Naar Uw Woord
En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. (Lukas 1 : 38)
Eva en Maria. Wie kent deze namen niet? Eva, in de staat der rechtheid. Wat had zij te doen? Het Woord Gods gehoorzaam te zijn. Het Woord des Heeren was tot haar gekomen, dat ze niet mocht eten van de boom der kennis des goeds en des kwaads. Maar ze is aan Gods Woord ongehoorzaam geworden. En is dit de zonde niet, die we in heel de Schrift tegen komen? Ongeloof. Maar wat is nu genade?
Dat we weer gehoorzaam worden aan het Woord des Heeren. En dit zeggen we nu wel gemakkelijk, maar het gaat door de diepten van aanvechtingen en bestrijdingen heen. Denk maar eens aan Abraham, de vader der gelovigen. Hij had de belofte, dat uit hem een zoon geboren zou worden. Hij heeft de belofte geloofd. Zeer zeker, maar het ging met hem door het dal van ongeloof en twijfel heen. Is het zo niet met alle gelovigen in de Bijbel gegaan? We zouden u op een Jeremia, een Mozes, een Jona kunnen wijzen. En denk ook eens aan de priester Zacharias, toen hij in de tempel de boodschap kreeg, dat hem een zoon geboren zou worden. Het is met deze mannen door dalen van ongeloof heengegaan.
We noemen echter deze namen niet om het ongeloof wat goed te praten. Verre van dat. Maar we noemen u deze namen om onze tekst als een ster te zien schitteren aan de heldere hemel. Want ook tot Maria kwam het Woord des Heeren. En wat een woord was dat! 'Vrees niet Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren en zult Zijn Naam heten Jezus'. Ja, de engel maakte het nog wonderlijker. 'De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen, daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.'
Velen hadden in de loop der eeuwen een woord van de Heere ontvangen. Maar nooit had iemand zo'n woord gehoord, als hier Maria. Ze zal de moeder des Heeren worden. Sara lachte, toen ze hoorde, dat ze nog een zoon zou krijgen. En Maria? Nooit is meer van een gelovige gevraagd als hier. Maar wat antwoordde Maria? 'Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord'. Ze zegt 'amen' op dit woord. Hier kunnen we alleen maar zeggen: Maria, groot is uw geloof. Ze buigt onvoorwaardelijk voor het woord van de engel.
Wat had Maria er niet tegen in kunnen brengen. Ze had kunnen gaan redeneren als een Jeremia of als een Zacharias. En Maria zeide: 'mij geschiede naar uw woord'. Ze ging de weg des geloofs. Wat een verschil met Eva! Bij Eva was er alles op voor om de Heere gehoorzaam te zijn, en toch werd ze ongehoorzaam. Maria had zoveel redenen kunnen aanvoeren om ongehoorzaam te zijn, maar zij sprak: 'mij geschiede naar uw woord'.
Kunnen we er niet uit leren hoe Christus in ons leven ontvangen wordt? Maria, al was het hier dan bijzonder, ontving de Christus in de weg des geloofs. En dat is alleen de weg, waarin Christus in ons leven geboren wordt. En hoe is dit geloof dan werkzaam? Waarop is dit geloof gericht? Op het Woord. Ja, Maria hoorde het woord van een engel. Maar in dit woord hoorde ze de stem van de Heere Zelf. Dat is toch het eerste wat we gaan leren. Want nog zendt de Heere Zijn dienaren erop uit. Maar ze vallen weg, als we in hun woorden Gods stem gaan horen. En wat gaan we dan horen? Maria hoorde, dat zij de moeder des Heeren zou worden. Wel, dit is nu het Woord des Heeren, dat wij alleen zalig kunnen worden door deze Jezus, waarvan Maria de moeder mocht zijn. En nu kon Maria zonder geloof Jezus niet ontvangen. En zo is het nog. Maar dit geloof was toch geen werk van Maria? Dat is waar. En toch wordt het hier als een daad van Maria aangetekend; 'en Maria zeide'. Daar kwam een 'amen' zeggen op Gods Woord.
En dit geloof wordt nu geboren in het dal van de ootmoed. Elk woord, dat Maria hier uitspreekt getuigt van ootmoed en nog eens ootmoed. Het oprechte geloof gaat altijd gepaard met ontdekking aan eigen kleinheid en zondigheid. En het houdt ook op met redeneren. Het geloof praat altijd, vóór genade en na genade. Het ongeloof zoekt altijd uitvluchten. We noemden u enkele groten in het Koninkrijk Gods. Maar het ware geloof brengt een zwijgen mee, in deze zin, dat het niet meer kan tegenpraten. Het hart gaat buigen onder het Woord, in zijn veroordeling. Dat maakt het hart ootmoedig. Maar daar kan het ook niet langer buiten het Woord van genade, buiten het Woord, waarin deze Jezus om niet wordt aangeboden.
Het ware geloof doet me als een ontgronde voor God staan, om maar één grond over te houden; deze Jezus, zoals Hij Zich in Zijn Woord heeft geopenbaard. En daarop verlaat zich nu het hart. Naar Uw Woord. Is dit geloof er nu in ons leven, om deze Jezus in het Woord, in de belofte te omhelzen? Want een andere vastheid is er niet. En zit het hier bij vele tobbers, geestelijk tobbers, niet op vast? Ze zoeken hun houvast nog zo vaak op een verkeerde plaats, het éne ogenblik menen ze dat ze het hebben, maar het volgende ogenblik wordt aan alles getwijfeld.
Bij Van der Groe, één van onze 'oude schrijvers' las ik een keer het volgende voorbeeld. Wij mensen doen vaak als die man, die geen geld had om een rekening te betalen. Maar op zekere dag stond er een man voor de deur, die aanbood hem het geld voor die rekening helemaal te betalen. En wat deed die arme man? Hij liet die rijke man buiten staan, ging naar binnen en keerde het huis nog eens onderste boven om te kijken of er toch nog wat geld in huis was. Soms zag hij wat glinsteren, maar het was geen geld. En dat terwijl er een rijke man voor de deur stond om alles te betalen.
Handelen we zo vaak niet in de geestelijke strijd? We laten Christus buiten de deur staan en blijven zoeken naar iets in ons zelf. En het éne ogenblik is er wat gevonden, maar het blijkt toch niets te zijn. Want de rekening wordt er niet door betaald. Wie van Gods kinderen verstaat dit niet? Maar ziet dan nu: daar staat een betalende Borg voor u in Zijn Woord. Hij biedt Zich aan om te betalen. En Maria zeide: 'mij geschiede naar uw woord'. Zegt u het mee? Van dit geloof gaat kracht uit in de ziel. In dit geloof wordt God verheerlijkt. Nooit in het ongeloof. Daar krijgen we juist smart over. Maar hierin komt God aan Zijn eer, in het gelovig vertrouwen op Zijn Woord, dat is, op de door Hem gegeven Middelaar.
En dit Woord is vaste grond. Zekere grond.
Ook wanneer de dood alle grond onder uw voeten gaat weghalen. In het oordeel valt al het onze weg. Ons schijngeloof, onze deugdzaamheid, onze gerechtigheden. Wie niet meer heeft, is eeuwig arm. Maar wie hier met Maria zich met ziel en lichaam verlaten heeft op Zijn Woord, op de Christus der Schriften, heeft op onbedrieglijke grond gebouwd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1985
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1985
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's