De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (14)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (14)

8 minuten leestijd

Vanaf 1951 heeft prof. Severijn als voorzitter van de Gereformeerde Bond en hoofdredacteur van de Waarheidsvriend vele artikelen in dit orgaan geschreven. Vaak gaat het daarin over zaken die nauw samenhangen met de kerk en de belijdenis en het Schriftgezag. Een concreet iets geeft vaak aanleiding tot bredere beschouwingen. De titels van de artikelen spreken voor zichzelf: Schrift en Belijdenis, De Schrift als het levende Woord Gods, Christelijk geloof is Schriftgeloof, Het Schriftgeloof en de Bijbelcritiek, Het Schriftprincipe van de Reformatie, De kerk der Belijdenis en belijdende kerk.

A. A. van Ruler

Zijn gedachten hieromtrent hebben wij reeds uitvoerig naar voren gebracht. Toch willen wij uit deze artikelen nog het één en ander als aanvulling vermelden. Reeds eerder en ook na 1951 handelde ook prof. A. A. van Ruler uitvoerig over de plaats en de functionering van de belijdenis in de kerk, o.a. in 'Visie en Vaert' en lezingen, later uitgegeven. Severijn reageerde hierop in de Waarheidsvriend. Opnieuw kwamen aan de orde de verhouding van kerk en wereld, kerk en Koninkrijk Gods, het wezen der kerk en natuurlijk ook het apostolaat.

Het is ons inziens wel de vraag of Severijn in zijn repliek wel altijd aan de visie en intenties van Van Ruler geheel recht heeft gedaan.

Wij lichten echter uit zijn artikelen in de Waarheidsvriend enkele dingen uit. Opnieuw schrijft hij over de religie van de belijdenis. Samengevat schrijft hij: Er is een ware religie die van de Schrift en van de Christus der Schriften. Zo is er één gemeenschap der heiligen. Nl. van allen, die door de werking van het Woord en de Heilige Geest komen tot de kennis van deze religie, samen verenigd in het geloof in de Christus der Schriften, verbonden aan Hem en deelhebbend aan Zijn goederen. In Art. 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat het over deze gemeenschap. Zij kan niet nalaten te getuigen van de inhoud van dat geloof en van wat zij daarin bezit. Dat doet zij in diezelfde belijdenis waarin ook getuigd wordt van haar wezen en openbaring in de wereld.

Het geloof is maar niet een zaak van 'elk wat wils'. Want het gaat hier om een gemeenschap van allen, die deelhebben aan het leven dat opkomt uit de geloofsrelatie met Christus. Zó wordt het geloof de heiligen overgeleverd. En dit houden wij voor de religie der belijdenis, die tot uitdrukking is gebracht in de Reformatorische belijdenisgeschriften. Het betreft hier dit geloof en het leven in dat geloof. Daarom ook: religie der belijdenis!

Hier is geen sprake van letterknechterij. De belijdenisgeschriften zelf illustreren dit. Elk heeft haar eigen ontstaansgeschiedenis en wijze van uitdrukking. Toch getuigt hier steeds éénzelfde geloof, de religie van de belijdenis. Daarom is het vasthouden aan de belijdenis meer dan vasthouden aan de letter, doch aan de inhoud, waarvan de uitdrukking en vormgeving moeilijk los te maken zijn.

Geestelijke band

Er is ook een geestelijke band tussen de Schrift en de belijdenis. Deze laatste is geen uitreksel van de Schrift. Dat is te mechanisch gedacht. Er is een dieper verband, waardoor de belijdenis bijzondere waarde en gezag - zij het afgeleid gezag - heeft. Severijn motiveert dit hier als volgt: het geloof, dat door de Geest gewekt wordt, leeft uit het Woord. Getuigt alzo van hetzelfde leven, waaruit de heiligen in het Oude en Nieuwe Verbond hebben geleefd en waarin de ganse kerk deelt. Zo heeft ook de belijdenis een element van onveranderlijkheid in zich, omdat de Waarheid Gods onveranderlijk is. Het levend geloof zal altijd komen tot belijden en bij haar belijdenis volharden. Omdat dit belijden en deze belijdenis onmiddellijk samenhangen met haar zijn en, strijd in de wereld. Di belijden stamt uit de Openbaring Gods. Anders is het geen waar belijden. En ditzelfde geldt eveneens van de belijdenis, waarin het belijden is neergelegd.

Severijn gaat hier zelfs zo ver, dat volgens hem, radikaal gesproken, het geloof in de Christus der Schriften op een gespannen voet staat met de Waarheidsvraag. Dit geloof, als het werkzaam is, verkeert toch niet in onzekerheid omtrent de goddelijke zaken, die het door de Geest 'omhelst'. De Geest, die in alle Waarheid leidt, voert ons niet binnen in onzekerheden. En zo wordt de goddelijke Waarheid, die zich als de Waarheid aandient door het geloof aanvaard. Volgens Severijn behoort de Waarheidsvraag eigenlijk thuis op het terrein van de wetenschap, die vanuit het waarnemen van de verschijnselen van onderstelling tot onderstelling poogt te komen tot de verklaring van de zin, de achtergrond en het doel der dingen.

