Uit de pers
Kerken en Zuid-Afrika
Het onderwerp 'Zuid-Afrika' houdt in de kerkelijke discussies, zowel in het binnenland als in wereldverband, al jarenlang de gemoederen bezig. En de laatste maanden gebeurt dat in toenemende mate. Dat is, gezien de toenemende spanningen in Zuid-Afrika ook niet zo vreemd. In deze discussie gaat het niet alleen over het racisme en de apartheid. Dat dit strijdig is met de duidelijke uitspraken van Gods Woord wordt (gelukkig) in brede kring aanvaard, al zou men soms zulk een oordeel wel eens wat duidelijker uitgesproken willen zien.
Stellig heeft de Groningse hoogleraar, prof. dr. A. S. v. d. Woude gelijk als hij de kerken in ons land waarschuwt voor selectieve verontwaardiging, door wel een beschuldigende vinger te richten op Zuid-Afrika, maar te zwijgen over onrecht in Afghanistan, en andere delen van de wereld. Maar men kan nu een keer niet het een tegen het ander weg strepen. Dat doet Van der woude ook niet.
In zijn artikel in Evangelisch Commentaar van 24 januari waarin hij tot zijn spijt constateert dat de christelijke kerken en hun woordvoerders vaak met twee maten meten, zegt hij: 'Het gaat niet aan in Harare luid te roepen over de verdrukte zwarten van Zuid-Afrika en te zwijgen over de verdrukte zwarten van Matabele land. Een omgekeerd geluid in Pretoria is al even weinig overtuigend'. En even verder schrijft hij dan: 'De lezer heeft mij volstrekt niet begrepen, wanneer hij zou aannemen, dat ik het apartheidsregiem in Zuid-Afrika een beetje in bescherming wens te nemen. Apartheid is mensonterend. Maar wat ik wel wilde zeggen is dit: dat kerkelijke leiders alleen recht van spreken hebben, wanneer zij zonder politieke discriminatie en zonder angst zich in het eigen (theologische of politieke) vlees te snijden alle autoritaire en onderdrukkende regiems verafschuwen en dit concreet op niet mis te verstane wijze met woord en daad laten merken' en Van der Woude wijst dan op het concrete en niet-selectieve spreken van de profeet Amos als bijbels voorbeeld en richtsnoer voor de kerken.
Apartheid een mensonterend kwaad. De vraag evenwel die de laatste tijd in allerlei discussies naar voren komt is die naar het recht van het kerkelijk spreken over deze vooral toch politieke kwestie, alsmede de vraag naar de steun van de kerken aan bevrijdingsbewegingen. Het blad Kerknieuws van 24 januari 1986 legde enkele vragen voor aan een viertal personen uit het nederlands kerkelijk leven.
Een lutherse en een doperse stem
Naast de synodepraeses van de Geref. kerken, dr. Van Kouwenhoven, en diaken De Waal (lid van de Hervormde Synode) uit Alblasserdam kwamen ook aan het woord twee vertegenwoordigers uit de kleinere kerken. Omdat hervormde en gereformeerde stemmen in de pers nogal eens naar voren gehaald worden, kies ik uit het lange artikel enkele fragmenten uit de gesprekken met ds. W. Bleij, Luthers predikant, tot 1984 predikant van de Lutherse kerk in Nederland.
'Met de term "spreken van de kerk" heeft ds. W. Bleij, Evangelisch Luthers predikant te Amstelveen en van 1977 tot 1984 president van deze kerk in Nederland, enige moeite: "Het spreken van de kerk is net zo serieus als de leden het nemen. Je kunt je als synode niet zomaar de profetenmantel aanmeten. Of de kerk gesproken heeft, dat zal achteraf wel blijken. We moeten er zeker over praten. Apartheid wordt immers grotendeels theologisch gefundeerd. Wanneer de Schrift oneigenlijk wordt gebruikt, waar dan ook, zal de kerk moeten reageren."
Is die theologische fundering een ketterij, zoals ook de Lutherse Wereld Federatie (LWF) heeft uitgesproken en als gevolg waarvan de blanke Lutherse kerk van Zuid-Afrika is geschorst?
