Prof. dr. J. Severijn en de kerk (16)
Richtlijnen
Ditmaal gaan wij nog in op een boekje, getiteld 'Richtlijnen' door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond uitgegeven in 1963 en opgesteld door een commissie, onder leiding van prof. Severijn. Het is vooral bedoeld voor de kerkeraden en leden van Hervormd Gereformeerde gemeenten. Het vraagt de aandacht voor vragen en 'onze' roeping in verband met de kerkelijke situatie. En dit met het oog op de eigen gemeenten én de Hervormde Kerk in haar gehéél.
Situatietekening
Eerst wordt een situatietekening gegeven van de tijd, waarin de kerk in haar geheel en ook de Hervormd Gereformeerde gemeenten verkeren. De ontwikkelingen in de maatschappij; zo wordt gezegd: de veranderingen in opvattingen en levenspraktijken gaan ons niet voorbij. De welvaart heeft velen in haar greep, met het gevolg dat er minder belangstelling is voor de hogere dingen. Men gaat op in wat de tijd biedt aan verbruiks- en genotsmiddelen. Meerdere factoren - ook de moderne media - ondermijnen het besef van de persoonlijke verantwoordelijkheid. Het sexuele wordt overspannen. Echter, niet zelden is het opgaan in wat de welvaart biedt, een vlucht voor zichzelf en voor diepere bezinning. Na de laatste wereldoorlog en vanwege de uitvindingen van de moderne techniek - ook op het gebied van de bewapening - zijn velen onzeker en angstig. Men beseft dat de mens, ondanks zijn machtig kunnen, aan duistere machten van vernieling en verderf is overgegeven. Terwijl het besef dat wij met de levende God te maken hebben en aan Hem verantwoording schuldig zijn, vaak wordt gemist. En de beschouwingen van de moderne natuurwetenschap ondermijnen bij velen het gezag van de Heilige Schrift. Dit alles gaat óns niet voorbij. Vooral, omdat ons eigen hart van nature vijandig staat tegenover de Waarheid en het gezag van het Woord en geneigd is, wat de wereld biedt, critiekloos te aanvaarden. Wij mogen er - zo volgt er dan - niet blind voor zijn, dat enerzijds in de kerk ernstig geworsteld wordt om haar belijdend karakter. Doch anderzijds moeten wij constateren, dat vaak de Waarheid Gods in de Schrift relatief wordt gesteld. Evenzo het gezag van de belijdenis. Hierbij wordt weer gewezen op de doorwerking van het Rationalisme, dat de' menselijke rede stelt als kenbron en maatstaf van de Waarheid en de Schrift onder haar critiek plaatst. Er is in de kerk veel prediking, die aan de Schrift en de belijdenis tekort doet. Dit betreft het eeuwig Zoonschap van Christus, Zijn lichamelijke opstanding, de verzoening en de volstrektheid van onze verlorenheid en van Gods genade. Men predikt de verzoening als een feit, waaraan eigenlijk ieder zonder meer deel heeft, terwijl men over de noodzaak van wedergeboorte en bekering heen wipt. Men laat de wet opgaan in het evangelie, en maakt het evangelie tot een nieuwe wet. En men laat het werk van de Heilige Geest in het persoonlijk leven niet tot haar recht komen.
Wij leven - 1963! - in een dynamische tijd. In het kerkelijk leven is eveneens veel op drift. Er is vaak een sterk activisme, terwijl men aan de wezenlijke beslissingen voorbij gaat. Wel draagt de nieuwe kerkorde een meer kerkelijk karakter, maar de belijdenis, waarnaar artikel 10 in die kerkorde verwijst, wordt dikwijls beschouwt als een relatieve grootheid.
De toestand binnenshuis
Op een eerlijke wijze wordt dan ingegaan op de toestand bij de Hervormd Gereformeerden. Daar is een isolementshouding gegroeid, waarbij de minderheidspositie gelaten wordt aanvaard, dikwijls met negatieve agressiviteit en onderling gekrakeel en verdachtmaking. Omdat de vernieuwing van de kerk zich bewoog in een richting die niet in overeenstemming was met de belijdenis der vaderen, werd men éénzijdig gericht op de eigen 'groep'. Ook, omdat de kracht van het geloofsleven ver achterbleef bij die in de tijd van de Reformatie.
