Woekeren met de nalatenschap van Johannes Calvijn
Aan Reformatieherdenkingen is onlosmakelijk de naam van Luther verbonden. Met hem is het begonnen. Hij was in de 16e eeuw de eerste en gedurende enige tijd zelfs de enige hervormer der kerk. Steeds weer komt men, bij het bestuderen van de Reformatie ongeacht of het Duitsland, Zwitserland, Engeland, Nederland of een ander land betreft, bij hem terecht.
Maar Luther kreeg medestanders en opvolgers. Binnen Duitsland en daarbuiten. Zij gingen soms geheel andere wegen dan hij ging, maar zij hadden toch het een en ander aan hem te danken. Luther was het die hen op de weg van het reformatorisch denken en spreken had geholpen.
Tot deze 'leerlingen' van Luther heeft Calvijn behoord.
Wij doen allerminst iets af van het geheel eigene en van het formaat van Calvijn als wij stellen dat hij op de schouders van Luther gestaan heeft. Calvijns theologie en prediking zijn niet te verstaan, als men ze niet ziet tegen de achtergrond van hetgeen Luther leerde. Steeds weer wordt men bij het bestuderen van de Institutie en andere werken van Calvijn getroffen door woorden en gedachten die hij letterlijk van Luther heeft overgenomen.
Toch zal het daar in dit artikel niet over gaan. We willen ditmaal trachten meer het eigene van Calvijn in het vizier te krijgen. Natuurlijk slechts op de wijze van het maken van een paar notities. Dit 'eigene' van Calvijn heeft gestalte gekregen in het Gereformeerd Protestantisme. Het is een erfenis geworden. Vaak, maar niet altijd, ook een levend bezit. De waarde ervan roept ons ertoe er zuinig mee om te gaan en het te bewaren, en er ook (geestelijke) winst mee te doen. Wij noemen ten eerste Calvijns omgaan met de Schrift, ten tweede zijn leer van Gods soevereiniteit, en ten derde zijn leer van de heiligmaking.
Calvijn en de Schrift
Calvijn heeft anders dan Luther nooit vanuit een sterke liefde tot een bepaald dogma zich kritische opmerkingen laten ontvallen ten aanzien van bepaalde gedeelten van de Schrift. Luther zag de Jacobusbrief als in strijd met de paulinische leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen, en dat verleidde hem ertoe zich nogal kritisch uit te laten over de brief van Jacobus; hoewel we er wel aan moeten toevoegen dat hij ook deze brief vertaalde en een plaats liet in de canon van het Nieuwe Testament. Maar Calvijn was evenwichtiger. Was Luther een 'profeet', Calvijn was een 'leraar'. Hij was veel minder origineel en minder sprankelend dan Luther, maar wist de zaken beter op een rijtje te zetten. Luther was geleerd, maar Calvijn was de 'geleerde'. Niet een droge geleerde, maar wel een geleerde. Calvijn wist ook beter dan Luther te exegetiseren. Luthers exegese van de Schrift is vol verrassingen, boeit van het begin tot het eind, doet ons zelfs de adem inhouden, maar verwijdert zich nog al eens van de letter van de Schrift; bij Calvijn is dat laatste nimmer het geval. Calvijns commentaren op de Bijbel kunnen de toets der moderne kritiek beter doorstaan dan die van Luther. Men zou kunnen zeggen dat Calvijns exegese van de Schrift zich door twee kenmerken onderscheidt; nl. een diep ontzag voor de Schrift als Gods Woord en tegelijk ook door een hoge mate van nuchterheid. Door het getuigenis van de Heilige Geest in zijn hart was Calvijn ervan overtuigd dat de Schrift het geïnspireerde Woord van God is. Het Schriftgetuigenis biedt hem onwrikbare waarheid. Hier vindt hij de doctrina - een woord dat wij ontelbare malen bij hem tegenkomen, en dat wij door 'leer' kunnen vertalen, als wij maar bedenken dat bij Calvijn de 'leer' Gods heilzame waarheid is. Zelf was Calvijn, bij zijn bekering, tot docilitas gebracht, ook weer een woord dat men ettelijke malen bij hem tegenkomt en dat betekent: een houding van bereidheid tot luisteren. Spreek, Heere, want uw dienstknecht hoort! Calvijn wist zich een 'discipel' van het Woord Gods en heeft eindeloos vele malen zijn hoorders en lezers ertoe opgeroepen om eveneens 'discipelen' van Gods Woord te zijn. Maar tegelijk bij hem een hoge mate van nuchterheid. De teksten van de Schrift zijn hem te sterk en te machtig. Hij kan niet, naar eigen believen, een of andere kant uit die afwijkt van de tekst. Hij kan niet zijn fantasie vrije teugel geven en komen tot wonderlijke speculaties. Hij was dan ook wars van alle speculatie! Maar ook wars van alle allegorese, vergeestelijking. Men zal nergens bij Calvijn 'vergeestelijkingen' tegenkomen. Dat heeft hem in later tijd weleens het verwijt op de hals gehaald dat hij niet 'bevindelijk' genoeg zou zijn. Calvijns 'bevinding' was door en door schriftuurlijk. De eerbied voor Gods Woord heeft hem ervan weerhouden om met behulp van allegorische Schriftuitleg een kwasie-bevindelijkheid te leren.