Verder schrijft hij hier, dat daarom - én omdat het vasthouden aan de belijdenis een vasthouden is aan de inhoud van het geloof - er, wat dit betreft, geen rechtmatige ruimte mag worden gegeven, aan twijfelzucht en de hang naar 'onzeker willen stellen', evenmin aan allerlei, soms elkaar tegensprekende interpretaties, en aan de gedachte: 'de belijdenis doet er minder toe, als het belijden er maar is'.

Samenhang

'Hoe ligt dit in onze dagen? ' vraagt Severijn dan. Er zijn theologen aan het woord, die niet verstaan de samenhang tussen geloof en belijdenis. Men kan volgens hen Schriftuurlijke 'waarheden' verwerpen en toch hetzelfde geloof bezitten. Zij leggen ook, in het kielzog van de moderne Schriftbeschouwing, die Schrift naar hun goeddunken uit en 'verbinden' die naar dat goeddunken. Terwijl zij niet beseffen, dat dit niet te verbinden is met het geloof in de belijdenis vertolkt, en dat er zó geen recht kerkelijk gesprek mogelijk is!

Weer merkt hij hier op, dat de belijdenis der Vaderen bij het kerkelijk gesprek er in het kerkelijk handelen op de rechte wijze moet funktioneren, in dit opzicht tot haar recht moet komen. Zo moet de reorganisatie van de kerk worden aangevat. Mogelijk dat dit tot een reformatie kan leiden. Hier zegt hij dan wel weer, dat op die weg de mogelijkheid zich zou kunnen voordoen, van een 'vooruitgang' is het belijden geconcretiseerd in een nader belijden op sommige punten, zelfs in een nieuw belijden ten aanzien van vragen, waarvoor men dan zou kunnen te staan komen.

Men vindt het, zo schrijft hij ook, een devaluatie van de belijdenis, als die als wet of statuut in de kerk zou gaan functioneren en juridische geldigheid zou krijgen? Doch de belijdenis vertolkt toch, wat de kerk op grond van het Woord en door de Geest gelooft en wat zij in haar strijd tegenover haar bestrijders alzo heeft beslist! Nu is het toch niet af te keuren, als zij haar bestrijders en die haar geloof weerspreken, aan die belijdenis houdt, en zij van haar leden verlangt, dat dezen bij die belijdenis volharden? Tenzij men vanuit de Schrift overtuigend kan aantonen, dat de kerk op bepaalde punten dwaalt!

Nadere Reformatie

In een van de artikelen gaat Severijn weer in op het leven uit de belijdenis. Hij schenkt dan ook aandacht aan de Nadere Reformatie. Deze waardeert hij positief. Om de nadruk, die zij legde op de noodzaak van het persoonlijke geestelijke leven. Hoewel, ook naar zijn mening, vooral in haar latere ontwikkeling een schoolse benadering van dit leven haar niet vreemd is gebleven. Hij schenkt hier mede aandacht aan de stromingen van de puriteinen en piëtisten. Die vindt hij stellig niet illegitiem.

Het kan, zo schrijft hier hier, immers niet zonder persoonlijke wedergeboorte. En in het geloofsleven speelt 'de kennis' een grote rol, doch zeker ook de ware vroomheid, die mede in de levensstijl uitwendig gestalte moet krijgen. Het echte geloofsleven is ook niet zonder bevinding. Echt geloof is levend, strijdend en bestreden geloof. Hierin betoont de rijkdom van Gods genade in Christus zich in dit opzicht, dat Christus' opstandingskracht als een nieuwe levenskracht in ons heil en heel ons zijn doorwerkt. Dodend en afsnijdend, maar ook opwekkend en ons overwinnend en inwinnend. Een geheel enige droefheid, doch eveneens vréugde-verwekkend. Hierbij wordt Calvijn weer geciteerd: 'Wij kennen deze kracht, die op een evangelische wijze in ons is!'

Mysticisme

Belangrijk is, wat Severijn hierbij nog verder opmerkt, nl.: Wij mogen dit niet verwarren met mysticisme. Dat is heidens. Daarbij wordt de mens gericht 'naar binnen'! Binnen in zich moet de mens dan de Waarheid, het licht: God - zoeken. Hoe radikaal anders ligt het bij de bevinding in het geloofsleven! Wel werkt Christus' opstandingskracht op een bijzondere wijze in ons. Maar dat geschiedt niet los van het Woord. De Heilige Geest, Die met goddelijke kracht in ons werkt en getuigt, is Dezelfde, Die in hét Woord getuigt. En dat Woord doet, door de werking van die Geest, ontdekkend en vertroostend Zijn werk in ons. Zo ligt de vastheid voor de gelovigen in het Woord, in de Christus der Schriften, en in de beloften van de God van dat Woord!

Wij zeiden reeds dat Severijn in zijn artikelen weerniet alleen handelt over de belijdenis, maar, in nauw verband daarmee, tevens over het Schriftgezag!

In één daarvan benadrukt hij opnieuw, dat het niet gaat om een Schriftbeschouwing, doch om een Schriftgeloof, dat verwoord is in de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Het geloof is geloof in God en in Zijn Christus, Die spreken en komen tot ons in de Schrift. Zó is het geloof Schriftgeloof. Ten diepste is dit nog iets anders en meer, dan een theorie b.v. van de mechanische of organische inspiratie. Omdat Gods wegen - ook wat de Schrift betreft - 'verborgen' zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (14)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's