"Het woord ketterij is eigenlijk te fatsoenlijk. Het is de grootst mogelijke onzin. Het is een verwarring van theologisch denken en absolute dwaasheid. Dit is geen theologie, dit is zwammen met bijbelteksten. De Heer brengt mensen altijd bij elkaar. Het evangelie dat is één en al verzoening, één en al heelmaking. Als iemand je met de bijbel in de hand uit elkaar drijft, dan moet je al onmiddellijk aanvoelen: hier klopt iets niet.
Of dan de schorsing van de blanke kerk een juiste oplossing is, is een heel andere vraag. Ook dat is immers een vorm van uit elkaar drijven. Ik heb er indertijd ernstig voor gepleit - en dat is gelukkig ook besloten - om ondanks de schorsing wel met de blanke Lutheranen in gesprek te blijven. Zo'n schorsing kan min of meer onbewust ook tot een soort morele zelfrechtvaardiging voeren. De LWF lijkt (!) nu iets heiliger, maar daarmee is de kwestie niet opgelost.
De gebrokenheid van de wereld zit ook in de kerk! Eigenlijk zouden we zoiets als ex-communicatie niet moeten kennen. Het evangelie leert ons immers om dwars tegen alles in tot het laatst toe te blijven vertrouwen op de mogelijkheid van bekering?" De vraag naar het geweld acht Bleij een even onontkoombare als onoplosbare vraag: "Er zijn vragen die wij als mensen niet mogen beantwoorden. Wij zijn God niet. Je maakt altijd je handen vuil, hoe je het ook wendt of keert. Ik zou denk ik tijdens WO II gesmeekt hebben om wapens. Dat is de illegaliteit van onze menselijke ethiek. Maar daarom hoef je zwart nog geen wit te gaan noemen! Ik denk niet dat ooit de kerk als kerk hierin een keuze kan maken. Je staat in deze kwestie allemaal helemaal alleen voor Gods aangezicht. Synodes gedragen zich soms teveel als apostelen. Zij zouden zich moeten beperken tot het hoogst noodzakelijke organisatorische werk. Over dit soort zaken kan alleen op zo laag mogelijk niveau worden gesproken, waar de mensen elkaar echt kennen".
Mag een synode ook niet vragen om een economische boycot?
"Ja en nee. Zolang ze daar in Den Haag niet wat alerter worden, moet het misschien wel. Maar de kerk is geen schaduwkabinet! Er zou wel veel meer gesproken moeten worden tussen de kerk en de politici. Nu heb ik vaak het gevoel dat het geaarzel in Den Haag leidt tot steeds driftiger reacties van de kerken".'
Bleij's visie staat duidelijk tegen de achtergrond van de lutherse traditie die altijd een onderscheid maakte tussen de twee rijken of regimenten, zij het ook dat men toch er aan wilde vasthouden dat deze beide rijken een Heere hebben. Mij trof de eerlijke opmerking dat de gebrokenheid van de wereld ook in de kerk zit, alsmede het blijven hopen op omkeer en verzoening.
Hoe kijkt nu iemand die in de doperse-pacifistische traditie staat tegen deze vraag aan. Het woord is aan de Amsterdamse hoogleraar, prof. dr. H. B. Kossen: Moet de kerk zich over deze vragen uitspreken?
"Als ik ja zeg, doe ik dat als lid van de Doopsgezinde Broederschap, d.w.z. dat wij geen kanaal hebben zoals een synode, waarlangs de kerk kan spreken. De plaatselijke gemeente is autonoom. Zelf beijver ik mij wel om te komen tot een beleidsorgaan dat meerderheidsuitspraken op dit terrein kan doen. Voorwaarde moet m.i. wel altijd zijn dat het gesprek met de minderheid doorgaat. Gemeenschap is immers telkens opnieuw bestaande tegenstellingen overwinnen.
