Beroep op de Schrift een probleem
Vijfjaarlijks visitatierapport
Eenmaal per vijf jaar brengt het hervormde college van visitatoren-generaal een rapport uit aan de synode, waarin het kerkelijk en geestelijke leven in de kerk wordt doorgelicht, alles uiteraard binnen de perken van de mogelijkheden, die dit college daartoe heeft gezien de ervaringen, die werden opgedaan in de diverse gemeenten. Opnieuw is zulk een rapport verschenen voor behandeling op de synodevergadering, die deze week plaats vindt. De visitatoren vragen daarin voor een zestal onderwerpen aandacht, t.w. 'kerk en jongeren', 'de kleine gemeente', 'de predikant', 'polarisatie', 'kommunikatie binnen de kerk' en 'missionaire gemeente'.
Ten aanzien van de jongeren gaat het rapport in op het verschijnsel van kerkverlating. 'Enerzijds konstateert men bij bepaalde jongeren enthousiasme voor jongerenbijeenkomsten als bijv. op Youth for Christdagen en E.O.-landdagen..., maar op sommige plaatsen ontbreken zelfs bepaalde vormen van jeugdwerk geheel' (hier had overigens best enige aandacht gegeven mogen worden aan het nog wél-functionerende kerkelijke jeugdwerk, v. d. G.). De oorzaken, die worden genoemd m.b.t. tot kerkverlating, lopen overigens min of meer parallel aan die, welke genoemd worden in het hier reeds eerder door ons besproken boek van Piet van der Ploeg 'Het lege testament'.
Gesignaleerd wordt ten aanzien van de 'kleine gemeenten' dat het steeds meer voorkomt dat part-time predikanten worden aangetrokken, omdat een volledige predikantsplaats niet meer te betalen is. Toch wijzen de visitatoren er op dat het gewenst is de zelfstandigheid en eigenheid van de plaatselijke gemeente te handhaven en niet over te gaan op bijv. streekgemeenten. De problematiek, die hier ligt moet intussen geïnventariseerd worden en beleidsmatig worden aangepakt, aldus de visitatoren.
Over de predikanten wordt gezegd dat het merendeel van hen met vreugde werkt maar dat er een aantal predikanten is — zowel jongere als oudere — 'die vastlopen in hun gemeentewerk, hun gezinsleven, hun persoonlijk leven en in hun geloven'. De visitatoren bemerken dat er nogal wat predikanten 'solistisch' bezig zijn, soms omdat ze dat zelf willen, soms omdat ze het 'over zich voelen komen'. Dat geeft een gevoel van eenzaamheid. De visitatoren herhalen de noodzakelijkheid van een vroegtijdige beoordeling tijdens de theologische studie m.b.t. de geschiktheid voor het ambt van predikant. En verder komt opnieuw het pastoraat aan predikanten ter sprake.
Een probleem is de 'kommunikatie binnen de kerk'. Veel papieren van de meerdere vergaderingen verdwijnen op de kerkeraad in de prullemand. Maar 'de lokomotief gaat door, terwijl de wagens ontkoppeld staan'. De visitatoren merken op: 'er is geen bedrijf, dat zich zou kunnen veroorloven zich zo weinig van zulk soort klachten aan te trekken, als de kerk blijkbaar doet'. Maar verder signaleert het rapport ook dat er in de gemeenten nauwelijks dwarsverbindingen lopen tussen de verschillende vormen van kerkewerk, zodat de één nauwelijks weet wat de ander doet. Met betrekking tot de kommunikatie tussen kerkeraad en gemeente pleit het rapport voor het geven van 'voldoende openheid van zaken' en als het gaat om de kommunikatie tussen de ambtelijke vergaderingen en de gemeenten: liever een maandelijks bulletin dan de huidige 'papierwinkel'.
En verder, 'de missionaire gemeente' is een probleem. De gemeente is dikwijls niet naar buiten gericht maar sterk op zichzelf betrokken. Intussen voelt men zich vaak 'schuldig aan en weerloos tegen de doorvretende sekularisatie'. Overigens wijzen de visitatoren hier op de noodzaak van 'een duidelijke manifestatie van de gemeente als gemeenschap in de eredienst' en op het belang van een 'vernieuwde bijbelse spiritualiteit'.
De polarisatie
Extra aandacht wil ik geven aan het onderwerp 'polarisatie' in dit rapport. Het woord polarisatie is de laatste jaren ingeburgerd om daarmee tegenstellingen in de maatschappij en ook in de kerk aan te duiden. We moeten ons dan wel realiseren dat het verschijnsel op zich niet nieuw is. Maar vroeger spraken we gewoon van richtingen. In de naoorlogse jaren zijn de scherpe kantjes er wat afgeslepen doordat we zijn gaan spreken over modaliteiten, verschillende wijzen van het zelfde belijden. Maar de praktijk wees uit dat de richtingen bleven bestaan en de al zo lang bestaande tegenstellingen tussen de richtingen duiden we dan nu aan met het woord polarisatie. Al moet toegegeven worden dat de polarisatielijnen in de loop van de jaren wel eens anders en elders zijn gaan lopen dan in het verleden.
