Boekbespreking
Robin Keeley (red.) Handboek van het christelijk geloof, Uitgave J. N. Voorhoeve, Den Haag, 480 pag., ƒ 49, 50.
Een boek vol informatie over 'christelijk geloof. In lijvige hoofdstukken komen de volgende onderwerpen aan de orde.
Hoe kunnen wij weten? (De weg tot geloof). Jezus Christus (Wie was Hij en wat leerde Hij ?). God (Wat weten wij van Hem, die door Jezus Vader werd genoemd? Wat zegt de Bijbel?). De schepping: mens en wereld. (Gods schepping geschonden. Het probleem van goed en kwaad).
Een nieuwe schepping (In Jezus Christus heeft God een nieuw begin mogelijk gemaakt).
Het boek sluit af met een uitvoerig hoofdstuk over 'christelijk geloof in ontwikkeling', t.w. mensen en bewegingen door de eeuwen heen. We hebben hier te doen met een uitermate fraai en informerend handboek, dat in kort bestek veel biedt.
Toch plaatsten we, al lezende meermalen vraagtekens. Inzake omstreden kwesties laat het boek ons in de kou door geen duidelijke keuze te doen of wijst het in een richting, die vragen opwerpt. Ik denk hier aan kwesties als de evolutietheorie, het feminisme. Maar ook wat de verwoording inzake directe geloofszaken betreft ademt het boek niet zonder meer een gereformeerde geest. Wat het historisch doorkijkje door de kerkgeschiedenis betreft, dit geheel sluit af met Barth, Bultman, de charismatische beweging en de bevrijdingstheologie. De eigen weg van de gereformeerde theologie, ook wereldwijd in organisaties als de GOS een kanaal vindend, ontbreekt. Het geheel is fleurig en origineel uitgevoerd, verlucht met tal van afbeeldingen. Al met al een waardevol boek, dat wat betreft de commentaren om kritisch gebruik vraagt. Het boek is namelijk geen dor handboek, maar een boek tevens met visie op geloof en christelijk leven. Meer dan 100 deskundigen uit verschillende landen werkten mee, onder wie de Nederlandse theoloog K. Runia.
V. d. G.
J. Broekhuis, De tien plagen en Egypte, 95 blz.. Uitgeversmaatschappij Kok, Kampen 1984, ƒ 13, 95.
De vraagstelling, die dit boekje beheerst, is het onderzoek naar de harmonie van de bijbelteksten met de historische context van het oude Egypte op het punt van de tien plagen. Anders gezegd: zijn de sporen van Israels verblijf in Egypte nog te achterhalen? Of zijn ze definitief uitgewist?
In een vijftal hoofdstukken gaat de schrijver het probleem na. Allereerst zet hij uiteen wie als vreemdelingen in Egypte moeten worden beschouwd. Vervolgens doet hij onderzoek naar de Israëlieten. In dit hoofdstuk dateert hij de uittocht in de 13e eeuw voor Christus.
Een volgend punt is de magie. Boeiend is wat de auteur hier te berde brengt over de slangestaf en de tovenaars. Alle gegevens worden vergeleken met oud-Egyptische documenten.
Tenslotte worden de plagen breedvoerig besproken. Elke plaag op zich wordt vergeleken met de officiële Egyptische godenleer. In de plagen strijdt Israels God met de afgoden van Egypte.
Wij moeten samenvattend oordelen, dat de auteurs geen moeite geschuwd heeft om het beeld van het oude Egypte voor zich te halen. Wie van dit werk kennis neemt en dan de verschillende plagen eens schetst, voorzien van dit nieuwe materiaal, kan het gebeuren homiletisch in een verrassend licht plaatsen. Dit doet fris luisteren en heeft homiletisch verreikende konsekwenties. Broekhuis wijst ondermeer op de mooie architectonische opbouw van de tien plagen.
De slotconclusie wordt helder gesteld. De plagen worden klaar belicht. Een schat van geleerdheid steekt in dit werk. Wij zien opnieuw dat historisch onderzoek de Openbaring niet schaadt. Hartelijk aanbevolen.
A. v. Br.
G. C. Tromp, Biddend onderweg, Over gebedsvormen en de praktijk van het bidden, J. N. Voorhoeve, Den Haag, 1985, 186 blz., ƒ 27, 90.
In een 'woord vooraf' geeft de auteur de bedoeling van zijn werk aan: deze studie over gebed en meditatie bij het hoofd en hart der gemeente te brengen. Wij achten dit een voornaam streven. Wij menen ook dat de schrijver in zijn opzet is geslaagd. Niet minder dan 20 hoofdstukken worden dan aan het gebed gewijd. Het is niet doenlijk ze alle te noemen, maar voor enkele willen wij een uitzondering maken. De bijbelse grondslag is niet vergeten, getuige hoofdstuk 4; evenzo wordt veel aandacht geschonken aan hoofdstuk 12 over de voorbede en ons trof vooral het vijftiende hoofdstuk pver gebed en meditatie. Daarin staan glanzende stukken, die wij voor onze predikanten zo wel zouden willen overschrijven.
Men houde wel rekening met literatuur, die wij niet gewend zijn te citeren, maar bij voortgaande lezing zal dit bezwaar wel wegvallen. Tromp gebruikt deze bronnen en eigent ze voor zijn doel toe. Toelichting uit bijbelcommentaren verheldert hier en daar de tekst. Niet ontkend kan worden dat een en ander veel duidelijker wordt.
Wij moeten hier geen stichtelijk werk verwachten. De literatuuropgave aan het einde toont wel aan, dat de auteur zijn taak gewetensvol heeft opgevat. Als zodanig vindt de lezer hier een boek dat hem dagenlang kan bezighouden. Merkwaardig dat in deze kille wereld toch nog telkens boeken van dit gehalte verschijnen. Het is ons een getuigenis, dat temidden van veel moderne theologie de theologie van de binnenkamer niet is verdwenen. Zeer aanbevolen.
A. V. Br.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's