De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Diep verbonden maar nog  steeds kerkelijk gescheiden (verwijderen)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diep verbonden maar nog steeds kerkelijk gescheiden (verwijderen)

7 minuten leestijd

Wij hebben van u, ir. Van der Graaf, begrepen, dat u over de Afscheiding positiever denkt dan over de Doleantie. Kunt u dat uitleggen?

JvdG: Ja, ik stel altijd dat de Hervormde Kerk (voortaan: HK) aan de Afscheiding groter schuld heeft. Je kunt weliswaar zeggen, dat de wortel van zowel Afscheiding als Doleantie ligt in de betreurenswaardige toestand van de HK in de vorige eeuw. Maar... als ik zie wat de HK de Afgescheidenen heeft aangedaan, al die processen en zo, dan hebben de Afgescheidenen zwaar geleden aan de kerk, ook in het feit dat ze niet meer geduld, niet meer verdragen, ja daardoor uitgeworpen werden.

Bij de Doleantie daarentegen vind ik dat er veel meer sprake is van bewuste voorprogrammering, ook van theologische voorprogrammering, van een afscheiding. En voor een tweede afscheiding na die van 1834 zie ik de directe noodzaak niet in.

U ziet de Doleantie dus niet als een daad van kerkelijke gehoorzaamheid?

JvdG: Nee. De dolerenden zullen dat zelf wel zo gevoeld hebben, maar ik bezie de Doleantie als iemand die van harte tot de NH-kerk behoort en wil het niet als een daad van kerkelijke gehoorzaamheid zien.

U zegt net: 'Ik behoor van harte tot de NH-kerk'. Wat verbindt u zo sterk aan die Hervormde Kerk?

JvdG: Het is voor mij de kerk van de Reformatie in dit land, de nationale gereformeerde kerk, de kerk waar de gereformeerde belijdenis zijn plaats heeft gekregen tot op de dag van vandaag. Maar nog liever noem ik het woord 'verbond': het verbond verbindt mij met deze kerk en in deze kerk, met het voorgeslacht. Ik" hecht erg aan de uitdrukking 'kerk der vaderen': daar zit in dat element van de verbondenheid met de gereformeerde vaderen die in deze kerk vanaf het begin zijn geweest.

U noemde de gereformeerde belijdenis die tot op vandaag een plaats in de HK heeft. Maar wat doet u als de Gereformeerde Bonder dan met de plicht tot afscheiding, zoals die in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 23) beleden wordt?

JvdG: Ja, - ik weet dat dit een aangelegen punt is. Daar staat in de NGB dat je je moet afscheiden van degenen die niet van de kerk zijn en anderzijds dat je je niet mag afscheiden van hen die van de.kerk zijn. Daar zit voor mij een spanningselement.

Als het in de artikelen 27 t/m 29 over de kerk gaat, dan gaat het om de kerk in haar zichtbare gestalte, maar die kerk in haar zichtbare gestalte is zeer verdeeld. Dus wij komen voor de vraag te staan waar dan vandaag de ware kerk te vinden is en dan geloof ik dat je zeggen moet dat de elementen van ware en valse kerk in principe in elke kerk aanwezig zijn of kunnen zijn. Dus ik lokaliseer de ware kerk niet in éen bepaald kerkgenootschap; ik lokaliseer de valse kerk niet in een bepaald kerkgenootschap, maar ik geloof dat er sprake is door de eeuwen heen van een strijd tussen ware en valse kerk die zich niet in onderscheiden instituten behoeft te voltrekken, maar die zich ook in één bepaalde kerk kan voltrekken.

Dus ik geloof niet in het principe, in de noodzaak, in de bijbelse noodzaak, van afscheiding. Ik geloof wèl dat de gemeente van Christus telkens weer gezuiverd moet worden van dwalingen die in haar zijn. Dus dat het er wel terdege op aan komt om de gemeente van Christus zui­ ver te houden - in de leer, in het pastoraat, in de catechese, in het diakonaat, in alle elementen die aan de kerk eigen zijn. De kerk wil ik in éérste instantie, of in belangrijke mate, ook zien in de plaatselijke gemeente, waar de ouderlingen 'op de leer zitten' om zo te zeggen, zodat zij zelf ook in de gemeente tucht oefenen. Tuchtoefening is voor mij in eerste instantie een zaak van de kerkeraad.

