Pinchas Lapide en het Nieuwe Testament (1)
Er bestaat de laatste jaren een toenemende aandacht voor de joodse uitleg van het Nieuwe Testament: Hoe kijken Joden anno 1985 aan tegen het getuigenis van evangelisten en apostelen en vooral hoe zien zij Hem, Die de inhoud van dit getuigenis is. Vooral ook wordt de aandacht voor de joodse uitleg ingegeven door het motief, dat we in deze uitleg van joodse zijde de sleutel in handen zouden hebben tot het juiste verstaan van het nieuwtestamentisch getuigenis, dat immers door Joden geschreven is op enkele uitzonderingen na.
De eerstgenoemde vraagstelling is van betekenis voor het joods-christelijk gesprek, de ontmoeting tussen synagoge en kerk; het motief van de sleutel tot het verstaan van de Schrift raakt vooral de prediking en het handelen van de christelijke gemeente. Het is niet toevallig dat deze aandacht voor de joodse exegese gepaard gaat met een diepgaand zelfonderzoek naar anti-judaistische, ja antisemitische tendenzen in de traditionele uitleg van het Nieuwe Testament en de christelijke theologie. Hebben we, zo wordt wel gesteld, door een anti-joodse bijbeluitleg niet meegewerkt aan de verschrikkingen die de eeuwen door de Joden zijn aangedaan? Hebben we de woorden van Jezus en zijn volgelingen niet gelezen door een verkeerde (griekse? westerse?) bril en doen we er niet goed aan een andere bril op te zetten, nl. de bril van de joodse traditie? Op het eerste horen lijkt de gedachte zeer aannemelijk. Wie zouden geschriften van joodse volgelingen van Messias Jezus beter kunnen interpreteren dan zij die thuis zijn in de joodse traditie van. eeuwenoude bijbeluitleg. Stonden ook deze volgelingen van Jezus zelf niet in deze traditie?
Maar wat op het eerste horen aannemelijk klinkt, blijkt in de praktijk toch de nodige vragen op te roepen. Zeker, de getuigen van het Nieuwe Testament leefden bij de Schriften van Israël. Maar kan men zomaar een is-gelijk-teken plaatsen tussen Oude Testament en Jodendom? En de vragen worden sterker als men oog krijgt voor de consequenties van deze wijze van omgaan met het Nieuwe Testament. Want de voorstanders van de joodse wijze van bijbellezen zijn doorgaans ook degenen, die met het dogma van de kerk aangaande Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens, weinig kunnen beginnen en het afdoen als een griekse - en dus onbijbelse - vertolking van het getuigenis van en over Jezus van Nazareth.
Er is daarom alle reden aan deze zaak aandacht te schenken. Ik doe dat aan de hand van enkele publicaties, die ons toegestuurd werden ter recensie, van de joodse nieuwtestamenticus Pinchas Lapide.
Pinclias Lapide
Allereerst geef ik enkele gegevens over de persoon van de schrijver. Hij werd geboren in 1922 in Wenen en is op Canadese papieren naar Israël geëmigreerd. Hij studeerde aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem, is leerling van Martin Buber en David Plusser en promoveerde ook te Jeruzalem. Tijdens de oorlog werd hij vrijwilliger in het Britse leger en deed dienst in Noord-Afrika, Malta en Italië. Van 1956 tot 1958 was hij consul voor Israël in Milaan en daarna 'verbonden aan het persbureau van de minister-president in Jeruzalem. Ik ontleen deze gegevens aan een artikel van prof. Jonker uit Theol. Ref. (dec. 1984). Daaraan kan nog toegevoegd worden dat Lapide van 1972 af als hoogleraar werkzaam is geweest te Jeruzalem, Göttingen, Wuppertal en Frankfurt, zijn huidige woonplaats.
Als orthodoxe Jood is hij vooral geïnteresseerd in de ontmoeting tussen Joden en christenen. In dat opzicht ontplooit hij een rusteloze aktiviteit in de vorm van artikelen, boeken, lezingen en discussies.
Een van de eerste publicaties waardoor hij in Nederland bekendheid kreeg was zijn boek De laatste drie pausen en de Joden (Hilversum 1967), waarin hij het o.m. tegenover het toneelstuk van Rudolf Hochhuth 'De Plaatsbekleder' opnam voor de houding van paus Pius XII. Met theologen als Moltmann, Gollwitzer, Rahner is hij in gesprek geweest, waarvan de neerslag in de vorm van een boek ook gepubliceerd is. Zo schreef hij samen met Gollwitzer: Een vluchtelingenkind, gedachten over Lucas 2 (Baarn 1984). De schrijver Lapide heeft een boeiende, bijna journalistieke manier van schrijven die je meeneemt en dwingt tot luisteren. De helderheid van zijn betoog zal naast de aktualiteit van de door hem aangeroerde onderwerpen wel de reden zijn, dat zijn boeken gretig aftrek vinden. Zo is er van zijn boekje over de joodse uitleg van de Evangeliën Hij leerde in hun synagogen inmiddels een vierde druk verschenen. Zijn Uit de Bijbel leren leven neemt de lezer mee op een tocht door de Hebreeuwse Bijbel, Tenach of zoals wij zeggen het Oude Testament. Op de genoemde publicaties hoop ik in het vervolg nog een enkele maal terug te komen.