Deze erfenis, meen ik, moeten we hoog waarderen. De Schriftkritiek wordt gekenmerkt door gebrek aan eerbied voor de Schrift als Gods Woord. Haar dogma is: de menselijkheid van de Schrift. Maar we zullen over de menselijkheid van de Schrift nooit anders kunnen spreken dan wanneer wij uitgaan van haar goddelijkheid. Anders houden wij van de Bijbel op de duur geen letter meer over, en wordt de gemeente het slachtoffer van een slechts schijnbare wetenschappelijkheid. Aan de andere kant, de Schrift mag ook niet vromelijk verdraaid worden, zodat wij erin gaan lezen precies datgene wat wij zelf dachten of zelf beleefden. Het vloekt met de leer der Reformatie en met Gods Woord zelf, als een predikant (en dat is historisch) van de kansel zegt: et staat wel niet in Gods Woord, maar Gods volk beleeft het zo... Dan zeg ik: ook dit zal geen dageraad hebben (Jes. 8 : 20).
Calvijn en Gods soevereiniteit
Bij niemand in de geschiedenis der kerk zal men zulk een diep ontzag voor de majesteit Gods tegenkomen als bij Calvijn. Heel zijn spreken was doortrokken van de hoogheid Gods. Talloze malen lezen wij in zijn werken dat wij maar 'stof' zijn, 'slijk' zijn, 'aardwormen', en, dat God hoog is, vol majesteit, en dat wij tegenover deze goddelijke majesteit als zondaar en zondares geen enkele grond onder onze voeten hebben. Niet voor niets was Calvijn de man van de goddelijke predestinatie: verkiezing en verwerping. Ook de christen kan zich bij Calvijn nooit groot en breed maken. Hij blijft afhankelijk van Gods voorzienigheid. De voorzienigheid Gods is bij Calvijn een centraal thema. Maar dat niet alleen. Hij blijft afhankelijk ook van Gods genade in Christus. Hij moet altijd weer het hoofd buigen. Hij behoudt een 'verbroken' hart. Hij blijft de tollenaar in de tempel. Hij blijft de bedelaar aan de troon. Calvijn nagelt hem vast op de plaats waar de blik op Jezus Christus als het Lam Gods dat de zonden der wereld wegdroeg, de enige troost is. Wij komen nooit verder dan Golgotha en de Hof van Jozef. Maar het staat wel in het licht van de Hemelvaart. Daar moeten wij het nu zoeken. Sursum corda, de harten omhoog - deze woorden uit ons oude avondmaalsformuüer zijn door en door calvijns. Is er dan niet Pinksteren? Toen is de Geest gegeven, die ons hiertoe brengt. Calvijn kent geen Pinksteren dat aan Goede Vrijdag en Pasen voorbijgaat en ze achter zich laat. Dan wordt de vrome mens te groot. En hij kan (en mag) niet groot zijn, want alleen God is groot!
Hij is groot in zijn genade. Als Calvijn spreekt over Gods soevereiniteit is dat geen wereldbeschouwing, maar religie, ook al heeft het wereldbeschouwelijke consequenties. Calvijn was allerminst een pure predestinatieprediker. Heel zijn prediking was doorademd van de opzoekende liefde Gods in Christus. Het vermaan om te komen tot Christus, dat is hét model van toepassing dat men zo goed als in alle preken van Calvijn tegenkomt. De Hoge en Verhevene is mens geworden, heeft ons gezocht en zoekt ons nog. Calvijn heeft er geen probleem van gemaakt om de mensen op te roepen, te vermanen tot geloof en bekering. Zijn predestinatieleer stond hem daarbij niet in de weg, hielp hem juist, want daardoor wist hij: ze zullen gewis komen!
