Kohlbrugge, herder en heraut
Ds. De Reuver heeft er goed aan gedaan zijn artikelen over Kohlbrugge, die hij in het 'Kerkblaadje', het orgaan van de Stichting Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge, publiceerde, te bundelen. Hij tekent Kohlbrugge als herder en heraut, in de titels van de hoofdstukken wordt hij genoemd: Vriend van de Bruidegom, Horige van de Meester, en Schildwacht van de Eeuwige, allemaal benamingen die recht doen aan de prediker van Elberfeld.
Wat komt er aan de orde? De kerk, de geloofspassiviteit en de laatste dingen. Hiervoor heeft de schrijver uitvoerig het werk van Kohlbrugge zelf als rijkebron gebruikt, maar ook ruim gebruik gemaakt van de literatuur over hem. Het is een rijk boekje geworden, uitstekend geschikt om met Kohlbrugge kennis te maken als men hem nog niet kent, maar ook een lafenis als men al eerder door hem getroffen is en misschien geërgerd. Want dat laatste is zeer goed mogelijk. Ik zou zelfs willen zeggen: je kunt Kohlbrugge niet lezen zonder ergernis. Want wie kan je zo afbreken als hij. En daar hebben we niet veel mee op, want ons hoogmoedig, al of niet vroom vlees, staat dat alleen maar tegen. Maar Kohlbrugge heeft zichzelf voor God leren kennen als vlees, verkocht onder de zonde. En daar is zijn hele prediking van doortrokken. Het is hem te doen om het gehele evangelie of anders gezegd: om de schepping uit het niets. De zonde heeft ons vernietigd voor het Koninkrijk Gods, alleen door het scheppingswoord Gods zullen we ingaan. De Reuver laat dat alles ook zeer duidelijk uit komen. Hij waagt zich niet aan kritiek op de grote leraar, al spreekt hij van zijn eenzijdigheid. Ik wil hem dat niet euvel duiden, want ik weet dat je iemand zo dicht op het lijf kan zitten, dat je aan gezonde kritiek niet toe bent. Daarvoor is een zekere afstand nodig en het horen van anderen. Maar een ding is zeker, we mogen Kohlbrugge in de kerk nooit vergeten, dat zou alleen maar schade zijn voor het geestelijk leven van de kerk en haar leden.
Wat is de betekenis van Kohlbrugge? Dat is zijn genade-prediking, op de wijze zoals hij die brengt. 'Hier ligt zijn betekenis: dat hij in het licht van Gods Geestelijke Wet vlees aanwijst als vlees en heendringt naar het Lam. Toen hem de geheimenis van dit Lam ontsloten was, schreef hij: 'Nu heb ik afstand gedaan van de Wet, van mijn weten van goed en kwaad, van mijn wedergeboren-zijn, mijn bekeerd-zijn, mijn vroomzijn, ja van alle godsvrucht, kortom van alles wat vlees heeft, geeft, werkt.
Nu is mijn enig heil in de hoogte en diepte: 'Immanuël, met ons God'. De Reuver citeert ook het volgende: 'Ik predik het Woord, houd me voor het overige passief in alles, en zo overwint, naar mijn ondervinding, het Woord zelf voor ons al wat tegen dit Woord wordt toebereid' (15). De geloofspassiviteit van Kohlbrugge komt in dit werkje uitvoerig aan de orde en wordt door de schrijver noal eens afgezet tegen het activisme van Kuyper. Nu hebben we als hervormden niet zo last van dit soort activisme (of juist wel) en toch heb ik de indruk dat Kohlbrugge ons met onze organisaties en de drukte daarvan te weinig passief zou vinden. Ik denk dat je op zijn standpunt alleen maar predikant moet zijn zonder enige nevenfunctie in wat voor al of niet christelijk bestuur dan ook. Ik wil hiermee niet alle nevenactiviteit afkeuren. Hoewel, er is veel dat door predikanten wordt gedaan, dat door gemeenteleden gedaan moet worden. Dat zou de prediking naar vorm en inhoud ten goede komen. Maar goed, misschien is soms beter een predikant erbij te hebben. Ik wil dit zeggen: Je kunt met instemming Kohlbrugge aanhalen en er aan voorbijgaan dat de kritiek die hij had op anderen ook je eigen bedrijvigheid treft. Of had hij die kritiek ten onrechte? Dan moet dat blijken. Het lijkt me interessant voor de schrijver zich nog eens in deze problematiek te verdiepen. De vraag is dus: Kunnen we het woord van Kohlbrugge hierboven geciteerd ongenuanceerd als predikanten als voorbeeld nemen en navolgen? Het lijkt me een hoogst ernstige vraag. Temeer daar Kohlbrugge al het andere vlees noemt!
