De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. J. Severijn en de Kerk (8)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. J. Severijn en de Kerk (8)

7 minuten leestijd

In verband met het ontwerp Nieuwe Kerkorde schrijft Severijn nog verder in de Waarheidsvriend 'Niemand mene, dat de paragraaf over de belijdenis en de leertucht alleen pro forma een plaats in het ontwerp inneemt. Daarover lopen de verschillen niet. Men proeft er iets van, dat het geloof der vaderen een objectieve werkelijkheid is, die zich in de confessie aandient. De moeilijkheden rijzen op het gebied van de subjectieve instelling tot die realiteit. Deze zaak is niet alleen nu aan de orde. Ook in een normaal gereformeerd kerkelijk leven zal er altijd een graduele distantie zijn tussen het objectief en het subjectief geloof. Deze distantie kan zich binnen het terrein van het waarachtig geloof houden, zich langs de omtrek bewegen, maar ook daarbuiten vallen. Wij zeggen volstrekt niet, dat wij de grens tussen waar geloof en vals geloof als hartekenmerk zouden kunnen onderscheiden. Het gaat echter over het geloof van de kerk, waaraan zij uitdrukking geeft in haar confessie. Voor zover wij persoonlijk dat geloof deelachtig zijn, verstaan wij ook het objectief karakter daarvan en het beroep op de Heilige Schrift als de regel van het geloof. Maar als wij van dit geloof vervreemd of daaraan vreemd zijn, kunnen wij dan vergen, dat de kerk haar geloof laat varen en haar belijdenis prijsgeeft, terwille van ons? Of moeten wij niet dat geloof zoeken en gemeenschappelijk de strijd van de kerk in onze tijd voeren?'

In een volgend artikel schrijft hij dan nog dit: 'Als wij waarlijk onder de indruk komen van de schuld van ons en van onze vaderen mogen wij hopen op hemelse barmhartigheid. Alle rigorisme zal dan wijken. Wij zullen meedragen aan de zonde van de kerk en wijsheid zoeken, opdat de breuk niet erger wordt en het ganse gebouw ineenstort. Want ook dit gevaar dreigt, dat in plaats van restauratie en hereniging de laatste krachten worden verteerd door de ziekte 'van een heilloos sectarisme'.

Teleurgesteld

Severijn werd echter in zijn verwachtingen teleurgesteld. Dit leidde er toe, dat hij geen medeverantwoordelijkheid, wat betreft de beslissingen en voorstellen van de commissie van voorbereiding meer dragen wilde en uit die commissie trad.

Iets van zijn hoop, maar vooral van zijn teleurstelling en afwijzing klinkt door in zijn brochure 'Wij gereformeerden' en in zijn referaten, gehouden op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in 1947 en in 1948, getiteld 'Kerkorde en belijdenis' en 'De belijdenis in de kerkorde'.

In zijn brochure 'Wij gereformeerden' schrijft hij - dit was eveneens in 1947! - dat deze titel allereerst een noodkreet inhoudt. De hervormde kerk noemt hij een hotelkerk, waarin allerlei richtingen een kamer hebben. En wat zijn de gereformeerde belijders verscheurd - binnen en buiten de hervormde kerk. Wat wordt er ook bij hen veel gevonden, dat de toets van de Schrift en belijdenis niet kan doorstaan. De titel van de brochure wil verder een bazuinstoot zijn. Hier gaat hij weer in op de inhoud en de kracht van de gereformeerde belijdenis. Hij herinnert opnieuw aan het levenswerk van Calvijn en de doorwerking daarvan in ons land. In dit verband noemt hij hier twee saillante leerstukken, levende realiteiten voor het geloof; nl. wéér - het geheel enig gezag van de Schrift als het Woord Gods en de praedestinatie. Hij zegt dan, dat de religie van de belijdenis nog altijd levend is en, Gode zij dank, velen nog daaruit leven. Wel met verschillende afwijkingen en onderling verdeeld.

Nodig is de oproep tot bezinning en bekering en tot een zoeken van elkaar in de goede zin.van het woord. En dit temeer, omdat - zo schrijft hij ook hier weer - reeds lange tijd andere stromingen zich hebben breedgemaakt, van waaruit een niet te onderschatten aanval werd gedaan op het gezag en de inhoud van de Schrift en op de inhoud van de gereformeerde belijdenis.

Nieuwe theologie

In deze brochure gaat Severijn dan eveneens weer in op de nieuwe theologie, onder invloed van K. Barth. Ook in andere geschriften deed hij dit, o.a. in 'Vragen van Tijd en Eeuwigheid'. Hierbij rijzen wel vragen, of hij die theologie geheel recht heeft gedaan. In elk geval acht hij ze geen juiste remedie tegen de genoemde stromingen, tot herstel van het kerkelijk leven.