Ook nu zeggen wij: dit is een kostbare erfenis. In de barthiaanse theologie gaat de soevereiniteit Gods onder in zijn algemene liefde. Er is van God niets meer te duchten. In Christus allen verworpen èn verkoren. Wat kan ons eigenlijk nog aan oordeel Gods ooit overkomen? Plaats voor berouw is er niet. Aan de andere kant, waar men de predestinatie losmaakt van het Evangelie wordt zij een fatum (lot), waar zelfs een moslim nog voor terugschrikt. De gereformeerde religie is, naar mijn overtuiging, de meest bijbelse en daardoor de beste, maar haar ontaarding is de slechtste van alle.
Calvijn en de heiliging
Calvijn wist van de Wet, een heilzame Wet, maar toch: de Wet. Hij wilde de mens, zichzelf en anderen in toom houden. Luther wilde dat ook, maar vertrouwde daarbij heel sterk op de innerlijke kracht van het geloof. Luthers prediking van geloof en goede werken staat hoog. Wij kunnen er alleen maar tegen opzien. Wie haalt het ooit? Ons geloof is zo klein en zo zwak. Calvijn wist: wij hebben krukken nodig om het pad te gaan, en daarom sprak hij van Gods geboden. Niet alleen maar om ons neer te slaan, maar om ons te ondersteunen en voort te helpen. Kinderen mogen spelen, maar we zetten wel een hekje rondom de speelplaats. Dat is de functie van de Wet bij Calvijn. Zeker, kinderen zijn klauteraars; zij willen óver het hekje en vallen en huilen, of zij lopen er tegenop en bezeren zich. Zo gaat het ook met ons in ons omgaan met de Wet. De schuld ligt dan niet bij de Wet, die is goed, maar bij onze dwaasheid. We moeten binnen de perken blijven. Het woord 'beteugelen' lag Calvijn vóór in de mond, met name het beteugelen van onze hartstochten. Nodig, want wij willen immers de 'eindpaal' halen, alweer een woord dat door Calvijn veelvuldig gebruikt is.
Calvijns leer van de heiliging heeft in het Gereformeerd protestantisme een sterke invloed uitgeoefend. In vele gevallen een heilzame invloed. Een gestileerd, stijlvol leven. Dat was ook de intentie, op haar best genomen, van de puriteinen en mannen van de Nadere Reformatie. Maar - alles hangt immers met alles samen - de Wet werd later vaak verzelfstandigd; zij kreeg een allesbeheersende plaats in het stuk van de ellende. Zij werd meer een stok dan een hekje. Zij verloor meer en meer haar heilzaam karakter en werd los van het Evangelie, een ware tyran. Dan krijgt men wettische mensen, en die kwamen er genoeg. De Wet ging zelfs over het Evangelie heersen, en doet dat nog wel. Dan moet het Evangelie dansen naar de pijpen van de Wet, maar dat zijn klaagtonen en daarbij valt niet te dansen. Van een echte 'heiliging' is dan geen sprake meer, alleen maar van een: dit niet en dat niet...
Men zou opnieuw Calvijn moeten gaan lezen, en dan door de bril van Calvijn zelf. Eventueel ook nog met de bril van Luther. Want de Reformatie was ten diepste een eenheid. Calvijn kon de Augsburgse Confessie ondertekenen, al had hij wel zijn vragen, en al dacht hij over het avondmaal anders dan de lutheranen. De Reformatie herdenken kan niet zijn, en mag ook niet zijn, enkel een versieren van oude graven, of het oprichten van fraaie standbeelden, maar moet zijn een willen luisteren en leren. In de werken der reformatoren horen wij de zuivere klanken van het Woord Gods. Hebben wij dan aan dat Woord alleen niet genoeg? Zeker wel! Sola scriptura, alleen de Heilige Schrift. Maar als de reformatoren dat zeiden, waren zij verre van eigenwijs, zij luisterden naar Augustinus en andere kerkvaders en zij rekenden met de oude dogma's der kerk, met de oud-christelijke belijdenissen.
Alleen dan zal het Woord alleen het doen, wanneer ook wij niet eigenwijs zijn, en menen dat wij de belijdenissen der kerk en de werken der Schriftgetrouwe vaderen niet nodig hebben. Zeker, wij mogen ze toetsen, maar dan in dezelfde houding waarmee alle ware vromen steeds geluisterd hebben, al in oude bijbelse tijden, naar de stem van profeten en apostelen, en hun getrouwe leerlingen. En laat dan maar zijn vinger opsteken, al wie meent dat de reformatoren geen getrouwe leerlingen zijn geweest van de profeten en apostelen. De kreet: Terug van de Reformatie naar de Schrift, klinkt mij verdacht in de oren - ik weet, uit de geschiedenis der kerk, waar dat op uitloopt; liever zeggen wij: beluister in de werken der Reformatie de boodschap van het Woord Gods, dat Woord dat een onfeilbare regel is van geloof en leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's