De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods ontzetting - bron van Kerst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods ontzetting - bron van Kerst

7 minuten leestijd

Achtergrond

De romantiek rond Kerst schijnt onuitroeibaar. Toch is zij niet terzake. Niemand wordt er wijzer van. En - wat de doorslag geeft - er is geen reden toe in het Evangelie. Noch in het Evangelie van het Nieuwe, noch in dat van het Oude Testament.

Het hele decor van Christus' geboorteverhaal bij Lukas is eerder realistisch, bijna zou men zeggen ruig, dan romantisch. En hoe ligt dit in het Evangelie van het Oude Testament, waar om zo te zeggen niet de voorgrond, maar de achtergrond van het Kerstgebeuren wordt belicht? Wat is het Advents-reliëf in de Schriften der profeten? Wat heeft God bewogen, om in Zijn Zoon tot deze aarde neer te dalen, tot in de kribbe van de armzalige wereld, tot in het vlees van de onzalige Adam?

Het getuigt van verregaande oppervlakkigheid, wanneer wij op deze vraag een vlot en vaardig antwoord paraat hebben. Wie van mening is met een vlak dogmatisch antwoord te kunnen volstaan, die heeft nog nooit de diepte van de vraag vermoed. En diep is de vraag, grondeloos diep!

Hoe is het mogelijk dat God, Die de zonde haat als geen ander, een wereld vol onrecht en zonde heeft liefgehad, en dan alzo heeft liefgehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon daarvoor overgaf? Wel, dat is nu liefde, zegt u. Zeker, maar bevroeden we wat we daarmee zeggen?

Geheimenis

Kohlbrugge heeft gepoogd het geheimenis te benaderen. 'Zeg mij, wat moet God gevoeld hebben, toen Hij Zijn Zoon overgaf? Zijn vreugde offerde Hij op. Zijn lust. Zijn leven, Zijn andere Ik! Hij maakte Zijn paleis leeg... Hij gaf Zijn Kind over in onze verdoemenis, opdat Hij zou dragen de gehele last van Zijn toorn tegen de zonde. Ach, wij zijn te aards, te mat, te dood om dit geven te begrijpen. Wondervolle gave, wondervolle ruiling! Wat God lief had, dat scheen Hij te haten. En wat Hij met eeuwige haat moest haten gelijk het Hem haatte, dat heeft Hij liefgehad. Wat alléén in Gods hemelrijk behoort, gaf Hij over in ons oordeel. En wat voor eeuwig door Hem verworpen moest worden, nam Hij tot Zich voor Zijn troon.'

Zie, wie zó het Evangelie van Advent en Kerst gaat horen, verstaat alras en almeer één ding met grote stelligheid: dat hij het niet begrijpt, maar dat hij er door gegrepen wordt. En die valt Paulus bij: 'Het geheimenis, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God geopenbaard in het vlees'.

Verwondering

Wat ik u in deze regels nu wilde overdragen, is dit: dat het echte geloof krachtens zijn aard eveneens niet anders kan dan zich verbazen en ontzetten. Wat is immers de aard van het geloof? Het is de innerlijke weerslag van het Woord, de Woordgelijkvormigheid van het horige hart! Het groeit op de bodem - in de diepte - van de vreze des Heeren. En 'wie God vreest, zinkt weg voor Zijn Woord' (Kohlbrugge).

Geloven is het pure tegendeel van iedere vanzelfsprekendheid. Kierkegaard heeft diep gepeild toen hij schreef, dat het geloof leeft van de paradox! Het is verwondering in de authentieke zin van het woord: bezet en ontzet zijn door het wonder, gegrepen zijn door Gods mysterie.

En het kan toch ook eigenlijk niet anders? Immers, zouden wij de vleeswording van 'het' Woord soms met onze leerstellige speculaties en redenaties mogen ontraadselen, terwijl God Zelf-als ik mij zo uitdrukken mag - voor een raadsel stond, en door ontsteltenis en ontzetting aangegrepen was, toen het ging om het behoud van goddelozen? 'O, vervloekt zij de heiligschennis, die uit versteende lava wiskunstige figuren bouwt en dan zegt: dit is de werking des vulkaans' (J. H. Gunning).

Aan Gods ontzetting valt niet te twijfelen. Het laat zich al evenmin afzwakken. Het staat er zwart op wit: 'Omdat God zag..., zo ontzette Hij zich'.

Wat zag de Heilige dan? Lees het hele hoofdstuk waar de tekst in opklinkt! Lees al de Schriften! 'Lees' de wereld om u heen... en in uw eigen hart!

