Kerst en de dominee
Niet zo heel lang geleden kwam ons een klein boekje in handen: Ongewone Kerstverhalen van Josef Reding. Daarin is sprake van een groot-industrieel in rubber, die tegen Kerstfeest de Kerstdrukte van zijn concern wil ontlopen. Dodelijk vermoeid van de folklore rondom dit feest, de aanspraken die men op hem doet, heeft hij van een makelaar een leegstaande vuurtoren gekocht. Lichtschepen en radar-apparatuur hadden de oude stenen reus voor de scheepvaart overbodig gemaakt. Het was de eenzaamste vuurtoren die je je maar kan denken. Een uithoek in het land was Skarvetange. De zakenman wilde absolute rust. Geen kerstdiners, geen kerstkaarten, geen ontvangsten - hij wilde eens helemaal alleen zijn. Tot zichzelf komen. Zo weinig mogelijk moderne techniek moest de vuurtoren binnentrekken. Geen centrale verwarming, geen radio, geen telefoon. Mister Larrybee wilde met Kerstmis eens tot zichzelf komen. In die vuurtoren de dagen doorbrengen. Hij stuurde een paar duizend kaarten in druk rond: 'Ben pas volgend jaar weer in het land. Belangrijke punten uit uw brief hoop ik in de loop van de volgende maanden te kunnen afhandelen'. Daarna legde hij een muziekinstrument in een koffer en een stapeltje muziek. Bovendien een reeks boeken die hij al sinds tientallen jaren wilde lezen.
Zulk een verlangen om eens helemaal de kerstdrukte te ontlopen overvalt bij tijd en wijle ieder predikant, die voor tal van verenigingen en gezelschappen meditaties en Kerstfeestvieringen moet houden. Het komt ons vóór, dat dit soort gelegenheden de jaren na de oorlog enorm gestegen zijn, om nog maar niet te spreken over de voorbereiding tot de verschillende preken, die hij moet houden. De dominee in een eenmansgemeente heeft het hier onvergelijkelijk zwaarder dan een voorganger in een gemeente met meerdere predikantsplaatsen. Bij de laatste toch geeft het preekrooster zijn beurten aan, die veelal nooit zo overvloedig zijn als die op een klein dorp. Wie er alleen voor staat, kan hoogstens ruilen of anders tot vervolgstof zijn toevlucht nemen. Maar het kan niet worden ontkend - er is vooral de laatste jaren een ware rage ontstaan om overal Kerstfeest te vieren. De vrouwenvereniging, de jeugdclub, het bejaardencentrum. Soms nog een buurtvereniging. Er wordt een stichtend woord verwacht en wie moet het anders spreken dan de dominee? Het komt ons voor, dat wij met al die bijeenkomsten op de verkeerde weg zijn. Het breekt de inspiratie van de predikant, het leidt tot een verzoeting en een versuikering van het kerstgebeuren. Het brengt een weeë gemoedelijkheid, die alles behalve het werkelijke kerstgebeuren vertolkt. Het leidt tot vermeerdering van aanspraken op één man, die onmogelijk zulk een rijke geest heeft, om telkens wat nieuws te zeggen.