De vraag of je op deze manier niet aan politiek doet is minder relevant dan de vraag op welke wijze je aan politiek doet. Als de kerk getuigenis aflegt van Gods vredestichtend werk, dan wordt daarmee ingegrepen in het politieke krachtenveld. Het gaat echter, in navolging van Jezus, wel om een heel andersoortige machtsontplooiing. In de wereld gaat het om, zoals Dippel dat noemde, macht in voorraad opbouwen, waarbij de eigen belangen worden veiliggesteld. Maar daarmee worden geen tegenstellingen overwonnen! En daarom gaat het toch in het evangelie: dat niet de vijand gedood wordt, maar de vijandschap!"
Ook voor prof. Kossen is de theologische rechtvaardiging van apartheid volstrekt strijdig met ("wat ik versta onder") het evangelie. Maar vanuit zijn traditie spreekt hij liever niet van ketterij: "Dat woord hangt samen met procedures betreffende het zuiver houden van de leer en dat kennen wij helemaal niet".
Kossens verwerping van apartheid is echter zeker zo radicaal als bij hen die wel van ketterij spreken. Het steunen echter van enigerlei vorm van geweld in de strijd tegen dit verderfelijke systeem kan hij, op geen enkele wijze verenigen met de roeping van de gemeente.
Kossen: "Je komt dan terecht bij de zgn. rechtvaardige oorlog. Deze idee is nog altijd zeer diep geworteld in de westerse theologische traditie. Ik meen dat je nimmer van een rechtvaardige oorlog kunt spreken en dus ook niet van een rechtvaardige bevrijdingsoorlog. Dat is een miskenning van het hart van het Evangelie, dat immers bestaat in Gods eenzijdig vredesinitiatief in zijn vijandliefde in Christus. De kerk dient geweldloos, maar voor 100%, aan de kant van de slachtoffers te staan.
Men rekent Tutu wel tot de gematigde leiders, omdat hij bereid blijft tot gesprek met de blanken. Maar dat vind ik nu juist zijn evangelische radicaliteit: enerzijds helemaal aan de kant van de slachtoffers, anderzijds altijd de deur tot gesprek openhouden".'
Ook hier zien we hoe vanuit een duidelijke achtergrond consequent doorgeredeneerd wordt. Kossen wil consequent pacifist zijn. Persoonlijk heb ik voor deze traditie diep respect, maar meen toch dat ze te weinig rekening houdt met de gebrokenheid van de wereld en met de roeping van overheden om onrecht met machtsmiddelen en in het uiterste geval met geweld tegen te gaan.
Hadden we in 40-45 de Nazi's dan maar geweldloos hun gang moeten laten gaan? Kossen's standpunt vind ik evenwel wel eerlijker dan de visie van hen die als het gaat om de NAVO pacifist willen zijn, maar als het gaat om bevrijdingsbewegingen geweld niet afkeuren. Omgekeerd snijdt deze opmerking ook in eigen vlees. Calvinisten hebben doorgaans nooit de kant van het pacifisme gekozen. Zij wisten dat geweld in bepaalde gevallen menslievender kan zijn dan een pacifistische houding. Calvinisten stonden doorgaans vooraan in het verzet tegen de duitse bezetter. Toch krijg je wel eens de indruk dat sommigen onder ons als het gaat om onrecht in Afrika en andere derde wereldlanden ineens pacifist worden en elk verzet tegen onderdrukkers afkeuren. Is dat ook geen meten met twee maten?
Het spreken van de kerk
Maar wat betekent dit alles nu voor de kerk, als we in de gereformeerde lijn het pacifisme afwijzen. Wat betekent dit voor haar spreken ten aanzien van overheid en samenleving, alsmede voor haar houding t.a.v. geweld? Op deze vraag gaat ds. S. Kooistra in in het Hervormd Weekblad van 23 januari. Kooistra is vanuit een calvijns-theocratische achtergrond nauw betrokken bij deze vragen en weet waar hij over schrijft. Ook hij wijst racisme ondubbelzinnig af, maar tegelijk is hij van mening dat de kerk zich niet met alles hoeft te bemoeien wat tot het terrein van de Overheid behoort, wat de taak is van politieke en maatschappelijke organisaties. Je bent, zo zegt Kooistra Kuitert na, lid van de kerk en tegelijk staatsburger. Als kerklid kun je niet deel nemen aan de politieke machtsstrijd, maar als burger ben je daarvoor verantwoordelijk. Loopt dit niet uit op een scheiding alsof een mens zich in tweeën moet delen, zou men kunnen vragen? Dat is niet Kooistra's bedoeling. Maar hij wil het spreken van de Kerk zuiver houden en niet vermengen met de taak van politieke partijen.