In verband met ons onderwerp, is van gewicht, dat hij hier met name twee zaken naar voren brengt. In de Nieuwe Theologie wordt zo'n onderscheid gemaakt tussen de Openbaring, het Woord Gods, én de Heilige Schrift, dat aan haar geheel enig gezag toch tekort gedaan wordt. Hier wordt de weg voor de schriftcritiek weer geopend. Eveneens voor het subjectivisme, hoewel Barth dit juist niet bedoelde. Hierdoor, aldus Severijn, 'zou de kerk weleens tot een ruimte kunnen verworden, waar de eigen ervaringen, mede bepaald door de omstandigheden waarin men verkeert, als gezagsinstanties gaan functioneren naast en zelfs tegenover het gezag van de Schrift. Waar alzo de Schrift vanuit die ervaringen wordt benaderd en in haar 'de Waarheid' wordt gehoord.'

Nog een andere zaak noemt hij hier. Dat in de Nieuwe Theologie het christocentrische zo overtrokken wordt, dat o.a. gezegd wordt dat Christus dé Verkorene én de Verworpene is en allen eigenlijk in Hem verworpen én verkoren zijn. Hier krijgt, weer - aldus Severijn - de persoonlijke toeëigening van het heil niet het juiste accent en wordt zelfs de deur open gezet voor de gedachte van de algemene verzoening.

Wij vragen, ziende op de verdere theologische ontwikkelingen na 1950: was deze signalering, door Severijn gegeven, ten diepste niet juist?

Bazuinstoot

In het slot van deze brochure klinkt nogeens de bazuinstoot. Opnieuw accentueert hij de grote betekenis van de religie der belijdenis en van haar Schriftgeloof.

Wel zegt hij hier, dat dit niet betekent, dat er, wat betreft de Schrift, geen vragen overblijven. Hij noemt b.v. de menselijke facto­ren daarin. Andere vragen, die de uitleg en de toepassing van de Schrift raken, noemt hij niet. Die vragen echter doen volgens hem, geen afbreuk aan het Schriftgezag en Schriftgeloof. Waarbij hij weer opmerkt, dat de Schrift geen papieren paus is, maar dat de levende God daarin tot ons spreekt, door Zijn Geest, Die daarvan getuigenis geeft in onze harten. Daarom geeft dit Schriftgeloof, hoewel bestreden en in de storm toch een geheel enige vastheid en zekerheid. Ligt achter wat hij hier naar voren brengt, weer zijn eigen geestelijke crisis?

Hij eindigt in deze brochure met een hartstochtelijke oproep om te staan naar dit Schriftgeloof en om daaruit te leven. Zo is er alleen heil te verwachten voor de kerk en heel het volksleven. Zo kunnen de rechte antwoorden gegeven worden op de vragen van de tijd én wordt de God van het Woord verheerlijkt!

Uit zijn referaat 'Kerkorde en belijdenis' gaat het weer over de actualiteit van dit onderwerp. Hoe steeds voor de kerk van doorslaggevende betekenis zijn de belijdenis en haar functioneren vanwege het Schriftgeloof, dat daarin ligt verwoord.

Ook hier vinden wij weer een uiteenzetting van de stromingen, die zich in de kerk hebben breed gemaakt en van de oorzaken, dat de belijdenis niet meer functioneerde.

Dan gaat hij echter nader in op het feit, dat men bezig is aan een ontwerp nieuwe kerk­orde en dat het hierbij moet gaan om de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift in geheel enige zin. Ook hier zegt hij, dat er dan wel hermeneutische vragen blijven en dat de kerk natuurlijk te maken heeft met de vragen van de huidige tijd, met het opkomende moderne heidendom, met de ethische vragen en haar missionaire roeping. Er zou zelfs aanleiding kunnen zijn tot een 'nieuw' belijden op bepaalde punten. Maar daarbij zal men nooit kunnen heengaan om het leven, dat in de belijdenis klopt. En weer benadrukt hij, dat het hier niet gaat om een 'boekreligie' doch om een kennen, vanuit ons hart, waar heel ons zijn bij betrokken is, vanuit de liefde, die toch ook wil kennen. Hij citeert hier de woorden van Jezus in Johannes 17: 'Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt'.

Verder zegt hij: wij moeten niet verwachten, dat wij met één slag een gereformeerde kerk krijgen. Een kerkorde maakt niet de kerk. Ook onder een goede kerkorde kan de kerk ontaarden. Wel - en hierin spreekt hij dan nog zijn hoop uit - hoe zouden wij ons verheugen, als de kerk zou terugkeren tot haar belijdenis, om het geloof, dat daarin verwoord is. Dat is haar roeping van Godswege!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. J. Severijn en de Kerk (8)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's