Maar, er zit ook een ander gevaar aan. Het breekt de kracht van de zondagse prediking. Dat dient de hoofdzaak te wezen. Daarop moet ieder predikant zich met alle energie toeleggen. De wekelijkse prediking moet weer een gebeuren worden. Zulks kost eenzaamheid, gebed, studie en geconcentreerde overweging. Daarom dient juist de Kerstfolklore tot een uiterst minimum te worden beperkt, opdat de grote Boodschap weer voluit mag worden gehoord. Geen wonder, dat de Kerstprediking, aan een uitgeknepen geest en gemoed ontsprongen, niet meer fris en fier overkomt. Men heeft niets nieuws meer te zeggen. Het is allemaal al gezegd in de zoetige sfeer van groen en kunstlicht. Het profetisch élan is gebroken in de lopende band van de burgerlijke braafheid. In dit verband trouwens constateren wij ook, dat teveel aparte samenkomsten de room van de hoofddienst afscheppen. Hier een meditatie en daar een meditatie, in elk blad een overdenking - wie houdt het ooit vol om een levenlang oude en nieuwe dingen voort te brengen uit de schat zijns harten, wanneer hij in de ban geraakt is overal een woord te moeten spreken? Wij menen bij toeneming sterker, dat wij van die verknipping afmoeten, van die verbrokkeling om overal kleine preekjes te houden. Hier een preekje, daar een toespraakje, maar waar blijft zo het fonds om straks het voorname Woord te spreken? Het Evangelie der genade wordt een stichtelijk woord, dat wij er op de koop toe maar bijnemen. Anders is de sfeer zo saai. Wij kunnen ons wel voorstellen: de profeet Amos in de kansel van een dorpskerk. Maar onmogelijk als meditator van een kerstgroep, verlicht rondom door kaarslicht en hier en daar een takje groen. Wij hebben weer preken nodig, die de mensen opschrikken uit hun huisbakkenheid. Daartoe moeten die preken voortkomen uit de stilte met God. Die stilte vraagt afzondering. Die afzondering vraagt beperking van arbeid en kracht om zich enkel en alleen op het wezenlijke en het voorname toe te leggen.
De amerikaanse na-oorlogse sfeer, dat wij 'actief' te zijn de hoogste pastorale deugd achten, en uit vrees dat men ons voor lui zal houden, voorthollen in de bedrijvigheid en de jacht naar succes, heeft ons allen vergiftigd. Maar daardoor wordt met name de doorwerking van de Geest in de harten en levens der gemeente verhinderd. Alles komt in de sfeer van de aardig-doenerij en oppervlakkigheid, waarin van een werkelijke gemeente-opbouw geen sprake kan zijn. De kerkelijke rosmolen van het tegenwoordige kerstfeest vieren in overmatige zin ontneemt ons de kans om tot onszelf te komen. Ja, het camoufleert onze geestelijke armoede en verhindert de ontmaskering er van. Hebt er vrede mee, dat uw voorganger niet overal te zien is in deze dagen, maar weet hem in de studeerkamer bezig om het aloude Woord op nieuwe wijze te zeggen. Dat werk mag zegen verwachten. Al het andere is van nul en gener waarde; alleen stemmingkwekerij, al cijferen wij de waarde van een kerstfeestviering voor kinderen geenszins weg. En dan: weet wel, dat de feestpreken nu ook niet weer het een en het al zijn. De gemeente in haar degelijke, meelevende kern wordt doorgaans meer gevoed in de gewone zondagen en in de feestloze zondagse prediking dan juist op Kerstmis, Pasen en Pinksteren. Een buitengewoon gerecht op het menu moge verrassen en de smaak prikkelen, gewoonlijk wordt men gevoed en onderhouden door dagelijkse gerechten. Het verdient daarom aanbeveling zich niet de wet te laten voorschrijven door kerstgelegenheid-kerkgangers, maar meer nog de trouwe kerkganger van altijd in het oog te houden.
Geen wonder, dat bij de huidige viering van Kerstfeest menige dominee een afschrik krijgt, terwijl juist de gelegenheid als zodanig hem zou moeten inspireren. Velen knappen rusteloos af, of stellen, zich tevreden met allerlei algemeenheden en frasen, die iedereen al lang weet. Niet iedereen heeft de gelegenheid of verstaat de kunst lang tevoren zich voor te bereiden. Welnu dan, kom niet met allerlei voorstellen van Kerstwijding voor en na - maar laat de voorganger zich beperken tot het eigenlijke werk van de prediking op de stoel. Dan heeft hij werk genoeg. Het zal in de begrenzing ook de verdieping 'dienen'. Kerkeraden hebben hier ook een taak. Ze moeten ook zorgdragen voor het niveau der prediking. Goed, veel en vlug gaan zelden samen. Dat geldt bijzonder voor geestelijk werk.
