Pinchas Lapide en het Nieuwe Testament (3)
In de beide vorige artikelen gaven we zeer beknopt iets weer uit de ons toegezonden studies van deze joodse nieuwtestamenticus. Nu stellen we de vraag: Wat beoogt Lapide met deze vloed van publicaties? Want een oppervlakkige kennisname met zijn werk, geeft al direct de indruk, dat de auteur niet zomaar schrijft of puur en alleen uit wetenschappelijke interesse.
Terwille van de dialoog
In zijn inleiding op het boekje over Jezus in het huidige Jodendom geeft Lapide aan, waarom het hem in zijn werk te doen is, nl. om het op gang brengen van de dialoog tussen Joden en Christenen. Om drie redenen is deze dialoog in onze tijd volgens hem dringender en hoopvoller dan ooit. Allereerst was daar in het verleden nooit sprake van. Ruzie en verkettering belemmerden het gesprek. Pas na 1945 zijn er bescheiden pogingen op gang gekomen. In de tweede plaats zijn Joden en Christenen in de zee van apathie en atheïsme twee eilanden geworden, die elkaar nodig hebben. In de derde plaats bestaat er tussen Joden en Christenen een verwantschap van geest en ziel in Godsgeloof, heilsverwachting, zedelijk besef en handelen, spreken en denken over God en mens.
Wat Lapide met dit laatste bedoelt concretiseert hij in zijn verschillende publicaties. Zo is zijn geschrift Uit de Bijbel leren leven een poging om aan Christenen duidelijk te maken, wat de Joodse uitleg van het Oude Testament, voor de Jood Tenach, betekent ook met het oog op de uitleg van het Nieuwe Testament. Uit de grote plaats die de Schriften innemen in het Nieuwe Testament als de Bijbel voor Jezus en de apostelen leidt Lapide af, dat dit boek voor Joden en Christenen een gemeenschappelijke bron van geloof is. Met zijn joodse exegese wil Lapide ook en juist gehoor vragen in de christelijke gemeente. Jezus heeft uit de Schriften van Israël geleefd en Lapide wordt niet moe aan te wijzen dat z.i. ook het Nieuwe Testament een joods boek is, dat op een enkele uitzondering na door Joden geschreven is.
In het kader van deze dialoog dienen ook Lapide's beschouwingen over Jezus gelezen te worden. Lapide weet zich op allerlei manier verbonden met Jezus. Als punten van verbondenheid noemt hij het land Israël, de taal, het verstaan van de Schriften, nl. de hebreeuwse bijbel, de oosterse fantasie, de zorg om Israël en het 'ongezegde', d.w.z. alles wat Jezus niet hoefde te zeggen, omdat het joods geestesgoed was (Hij leerde in hun synagogen, 6vv). In zijn boekje over Lucas 2 somt Lapide in zeven punten op, wat hij gelooft van Jezus. Ik citeer hieruit een punt: 'Ik geloof dat Jezus van Nazareth een licht voor Israël was, die geroepen werd tot messiaanse wegbereiding: de stichting van de in Zijn Naam gegrondveste kerk, die het Westen heeft gebracht naar de God van Israël'. Christenen verwachten Jezus' wederkomst; Joden wachten op de komst van de Messias die beide verlossen zal. Joden en christenen moeten daarom, zegt Lapide, komen tot een coalitie van messiaans vertrouwen, om gemeenschappelijk als mede-arbeiders van God, hun daadwerkelijke hoop om te zetten in bijbelgetrouwe werkelijkheid. Deze citaten zijn afkomstig uit het samen met de bekende theoloog Gollwitzer geschreven boekje over Lucas 2, waarin Lapide metterdaad de dialoog beoefent.
Ook zijn opstel over het Onze Vader is in dit opzicht veelzeggend. Scherp wijst hij af de mening van hen die van oordeel zijn, dat Jezus met dit gebed buiten het kader van zijn Jood-zijn is getreden.
Het Onze Vader is voor Lapide in klassieke kortheid het gebed dat Joden en Christenen gezamenlijk kunnen bidden en dat het wezen van de joods-christelijke geloofskern tot uitdrukking brengt: Het enig en uniek Schepper-zijn van God, Zijn Vaderschap van alle mensenkinderen, vertrouwen op Gods toekomstige heerschappij, de messiaanse hoop op de voleinding van het heil, onderwerping aan Gods wil, vergeving van de zonden, beklemtoning van het feit, dat de mens is aangewezen op Gods almacht. Onnodig te zeggen dat de ontwikkelingen die Lapide signaleert in het onderwijs en in studies van de rabbijnen ten aanzien van Jezus en het Nieuwe Testament door hem ook als stimulansen voor de dialoog gezien worden.