Over de tegenstelling rechtzinnig-vrijzinnig merkt het visitatierapport op dat de laatste vijfentwintig jaar in vrijzinnige gemeenten de 'orthodoxe' evangelisaties (in de meeste gevallen midden-orthodox, v.d.G.) werden geïntegreerd. Direct wordt daar echter bij aangetekend dat de vrijzinnige modaliteit meer en meer verdween tengevolge van afnemende meelevendheid. Maar anderzijds komt het ook voor dat na integratie de leden van de oorspronkelijke evangelisatie gaan vragen om een meer 'confessionele' prediking zodat zich opnieuw polarisatielijnen aftekenen.
Over plaatsen waar de modaliteit van de Gereformeerde Bond en van de midden-orthodoxie voorkomen zegt het rapport dat men vaak leeft 'naast elkaar' en 'zonder elkaar'. Men lijdt ook verder niet meer aan die situatie. Men kan het zonder de ander uitermate goed stellen.
'Pijnlijke ontdekking'
Een kernzin in het rapport is intussen de volgende: 'In een gepolariseerde situatie heeft menigeen de pijnlijke ontdekking gedaan dat zijn beroep op de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament — soms zelfs op een bepaalde volgens hem toch zeer duidelijke tekst — om zijn opvattingen te verduidelijken en te ondersteunen, ja het gelijk daarvan te bewijzen, niet de minste indruk maakte op de tegenspeler. Die vond, dat je zo niet met de Schriften kunt omgaan, of dat de exegese van de betreffende tekst juist op het tegendeel zou wijzen'.
De visitatoren maken dan de volgende toepassing: 'Wanneer mensen in de gemeente proberen een konflikt te boven te komen door zich samen te buigen over de Schriften, loopt dat vaak op een teleurstelling uit... De konklusie is dat men voordat men daartoe overgaat, eerst van elkaar moet weten welk gezag men de Schriften toekent en hoe men deze interpreteert.'
De visitatoren menen dan overigens dat als men de manier waarop de ander de Schriften leest — 'mits deze uiteraard gelovig is' — respekteert, men veel verder kan komen dan men vaak denkt.
De vraag is nu of dit laatste juist is.
Het Schriftgezag
De vraag is immers of een beroep moet worden gedaan op ons verstaan van de Schrift of op de Schrift zélf. In de Nederlandse Geloofs Belijdenis belijdt de kerk dat wij geloven al wat in de Schrift begrepen is en niet zozeer omdat de kerk dat leert maar omdat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat ze van God zijn. Wie uit de Geest leeft beeft voor het Woord, heeft eerbied voor de Schriften en weet zich gebonden aan al wat de Schriften betuigen.
Dat hier evenwel hét grote probleem ligt in de kerk, in de verhouding tussen de richtingen en ook tussen de (bepaalde) kerken is zonneklaar. We moeten constateren dat vandaag lang niet voor ieder meer geldt binnen de kerken dat wat Paulus zegt ook voor óns normatief is. 'Wij weten meer' en daarom weten we het 'beter' dan Paulus. In die sfeer — wanneer we ons dus niet meer op directe uitspraken van de Schrift kunnen beroepen — is er sprake van machteloosheid. Er is geen sprake meer van dat we elkaar overtuigen. We roepen elkaar toe van weerszijden van de (polarisatie)kloof en bereiken elkaar intussen niet.
Ik geef hier een voorbeeld. Recent verscheen het boek 'Man en vrouw in bijbels perspectief'. Een commissie van de Gereformeerde Bond heeft enkele jaren aandachtig en eerbiedig de Schriftgegevens bestudeerd over de verhouding man-vrouw in de gemeente. De resultaten zijn neergelegd in dit omvangrijke boek. In Kerk en theologie besprak prof. dr. M. H. Bolkestein dit boek en trok toen de volgende conclusie: 'Om z'n Schriftgebruik en om z'n daarmee samenhangende resultaten wijs ik het boek af en vind ik het een gevaarlijk, voor vrouwen bedreigend boek. Het toont geen begrip voor de bevrijding, waar vrouwen naar verlangen. Ik zou niet graag de dochter willen zijn van een van de theologen, die aan dit boek hebben meegewerkt. Ik zou dan geen kans hebben om me te ontwikkelen boven het niveau van basisonderwijs en huishoudschool, als voorbereiding op het moederschap, waarvoor ik immers bestemd ben.' Bolkestein wenst een ander Schriftgebruik dan het onderhavige, waarin de Schriftuitspraken ernstig worden genomen. Bolkestein wenst — als ik mij niet vergis — een Schriftgebruik waarin 'het verlangen naar bevrijding' van de vrouw het leidinggevende motief is. Welnu, zo roepen we elkaar tevergeefs toe. Anderzijds haast ik me eraan toe te voegen dat er ook andere kritiek (mogelijk) is en ook reeds geuit is, namelijk deze: waar is de léér? Dan wordt aan de leer - hoe belangrijk ook als u niet oppast - prioriteit toegekend boven de gegevens van de Schrift zelf.