De lezers van dit artikel zullen nu wel denken: de schrijver heeft zeker een weerzin tegen al dat Kerstgebeuren. U hebt dan wel goed geraden. Wij menen inderdaad dat het de spuigaten uitloopt. Maar daarmee willen wij een pleidooi voeren voor een nieuwe oriëntering. De zoetigheid en veelvuldigheid er van besnoeien, opdat de slijtage er af gaat en de bronzen stem van het Kerstgebeuren weer wordt gehoord. Terwijl wij deze regels schrijven slaat af en toe de torenklok de uren af. Maar wie merkt het nog op, temidden van het razende dorpsverkeer, de dorpsmuziek van de braderie en de muziek van Sint Nicolaas? Het grote gevaar van de te ver gevoerde frequentie van het Kerstgebeuren is de gemeenzaamheid met het Heilige. Besnoeiing bevordert verrassing. Uitdijing van de feestdrukte brengt alledaagsheid. Wat u doet op uw bijeenkomsten is aan uw verantwoording opgedragen - wij willen alleen opkomen voor de predikanten die óók en vooral tijd nodig hebben voor hun preken.
Dus, horen wij iemand zeggen: helemaal afschaffen? Wij antwoorden: opnieuw tot verdieping komen. Wij openden dit artikel met de vuurtoren van Mister Larrybee. Hij wilde daar boven helemaal alleen zijn. Maar toen hij daar in zijn eentje zat te peinzen, hoorde hij beneden aan de voet van de toren een luid geroep. Drie mannen in dikke duffels riepen naar omhoog. Ze wisten niet, dat de vuurtoren verkocht was en dachten dat de oude vuurtorenwachter er nog was. Elk jaar kwamen de drie mannen bij de oude wachter Kerstfeest vieren. Maar Larrybee nodigt ze uit voor een dronk. Weest u mijn gasten! Wat schutterig volgen ze de nodiging op. Larrybee wil ze serveren de warme grog. Maar de drie zeelui zeggen: Dat bedoelen wij niet. Dat komt straks wel. Eerst het andere. Eén van de drie neemt een pak onder z'n arm vandaan. Neen, het is geen pakket, het is een boek. De zeerob gaat het Kerstevangelie lezen. Dat was ik vergeten, denkt de groot-industrieel en hij is droevig gestemd. Niet bedroefd over de uren, maar over de laatste twintig jaar waarin hij niet meer aan dit hoofdstuk heeft gedacht. Ik heb niet meer geweten wat Kerstmis is. Ik had gedacht, dat het tweeduizend jaar geleden was. Daarom was ik zo bang. Hebben jullie elk jaar met de vorige wachter deze woorden gelezen? Ja, antwoorden de mannen: dan had hij weer de kracht om een heel jaar hier alleen te zijn, alleen op deze toren. Alleen met zichzelf, met de nietige silhouetten van de schepen aan de horizon. Alleen met dit boek. Wij kwamen elk jaar gedrieën bij hem om hem wat gemeenschap te bieden op Kerstfeest. Wij lazen dan immer de Kerstgeschiedenis. De oude bekende woorden vallen als troostende tonen in het hart van Larrybee.
Begrijpt u het? Uit de drukte in de stilte. Om daar het vanouds bekende als een nieuw lied te horen. Uit de veelheid naar de eenheid. Alleen de concentratie kan de diepte bevorderen. Al wat te vaak geschiedt, begint te slijten. Ook een dominee heeft een ziel, die gevoed moet worden. Hoe meer hij de gelegenheid ontvangt, in de stilte met God alleen te zijn, des te beter kan hij de woorden van het eeuwige leven spreken. Wij weten inderdaad dat zulks een gave is. Het is een verrassing ons van Godswege gegeven. Maar wij hebben ook de roeping naar die Stem te luisteren. Ons daarvoor open te stellen, en het van de Heere alleen te verwachten. David zegt in psalm 101: Ik zal verstandig handelen in de oprechte weg. Maar hij weet ook, dat alleen in de blijvende gemeenschap Gods de mogelijkheid ligt een rein hart en een reine wandel te behouden. Daarom bidt hij er achter: Wanneer zult Gij tot mij komen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1985
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1985
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's