niet genoeg genade om haar te kunnen dragen.'

• 'Overdreven strengheid van de wet wordt onrechtvaardigheid.'

***

Wij mannen discussiëren over de plaats van de vrouw in de gemeente en intussen overtreffen de (bonds)vrouwen de (bonds)mannen in beleid. Vorige week donderdag: 3500 vrouwen bijeen in de Veluwehal te Barneveld! Kom er eens om om vandaag zóveel mannen op de been te brengen. Maar goed, het zit niet in het aantal. Toch intussen wel een indrukwekkende ervaring. En aan 'onze' vrouwenbond een gemeend knikje uit onze richting: gewoon doorgaan! Ze waren best een beetje nerveus, de dames van het hoofdbestuur, hoe ze de grote schare moesten opvangen. Maar het volk bleek volgzaam en leidzaam. Verder een aansprekend thema 'En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde'. Iemand schreef eens over christenen, dat de liefde daar het minst te zoeken is waar ze het méést gepredikt wordt. Een caricatuur? Natuurlijk, maar in een tijd van polarisatie is het broodnodig overeen voor de gemeente 'vanzelfsprekende' zaak diep na te denken. Dat gebeurde dan ook, in referaten en in declamatie. Mevr. D. de Vreugd van der Marel gaf in gloedvolle declamatie een aantal fraaie gedichten door: van mevr. Van Dommelen, Jacqueline van der Waals en van wijlen ds. F. Kijftenbelt. Toen ik naar huis reed kon ik niet loskomen van die ene overbekende psalm: waar Liefde woont, daar gebiedt de Heere de zegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Global bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's