Door Gods genade - zo heet het dan - wordt onder ons nog echt geloofsleven gevonden, doch er gaat te weinig kracht van uit. En - zo wordt hier gevraagd - worden er in de prediking 'onder ons' eveneens geen elementaire zaken uit de ons geopenbaarde Waarheid Gods verduisterd of scheef getrokken? Genoemd worden de verhouding en spanning tussen verkiezing en verbond, het toegaan tot het Avondmaal, de relatie tussen geloof en wedergeboorte, de zekerheid van de persoonlijke zaligheid. Blijft het niet te veel hangen in de eerste beginselen, zodat het niet komt tot een beleving van de rijkdom in Christus, zoals men dat b.v. wél vindt in de preken van ds. I. Kievit? Hoe staat het met het getuigen naar buiten en met het serieus ingaan op de vragen van de moderne cultuur en van de jeugd en randen buitenkerkelijken?
De kerk in haar geheel
Hierna wordt er de nadruk op gelegd, dat Christus Zijn gemeente vergadert en bewaart. Hoe afhankelijk zijn wij van Hem en Zijn werk in ons persoonlijk leven, in de gemeenten en in de kerk. Maar dit mag ons niet lijdelijk maken. Dit moet ons juist actief doen zijn, om de geestes van de tijd te onderkennen en de gevaren te bestrijden met de wapens, waarop de Schrift ons wijst.
Van belang is, dat hier extra benadrukt wordt, dat het hierbij niet gaat alleen om onze gemeenten, maar om de gehele kerk. Omdat het gaat om de handhaving en zegeviering van de Waarheid Gods in de Schrift en vertolkt in de belijdenis, in de gehele kerk. Daarop hebben alle leden recht. De religie der belijdenis is een zaak, die heel de kerk raakt. En in de prediking in de gehele kerk heeft het schriftuurlijk grondpatroon van haar leer en leven door te komen, niet verzwakt of vertekend door wijsgerige overwoekeringen.
Er is een distantie tussen 'Gereformeerden' en niet-gereformeerden, doch deze mag niet overgeaccentueerd worden tegenover het nog samen tot de kerk behoren. Volgens de doelstellingen van de Gereformeerde Bond gaat het haar ook niet om een groep, maar om de kerk in haar geheel, om een appèl vanuit de belijdenis op de gehele kerk! Dit alles wordt dus, gezegd in een ge schrift, mede opgesteld door Severijn. Dit is wel een bewijs, hoe bij al het andere waarop hij terecht steeds de nadruk legde, de betekenis van de Hervormde Kerk ook in haar geheel en van het Verbond, een grotere rol ging spelen.
De prediking
In het geschrift 'Richtlijnen' wordt ook positief ingegaan op de prediking. Het moet daarin steeds weer gaan om de God der Schriften. Zonde en genade moeten centraal staan, doch actueel en concreet, en niet de christen, doch Christus moet domineren. De 'prediker' mag zich niet laten leiden door vaststaande schema's, waarin elke uitleg en toepassing van de tekst wordt geperst. Deze vragen om een nauwkeurige exegese. De preek moet ook onderricht in de leer zijn, maar geen 'staaltje' van dogmatisme. Want de gemeente moet worden opgebouwd en geleid in het leven van het geloof. Rechte zondekennis en schuldbesef moeten worden gewekt. Daarom mag over de zonde niet gesproken worden als een bepaalde gegevenheid zonder meer, als een lot, waaraan wij onderworpen zijn. Het lot kan niet als schuld worden beleefd.
De prediking moet actueel zijn, doch dit houdt tevens in dat de mens steeds getekend moet worden in zijn relatie tot de levende God. In deze relatie staat hij steeds, in welke tijdsituatie ook, en al staat hij hierbij niet stil, als schepsel Gods. Zelfs mag men hier spreken van een relatie tot Christus, omdat God de wereld door Hem, als het Woord, geschapen heeft. Bovendien, zo vervolgt het geschrift, zijn wij met onze kinderen in het Verbond Gods begrepen. Deze betrekking sluit temeer in absolute afhankelijkheid en de eis tot gehoorzaamheid tegenover Zijn beloften en geboden. Het volbrengen van die eis wordt eveneens in die belofte toegezegd en door de Heilige Geest gewerkt. Hier heeft ook de prediking van de Wet haar plaats, niet in het afgetrokkene, maar toegespitst op het concrete leven en de diepe roerselen van ons hart. Opdat het rechte schuldbesef en de behoefte naar verlossing zou worden gewekt.
