Prof. dr. J. Severijn en de kerk (17)
Thans het laatste artikel over dit onderwerp.
Vanaf 1940 was Severijn dus voorzitter van de Geref. Bond. Het ging binnen de Geref. Bond ten diepste om éénzelfde zaak: een waarlijk gereformeerde kerk, waarin de belijdenis de haar toekomende plaats zou hebben. Doch men verschilde in de visie op de aangewezen weg daartoe. Dit gold mede van de visie op de Hervormde Kerk. Wij zagen hoe dit diepere achtergronden had. Severijn critiseerde eerst nogal scherp het beleid van het hoofdbestuur. Er dreigde zelfs een scheur te komen in de gelederen. Maar onder de leiding van Severijn kreeg men meer begrip voor elkaar. Severijn had de gave om dit te bewerkstelligen. Hij was iemand, die met groot verantwoordelijkheidsbesef en ijver stond voor zijn principe, doch ook kon luisteren naar anderen en, waar nodig, zijn standpunt kon bijstellen. Er bleven binnen de hervormd gereformeerden wel meerdere 'vleugels', doch de samenbindende band domineerde. Er kwam meer eensgezindheid.
Activeren
Severijn wist ook te activeren. De hand moest aan de ploeg worden geslagen, zo zei hij, want de zaak van de Koning had haast. Zo ijverde hij voor de activering van de gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk. Dat zij niet alleen verstandelijk, maar als een geloofde en beleefde realiteit, zouden weten, wat in de Schrift is geopenbaard en in de belijdenis wordt beleden. En wat dat inhoudt met het oog op de kerk - in het bijzonder de Hervormde Kerk - en op heel het verdere leven. De Geref. Bond had geen doel in zichzelf. Het ging om het herstel van de Hervormde Kerk, dat daarin de belijdenis, haar religie, weer zou mogen functioneren en zij alzo tot zegen van ons volk zou mogen zijn.
Het kwam, in verband hiermee, tot meerdere activiteiten. De lezerskring van de Waarheidsvriend moest worden uitgebreid. Er kwamen ambtsdragersvergaderingen, contio's voor predikanten en studiecommissies ter bestudering van het ontwerp-Dienstboek en van verschillende herderlijke schrijvens van de synode. De prekenserie 'Genade voor genade' verscheen opnieuw en een nieuw theologisch tijdschrift 'Theologia Reformata' zag het licht.
Tekenend voor Severijn was het feit, dat hij bijzonder contact zocht met de studenten, met name uit de hervormd gereformeerde kring op weekends enz., en met de hervormd gereformeerde gemeenten. Zolang hij kon, ging hij voor in de dienst van het Woord en van de Sacramenten.
Het ging ons dus om zijn visie op de kerk en zijn activiteiten, daaruit volgend. Wij zagen hoe het hem ging om de kerk der belijdenis. Hierbij legde hij dus sterke nadruk op de kerk als de gemeenschap van de ware gelovigen in Christus, als de reaUsering van Gods verkiezing, en één in hun belijden. Hij zocht die in ons land vooral bij hen, die uit de Reformatorische belijdenis begeerden te leven. De Hervormde Kerk als zodanig stond bij hem eerst laag genoteerd. Een modus vivendi zag hij als een oplossing van het kerkelijk vraagstuk.
Nieuwe Kerkorde
In die Hervormde Kerk werden ook door anderen pogingen tot reorganisatie ondernomen. Het kwam toen zelfs zover, dat Severijn zitting nam in de Commissie tot Voorbereiding van de Nieuwe Kerkorde. Hij hoopte, dat het zou komen tot herstel van de kerk in gereformeerde zin. Toen hij dat, naar zijn overtuiging, niet zag groeien, trad hij uit die commissie en stelde hij zich kritisch op. Als voorzitter van de Gereformeerde Bond bleef hij strijden voor de realisering van zijn visie en ideaal, waarbij het hem, mede door de gang van zaken, almeer ook ging om de algemene kerk, in dit geval de Hervormde Kerk. Er trad een verschuiving op in zijn visie op de kerk! Eerst legde hij de meeste nadruk - te eenzijdig? - op de kerk als coetus - als gemeenschap der gelovigen en op de plaatselijke gemeente. Later zag hij, zónder dit eerste los te laten, de kerk ook meer als congregatio, die steeds door Christus, door Zijn Woord en Geest wordt vergaderd. Kreeg eerst de verkiezing en de realisering daarvan bij de gelovigen - zo ook de wedergeboorte en de kenmerken daarvan - een zwaar accent, later ging bij hem toch ook het Verbond, als de bedding, waarin de Heere God Zijn verkiezing realiseert, een grotere rol spelen.