U zei zoeven: valse kerk is voor mij niet iets wat zich identificeren laat met een bepaald kerkgenootschap. Maar nu aan de feiten: de valse kerk wordt o.a. gekenmerkt door het vervolgen van hen, die willen leven naar het gebod van God, zegt de belijdenis. Nu zien wij Hendrik de Cock in 1834 en daarvóór, bezig om te leven naar de wil van zijn hemelse Vader, en die man wordt daarin niet geaccepteerd, hij wordt uiteindelijk uit de HK verdreven.

Wat doet u daarmee? Dan kun je toch zeggen dat de valse kerk zich openbaart in het hervormde kerkinstituut?

JvdG: Ja. Ik heb daar ook geen moeite mee om dit te beamen, ik heb er grote moeite mee om te ervaren dat dit zo is. Daarom ben ik ook begonnen met te zeggen: de Hervormde kerk heeft gróte, gróte schuld aan de Afscheiding vanwege het feit dat er in haar zoveel was dat te typeren is met de elementen van de valse kerk.

Maar misschien mag ik een voorbeeld geven dat vandaag ook actueel is: apartheid. Ik zou apartheid die bijbels gefundeerd wordt, wel een ernstige dwahng kunnen noemen. Welnu: in de reële gereformeerde kerk, of kerken, van Zuid-Afrika wordt apartheid verdedigd op bijbelse gronden. Dan heb je daar te maken met symptomen van de valse kerk. Desalniettemin gaat het niet aan om te zeggen: dè Gereformeerde Kerken van Zuid-Afrika zijn op het ogenblik dè valse kerken...

JK: Mag ik misschien er tussenin komen?

Het viel mij op dat de heer Van der Graaf aan het begin zei: Ja, voor de Afscheiding sympathie; voor de Doleantie... dat is veel meer voorgeprogrammeerd .

Nu moet ik zeggen: er zit een element van waarheid in. Dat is ook betrekkelijk logisch: Kuyper en Rutgers hadden veel meer in hun theologische bagage dan Hendrik de Cock en de jonge dominees die met De Cock meegingen. Dat kan inderdaad ook de indruk van 'berekening' maken, van 'kerkelijke strategie'. Maar aan de andere kant, ik zou graag willen zeggen wat de Doleantie betreft: beter laat dan nooit!

Ik zie de Afscheiding als een zaak van gehoorzaamheid - in alle onvolkomenheid, in alle aanvechting ook, ook in alle onbeholpenheid: een zaak van gehoorzaamheid. We moeten bij de Heere blijven, we moeten bij Zijn Woord blijven, de kerk is de vergadering van de gelovigen. .. nou, daar heeft De Cock zich op zijn eenvoudige dorpsdomineemanier voor ingezet.

En nu is dit het punt: daarna had ik me kunnen denken dat alle gereformeerden in de NH-kerk zich bij de Afscheiding gevoegd hadden en dan was dat een Gereformeerde Kerkvergadering geworden, die de band met 1816 geslaakt had en weer de eigen weg van de Gereformeerde Kerken vervolgd had.

Maar dat is niet gebeurd. Er zijn gereformeerden in de NH-kerk gebleven en die hebben daar hun strijd voor kerkherstel gestreden. Groen van Prinsterer, waar we ook dankbaar voor zijn, en anderen o.a. ook Kuyper. Maar waar 't me nu om gaat is: als je 1886 vergelijkt met 1834, dan zit daar tussen: de opkomst van het modernisme - en tussen 1834 en 1886 zit óók, dat dat mbdemisme de kansel opkwam. Dat je met Pasen hoorde, dat er helemaal geen opstanding der doden was... die stormloop van het modernisme, daar heeft de Doleantie mee te doen gekregen. Vandaar dat ik zeg: beter laat dan nooit! Die loochening van de opstanding, van de heniielvaart, van alle heilsfeiten, van de Drieëenheid, van heel de christelijke leer... die was in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Diep verbonden maar nog  steeds kerkelijk gescheiden (verwijderen)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's