Reactie op het ingezonden stuk van dr. W. L. H. Smelt
Ad. 1. Als in de definitie van het begrip euthanasie de eis tot een verzoek daartoe van de betrokken patiënt is opgenomen, een eis die allerwege in de medische wereld en theologische lectuur bij de definitie zelf betrokken wordt, worden in de definitie twee ongelijksoortige elementen gecombineerd, namelijk een moreel oordeel respectievelijk een wilsuitspraak van de één, en een technische dood van de ander. Het kan dan ook niet uitblijven of het ene - verzoek - gaat het andere - levensverkortend handelen - bepalen. Elders heb ik als alternatief aangeboden: levensverkortend handelen door en bij mensen. Bovendien kan ik mij voorstellen dat ook bij voorstanders van euthanasie in een aantal gevallen de gronddefinitie niet opgaat omdat de patiënt niet in staat is zijn wens kenbaar te maken.
Ad. 2. Bedankt voor de correctie. Ik had een weergave van het rapport voor mij en nam een fout over.
Ad. 3. Onbegrijpelijk. Dr. Smelt werkt in een ziekenhuis, maar weet niet wat er zoal in ziekenhuizen gebeurt omdat de staatscommissie geen onderzoek heeft gedaan. Ik heb alleen willen zeggen: onvrijwillige euthanasie gebeurt, en dat bij regelmaat, in situaties van overmacht, en onopvallend. Ik had hierbij vooral het oog op passieve euthanasie. Mijn criticus heeft blijkbaar niet overwogen, net zo min als de staatscommissie, dat het onderscheid tussen actief en passief niet alleen bestaat maar ook meetelt. Dat men in ziekenhuizen mensen weg laat glippen omdat men er geen raad mee weet of geen toekomst voor ziet is niet 'uit de lucht gegrepen'.
Ad. 4. Ook bij herlezing van hetgeen ik schreef kom ik geen beschuldiging tegen aan mensen. Mensen die voor hun daden staan - dr. Kenter - willen verdienen eer. Ik wees op iets anders: wanneer binnen een verplegingsproces bepaalde dingen niet gebeuren die hadden kunnen gebeuren om het leven te redden, is de verpleegkundige het uitvoerend orgaan. Zo wordt hij onontwijkbaar medeverantwoordelijk. De eigenlijke verantwoordelijke - de arts - nam wel een beslissing maar vanwege de vele verantwoordelijk - ook het team sprak mee - is er eigenlijk niemand meer echt verantwoor delijk. Excuus voor het woordje 'graag' overigens: dat kan op een beschuldiging wijzen. Het ging mij om het automatisme van de inschakeling van verpleegkundigen die men 'graag' medeplichtig maakt aan de beslissing en de uitvoering daarvan omdat dit verantwoordelijkheid spreidt.
Ad. 5. Op geweldig stellige toon hakt mijn criticus hier een knoop door in een geweldig ethisch-theologisch probleem. Mijn grondgedachte is: het aardse leven is de laatste waarde niet, maar wordt als waarde begrensd door het Leven met een hoofdletter. Vandaar dat levensbeneming offer kan zijn, of een protest-in-hope, in heel uitzonderlijke gevallen. Mijn beroep op de uitspraak van Jezus Christus dat men het leven kan geven voor de vrienden, uit liefde, en Zijn Eigen uitzonderlijke en onvergelijkbare invulling van dat woord, zelfs voor Zijn vijanden, kun je niet zo maar 'volkomen onterecht' noemen, temeer omdat dr. Smelt hier juist helemaal niet argumenteert. Dat Christus' lijden plaatsvervangend was, sluit niet uit dat er zich situaties kunnen voordoen dat in het geven (of nemen) van het eigen leven zich navolging aftekent. Mijn criticus noemt dit inhoudelijk situatie-ethiek. Ik denk daarentegen dat je een situatie 100% inspraak kan geven, daarna deze moet wegen op de schaal van het Woord Gods, en dan handelen moet vanuit de wijsheid die je ontvangt. En dat dat zo met alle geboden moet. En dat datgene wat je dan doet het goede is waarvoor je je dus niet hoeft te verontschuldigen. Ook al heb je de schijn tegen, misschien wel de letter van het gebod. Laten oudere lezers maar eens terugdenken aan wat in oologstijd 'de waarheid spreken' kon inhouden.
Daarom - en hier ziet mijn criticus scherp - ben ook het ook niet eens met de heren Klein en Nieboer wanneer ze schrijven, in een uitspraak die mijn criticus hogelijk prijst: Nooit rechtvaardiging, hooguit verontschuldiging in uitzonderlijke situaties. Ik ben van oordeel dat wanneer je je voor een daad moreel moet verontschuldigen omdat hij niet te rechtvaardigen valt, je die daad niet doen moet. Zonder het te willen vervalt de minderheidsnota en vervalt mijn zich zo stellig uitende opponent vanwege zijn abstracte manier van een wet opvatten in een compromis-ethiek, waarvan hij nu juist het rapport van 1984 - en mij - beschuldigt. Dr. Smelt heeft hier een fundamenteel ethisch probleem niet gezien. Daarom spreekt hij ook zo boud. En inhoudelijk conservatief-luthers.
Ad. 6. Heb ik beweerd wat u mij hier toedicht? Ik, heb alleen maar gezegd dat in het grensgebied tussen leven en dood de grens tussen pijnbestrijding en lijdensverzachting enerzijds en levenverkortend handelen anderzijds haast niet te trekken is, en dat hier de medische kennis met de wijsheid die uit het geloof is hand in hand moeten gaan, en dat juist iemand die het leven van de persoon tot het laatst wil eerbiedigen en het moreel nauw neemt, de strijd niet bespaard blijft. Een duidelijk standpunt is niet hetzelfde als een duidelijk recept.
Ad. 7. Inderdaad een slordigheid: de wet is - gelukkig nog - niet gewijzigd. Wat mij echter door het hoofd speelde is dat de rechter, de jurisprudentie, de wet heeft achterhaald. De wetstoepassing is gewijzigd, en rechterlijke uitspraken zijn ook officieel en bindend. Zelfs is het zo dat het euthanasierapport zich voorzichtiger uit dan de rechtsspraak geweest is. Misschien had mijn criticus dit er even bij kunnen zeggen, om te voorkomen dat ik nodeloos ongeïnformeerd overkwam.
Ad. 8. Mijn artikel sloot met een cultuurcritische opmerking. Elders publiceerde ik over de doorwerking van het gelijksoortigheidsideaal vanuit de Franse revolutie, en van Nietzsche, in onze cultuur. Natuurlijk beaam ik ook dat andere waarvan dr. Smelt getuigt, maar waarom dit belijden in het veld gebracht tegen een stukje cultuurkritiek? Het slaat niet op elkaar. Bovendien hebben getuigenissen die ter belering bedoeld zijn een bijsmaakje dat ze de kracht ontneemt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's