God ziet

God ziet ontrechting en ontwrichting, God ziet laagheid en leugen. God ziet bloedvergieten en bederf... En waar Hij ook ziet en zoekt: niemand die vrijuitgaat, niemand die schone handen heeft, niemand die een uitzondering vormt. Allen en een ieder medeplichtig! En waar Hij ook spiedt en speurt: geen voorbidder, geen middelaar die plaatsbekledend borg staat om de schuld te verzoenen. Geen heilige die de Heilige toekent wat Hem toekomt: gehoorzaamheid aan Zijn wet en wil, uit een ongedeeld hart. Geen liefde, terwijl God liefde is. Geen recht, terwijl God gerechtigheid is. Geen heiligheid, terwijl God heiligheid is...

En toen? Zond de Vader toen Zijn Zoon? Nee. Voordat Zijn liedeshart naar buiten trad, geschiedde er iets aan de binnenzijde van Zijn hart. Een geheimenis dat nimmer geheel toegankelijk en doorzichtig wordt voor stervelingen. Maar waarvan ons voldoende is geopenbaard om er perplex onder te geraken: God ontzette Zich!

Ik kan u niet beschrijven wat dat is geweest. Het is ook met geen pen te beschrijven! Het laat zich hoogstens enigermate óm-schrijven met tastende woorden...

Ontzetting

Gods ontzetting wijst ons in ieder geval op Zijn hevige bewogenheid. Hij blijkt de zonde niet licht op te nemen. Zij spreekt voor Hem niet vanzelf. En zij gaat allesbehalve langs Hem heen. Integendeel.

De zonde raakt Hem pijnlijk, smartelijk, ont-zettend. Alle ongerechtigheid staat zó ver van Hem af, dat zij - als zij Hem onder ogen komt - diep ter harte gaat en ontstelt. De profeten aarzelen niet om hierbij te spreken van Gods toorn.

God is geen stenen afgod! Afgoden toornen niet. Zij kunnen dat al evenmin als liefhebben.

God, de eeuwige, de enige, heeft een uiterst gevoelig hart. Hij toornt. De zonde laat Hem - het is in diepe eerbied bedoeld - niet koud, maar brengt een brand van toorn teweeg...

En wie, die hier enig zicht op krijgt middels het Woord, schrikt niet in huiver en ontzetting? Wie kan van Gods ontzetting horen, zonder zelf daaronder ontzet te raken? Zij gaat mij immers aan! 't Zijn ónze ongerechtigheden die een scheiding maken... (vs 2)! En ik val de Rechtvaardige bij. 'God rechtvaardigen, Hem gelijk geven, is één en hetzelfde als Hem geloven en vertrouwen' (Luther).

Heil

Maar nu de volgende verbazing, zo mogelijk nog dieper dan de eerste. Wij zouden verwachten: omdat God niemand zag die goed deed - zonder uitzondering - goot Hij Zijn toorn en ontzetting uit over allen, zonder uitzondering... Maar het hoogst verbazende geschiedt: geen toorn giet Hij uit, maar heil. 'Daarom bracht Zijn arm Hem heil aan'. En in het Hebreeuwse woord voor 'heil' schemert - of moet ik zeggen: schittert - de Jezus' naam door! Zijn arm bracht Jezus aan, voor Hem! Voor Hemzelf en zó tevens voor ons! Opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende degene, die uit het geloof van Jezus is' (Rom. 3).

Bespeuren wij hoe anders Gods gedachten en daden zijn dan de onze? Gods ontzetting over onze schuldige verlorenheid en Godsvervreemding is niet een beweegreden om eens en voorgoed af te rekenen met Zijn vijanden, maar om... eens en voorgoed toe te rekenen aan Jezus Zijn Zoon wat wij misdeden. Want wat is dit heil dat Zijn arm Hem aanbracht anders dan dit: dat vanuit de ontzetting van Zijn toorn, Zijn ontferming zich baanbrak, en Hij in Zijn Zoon de wereld met Zichzelf verzoende (2 Kor. 5). En dat ging voor de Zoon niet langs het gericht, maar er door!

Geen heil zonder offer. Geen Kerst zonder Kruis. Geen leven zonder sterven. En daarom: geen adventsviering zonder ontzetting! Want Advent ontsproot aan Gods ontzetting.

De Advents- en Kerstboodschap komt op vanuit déze ontzetting. Zij is prediking der verzoening. De verzoening wordt er niet bijgehaald; zij kan er niet uit weggehaald! Want 'de verzoening is de structurele doorsnede van een preek die bezig is een hart te bekeren' (Noordmans). Dat is die prediking, die in betoon van Geest en kracht, het hart mag kneden tot dat geloof dat met God mee-ontzet is onder het gewicht van de zonde en tevens levenslang verwonderd blijft over het onvermoede heil.

N.a.v. Jesaja 59 : 16.

A. de Reuver

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Gods ontzetting - bron van Kerst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1985

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's