De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lijden: ‘Zijn in de dingen Mijns Vaders’(2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lijden: ‘Zijn in de dingen Mijns Vaders’(2)

7 minuten leestijd

'Doch Ik moet heden en morgen en de volgende dag reizen; want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem.' (Luk. 13 : 33)

De tekstwoorden vormen het middelpunt van een gedeelte (31-35) waarin ons wordt aangewezen, dat niet menselijke overwegingen en ook niet het samenspannen van mensen tegen Christus, bepalen hoe Hij Zijn lijdensweg zal gaan. Hij gaat de weg van de Vader. Voor ons vaak verborgen. De menselijke overwegingen geven aan langs welke weg de Vader Zijn wil volbrengt. Ze tonen ons onze schuld en de noodzakelijkheid van de verzoening. Jezus voorzegt dat een van de dingen van de Vader zal zijn: Gedood worden als Profeet in Jeruzalem. Het is een hernieuwde lijdensaankondiging, die niet alleen voor Herodes en Farizeeën is bestemd, maar waarin u en ik worden betrokken.

Ga weg, en vertrek van hier, want Herodes wil U doden. Zo komen enkele Farizeeën tot Jezus. Hoe is dit bevel bedoeld? Uit liefde voor de Meester? Of is het een leugen? Waarschijnlijk moeten we denken aan één van de momenten waarop Herodianen en Farizeeën samenspannen. We moeten hierbij bedenken, dat Jezus zich kennelijk bevindt in het gebied waarover Herodes Antipas viervorst is.

Herodes voelt zich door het optreden van Jezus bedreigd. Vreest voor machtsverlies. De Farizeeën zien Jezus graag in Jeruzalem, bij de tempel. Daar kunnen ze Hem in hun macht krijgen. Daarom een list om van Hem bevrijd te worden aan de ene kant en om Hem te kunnen bemachtigen aan de andere kant.

We kennen nu deze zelfde bewegingen. Aan de ene kant: Los te komen en te zijn van Jezus, die lastige Jezus, die altijd weer een appèl op je doet. Aan de andere kant: Jezus bemeesteren, om Hem te overmeesteren. Jezus proberen in je eigen macht gevangen te houden.

Zien we het niet dat ook nu de politiek (Herodes) en de kerkpolitiek (Farizeeën) samenspannen tegen Jezus. Beiden gaan dan echter een weg zonder Jezus hun Zaligmaker.

Wat zal Jezus antwoorden? Het eerste wat opvalt is, dat Jezus Zich niet laat gebieden. Gaat heen! Het klinkt tegenover het: Ga weg van hier van de Farizeeën. Wie is het die gebiedt? Wie is het die Jezus de weg voorschrijft?

Zegt dien vos. Herodes, zoon van een held, betekent zijn naam. Hij is een vos, sluw en listig, maar tegelijk is vos een aanduiding in Israël voor een onbeduidend persoon, een verslagen mens. Meer is Herodes niet. Machteloos in vergelijking met de tekenen van het Koninkrijk der hemelen die Jezus verricht. Hij werpt duivelen uit en maakt gezond. Jezus zoekt niet Herodes' macht, maar de verheerlijking van Zijn hemelse Vader. Nog een korte tijd zal dat ook gebeuren in de omgeving waar Herodes regeert. Jezus laat zich niet bang maken door bedreigingen en gaat door, totdat Hij voleindigd zal worden.

Het voleindigd worden is de schakel, om in het antwoord zich ook naar de andere zijde te richten. De Farizeeën, zij zullen hun zin krijgen. Jezus zal naar Jeruzalem trekken. Reeds lang heeft Hij vastberaden het aangezicht gericht om naar Jeruzalem te reizen. De ontknoping komt nu echter dichterbij. Heden en morgen en de volgende dag moet Ik reizen. Jeruzalem komt dichterbij. Daar zal Hij voleindigd worden. Hij moet reizen. Luister goed Farizeeën, merk op lezer. Hier komt een antwoord aan ons allen, ook als we misschien meenden buiten schot te kunnen blijven, een farizeeër ben ik immers niet.

