De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (9)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (9)

8 minuten leestijd

Het andere referaat: 'De belijdenis en de kerkorde' heeft Severijn dus gehouden in 1948. In november 1947 had de commissie voor de nieuwe kerkorde een ontwerp aan de synode aangeboden, ter nadere bespreking in de kerk. In dit referaat blijkt, dat Severijn in zijn hoop teleurgesteld is. Hij is nu veel critischer en afwijzend. Allereerst benadrukt hij ook hierin weer de betekenis van de belijdenis voor het kerkelijk leven. Men zegt, dat de kerk opnieuw moet belijden, in al haar spreken en handelen? Hij ontkent dit niet. Maar dit zal, volgens hem, alleen op de juiste wijze geschieden, wanneer de gemeenschap des geloofs niet verbroken wordt.

Artikel X

Hij zegt dan verder, dat het vooral gaat om wat in het ontwerp - in artikel 10! - staat over het belijden. Dit artikel luidde: 'In dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, als de bron der prediking en enige regel des geloofs, doet de gehele kerk in haar ambtelijke vergaderingen in gemeen­

schap met de belijdenis der vaderen en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor het heden en zich strekkende naar de toekomst van Jezus Christus' belijdenis van de zelfopenbaring van de Drieënige God'. Dan volgt, waarin die belijdenis is vervat. Daarna staat er: 'In haar verantwoordelijkheid voor het heden en levende in de uit de Schrift geputte belijdenis der vaderen, belijdt de kerk telkens opnieuw in haar prediking en getuigenis Jezus Christus als Hoofd der kerk en Heer der wereld'.

Het draait volgens Severijn, afgezien van enkele andere uitdrukkingen, vooral om de woorden 'in gemeenschap met'. Hier rijzen bezwaren, die uit de weg geruimd moeten worden. Wij weten, dat deze woorden later met name door prof. Van Ruler zó zijn geïnterpreteerd, dat ze eigenlijk meer zouden inhouden, dan 'in overeenstemming met'. Het laatste zou te intellectualistisch zijn, het eerste meer mystiek, bevindelijk. Op zichzelf genomen zou dit nog waarheid kunnen bevatten. Doch Severijn, niet blind voor de toestanden en stromingen in de kerk, waar-

bij de religie van de belijdenis in het geding was, vond de uitdrukking 'in gemeenschap met' te vaag. Hij merkt op dat dit mooi klinkt, maar tevoren werd er ook al gesproken over 'de bodem der belijdenis' in plaats van 'op de grondslag der belijdenis'. Daarom is er wel reden om te vragen: welke inhoud wordt nu aan dat 'in gemeenschap met' gegeven? Is het nu niet mogelijk, dat er ruimte blijft voor hen, die toch in wezen zich ver van de grondslag en religie van de belijdenis verwijderen terwijl zij zeggen: 'Wij staan nog in gemeenschap met haar? '

Severijn stelt deze vraag te dringender, omdat in het ontwerp mede staan de uitdrukkingen, 'opnieuw belijden' en 'de kerk weert, wat haar belijden weerspreekt'.

Hij erkent natuurlijk ook, dat de kerk een verantwoordelijkheid heeft tegenover het heden en dat elk kerkelijk spreken en handelen een opnieuw belijden is. Maar; zo vraagt hij: wat wordt dan hiermee bedoeld? Men verwijt 'de gereformeerden' een steeds willen teruggrijpen naar het verleden, dat tot verstening en anachronisme leidt. Echter, zo betoogt hij, dan beoordeelt men hen én tevens de gereformeerde vaderen én de belijdenis verkeerd. Men let dan alleen op de formulering terwijl men vaak het leven, dat daarin klopt, niet recht kent.

De grote vraag bij de Reformatie was: 'Hoe ben ik rechtvaardig voor God? Waar ligt de zekerheid van het Heil. Hoe is dat voor ons verworven en hoe hebben wij daaraan deel? ' Severijn erkent dat er in de huidige tijd ook andere vragen zijn. Doch dat betekent niet, dat de religie van de belijdenis en het geloof, daarin verwoord, ook maar enigszins verouderd is en niet mede bepalend is voor de antwoorden, die de kerk in het heden op die vragen te geven heeft. De kerk leidt een eigen leven en heeft haar eigen geheim. Door de tijden heen beoefent zij wezenlijk éénzelfde geloof. In dit opzicht is zij conservatief, heeft zij een bijzondere schat mee te dragen en te bewaren. Zo overwint zij, in heel positieve zin, de wereld. En dit bepaalt haar openbaring en haar weg in de wereld. Daarom heeft zij voor alles ernst te maken met haar belijdenis, die van dat geheim getuigt. Dit blijft steeds de eerste stap naar de rechte gehoorzaamheid van de kerk. Steeds weer moet zij dit nieuwe begin maken!

Hier zegt Severijn zelfs wel, dat dit, omdat de kerk hierbij gedreven wordt door de gehoorzaamheid aan en het luisteren naar de Schrift, eventueel kan leiden tot een 'verder uitgraven' van de belijdenis en tot een vernieuwing van het theologisch denken. Doch, zo betoogt hij, gebeurt dat eerste niet, dan dreigt het gevaar, dat wij een weg gaan, die om het rechte leven en belijden van de kerk heenloopt en die ons afvoert van de religie der belijdenis en de gemeenschap van het ware geloof.

