De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof dr. J. Severijn en de kerk (10)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof dr. J. Severijn en de kerk (10)

9 minuten leestijd

Thans moeten wij aandacht schenken aan. de inhoud van het voorstel van de nieuwe kerkorde zelf. Het gaat daarin om een orde en regering van de kerk in presbyteriale-synodale zin. Het ambtelijk karakter van de leiding van de kerk krijgt grote nadruk. De regering van de kerk wordt uitgeoefend door de vergaderingen, waarin de ambten bijeen zijn. De classicale vergaderingen worden in ere hersteld. De synode wordt een grote synode van 54 afgevaardigden, volgens een nieuwe indeling van de classes. Naast de ouderling doet de ouderling-kerkvoogd zijn intree. Evenals de diaken neemt hij deel aan de regering van de kerk op alle niveaus.

Naast de ambten komen er de bedieningen. Voor meerdere zaken werden organen van bijstand in het leven geroepen. De kerk neemt medeverantwoordelijkheid voor allerlei arbeid die tevoren door particuliere organisaties en verenigingen werd verricht. Sterk benadrukt wordt het oecumenische karakter van de kerk. In Art. 2 wordt de hervormde kerk aangeduid als openbaring van de éne katholieke of algemene kerk. En Art. 25 en 26 handelen over het verband met andere kerken en de hereniging van de kerken.

Apostolaat

Van groot belang is dus artikel 8, dat handelt over het apostolaat van de kerk. Dit omvat ook het werk van de zending. Hiervóór wordt echter genoemd het gesprek met Israël. Dit mogen wij zien als een 'positieve vrucht' van wat in de oorlog met de Joden was gebeurd. In dit artikel staat verder, dat de kerk in de wereld gesteld is om Gods beloften en geboden voor alle mensen en machten te betuigen. De oorlog had geleerd, dat de kerk weer 'een sprekende kerk' moest zijn.

Vervolgens is in Art. 8 sprake van de arbeid tot kerstening van het volksleven in de zin van de Reformatie én van een strijden voor het bewaren van het reformatorische karakter daarvan. Inmiddels hebben de geesten zich verder ontwikkeld. Van de zijde van de Raad voor de Zending is dit thans ter discussie gesteld.

Vooral van betekenis is dus Art. 10, dat handelt over het belijden van de kerk. Het artikel over het apostolaat staat dus voor dat over het belijden.

In artikel 10 gaat het dus principieel over de plaats en de normatieve betekenis van de Schrift en daarmee samenhangend van de belijdenis. Wij zagen reeds, hoe die hier onder woorden gebracht worden. Wij herhalen even: 'In dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als bron der prediking en enige regel des geloofs, doet de gehele kerk, ook in haar ambtelijke vergaderingen, in gemeenschap met de belijdenis der vaderen en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor het heden en zich strekkende naar de toekomst van Jezus Christus', belijdenis van de zelfopenbaring van de Drieënige God'. Hier gaat het dus vooral om de uitdrukking 'in gemeenschap met'. Op een sobere wijze komen in dit ar­ tikel ook het opzicht en de tucht ter sprake. Zo staat er: 'de kerk weert al wat haar belijden weerspreekt'.

In het ontwerp komt dan nog de volle ambtelijke inschakeling van de diaken en kerkvoogd aan de orde. In principe komt er een einde aan de scheiding tussen bestuur en beheer. Hoewel de praktische uitvoering daarvan in meerdere gemeenten geen feit is geworden. Intussen speelt dit ook weer bij 'Samen op Weg!'

In de overgangsbepalingen worden 'de rechten' van de minderheden geregeld. Hier worden voorzieniijgen getroffen, die eigenlijk als tijdelijk bedoeld zijn; voor groepen die 'behoefte hebben' aan een andere modaliteit in prediking en pastoraat. Wij kennen thans het bestaan van de deelgemeenten.

Commissie Gereformeerde Bond

Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond benoemde een commissie tot beoordeling van dit ontwerp van de nieuwe kerkorde. Uiteindelijk verscheen er een rapport, waarin verschillende bezwaren naar voren werden gebracht. Deze commissie werkte onder leiding van prof. Severijn. De leden hadden een eigen inbreng. Toch klonk in de bezwaren zijn visie duidelijk door. Het ging weer om twee uitspringende zaken. Om de functie van de belijdenis en het Schriftgeloof daarin beleden. Om het geheel enig gezag van de Schrift als het Woord Gods. En om de zelfstandigheid en rechten van de plaatselijke gemeenten in het verband van de algemene kerk. Het rapport werd ter kennisneming aan de synode aangeboden. De voornaamste bezwaren werden met een nadere toelichting gepubliceerd, opdat de leden van de Gereformeerde Bond en anderen daarvan kennis konden nemen.

Het lijkt ons zinvol om hier nog eens de hoofdzaken van dit geschrift naar voren te brengen. Veel van wat prof. Severijn reeds persoonlijk zei en schreef, vinden wij daarin terug.

In een inleiding wordt gezegd, dat men een kerkorde niet mag onderschatten, evenmin overschatten. Een goede kerkorde maakt de kerk nog niet goed. Hoe leeft de kerk daaronder? Toch kan een kerk niet zonder een orde. Het zou echter een orde kunnen zijn, die de ketterijen weelderig Iaat groeien, maar de loop van de Waarheid Gods belemmert. De kerkorde moet een goede - d.i. Schriftuurlijk verantwoorde zijn, die past bij het leven van de kerk. Aan de Schrift als het Woord Gods en de belijdenis moet ruim baan gelaten worden. Op een niet mis te verstane wijze moet ze aangeven, dat de gehele kerk in al haar handelingen gebonden is aan de Schrift en de belijdenis.