Ik moet reizen, Ik zal weggaan uit dit gebied, maar niet omdat Herodes of Farizeeën dat zo graag willen. Ik moet, daar is de goddelijke noodzaak om te zijn in de dingen van de Vader. God is Koning. Hij voert heerschappij. Hij gebiedt, ook Zijn Zoon. Zullen heden en morgen en de volgende dag al niet een diepe aanduiding zijn om aan te geven dat het uur van de dood nadert? Dat het uur van het gericht nabij is? Zo gaat het moeten reizen over in een verklaring van het waarom van het moeten. 'Want het gebeurt niet dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem.' Dit woord is scherp gericht tot de Farizeeën. Het gebeurt niet, dat is buiten elke orde, tegen iedere regel. In deze woorden klinkt een heilige ironie. De Farizeeën zullen hun wens verkrijgen. Jezus in Judea en Jeruzalem. Maar wat zal dat betekenen. Jerzalem heeft zich een naam gemaakt, dat het de profeten doodt. Hiermee wordt niet geduid op de valse profeten die door de hoge raad werden veroordeeld. Hier gaat het om profeten van God tot het volk gezonden, opdat het volk de stem van de Heere van hemel en aarde niet ongehoorzaam zou blijven, maar zich zou bekeren. Jeruzalem heeft zich de naam gemaakt dat het deze profeten heeft gedood. We weten van Uria, we weten ook van Zacharia die gedood is tussen het altaar en het huis Gods. Jeruzalem, het heilige centrum van het land, daar waar de heilige dienst des Heeren is, daar waar de kennis van God is, daar werden ze op schandelijke wijze gedood.

De profeten verrichtten hun dienst, in die tijden waarin het volk afweek van de dienst van God. De profeten stonden tegenover de koningen en tegenover de priesters. Haaks stond hun prediking op een verworden traditie, haaks op burgerlijke leefwijze, haaks op de zonden van het volk.

Dat brengt hen in gevaar voor hun leven. Want die prediking wordt niet geloofd. Het geestelijk gericht veroordeelt de profeten en doodt hen, in het gebied van de heilige stad, daarmee zich stellend onder de toorn Gods.

Jeruzalem zal ook ten opzichte van Christus zijn naam waar maken. Wat Jezus zegt is een aanduiding voor het geestelijk gericht wat ook Hem zal willen doden. Het wil zich ontdoen van die lastige Jezus, Die Zich Zoon van God noemt. Gedood worden in het gebied van Herodes en door Herodes zou betekenen dat Jeruzalem ontslagen zou worden, van de profetie uit Jezus' mond, dat van het geslacht van Jeruzalem het bloed van al de profeten die binnen haar grenzen gedood zijn, zou worden afgeëist. In de heilige stad echter zal het werk van de boze door de hand van mensen plaats moeten vinden.

Hoe scherp brengt dit woord ook ons voor de vraag hoe we tegenover Jezus staan. Vandaag klinkt dit woord tot de Gemeente, tot de Kerk. Zal Jezus in ons midden gedood worden? Of is er bekering op Zijn prediking. Heeft Zijn Woord ons vertederd, of is het zo dat wij Hem nog dagelijks doden, doordat we een weg van ontkenning gaan. Is het niet zo, dat ook de kerk zich door de eeuwen heen, zelfs na de opstanding van haar Heere, een naam heeft gemaakt in het doden van de Hoogste Profeet? Door enerzijds steeds weer er blijk van te geven dat ze Jezus niet als Zaligmaker nodig heeft en anderzijds door Zijn werk als onvoldoende te beschouwen. Geldt het misschien u persoonlijk? Door zo te spreken stelt Jezus ons verantwoordelijk voor Zijn dood, hoewel het de dingen van Zijn Vader zijn, die aan Hem geschieden. Het is dood door schuld! Onze schuld, wel te verstaan. Jezus stelt Zichzelf in de traditie van de profeten.

Zijn profetische optreden is echter nog niet afgelopen. Het zo scherp aanwijzen van Zijn weg wordt de aanleiding tot een klacht over Jeruzalem. 'Jeruzalem Jeruzalem! Gij die de profeten doodt en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bij een vergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?' Verdriet en toorn klinkt in deze woorden door. Bewogenheid en liefde voor het behoud van de inwoners van Jeruzalem, die gerekend worden onder de kinderen Gods. Verbolgenheid over de afwijzing van het liefdebewijs. Deze woorden blijven evenzeer van kracht tot op deze dag. Ze zijn er nog in de tijd, die als genadetijd mag gelden. Luister daarom naar dit woord. Het is heilzaam. Verharding betekent verwoesting. Ziet uw huis wordt ulieden woest gelaten. Daarbij zal de Christus niet meer gezien worden, totdat de dag aanbreekt waarop klinken zal: 'Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heeren!' Zal dat een erkenning moeten zijn met tandengeknars, omdat we Hem niet hebben gekend, of is het de juichtoon die over onze lippen vloeit omdat we Hem als onze Koning mogen ontvangen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Lijden: ‘Zijn in de dingen Mijns Vaders’(2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's