De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (15)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (15)

8 minuten leestijd

Nog even vragen de artikelen van Severijn in de Waarlieidsvriend onze aandacht. In een daarvan, dat de titel draagt 'De ontwikkeling van de theologie in de 19de eeuw' betoogt hij opnieuw, dat de Schriftcritiek nu voortdurend de theologie van de Reformatie ondermijnt. Deze critiek kent volgens hem haar grenzen niet. Het gaat hier immers om de grens van de menselijke rede ten opzichte van de Openbaring. Voor het menselijk verstand is de Schrift een menselijk boek. In menselijke taal en met menselijke voorstellingen. Nu zit aan de geschiedenis van haar totstandkoming ook — zo schrijft Severijn — een menselijke kant. Ze is door mensen te boek gesteld. Maar niemand kan hier het goddelijke en het menselijke uit elkaar leggen. Men kan het evenmin zo stellen: 'In de bijbel is Gods Woord'. Hét geloof ontvangt en bewaart de Schrift als Gods Woord. Wel is het wetenschappelijk onderzoek niet onvruchtbaar voor de kennis van het leven en bestaan van de volkeren die in de Schrift een rol spelen. Wat voor het rechte verstaan van haar onmisbaar is. Echter slechts misverstand kan daaraan argumenten ontlenen om aan de Schrift haar bijzonder karakter als 'goddelijke Schriftuur' te ontzeggen. Want de hemelse dingen liggen buiten het bereik van de natuurlijke rede. Zo blijft het waar, dat het geloof deze geheel enige aard van de Schrift, als kracht van de werking van de Heilige Geest erkent. De belijdenis hiervan door de gemeente van Christus blijft onwrikbaar staan, temidden van de moderne theologische beschouwingen. Zo staat de gereformeerde theologie in haar isolement. Ze is daarin gedrongen. Dit bepaalt mede de positie van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk.

Volgens Severijn gaat het om een echte kerkelijke theologie. Deze komt op uit de levende gemeente van Christus en erkent de belijdenis als vertolking van haar geloof. Zo gaat zij in het spoor van'de gemeente en kan zij werkelijk van dienst zijn bij de bezinning van de vraagstukken van de tijd. Hier zegt hij dan weer, dat het op deze weg zou kunnen blijken, dat het nodig is te komen tot een nadere verklaring of uitbreiding van de belijdenis. Doch dan altijd vanuit de belijdenis en naar de toets van de Schrift.

Barth

Het was te verwachten, dat Severijn in de Waarheidsvriend ook zou schrijven over de theologie van K. Barth. Hij heeft dit inderdaad gedaan. Echter erg fragmentarisch. Hierbij kwamen wel enkele zeer belangrijke onderwerpen aan de orde, als Openbaring, Woord Gods en Heilige Schrift: schepping en verbond, de verkiezing en de verzoening. Het valt op, dat hij nu in meerdere artikelen apart aandacht schenkt aan het Verbond, waardoor mede het zicht op de kerk bepaald wordt! Hij wijdt eveneens verschillende artikelen aan de heilsorde. Hierin gaat hij nader in op zaken, die het persoonlijk geestelijk leven raken en nog in 'onze' gemeenten actueel zijn. De titels van deze artikelen spreken weer voor zichzelf: de praedestinatie, de verkiezing in Christus, de verkiezing en de verwerping 'niet op gelijke wijze', de verkiezing en de prediking, de verkiezing geen willekeur enz. Dit bewijst hoe ook het persoonlijk geestelijk leven zijn aandacht en hart had. En hoe hij als voorzitter van de Gereformeerde Bond nog op zijn wijze het pastoraat bedreef.

Herderlijk schrijven

In de jaren na 1950 verscheen er van de zijde van de Synode meerdere malen een herderlijk schrijven over actuele zaken, b.v. over oorlog en vrede, het huwelijk, christen zijn in de samenleving, de leer van de Heilige Schrift. Hierop reageerde Severijn eveneens in de Waarheidsvriend. Een heet hangijzer werd de kwestie: de vrouw in het ambt. Onlangs verscheen van de zijde van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond: 'Man en vrouw in Bijbels perspectief'. Hierin komt in breder verband deze zaak opnieuw aan de orde. Het is natuurlijk niet de bedoeling in deze artikelen op deze kwestie uitvoerig in te gaan. Wij vermelden alleen enkele dingen, omdat die in nauw verband staan met ons hoofdthema.