Concentratie of reductie

In verband met dit alles stelt Severijn ook zijn vraag bij de woorden in het ontwerp: 'de kerk belijdt, levende uit de uit de Schrift geputte belijdenis telkens opnieuw Christus als het Hoofd der kerk en als de Heer der wereld'. Is dit laatste een concentratie of een reductie van de belijdenis?

Hij brengt tegen het ontwerp nog een ander bezwaar in. Evenals het vorige zal dit later bij het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een grote rol spelen.

Het betreft de bijzondere accentuering en vooropsteUing van het apostolaat - de apostolaire roeping - van de kerk.

Vooral vanwege de situatie van de kerk in en na de oorlog werd door vooraanstaande theologen hierop nadruk gelegd. O.a. door prof. Kraemer, Hoekendijk en Van Ruler. Beklemtoond werd dat de kerk er was voor en om de wereld. Steeds moest zij op de wereld gericht zijn. Zij heeft te getuigen van Gods verlossende daden en van de verwezenlijking van Zijn Koninkrijk in en ten behoeve van de wereld. De kerk is niet veel anders dan een functie van Gods heilshandelen in de wereld, zo werd soms gezegd. Zij heeft geen zin en doel in zichzelf.

Severijn ontkent niet, dat de kerk een apostolaire roeping heeft. In zijn Encyclopaedic van de Theologische Wetenschap pleit hij voor een apart 'vak', waarin de relatie tussen kerk en wereld zou moeten worden uitgewerkt. Wel stelt hij, dat Christus primair de zijnen vergaderen wil als Zijn gemeente. Hij wijst hier o.a. op het feit, dat Christus na Zijn opstanding eerst o.a. aan de 500 broeders verscheen, als representanten van Zijn gemeente. Daarna gaf Hij aan Zijn discipelen het zendingsbevel. In de Schrift heeft de kerk een eigen betekenis en plaats als het lichaam van Christus. Daar is 'de vergadering' van de gelovigen in en uit de wereld, door Zijn Woord en Geest, waarbij de bijzondere ambten zijn ingeschakeld. Zo vormen zij een eigen gemeenschap des geloofs, waarvan zij getuigen in het midden van deze wereld door woord en daad. Bovenal tot eer van hun Hoofd en Heere. Doch zo heeft de kerk wel een bijzondere roeping - om de wereld in te trekken, en door haar getuigenis hen, die nog buiten staan te leren en te winnen.

et dat al vindt Severijn het ook onjuist - at later eveneens door het hoofdbestuur an de Gereformeerde Bond is overgenoen - dat in het ontwerp het apostolaat een laats kreeg voor het belijden van de kerk.

Zelfstandigheid

In dit referaat brengt hij nog eens de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeenten ter sprake. In het ontwerp staat: 'de Hervormde Kerk bestaat uit - omvat - al de hervormde gemeenten'.

Hij beluistert hierin nog te veel de gedachte van een éénheidsinstituut, van centralisatie. En vooral vindt hij dit terug in de wijze, waarop de financiële aangelegenheden in de kerk worden geregeld en in het creëren van meerdere raden. Met name in dit laatste ziet hij een bedreiging van die zelfstandigheid en van de betekenis van de wettige vergaderingen der kerk.

Severijn beëindigt dit referaat met nog eens nadrukkelijk te zeggen dat er terdege aanleiding is om de zaken recht te stellen en dat aan de bezwaren recht gedaan zal moeten worden. Een kerkorde is geen belijdenis. Doch zij dient wel, om de belijdenis op de rechte wijze te doen functioneren in alle getuigen en handelen van de kerk.

En dan zegt hij ook hier weer, dat wij dit niet 'intellectualistisch' opgevat willen hebben. Het gaat immers om het Schriftgeloof in geheel enige zin. Dan neemt men het uitgangspunt in het leven der kerk en wordt de grondslag van het geloof en heel het leven van de kerk vastgehouden. En vandaaruit kan dan de roeping van de kerk in het heden worden overzien en behartigd.

Recht gedaan?

Wij stellen hier de vraag: heeft Severijn wel geheel recht gedaan aan wat de opstellers van het ontwerp daarmee beoogden? Waren er onder hen niet, van wie de bedoeUngen, ook wat betreft het vasthouden aan de rehgie en de rechte functionering van de belijdenis, positiever waren?

Toch zeggen wij hier weer, vooral als wij letten op de verdere ontwikkelingen in het kerkelijk leven: zijn bezwaren en critiek waren niet ongegrond! Hij zette het sein op onveilig. Is de trein toch door dit sein gereden?

Intussen werden in de kerk uitvoerige besprekingen gevoerd over het ontwerp. Vanuit meerdere vergaderingen werden amendementen ingediend. In oktober 1949 werd het door de synode aanvaard en ter consideratie doorgestuurd naar de provinciale kerkbesturen en classicale vergaderingen. Op 7 december 1950 vond de eindstemming plaats in een verdubbelde synode. Het ontwerp werd aangenomen met 76 stemmen voor en 14 stemmen tegen. Op 1 mei 1951 werd de nieuwe kerkorde van kracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's