De kerk
In het eerste hoofdstuk Vriend van de bruidegom horen we Kohlbrugge over de kerk. Er is sprake van de eigenheid, openbaarheid en verborgenheid van de kerk. Een rijkdom van citaten. Mij trof in dit deel het volgende: 'Vergeefs is alle drijven en doen buiten dit Woord'. 'Het Woord van Christus heerse slechts... Waar het Woord regeert, daar regeert Christus Zelf en is Hij wel aanwezig met Zijn majesteit, genade en Geest.' In het Woord ligt de grond en de groeikracht van de kerk. In het Woord ligt haar heiligheid en veiligheid. Het Woord is 'de liefelijke oase in de zandwoestijn der wereld, waar de schapen veilig zijn'. En: 'Al onze preken moeten we maar in Gethsemane en op Golgotha maken en geen woord losmaken van Zijn offer!' Zijn preken waren genade.
'De kerk die bij Kohlbrugge in het leerhuis gaat, komt daar niet ongezegend uit. Daar worden wel haar vleselijke pretentie en prestige hardhandig gesloopt, maar ze wordt er ook van al haar angstige krampachtigheid bevrijd. Wij behoeven niet méér te zijn dan wij van Godswege zijn: dragers, kruiers van de boodschap die óns draagt. Dat houdt de kerk arm. Maar in deze armoe maakt zij velen rijk' (23). Het boek vertelt ook verscheidene anecdoten die het werk van Kohlbrugge duidelijk maken. Ik moet de neiging weerstaan om ze door te vertellen. De zichtbaarheid van het heil is een moeilijke zaak voor Gods kinderen, of beter gezegd de onzichtbaarheid ervan. De Reuver spreekt over de verborgenheid van de kerk, het gaat echter meer over de verborgenheid van het heil dat de kerk verkondigt en smaakt. Dus niet over de onzichtbare kerk. Intussen worden troostvolle dingen gezegd waaruit we leren dat God het heil van begin tot eind in handen houdt. 'Noch voor "ingewijden", noch voor buitenstaanders is het volle heil beschikbaar, grijpbaar en zichtbaar. We hebben het niet in handen, maar het is ophanden, nog verborgen in de schrijn van de belofte, ja menigmaal in de verhulling van de paradox' (24), 'enerzijds nu reeds het voorschot en de voorsmaak genieten van de hemelse erfenis, anderzijds - niet ondanks, maar door de Geest! - nog steeds de smart ervaren van het huidige bederf' (24). Dat heeft gevolgen voor de kerk. Hoe zijn nu aanzien en optreden van een kerk die uit deze verborgenheid leeft. 'Zij heeft gestalte noch heerlijkheid die het vlees kunnen bekoren.' Ze is geen stoottroep om het onrecht te verslaan en het Rijk van Gods gerechtigheid te veroveren. Zij volhardt het goede zaad te zaaien. Ze wacht op de oogst. Zij gelooft dat haar leven verborgen is. Zij hoopt op de openbaring ervan bij Christus' verschijning.