'In ieder geval kan de Kerk niet aan de politieke machtsstrijd deelnemen. Daarom kan en mag de Kerk niet oproepen tot geweld, ook niet in Zuid-Afrika, al kan men wel - om met Bisschop Bahr te spreken en de Capitool uitzending begrip voelen voor het geweld. Maar als men hier een vergelijking wil maken met het geweld van de verzetsgroepen in de oorlogstijd tegenover de Duitsers, dan denk ik aan wat ik eens tegen dr. A. v. d. Heuvel zei: De Kerken hebben de gezinnen van de ondergrondse verzetsgroepen wel diakonaal gesteund, maar nooit opgeroepen om geweld te plegen. Dat bleef voor de persoonlijke verantwoordelijkheid van de betrokkenen. Zo steunt het antiracismefonds van de Wereldraad (en ook de Generale Diakonale Raad van onze Kerk) wel humanitaire arbeid o.a. van het ANC maar met het uitdrukkelijk voorbehoud, dat men daarmee nog niet het wapengeweld wil steunen. Het zou werkelijk een ramp zijn wanneer er een burgeroorlog zou uitbreken in Zuid-Afrika. Ik heb de vrijheid te citeren uit een brief van een ouderling uit Menaldum, die samen met zijn vrouw jarenlang gewerkt heeft in Zuid-Afrika. Ik citeer hem letterlijk: "We voelen ons nog steeds erg betrokken bij het leven in Zuid-Afrika, waar de situatie met de dag dreigender wordt. Hopelijk komt het niet tot een burgeroorlog, maar we betwijfelen of het nog tot een vreedzame oplossing kan komen, hoewel daar nog steeds hard aan gewerkt wordt door personen als ds. Beyers Naudé, ds. Nico Smit, bisschop Tutu, ds. Boesak, de familie Mandela en vele anderen".
Nogmaals: Deelnemen aan een politieke machtsstrijd is nooit de taak van de Kerk maar kan wel de roeping worden van een christen in het verband van een politieke partij.'
U merkt, voor welke indringende vragen we komen te staan als we over deze zaken doordenken. De hele geschiedenis en de gehele traditie komt daar om zo te zeggen in mee. Wij zijn niet de eersten die met deze kwestie te maken hebben. Het thema van 'kerk en keizer' (Berkhof) heeft de christenheid vanaf de vroege kerk beziggehouden. Wat betekent Romeinen 13 naast Openbaring 13? Hoever strekt het woord uit Handelingen 5 : 29? En als het gaat om strijd tegen onderdrukking, bijv. de tachtigjarige oorlog of het verzet tegen de Nazi's, kun je dan het godsdienstige en het sociaal-politieke zo makkelijk van elkaar scheiden? Hier ligt ook voor ons nog een berg huiswerk. Laat men toch kennis nemen van wat er aan de hand is. Ten aanzien van Zuid-Afrika wijs ik gaarne op de brede informatie die ons aangereikt wordt in het herfstnummer (1985) van Rondom het Woord. Dan schrik je van de manier waarop door blanke theologen de apartheidspolitiek theologisch verdedigd werd. En tegelijk bekruipt je een gevoel van machteloosheid en verdriet. Laat de kerk evenwel kerkelijk spreken en zich in woord en daad, in voorbede en dienstbetoon inzetten voor de dienst der verzoening. Dat betekent allerminst: goedpraten wat onrecht is, integendeel verzoening en gerechtigheid hangen nauw samen. Vooral diegenen, die in de gespannen situatie van Zuid-Afrika hun stem tegen dit onrecht verheffen oproepen tot verzoening en omkeer en waarschuwen tegen volharding in het onrecht van de apartheid, verdienen onze steun.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's