Schriftgeloof
Intussen, wij zagen waarom Severijn zo'n grote nadruk legde op de rechte functionering en de religie van de belijdenis! Dit hield nauw verband met wat hij noemde het Schriftgeloof. Het geloof, in de belijdenis aan het woord, erkent volgens hem, onvoorwaardelijk, de Schrift als het Woord Gods. Zo is het ook het geloof in de Christus der Schriften. En daarom legde hij steeds de vinger bij het geheel enig gezag van de Schrift, dat voor hem niet maar een formele kwestie was, en bij de rechte functionering van de belijdenis der Reformatie, omdat dit geloof daarin wordt, vertolkt. Dit was bij hem geen repristinatie in de negatieve zin van het woord. Telkens weer wees hij er op hoe dit erfgoed is bestreden door het Rationalisme, de Verlichting, waarbij de menselijke rede als kenbron en maatstaf van de Waarheid werd gezien, zo ook als een kritische instantie tegenover de Schrift. En verder door wijsgerige stromingen, die de waarheid zochten in het menselijke bewustzijn; in elk geval niet in de Openbaring Gods, zoals die in de Schrift tot ons komt. Hoe beïnvloedde dit de theologie en het kerkelijk leven!
Deze zaak is nu zeker actueel! Hoe is ook thans dit gezag van de Schrift, dat direkt tevens haar inhoud raakt, in het geding. Wat zijn in ons volk velen losgeslagen, in hun denken en handelen, van het Woord Gods. En wat hadden inderdaad niet alleen het Rationalisme, doch ook andere wijsgerige stromingen, o.a. de existentiefilosofie en zelfs de theorieën van Karl Marx invloed op de beoefening van de theologie en op het denken en handelen in de kerk. Hoe wordt thans vanuit bepaalde invalshoeken, door dit alles bepaald, de Schrift benaderd en gehanteerd. Wat spelen de menselijke rede en ervaring, en de uitspraken van de wetenschap - kritiekloos - hierbij vaak een grote rol. Het resultaat? De realiteit van de heilsfeiten, zoals de Schrift die ons leert, wordt ontkend of in de mist getrokken! Het gaat immers alleen om de boodschap en de rechte besüssing, als antwoord van de mens daarop, in de situatie, waarin hij verkeert. In het gebeuren in het heden - met name in de bevrijding van de onderdrukten - is de Geest aan de gang. En de Schrift moet gelezen als inspiratiebron daarbij!
Veel in de Schrift wordt gerelativeerd of voor tijdgebonden gehouden! En fundamentele zaken in de Schrift worden vaak geheel anders dan de Schrift zelf bedoeld, of overtrokken eenzijdig, uitgelegd en toegepast, als b.v. de verkiezing, de verzoening, wie Jezus is, het karakter en de realisering van het Koninkrijk Gods, de roeping van de kerk in deze tijd, de inhoud en toepassing van de geboden Gods. Men benadert de Schrift slechts als een getuigenis van gelovigen - de apostelen - van wat zij in hun tijd als Waarheid ervaarden. In onze tijd kan dit heel anders zijn! Achter hun voorstelling van de Christus, moeten wij zoeken naar de ware Christus.
Wij zeggen niet, dat het wetenschappelijk onderzoek geen waarde kan hebben, ook voor het rechte verstaan van de Schrift. Maar het gaat hier om de vraag, uit welke positie benadert men de Schrift! Het valt niet te ontkennen, dat er thans onder ons volk veel onzekerheid en verwarring is. De toenemende onkerkelijkheid en 'godloosheid' wijzen op de kracht waarmee antigoddelijke machten - als een oordeel - doorwerken. Maar, worden zij niet mede veroorzaakt door het wankel stellen en loslaten van de erkenning van het geheel enig gezag der Schrift! Dit gezag en deze erkenning gaan tegen de mens in, doch zijn alleen heilzaam vanwege de inhoud van de Schrift! De kerk spreekt thans vaak zichzelf tegen en geeft vaak niet de enige vastheid. Staat zij daarom niet mede schuldig aan de geestelijke crisis, waarin velen vervallen tot onverschilligheid of verstrikt raken in vragen en problemen, zonder het rechte antwoord, en waarin het gevoel van zinloosheid en uitzichtsloosheid groot is? Is nu datgene, waar Severijn steeds voor opkwam nog niet actueel? Tot herstel van de kerk, tot zegen van heel het volksleven? Dit laatste zou een wonder Gods zijn, maar dat ontslaat ons niet van onze roeping in deze.