Man en vrouw

In 1952 verscheen van de hand van Severijn een brochure: 'De plaats en de dienst van de vrouw in de kerk'. Hierin wijst hij erop dat in de gemeente meerdere taken voor de vrouw zijn weggelegd maar niet de uitoefening van het bijzondere ambt, dat, dienend, een regerend karakter draagt. Man en vrouw hebben beiden deel aan het wezen en de goddelijke bestemming en roeping van de mens. Dit geldt in de orde van de schepping en van de verlossing. Zij zijn echter hierin wel onderscheiden. In Febe, genoemd in Rom 16, ziet hij een bijzondere erkende dienares der gemeente, doch niet een diaken in de zin van Hand. 6 en 1 Tim. 3. Bij 1 Tim. 3 v. 11 denkt hij niet aan vrouwelijke diakenen, maar aan vrouwen van de diakenen. Hij wijst ook op het feit, dat Calvijn in de Institutie — boek IV in het ambt van diaken twee 'graden' onderscheidt. De ene heeft betrekking op de diaken, die de gaven beheert en uitdeelt, de andere op de diaken, die zich wijdt aan de verzorging van de armen en zieken. Onder de tweede rangschikt Calvijn de vrouwen, genoemd in Rom. 6 en 1 Tim. 5. Hij geeft dus de vrouw een plaats met name in het werk van de diakenen op het terrein van de verzorging. Severijn memoreert verder, dat het convent in Wezel in 1566, het volgende bepaalde: 'Wij oordelen, dat op die plaats waar het geschikt is ook vrouwen van beproefde trouw en rechtschapenheid en gevorderde leeftijd, naar het oordeel van de apostel met recht tot het ambt van diaken worden aangenomen'. Zij mocht echter geen zitting hebben in het Consistorie. Hier komt het regerend element om de hoek kijken! De synode van Middelburg in 1581 kwam terug op de uitspraak van het Convent van Wezel. Zij bepaalde dat de diakenen in de verzorging van zieken en noodlijdenden, vooral als het om vrouwen ging, zich moesten laten bijstaan door hun huisvrouwen!, of door anderen die daartoe be­kwaam werden geacht. Ook de plaats van de diakenen in de kerkeraad werd nader bepaald. Zij kregen daarin een eigen plaats. In de regering assisterend en adviserend.

Naar aanleiding van verschillende publikaties over dit onderwerp — o.a. in ons land van dr. N. H. Hommes, dr. G. Huls en prof. A. J. Rasker — zagen ook in de Waarheidsvriend meerdere artikelen van de hand van Severijn het licht. Samengevat komt de inhoud daarvan neer op het volgende. Hij gaat uit van de orde, reeds in de schepping. Man en vrouw zijn beiden naar Gods beeld geschapen, maar wel naar Gods wil en wijsheid, onderscheiden. De man heeft als 'hoofd' van Gods wege gezag. Het daaronder geplaatst zijn en dat erkennen heeft niets te maken met minderwaardigheid. Wat ligt niet opgesloten in het tot een hulp zijn 'van de vrouw'. Dit is juist bedoeld om heilzaam te werken! In de gemeente van Christus is er voluit plaats voor de charismata, de gaven van de Heilige Geest. Hierin deelt ook de vrouw. Doch dit betekent niet een verstoring van de orde, in de schepping gesteld. De verlossing vernieuwt en herstelt die. Zo is er in de gemeente ook het bijzondere ambt. En is het geen 'tijdgebonden', maar een voor altijd geldende zaak, dat de man tot dit ambt geroepen wordt. Men mag bij de charismata niet alles over één kam scheren. Evenmin de gemeente overgeven aan een ongeordende vrijheid, wat deze charismata en de daarmee begiftigde personen betreft. De charismata zijn mede aan de vrouw gegeven, doch het bijzondere ambt is aan de man toegewezen. Slechts bij uitzondering en omdat de mannen verstek laten gaan of er niet zijn, kan de vrouw hiertoe geroepen worden. Dit kan, behalve in noodsituaties, wijzen op een oordeel.

Hoe handelden Christus en de apostelen? Deze laatsten zagen hoe de vrouwen eveneens met de charismata werden begiftigd. Zij gaven in de gemeente daaraan de ruimte, binnen de gestelde orde. Zij stelden mannen aan als opzieners, zoals Christus mannen tot apostel verkoos. Deze positie van de vrouw in de gemeente heeft weer met minderwaardigheid niets te maken. Meerdere diensten kan zij verrichten. En in haar zijn en activiteit treedt vooral de gestalte van de bruid tegenover de bruidegom naar voren. Strak gaan alle gelovigen het koninkrijk binnen, als Zijn bruidsgemeente. En dan gaan de bijzondere ambtsdragers, wat hun ambt hier betreft voor altijd met emeritaat.

Wij gingen even op dit onderwerp in, omdat dit nauw samen hangt met die andere zaak, waar Severijn steeds op terug kwam, nl. het gezag van de Schrift en de functionering daarvan. In verband met deze zaak - de vrouw in het ambt - werd onder leiding van prof. Severijn een bijzondere vergadering gehouden van ambtsdragers, met name uit de Hervormd Gereformeerde gemeenten. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond schreef één en andermaal naar de synode, waarin zij haar bezwaren kenbaar maakte. De synode diende hierop van repliek. Echter, uiteindelijk werd in 1966 met 27 stemmen voor en 24 stemmen tegen de vrouw tot het ambt in de kerk toegelaten. Door het hoofdbestuur en uit de kringen van de Gereformeerde Bond werd hierop door meerderen gereageerd. Een reeks artikelen werd gebundeld en onder de titel: 'Een vrouw op de kansel?' uitgegeven, ter nagedachtenis van prof. Severijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. dr. J. Severijn en de kerk (15)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's