Men kan hier wel opmerken, dat er nooit een formulering te vinden is, waardoor deze binding inderdaad is gegarandeerd. Diepere factoren zijn hier in het geding. Doch dit betekent niet dat afgezien mag worden van een formulering, die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is.

Het rapport vervolgt, dat hier het hoofdbezwaar ligt. In het ontwerp wordt wel gesproken over de belijdenis, doch meer over het belijden en de wég van het belijden. Natuurlijk - zo lezen wij ook hier - moet de belijdenis worden beleden. Anders wordt ze een eerbiedwaardig dokument uit het verleden. Waaraan men niet tornt, terwijl het tegelijk mogelijk is, dat men het geloof, waarvan de belijdenis getuigt in onderworpenheid aan het vaste Woord van God, niet meer kent en belijdt. Dit belijden moet er terdege wél zijn!

Maar dan zijn ook dat belijden en de belijdenis ten nauwste met elkaar verbonden. Dan mag de belijdenis niet in een hoek worden gedrongen, ten bate van een belijden, dat zich dan meestal al verder van de inhoud daarvan zal verwijderen.

Wij erkennen ten volle - zo staat er - het recht om van de belijdenis zoals deze is neergelegd in de belijdenisgeschriften, in beroep te gaan bij het Woord Gods. De belijdenis en de belijdenisgeschriften zijn aan dat Woord onderworpen (Art. 7, N.G.B.). Doch dan mogen ze alleen op grond van dat Woord gewijzigd worden. En deze wijziging - of aanvulling! - mag dan niet worden aangebracht door wie ook; maar alleen door Gods kerk, die haar geloof in deze belijdenis tot uitdrukking vindt gebracht en'rondom deze belijdenis vergadert in enigheid van het ware geloof.

In het rapport staat dan verder dat juist op dit belangrijke punt het ontwerp 'ons' allesbehalve tevreden stelt. Waarom?

In Artikel 10 wordt dus wel gesproken over de Heilige Schrift als de bron van de prediking en de enige regel van het geloof. En daarin wordt gezegd, dat de gehele kerk belijdenis doet van de zelfopenbaring van de Drieënige God, en dat in gemeenschap met de belijdenis der Vaderen. Er wordt dan verwezen naar de geschriften, waarin die belijdenis vervat is. Dan wordt er gezegd, dat de kerk leeft in de uit de Schrift geputte belijdenis der vaderen en zo telkens weer in haar prediking, enz. Jezus Christus als Hoofd der kerk en Heer de wereld belijdt. De ambten moeten zich bewegen in deze weg van het belijden. Naar de regel van het Woord Gods moet opzicht geoefend worden. En de kerk weert, wat haar belijden weerspreekt.

Vragen

Opgemerkt wordt nu, dat hier gemist wordt, wat in dit artikel toch onomwonden had moeten staan. NI. wat nog steeds de belijdenis van de kerk der reformatie, ook voor het heden, is. En dat zij daaraan gebonden is, wel onder beroep op Gods Woord.

Hier vinden wij de vraag, die Severijn persoonlijk reeds opwierp, weer terug. Wat wil gezegd zijn met de uitdrukking 'in gemeenschap met de belijdenis der Vaderen' en 'levende in de uit de Schrift geputte belijdenis der Vaderen' en 'de zelfopenbaring van de Drieënige God'? Zitten wij hier niet, zo wordt gezegd, midden in de huidige vragen rondom de Heilige Schrift, de verhouding tussen die Schrift, het Woord en de openbaring Gods; én in betrekking tot de invulling van het belijden en de weg van het belijden?

Telkens moet men vragen: 'wat bedoelt men'? 'Wordt nog beleden wat de belijdenis zelf getuigt van de Schrift en haar geheel enig gezag'? Immers, als dït niet het geval is, komt alles op losse schroeven te staan! Ook het belijden en het opzicht en de tucht. Wat hebben wij dan te verstaan onder de fundamenten van het Evangelie, waarvan elders in het ontwerp sprake is. Waarom 'binding' aan de wég van het belijden? Hoe zal die weg zijn? Kan het geen afwijkende weg worden?

De commissie stelt voor in Artikel 10 te lezen: 'in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en maatstaf van de prediking, handelt de kerk in al haar ambten, vergaderingen, enz. in overeenstemming met haar belijdenis, doende belijdenis van haar geloof in de Drieënige God'. In plaats van 'de belijdenis der vaderen' wil men lezen 'de belijdenis der kerk'. Er mag immers geen onduidelijkheid zijn als het gaat om de vraag wat die belijdenis der vaderen voor de kerk van heden is.

De zin, 'de kerk weert wat haar belijden weerspreekt', moet veranderd worden in 'de kerk bestrijdt en weert, wat hadr belijdenis weerspreekt'. De tot nu genoemde bezwaren zijn naar het oordeel van de commissie hoofdbezwaren. Als op deze punten onzekerheid blijft heersen, wordt wat verder in de kerkorde staat, daardoor op zodanige wijze beïnvloed, dat veel mistig wordt!

J. v. d. Velden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof dr. J. Severijn en de kerk (10)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1985

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's