Ik richt in deze artikelen mijn aandacht vooral op een viertal publicaties die ter beoordeling toegestuurd werden. Dat zijn:
a. Pinchas Lapide, De Bergrede, Utopie of program? Ten Have, Baarn 1984, (144 blz., ƒ 17, 90).
b. Pinchas Lapide, Is dat niet de zoon van Jozef? Jezus in het hedendaagse Jodendom, Ten Have, Baarn 1985, (ƒ 19, 50).
c. Pinchas Lapide, Hoe heeft men zijn vijanden lief. Met een nieuwe vertaling van de Bergrede, J.H. Kok, Kampen 1984(87blz., ƒ 12, 90).
d. Pinchas Lapide, Geen nieuw gebod, een joodse visie op de evangeliën. Ten Have Baarn 1985 (116 blz., ƒ 16, 50).
Ik stel me voor allereerst een korte weergave van de inhoud van de drie boeken te geven. Vervolgens wil ik aandacht schenken aan de boodschap die Lapide in zijn werk wil geven. In de derde plaats volgt dan een kritische evaluatie van de genoemde publicaties en het werk van Lapide in het algemeen.
Jezus in het huidige Jodendom
Allereerst een beknopte weergave van Lapide's studie over Jezus in het huidige Jodendom. Het boek bestaat uit drie delen en stelt achtereenvolgens aan de orde: de manier waarop over Jezus gesproken wordt in hebreeuwse literatuur, in het israëlische onderwijs en in de rabbijnse literatuur.
Sinds de staat Israël werd opgericht zijn 187 boeken, studies, gedichten en dissertaties over Jezus geschreven. Men heeft wel gesproken over een 'Jezus-golf in de huidige hebreeuwse literatuur. Lapide geeft een kleine bloemlezing uit hebreeuwse studies en romans over Jezus en zijn tijd. Het gaat een groeiend aantal onderzoekers in Israël om de zgn. 'vijfde Jezus' zoals een dichter Hem onlangs typeerde: d.w.z. niet de Jezus van de vier evangeliën, maar de Jood, die diep geworteld is in het geloofsgoed van zijn volk. Lapide onderscheidt onder de israëlische schrijvers vier richtingen: de eerste en oudste richting beklemtoonde de niet-joodse elementen in Jezus' leer die Hem scheidden van het Jodendom (zo b.v. Klausner), de tweede benadrukt wat Jezus met het Jodendom van zijn tijd gemeen had, de derde richting accentueert het rebel-zijn van Jezus tegen Rome en de sadduceese gevestigde orde, terwijl de vierde richting de verhouding tussen Jezus en het geloof van Israël beschouwt als een scheppende contrast-harmonie, waarbij het verbindende en het scheidende uit dezelfde joodse grond voortkomen. Alle vier richtingen hebben gemeen, dat men Jezus wil thuishalen in het Jodendom en dat juist zijn fundamentele Jood-zijn Hem een universele dimensie geeft. Jezus, de Jood, is het, die het Westen tot God gebracht heeft.
Niet minder boeiend dan dit hoofdstuk over de literatuur is het tweede deel waarin de auteur ons allerlei meedeelt uit schoolboeken en leerplannen die in de staat Israël gebruikt worden. In het algemeen wordt gepoogd objectief over Jezus te schrijven, op een wijze die een zekere verbondenheid met de rabbi uit Nazareth verraadt en die recht poogt te doen aan de geschiedenis. Een onderzoek naar een aantal schoolboeken wijst bijv. uit dat geen van de schoolboeken de Toldot Jesjoe vermeldt, een middeleeuws smaadschrift tegen Jezus. In 1971 publiceerde het ministerie van onderwijs een leerplan met lesmateriaal over Jezus, de vroege kerk, het dogma van de kerk, de kerk en de Joden. In 1972 werd een richtlijn voor leerkrachten uitgegeven, een soort didactisch programma waarbij b.v. aangeraden wordt bij de bespreking van het onderwerp: de kerk en de Joden, dat sterke emoties kan oproepen, zo objectief mogelijk te zijn en te letten op elk woord. Bij de bespreking van het dogma van de kerk wordt gezegd dat men zich moet onthouden van kritiek en waardeoordelen. Geen wonder dat dit leerplan en deze richtlijnen bij de orthodoxen nogal tegenspraak heeft opgeroepen en dat men zelfs gezegd heeft: 'De jodenzending had geen glorierijker overwinning kunnen behalen, dan die waaraan een zaak, die onlangs bij puur toeval werd ontdekt, haar heeft geholpen. Haar werk wordt namelijk door joodse leraren in overheidsdienst gedaan - en geen mens verzet zich er tegen. Integendeel! Men probeert de bittere kreet te laten verstommen, die protesteert tegen... christelijke prediking op Israëlische scholen..., tegen de invoering van christelijke elementen in het joodse onderwijs... De joodse leerlingen moeten vandaag de dag vergelijkingen maken tussen de profeet Elia en "die man" (de gebruikelijke omschrijving van Jezus in de joodse middeleeuwen)'.
De zaak kwam zelfs in het parlement, dat evenwel de kwestie verwezen heeft naar de onderwijscommissie van het parlement. Het is duidelijk dat men in Israël onderwijs in de gedachtenwereld van Jezus en de vroege kerk belangrijk acht.
Lapide geeft een keur van voorbeelden en wijst er op dat in dit onderwijsprogram Jezus nergens met de latere christelijke schuld van de jodenhaat wordt vereenzelvigd, dat het Jood-zijn van Jezus en zijn trouw aan de Thora wordt beklemtoond, en hij spreekt van het 'sympathiekste Jezusbeeld dat leraren ooit aan een generatie joodse kinderen hebben aangeboden'. Voor Lapide is dit een voorbeeld van echte toleraiitie, dat hij de christelijke kerken voorhoudt en met name ook het christelijk onderwijs in hun beoordeling van het Jodendom.
Over het derde deel van dit boeiende boekje wil ik iets zeggen in een volgend artikel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's