Geestelijke stromingen
een nieuw vak op de basisschool
Sinds één augstus gaan de meeste kinderen tussen vier en twaalf jaar naar de basisschool. De kleuterschool en de lagere school bestaan niet meer. De wet schrijft voor, dat op die nieuwe school ook een nieuw vak gegeven moet worden: geestelijke stromingen. Dit artikel gaat er niet over, wat dat vak onderwijskundig gezien precies inhoudt. Daar kan men u op school veel beter over inlichten. Hier wil ik alleen iets zeggen over de verhouding van het vak godsdienst of bijbelles of bijbelse geschiedenis aan de ene kant en het vak geestelijke stromingen aan de andere kant.
Zoveel mensen...
Er wonen in ons land veel mensen. Al die mensen zijn verschillend. Ze hebben verschillende voorkeuren, verschillende gewoonten, verschillende opvattingen en ga zo maar door. Wat ook heel verschillend is in ons land zijn de zaken rondom wat de mensen geloven. Juist in de laatste jaren is op dat gebied heel wat veranderd. Was Nederland vroeger overwegend christelijk, nu hebben we te maken met mensen, die heel andere godsdiensten of stromingen aanhangen. Dit komt door de komst van bijvoorbeeld gastarbeiders en vluchtelingen, maar ook doordat we via radio, televisie en kranten vrij snel weten, wat er in andere delen van de wereld gebeurt. Om nu een beetje te laten begrijpen, wat andere mensen bezielt, als ze een ander geloof of een andere opvatting hebben en om begrip voor elkaar te leren krijgen, heeft de regering besloten, dat de kinderen op de basisschool wat van die andere stromingen op geestelijk gebied af moeten weten. Vandaar het vak: geestelijke stromingen. Dit vak heeft dus als uitgangspunt: er zijn zoveel mensen met zoveel zinnen, opvattingen, over die mensen met hun opvattingen moet je iets weten.
Ik geloof
Op veel scholen wordt christelijk godsdienstonderwijs gegeven. Op christelijke scholen gebeurt dat vanuit de school door het eigen personeel; op veel openbare scholen nemen de kerken dit voor hun rekening en worden deze lessen gegeven door iemand, die door de kerkeraad is aangesteld. Meestal is dat de predikant of ook wel anderen. Op sommige openbare scholen geeft het eigen personeel godsdienstles. Het uitgangspunt bij de godsdienstlessen is het geloof, vanwaaruit personeel of kerk vertellen over de Heere God en Zijn Woord. Iemand, die godsdienstles geeft is zelf ook door zijn of haar geloof bij die godsdienst betrokken. Anders dan bij het vak 'geestelijke stromingen' gaat het hier over zaken, waar ikzelf in leef, waar ikzelf mee bezig ben, over de God, die ikzelf aanbid, in wie ikzelf geloof. Het gaat er bij dit vak niet om een beetje te laten begrijpen, wat die christenen bezielt, maar om wat het Woord van God ons te vertellen heeft. Vandaar, dat er bij de godsdienstles wel gebeden wordt tot de God van de bijbel, maar bij de lessen geestelijke stromingen niet tot de verschillende goden, die daar behandeld worden.
Leren luisteren en gehoorzaam zijn
Bij het vak geestelijke stromingen leren we dus luisteren naar andere mensen met andere opvattingen. Dat luisteren is bedoeld om begrip voor elkaar op te kunnen brengen. Bij het vak godsdienst gaat het om leren gehoorzaam te zijn aan God. Te leren leven uit Zijn Woord. De overeenkomst tussen beide vakken is, dat het alle twee gaat over het geloof van mensen, welk geloof of welke opvatting dat dan ook is. Maar er is een duidelijk verschil. Dat is het verschil tussen leren luisteren naar een ander en het horen bij de Heere God.
Als nu het vak geestelijke stromingen op de basisschool gegeven wordt, dan lijkt het voor de ouders al snel, alsof er een soort zending bedreven wordt voor die andere godsdiensten, of dat de kinderen eigenlijk geleerd wordt, dat ze net zo goed zich bij de ene godsdienst als bij de andere aan kunnen sluiten. Dat is niet het geval. Het vak geestelijke stromingen kan en mag niet verder gaan als leren hoe mensen met hun (geloofs)opvattingen omgaan. Dat heeft niets te maken met zending bedrijven voor welke godsdienst of stroming dan ook. In het kader van het vak godsdienst - of in het kader van de grondslag van de christelijke school - wordt op een andere manier hierover gesproken. Namelijk, vanuit een bijbels standpunt. Dan wordt ons wél geleerd om God te gehoorzamen en te vertrouwen. Men kan dus nooit zeggen: 'We hebben nu een vak geestelijke stromingen, nu kan men Godsdienst wel afschaffen'. Dat kan niet, want het zijn twee heel verschillende vakken. Ook kan men niet zeggen: 'We geven allang godsdienst, dus hoeven we niets te doen aan geestelijke stromingen'. Dat kan ook niet, want het vak godsdienst is bedoeld om iets te leren uit de bijbel en niet in de eerste plaats om zaken te leren kennen uit andere stromingen. Zo zien we: hoewel deze vakken uiterlijk wel op elkaar lijken, gaat het toch, wat uitgangspunt eïi doelstelling betreft, om wezenlijk verschillende zaken. Dat de leerkracht die beide vakken geeft die vakken benadert vanuit, wat hij of zij zelf gelooft is logisch. Dat gebeurt bij alle vakken. Men dient er dan wel op te letten, waar men mee bezig is, zodat met name de ouders weten, bij welk vak waar zij aan toe zijn. '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's