Wat is zending?
Impressie van een bespreking
Vrijdagavond 22 november was gereserveerd voor de bespreking van een notitie van de Raad voor de Zending. Deze notitie was door genoemde raad opgesteld naar aanleiding van de reakties op de nota 'Visie en werkelijkheid'. Deze nota was in november '83 door de generale synode aanvaard, hoewel met 18 stemmen tegen. Kort daarna, medio december '83, publiceerden een zevental synodeleden een 'Open brief waarin zij aandacht vroegen voor de gevolgen van het aanvaarden van deze nota. Zij schreven o.a. 'Naar onze overtuiging buigt deze nota het belijden en het zelfverstaan van de kerk in deze wereld en daarmee de inhoud van de zendingsopdracht op een onbijbelse wijze in liberale zin om'. Dr. S. Meijers en ondergetekende hebben de toen gepubliceerde brief nogmaals aan alle synodeleden toegezonden. In juni 1984 is prof. dr. K. Runia op de conferentie van de Confessionele Vereniging diep op deze nota ingegaan en heeft zeer fundamentele kritiek geleverd (zie Hervormd Weekblad, 14 juni 1984). Hij schrijft over de zendende God (Missio Dei) o.a. 'Alles wordt uiteindelijk samengevat in de volgende woorden: Missio Dei betekent een breuk, een omkering in de geschiedenis. Zij brengt een schokkende doorbraak van onrecht naar recht, van vijandschap naar verzoening, van dood naar leven". Ik vind dit alles een zeer onbevredigende vulling van het begrip Missio Dei. Nergens horen we iets over de oproep tot geloof en bekering. Nergens horen we iets over de oproep tot de persoonlijke overgave aan Jezus Christus als de Verlosser. Nergens horen we iets van het doel van de bijbelse evangeliën, zoals samengevat in Joh. 20 : 21 - dit alles is beschreven "opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn naam".' Tot zover prof. dr. K. Runia.
Diverse sprekers meldden zich. Ik noem er enkele.
Drs. W. Seldenrijk: (Apeldoorn) wijst op het onvoldoende verwerkt hebben in de notitie van ernstige kritiek. Hij vraagt naar het exclusieve van de christelijke boodschap. Romeinen 5 moet de inhoud blijven van de verkondiging.
Dr. K. Blei (Haarlem) wijst opnieuw op de afwezigheid van Israël in de nota en notitie. De aan Israël gewijde passage staat op zichzelf. Maar juist Israël is bepalend voor de aard van de gerechtigheid.
W. Stappenbelt (Ommen) citeert de bekende zendingsman Hendrik Kraemer (1888-1965) over de zending: 'Die is altijd mijn allesoverheersende passie geweest. De zending vertegenwoordigt voor mij de hoogste zakelijkheid, want het is de hoogste zakelijkheid om verkocht te zijn en zich verloren te hebben aan de zaak van Jezus Christus: de unieke zaak die er is in de wereld'. Hij vraagt een blijvend onderscheid tussen zending en Werelddiakonaat.
Drs. W. Verhoeff (Vlaardingen) benadert de discussie over de nota anders. Hij vindt de discussie tekenend voor de cultuurcrisis waarin wij leven en vraagt besef voor die crisissituatie. Wat zal de plaats van de kerk zijn in de (zeer) nabije toekomst? Hoe kan het geloofsgoed zo gedecodeerd worden dat toch de inhoud dezelfde blijft. Tekenend vindt hij ook het gebrek aan warmte in de taal en woorden.
Dr. S. Meijers (Leiden) beoordeelt de notitie als beslist onvoldoende. Verwijst o.a. naar de gedachte dat het Evangelie pas relevant wordt in een bepaalde tijd en situatie. Volgens hem is het Evangelie relevant in zichzelf. Het probleem van de taal, de verstaanbaarheid onderling, weerlegt hij door te stellen dat als er (geloofs)gemeenschap is, er verstaanbaarheid is.
Dr. G. Bos (Urk) gaat vooral vanuit de praktijk in op de nota. Hij schetst het spanningsveld in diverse confessionele gemeenten: trouw willen blijven aan Oegstgeest, niet over willen gaan naar de GZB, het aanslaan van geloofszendingen en het onverstaanbaar dreigen te worden van Oegstgeest voor de gemeenten. Hij dient mede ondertekend door de diakenen Seldenrijk en Stappenbelt een motie in om de Raad haar verstrekte opdracht tot bezinning te laten houden wegens het onvoldoende ingaan op geleverde kritiek.
Ds. A. Romein (GDR) tenslotte houdt een indringend betoog waarin hij naast elkaar stelt de Rijksverkondiging (Koningschap van Jezus) en Reddingsverkondiging (Piesterschap van Jezus) en benadrukt het onopgeefbare van het Evangelie als boodschap van verzoening. Beide typen van verkondiging behoren bij elkaar want los van elkaar zijn zij niet vruchtbaar. Indringend vraagt ds. A. Romein naar de verbinding tussen beiden. Zouden GZB en Raad voor de Zending samen geen nieuwe nota kunnen schrijven?
Vanwege het gevorderde tijdstip worden de beantwoording van de kritiek en de besluitvorming verschoven naar zaterdagmorgen. Enige spanning heerst er wel want de geleverde bijdragen waren nagenoeg alle pittig van karakter. Na de (meestal korte) nachtrust stelt het moderamen aan de Generale Synode voor o.a. gelet op de gisteravond gevoerde discussie te besluiten de Raad voor de Zending te verzoeken zijn bezinningsarbeid voort te zetten en in overleg te treden met de GDR/Werelddiakonaat, Kerk en Israël en de GZB. Aangezien dit voorstel zoveel overeenkomsten vertoont met de motie-Bos, besluit dr. G. Bos de ingediende motie in te trekken. Het voorstel van het moderamen wordt met algemene stem aanvaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's