Hier zijn vragen te stellen aan Kohlbrugge en aan zijn beschrijver. Is er toch niet meer te zeggen? Ik kan de intentie van Kohlbrugge volkomen delen, het blijft van a tot z in Gods handen. Wij zijn daar tegen en hebben dus veel af te leren. En toch vraag ik me af, heel voorzichtig, is de christologie en pneumatologie van Kohlbrugge niet te smal? Komt de schepping, de materie niet te kort, de aarde en haar volheid? Ik bedoel: Christus deed volop wonderen van herstel, zijn apostelen evenzo, ze bevrijdden van de boze en het boze. Zelfs uit de dood brachten ze mensen weder! En dat waren toch ook krachten van de Geest. Het werd zichtbaar, hoorbaar, waarneembaar in ieder geval. Tekenen, zegt de Schrift. Zeker, het blijven tekenen van de Geest, je kunt nimmer over de Geest beschikken. Maar er is zoveel weerstand en bedroeven van de Geest in ons dat er daardoor nog veel minder te zien is dan het geval zou kunnen zijn. En mogen we het fenomeen Kohlbrugge ook niet zien als een zichtbaar teken van het Rijk? Het blijven tekenen, voortekenen, beloften, onderpanden. Christus gaf ze, de Geest werkt ze. We leven op het Woord alleen, ja, maar de Heere geeft er in en door de gemeente tekenen bij. Het heil begint gestalte aan te nemen door een nieuwe gehoorzaarriheid in het gewone leven. Onze troost is dat de heiligheid van de gemeente en haar leven in de wereld, de toegerekende heiligheid van Christus blijft. Maar je kunt de Geest ook zien werken in en door mensen. Ik geloof dat dat ook gezegd moet worden. De kerk is geen stoottroep, een voorbeeld wel misschien?
Passiviteit
Uitvoerig gaat De Reuver in op de oproep tot passiviteit. Deze moet vooral niet verward worden met die 'dodelijke lijdelijkheid' die de eeuwen dóór kerk en theologie heeft bedreigd. De achtergrond is het geloof in de Soevereiniteit van God. In dit gedeelte wordt veel uit brieven van Kohlbrugge geciteerd. Prachtig. Uit een brief aan Wichelhaus: 'Ik merk tot mijn leedwezen bij velen, bij jong en oud: Gods Soevereiniteit wordt niet erkend, en als dat niet gebeurt, meent de mens toch steeds, dat God op ieder tijdstip voor hem gereed moet staan. Hij is immers genadig! En de mens heeft toch ook iets te zeggen en moet toch mee regeren! ... Men wil God, hemel en aarde naar eigen hand zetten. Maar dat breekt in tweeën. God is in de hemel en wij zijn stof. Laten we Hem dankzeggen!' (35). Dit staat haaks op de geest van de negentiende eeuw. Hij legt de wortels daarvan bloot. Ook hier gaat het om het vonnissen van de eigengerechtigheid, eigen wil en wijsheid, om plaats te maken voor de vreemde gerechtigheid van Christus. 'Tweepolig is de ene waarheid: zij is vonnis en vrijspraak, zij wondt en zij heelt. Met deze twee woorden spreekt Kohlbrugge het ene Godswoord, en dat niet in een eindeloze spanning tussen nee en ja, maar met een sterke stuwing naar Gods ja' (37).
Hij predikt passiviteit, maar louter vanwege de activiteit van de levende God! Het is fijn dat De Reuver dat zo heeft uitgewerkt. Hij spreekt van een God die kneust en van een God die heelt. Hier komt de heiliging zoals Kohlbrugge die zag breedvoerig ter sprake. 'Kohlbrugge's passiviteit is geen laffe vlucht in ledigheid, maar gelovige toevlucht in de veelbelovende Schuilplaats, geen verraad aan Gods roeping, maar aanhankelijkheidsbetoon aan het Woord dat het doet, hetzij dóór ons, hetzij zonder ons en ondanks ons' (55). 'Hij zendt wel heen in vrijheid, maar het is een vrijheid die het tegendeel van autonomie behelst. "Blijf in Mij", zo luidt Zijn wachtwoord' (57). Er wordt gesproken over levensstijl, lijden en strijden, over bidden en volharden. 'De Heere Jezus tekent al de zijnen met een kruis, als een hoge en hemelse onderscheiding.' Over het 'Nochtans' lezen we schone regels. 'Het geloof dat hij gelooft en predikt, is nochtans-geloof dat vertrouwt; geen dus-geloof dat aanschouwt. Zijn passiviteit is er één met nochtans-gehalte: het verzet geen werk, en nochtans heeft en doet het alle werken. Het is de paradoxie die diep geworteld ligt in Kohlbrugge's theologie en bij de voortduur aan het licht treedt'(69).