Bij de erkenning van het gezag van de Schrift blijven wel vragen. Die betreffen de hermeneutiek, de uitleg en toepassing van de Schrift. Hoe wil zij gelezen en toegepast krachtens haar eigen getuigenis? Is er in de totaliteit van de Schrift een dominerend element? Voor Luther was dat Christus en voor Calvijn dat de souvereine, heilige God vooral is de belovende God, ook in Christus! Moet bij deze uitleg en toepassing niet steeds de relatie tot dit centrale in het oog gehouden worden? En hoe moeten de Schriftgegevens worden toegepast in onze tijd, zonder ze te laten zeggen, wat in verkeerde zin door ons menselijk denken en verlangen wordt bepaald?
Zelfonderzoek
Hoe staat het met de erkenning van dit gezag van de Schrift bij ons, hervormd gereformeerden? Hoe licht stellen wij iets - uit ons, boven de Schrift. Arglistig is ons hart. Wordt er onder ons soms niet op onbijbelse wijze gedacht over de verkiezing. Zodat déze, in plaats van tot verheerlijking Gods om Zijn volstrekte genade en tot troost van onszelf in de strijd van het geloof, wordt tot een barrière om tot genade te komen. En, het ware geloof is een levend geloof, niet zonder ervaringen. Doch dit geloof, gewerkt door de Heilige Geest, moet vaak het sterkst werkzaam zijn tegen alle ervaring in, en vastheid zoeken alleen in Gods beloften in Christus. Wordt deze vastheid echter soms juist niet gezocht in de ervaringen op zulk een wijze, dat men bij het missen daarvan als kenmerken van de verkiezing, niet komt tot die vastheid? En, wij kunnen met de mond het gezag van de Schrift belijden, doch wat er nog omgaat in ons hart en de praktijk van het leven zijn ermee in strijd!
Grote nadruk legde Severijn dus tevens op de belijdenis, omdat het hem ging om de religie der belijdenis. Hier gaat het om het geestelijk leven naar de Schrift! Om het leven in het ware geloof! Dit is ten diepste vallen voor - beamen vanuit het hart - wat het Woord zegt over ons zondig verloren bestaan, doch vooral ook over het Heil des Heeren, door Christus tot stand gebracht en alzo beloofd. En dit heeft haar uitwerking in heel ons zijn. Hieruit kwam ook de strijd van Severijn om de kerk op. Het doorleven van een bijzondere geestelijke crisis vormde hiervan de achtergrond.
Om dit geestelijke leven, gewerkt door de Heilige Geest, als Hij ons neemt in Zijn overmachtige greep, gaat het ook bij ons. Hoe nauw is dit verbonden met de prediking van en de omgang met het Woord en met de Sacramenten. Zo staat dit leven eveneens in nauwe relatie met het leven van de kerk. Het zoekt haar welzijn. Het staat zelfs niet los van het leven in de cultuur en van de overheid! Dat heeft Severijn in zijn leven ook bewezen!
Wij redden het niet met een zweren bij de belijdenis, terwijl wij vreemd blijven aan de religie van de belijdenis. Wij kunnen met onze mond rechtzinnig zijn, en toch in ons hart zo werelds en vrijzinnig zijn! Het kennen en beoefenen van de religie der belijdenis is gave van de Heilige Geest. Doch beloofde gave, opdat wij er bij de God der belofte om komen zouden. Én kennen en beoefenen wij deze religie, dan is de Waarheid Gods voor ons evident, in haar ons verbrekende, doch vooral ook heilbrengende kracht in Christus Die de Waarheid is!
Dit maakt ons principieel. Dat wil zeggen: dit vervult ons met een bijzondere eerbied en vertrouwen, met gehoorzaamheid en toewijding aan de dienst des Heeren. Ons isoleren mag dan niet. De schat die wij vonden is toch niet beperkt tot één groep! Dat te denken is zelfbedrog en hoogmoed, in strijd met de rechte kennis van de genade Gods. Neen dit maakt ons tot getuigen en arbeiders, arbeidsters, niet even als, wel als Severijn, ook met het oog op de kerk, in haar geheel. In de wetenschap, dat de Heere God het eigenlijke doet, naar Zijn welbehagen!
Wij sluiten de brede bespreking van ons onderwerp af. Met het volgende dat nog eens bijzonder licht werpt op de persoon en de arbeid van Severijn in de kerk. Bij zijn afscheid als gewoon hoogleraar in Utrecht, sprak de rector magnificus , prof. Rümke, deze woorden: 'Uw persoonlijkheid werd gedragen door iets hogers dan uzelf. Dit is de achtergrond van - en dat geeft reliëf aan - al wat u zegt. Deze achtergrond vereert u'. Severijn zelf sprak deze woorden: 'Het is mooi, te weten niet alleen een theoreticus te zijn, maar dat er een volk achter je staat, dat geestelijk beseft en geniet, wat wetenschappelijk wordt onderricht. Het is een voorrecht een band te hebben met dat volk'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's