Tweeërlei lijn
Als er tegenstellingen zijn binnen de kerken en tussen de kerken is uiteraard altijd het verstaan van de Schrift in het geding. Zouden wij allen de Schrift recht verstaan, er zouden geen tegenstellingen zijn.
Intussen is het te simpel om maar rechtlijnig te redeneren en te denken dat er alléén sprake is van een verschillend Schriftverstaan en Schriftgebruik tussen diegenen, die de Bijbel 'van kaft tot kaft' als het Woord van de Zichzelf Openbarende God aanvaarden en diegenen, die 'aan Schriftkritiek doen', of die het zo nauw niet nemen met de Schriftgegevens, omdat men die nu eenmaal heeft laten overwoekeren door eigentijdse theologieën. Want ons verstaan van de Schrift zit er - bij alle belijden dat de Bijbel het onfeilbare Woord van God is - altijd tussen. Hoevele diep ingrijpende verschillen bestaan er niet tussen hen, die zich allen gebonden weten aan de wijze waarop artikel 5 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis het gezag van de Heilige Schrift belijdt; en dat geldt dan ook voor groeperingen buiten de kerken, die de confessie wel niet hanteren als accoord van belijden maar die met de inhoud van dit artikel toch gaarne accorderen.
Ik noemde al het zicht op de plaats van de vrouw in de gemeente. Maar er is in dat opzicht zoveel te noemen.
Hervormd-gereformeerden en afgescheiden gereformeerden wensen samen te buigen voor het gezag van de Schrift maar verschillen fundamenteel als het gaat om het verstaan van de Schrift inzake de weg die we kerkelijk vandaag hebben te gaan. Vooral vanuit vrijgemaakt-gereformeerde kring wordt dat niet aflatend te kennen gegeven.
Hoe zijn verder 'bijbelgetrouwe' christenen niet verdeeld als het gaat om zaken als verbond en verkiezing, over de orde des heils en over de toeëigening des heils.
Gedragsregels, gewoonten, kwesties van levensstijl kunnen in de onderscheiden belijdenisgetrouwe kerken en groeperingen óók geheel verschillend liggen. Wat voor de één ontoelaatbaar is is voor de ander onbelangrijk.
Met name op het punt van de toepassing van de Schrift op ethisch terrein zijn er meer of minder ingrijpende verschillen, ook onder hen die zich aan Schrift en confessie gebonden weten. Maar dan gaat het nog om afgeleide zaken. Echter ook inzake kwesties waarover de Schrift zich duidelijk uitspreekt zijn er nog ingrijpende verschillen, die niet zelden oorzaak zijn van scherpe tegenstellingen en felle polarisatie. Waarmee maar gezegd wil zijn dat het met het Sola Scriptura nog niet zó eenvoudig is gesteld. De leer, de traditie, kerkelijke uitspraken, het gezag van een belangrijke voorvader of voorman, de plaatselijke of regionale adat kunnen toch over de Schrift heersen, óók waar met de mond het gezag van de Schrift beleden wordt en een 'onvoorwaardelijk buigen voor de Schrift' wordt geleerd.
Ik wil met dit alles maar zeggen dat er tweeërlei polarisatielijn is. Allereerst een geding van diegenen die het Woord Gods als onfeilbaar aanvaarden met diegenen voor wie de Schriftkritiek aanvaardbaar is, of voor wie eigentijdse theologie of menselijke mondigheid voorop staan. Anderzijds ook binnen Schrift-en belijdenis-getrouwe kringen.
De Schrift open
Het is een zaak van eerlijkheid dat het visitatierapport duidelijk stelt dat in het polarisatieproces, dus in onze kerk ook in de verhouding tussen de richtingen, het Schriftgebruik in het geding is. Hoe komen we nu de polarisatie te boven? Niet — zoals het rapport stelt — door bij voorbaat het Schriftgebruik van de ander te respecteren. Want als bij vóórbaat van een Schriftkritische visie wordt uitgegaan kan er geen respèct-bij-voorbaat zijn bij hen, die de belijdenis niet in het minst ook op het punt van het Schriftgezag als bindend voor de kerk zien.
De enige weg is dat we samen de Schriften openen en dat we bidden of God zélf ons door Zijn Geest de Schriften opent. Christus opende op de weg de Emmaüsgangers de ogen. Hij deed ze verstaan wat de Schriften zeiden. In onze kerkelijke vergaderingen en discussies, ook in ons schrijven en spreken over de leer, zal de Bijbel meer open moeten gaan (in concreto zelfs letterlijk aanwezig moeten zijn, want ook dat ontbreekt nogal eens).
Maar wat we vooral nodig hebben is de dagelijkse leiding van de Heilige Geest, die ons doet geloven en aanvaarden dat de Heilige Schrift van God is en niet een boek van mensen.
Het visitatierapport spreekt over een gewenste nieuwe spiritualiteit. Als dat dan maar een spiritualiteit van Woord en Geest is. Zou de kerk vandaag nog met een pastoraal geschrift over Woord én Geest, Geest én Woord kunnen komen? Of is daarvoor de polarisatie juist ook op het punt van het belijden van het Schriftgezag te ver voortgeschreden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's