Zeker moeten de grote werken Gods verkondigd worden, doch men schenke met pastorale zorg tevens veel aandacht aan de vraag 'Hoe krijg ik deel aan de genade Gods?' Het antwoord mag niet opgaan in algemeenheden. Immers, het betreft hier het geloof in haar volle concreetheid. Steeds moet de oproep tot het geloof in Christus, niet zonder bekering, duidelijk doorklinken. Hoe wij daaraan deel krijgen en wat dat inhoudt aan rijkdom en roeping met betrekking tot de relatie met God en tot andere relaties in dit leven.
Hoe zien wij de kerk?
Tenslotte komt de vraag aan de orde: 'Hoe zien wij de kerk? ' Hier worden enkele opvallende dingen gezegd - in verband met ons hoofdthema. Het uitgangspunt wordt ook hier genomen in art. 27 van de Ned. Geloofsbelijdenis en Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus. Waarin de kerk van zichzelf belijdt, dat zij een gemeenschap is van de ware gelovigen in Christus, én dat Christus Zich een gemeente vergadert door Zijn Woord en Geest. Er staat dan, dat wij bij het belijden van wat de kerk is, allereerst in het oog moeten houden het vergaderend werk van Christus, dat Verbondsmatig geschiedt, door Zijn Woord en Geest, en daarnaast dan, dat dit haar beslag krijgt in de vergadering van de ware gelovige.
Hier wordt dus eerst de nadruk gelegd op de kerk als congregatio, op Christus' kerkvergaderend werk; en dan als coetus: de alzo vergaderde gemeenschap der gelovigen.
Dit gebeurde door een commissie, onder leiding van Severijn! Ligt hierin niet opgesloten, dat hij, die eerst wel eens te zeer gericht was op de kerk als coetus; later toch ook meer gewicht is gaan hechten aan de kerk als congregatio? En aan het feit, dat de Heere God Zijn verkiezing realiseert door de bedding van het Verbond?
Is hij mede daarom positiever gaan staan tegenover de betekenis van de Hervormde Kerk, ondanks haar zieke toestand, als een bijzondere planting Gods, waarvan Deze in Zijn genadige trouw nog niet is geweken? En dat daarom temeer de strijd om haar oprichting gestreden moet worden?
Hoe sanering?
In 'Richtlijnen' worden op grond van Schrift en belijdenis bepaalde tendenzen, in verband met het kerk-begrip en kerk-zijn afgeweken o.a. de romaniserende en sectarische. Tenslotte wordt gezegd, dat de kerk in gehoorzaamheid aan de Schrift en in overeenstemming met haar belijdenis zich naar haar wezen heeft te openbaren, door al haar leden te leiden in de Waarheid Gods. Zo heeft ze een zoutend zout te zijn in de wereld, in de tijd, waarin zij staat en in oecumenisch verband, voor zover dat mogelijk is, vanuit haar belijdenis andere kerken te dienen.
En dan staat er nog: omdat de feitelijke toestand van de kerk hieraan niet beantwoordt en zij in haar geheel toch geroepen is, op deze weg te wandelen, dringt de vraag zich op - hóe te komen tot sanering van het kerkelijk leven.
En dan volgt er iets heel opmerkelijks, gezien datgene, waarvoor Severijn geijverd heeft en dat hij toen zag als de weg om uiteindelijk te komen tot een waarlijk gereformeerde kerk! Er volgt dan: Voorstellen van een modus vivendi en convent wezen een weg, door afzondering naar binnen, van hén, die zich onder de confessie voegden. De Afscheiding en Doleantie zochten die door afscheiding naar buiten. Maar deze saneringspogingen werkten bij hen, die naar de belijdenis begeerden te leven isolationisme in de hand en belemmerden het besef, dat de kerk krachtens het Verbond al haar leden in Gods Waarheid heeft te leiden. Daarom zijn deze pogingen toch uiteindelijk ongeschikt om te bevorderen dat de gehele kerk onder beslag van het Woord Gods zou komen!
Dan volgt nog: de prediking overeenkomstig Schrift en belijdenis is voor alles de aangewezen weg! Wel moet worden nagegaan hoe, behalve degenen die zich door opvoeding en onderwijs 'en meer' dan dat, onder deze prediking scharen, ook de anderen daarmee worden bereikt. In gemeenten, waar de kerkeraad deze prediking begeert; waar ze ten dele wordt gebracht, óf niet gebracht en toch begeerd, of niet gebracht en niet begeerd! Tevens moet worden bezien, hoe de Gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk met behoud van het besef van de hoge waarde van de belijdenis en de daarnaar gereikte prediking zijn af te brengen van hun isolationisme!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's