Met het oog op onze tijd
Nu kan men de dialoog om zeer verschillende motieven voeren. Bij Lapide blijkt overduidelijk, dat het hem niet gaat om een theoretisch-dogmatische discussie. Hij is met al de vezelen van zijn bestaan betrokken bij de toepassing op het leven van onze huidige tijd. De crisis in de cultuur van onze tijd, het opdringend atheïsme en materialisme, de vorming van machtsblokken, de dreiging van een kernoorlog houden hem diepgaand bezig. Christenen en Joden hebben elkaar daarin nodig, meent Lapide. Het gaat om één wereld of geen wereld. Met name de Bergrede staat dan voor hem in het centrum van de aandacht. 'Wordt onze tijd niet net als het tijdperk van Jezus gekenmerkt door dreigende catastrofes, door twijfel en door het krampachtig zoeken naar een vaste grond? Wie de politieke en militaire realiteit van vandaag tot in haar laatste consequenties durft te doordenken, moet wel tot de erkenning komen, dat het ethos van de Bergrede, dat de belangen van de tegenstander op één lijn stelt met de eigen belangen, heel verstandig is. Wat daarentegen onverstandig zou zijn, is het gezonde egoïsme, het doorgaan met de bewapening, het oer-oude vijanddenken en de rekensommen van 'wat hij-mij-doet-doe-ik-jou' {De Bergrede, 137). Deze zinnen laten zien dat Lapide schrijft vanuit een grote, zeer persoonlijke betrokkenheid bij de vragen waar de mensheid voor staat.
Christenen en Joden hebben elkaar in deze worsteling om te overleven, dringend nodig. In de dialoog mag het er daarom niet om gaan elkaar te bekeren, of uit te vorsen, wie het gelijk aan zijn kant heeft, maar moeten beiden van elkaar willen leren.
Ik meen dat juist deze toespitsing naar de kant van de ethische vragen van onze tijd, met, name kernbewapening, oorlog en vrede, de populariteit van Lapide bij velen in ons land verklaarbaar maakt. Ethiek is 'in', kan men zeggen. Men is vaak de dogmatische discussie moe en voelt zich aangesproken door het ideaal van hen die zeggen: 'Laten we de handen ineenslaan terwille van de menselijkheid en de gerechtigheid'.
Ook de dialoog tussen Christenen en Joden, of tussen Christenen en Moslims wordt in dat kader gezien. Wie de discussies rondom de invulling van het vak 'geestelijke stromingen' in het onderwijs volgt, ontdekt steeds weer, dat velen wars zijn van een dialoog, waarin men uit is op de bekering van de ander.
De toespitsing met betrekking tot het handelen hier en nu terwille van een leefbare wereld, terwille van vrede en gerechtigheid, bepaalt de aard en de inhoud van de dialoog. Wat Lapide daarover zegt, loopt parallel met vele uiteenzettingen van de kant van christelijke theologen en filosofen.
Ook het spreken over Jezus staat in dit kader. Op blz. 75 van zijn boek over de Bergrede spreekt Lapide over 'Jezus' program om de door God gewilde humanisering van de aarde te bereiken'. Verwante geluiden horen we ook bij hen die aandacht vragen voor een 'Christologie van beneden', voor de man van Nazareth als belichaming van de menselijkheid en inspirator op weg naar de vrede. Terecht is door prof. dr. H. Jonker in Theologia Reformata (maart 1985) gewezen op de overeenkomst inzake uitspraken over Jezus tussen Lapide en hedendaagse moderne theologen. De Jood Jezus is voor Lapide een bron van inspiratie en een baanbreker op weg naar de wereld van morgen. En deze, aldus getekende, Jezus, hoort volgens Lapide ook helemaal in het Jodendom.
Tegenover een christelijke kerk die naar zijn mening onder invloed van grieks filosofisch denken de figuur van Jezus verdogmatiseerd heeft tot de Christus van de twee-naturen-leer vraagt Lapide aandacht voor de Jood Jezus, zoals Hij uit de (Joodse) Evangeliën op ons toetreedt in zijn inspirerende betekenis voor Christenen en Joden.
Nu is het opvallend - dr. W. S. Duvekot heeft daar in Ter Herkenning (oct. 1984) op gewezen - , dat Joden zelf minder aandacht schenken aan Lapide's werk dan Christenen. Dat is veelzeggend en veelbetekenend. Men kan de vraag stellen: Zal het Lapide gelukken een echte dialoog op gang te brengen, waar ook zijn Joodse broeders in betrokken zijn?
Men kan voorts de vraag stellen: Hoe moeten we het feit dat juist Christelijke lezers in Lapide geïnteresseerd zijn honoreren? Slaat zijn werk inderdaad een brug tussen Joden en Christenen? Of blijft er ondanks alle pogingen tot begrip toch een kloof? Dat heeft alles te maken met die andere vraag: Vormt Lapide inderdaad een betrouwbare gids, als het gaat om het verstaan van het Nieuwe Testament?
Daarover graag een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1985
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's