De laatste dingen
Kohlbrugge over de laatste dingen. De leer van de laatste dingen wordt bij Kohlbrugge gedragen en beheerst door de leer van Hem Die de Eerste en de Laatste is; Die voleindigen zal wat Hij reeds heeft geschapen. De eschatologie gaat schuil achter de Éschatos (Laatste) Zelf! Hij spitst dit toe op de hoop van de bruidsgemeente. In beeldrijke taal wordt het levens des geloofs getekend. De Reuver laat veel van die sprankelende taal doorkomen. Ook in dit hoofdstuk staat de rechtvaardiging van de goddeloze centraal. Alle heil is in Christus geschonken, maar hier niet te zien. Het Rijk van Christus is een Geestelijk Rijk. Zo zagen ook Luther en Calvijn het. Ook bij hen immers zijn Christus' Geestelijke Rijk en de burgerlijke regering 'zaken die zeer veel van elkaar verschillen'. Ons ambt en beroep zullen wij tijdens onze doortocht intussen toegewijd uitoefenen... Maar voor wie er niet toe geroepen is, geldt 'dat wij ons met de politiek geheel niet in te laten hebben'. 'Laten wij het aan God over, hoe en door wie Hij de wereld regeren en bezoeken wil.' De Reuver citeert dit zonder verdere nabeschouwing. Is het de bedoeling dat iedereen dit zo zal beamen? Bij mij komt de vraag op of we niet allen een verantwoordelijkheid dragen ook in politiek opzicht. Het is onder ons bepaald niet in zich van politiek te onthouden. Kohlbrugge zou daar dus niets van moeten hebben, als ik het goed begrijp. Met waardering spreekt Kohlbrugge over het alledaagse leven. Maar daar zal men dan ook trouw op wacht staan voor Gods aangezicht, in de tegenwoordigheid van Christus. Wie op wacht staat, mag zich niet met andere zaken afgeven. Hij heeft zijn post in te nemen, totdat hij afgelost wordt. Ook dat is hemels gesteld zijnl
In dit stuk komen vele zaken opnieuw aan de orde die al eerder zijn behandeld, steeds in het teken van de paradox. Maar ook nieuwe dingen worden uit de schacht gedolven. We horen hem over Israël, over het duizendjarig rijk enz. Ik wil eindigen met een prachtig citaat: Kohlbrugge is ook ziener van de eeuwigheid. Van Boven af waren zijn ogen verlicht om reeds hier iets van het visioen te schouwen, dat onthuld staat te worden: 'Doe uw poorten wijd open, o Paradijs onzes Gods, opdat wij erin mogen zien! Ik zie geen boom des levens, maar ik zie Jezus. Ik zie geen boom die mij de dood heeft aangebracht, maar een troon van eeuwige genade en eeuwige heerlijkheid. Ik zie geen tranen meer, maar een zuivere rivier, klaar als kristal, voortkomende uit de troon mijns Heeren, en elke dronk uit deze stroom opent mij de ogen tot hoger genot van eeuwige zaligheid. Ik zie geen lijden, angst, nood of dood meer, - alles straalt van louter vreugde in God. Ik zie geen zon of maan meer, het Lam is mij alles. Ik zie hier geen bomen, maar duizendmaal duizend engelen; geen afschuwelijke dieren meer, ook de oude slang niet, maar een grote menigte, die allen hun klederen wit gewassen hebben in het bloed van het Lam. Ik zie bekenden, die mij hier geslagen en miskend hebben, - zij zijn gered, zij zijn in de heerlijkheid. Ik zie mijn dierbare in Jezus ontslapenen, en - o mijn God! welk een genade, welk een verrassing, ik ben zelf voor eeuwig in hun midden... Doe uw poorten wijd open. Paradijs onzes Gods! Nog een weinig tijds en... van het kruis gaat het in het nieuw Paradijs. Hallelujah!' (109). Een boek dat goed inleidt tot Kohlbrugge's gedachtengangen. Ik hoop dat dit artikel voor velen aanleiding mag zijn zich dit boek aan te schaffen. Het is een goed boek, in meer dan één betekenis.
(Drs. A. de Reuver, Kohlbrugge, herder en heraut, Amsterdam 1985, 114 blz., ƒ 19, —
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's