De politie in een veranderende samenleving
Beroep en beroepsethiek
De overheid is er u ten goede (Romeinen 13). Zij kan zich bedienen van zwaardmacht (zij draagt het zwaard niet tevergeefs). De politie is in onze samenleving de instelling die deze zwaardmacht uitoefent, zij heeft immers in vredestijd als enige instelling het geweldsmonopolie. De bevoegdheid maar ook de plicht om als een noodzakelijk doel niet op andere wijze kan worden bereikt, dat doel zonodig door middel van geweld te bereiken. Die geweldshantering mag dan de perken van redelijkheid en gematigdheid niet te buiten gaan. Een alternatief moet ontbreken.
De politie verricht haar werk altijd in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag. Naast het handhaven van de rechtsorde verleent zij hulp aan hen die dat behoeven. Een ieder die een principiële beroepskeuze wil maken zal zich voordat hij zich voor de politie beschikbaar stelt, moeten afvragen, of de overheid bij wie hij in dienst wil treden legitiem gezag uitoefent. Niet iedere overheid kan als zodanig worden beschouwd. Een bekend voorbeeld van niet legitiem overheidsgezag was dat van de duitse bezetter in de oorlogsjaren. Principieel was er in die tijd maar één legitieme overheid, namelijk die van de nederlandse regering in Londen. Helaas moet geconstateerd worden dat ook in kerkelijke kring over dat overheidsgezag in die tijd, verkeerde zienswijzen bestonden. Een laatste opmerking die ik omtrent de overheid wil maken is dat - en ook dat wordt wel eens vergeten - een legitieme door God ingestelde overheid niet alleen moet worden gehoorzaamd maar ook behoort te worden geliefd. Duidelijk blijkt dit laatste ook uit de catechismus waar in zondag 26 de gehoorzaamheid aan allen die over u zijn gesteld, wordt begrepen onder het 5e gebod, 'Eert uw vader en uw moeder'. Opmerkelijk is ook dat Romeinen 13 dat over de overheid handelt direct volgt op Romeinen 12 (2e gedeelte), dat over de opwekking tot liefde handelt. Zo is de cirkel van de wederzijdse verhouding overheidonderdaan weer gesloten.
Uitoefening
Na deze plaatsbepaling iets over uitoefening van het politievak zelf. Het is een zwaar beroep. In de eerste plaats door al datgene waarmee de politieman in aanraking komt, maar ook omdat politiemensen het grootste deel van hun carrière in volcontinuedienst werken. Het politiewerk wordt verricht in een sterk veranderde samenleving. Normen en waarden veranderen, staan onder druk of ter discussie. Onzekerheid is een gevolg. Er doen zich allerlei extremiteiten voor. U kent het beeld wel. Een stijgend aantal zelfdodingen ook onder jonge mensen (zelfs kinderen). Het beeld van de dagelijkse krant: stakingen, krakers in acties, verzet, verkeersslachtoffers, geweldscriminahteit, fraude. Dit is ook een (beroeps)beeld van een politieman, maar hij maakt het vaak van dichtbij mee. De diversiteit is bijkans oneindig. Hij is wijkagent, bemiddelt bij burenruzies, maar als er terroristische acties dreigen is de handhaving van de rechtsorde ook zijn taak. Moeilijk maar boeiend. In ieder geval ishet niet mogelijk het geheel van die taak in een kort stukje te beschrijven. Ik vraag mij zelfs af of het überhaupt mogelijk is een enigszins complete beschrijving van het politievak te maken. Daarom beperk ik mij maar tot enige algemene opmerkingen. Naar mijn mening is een probleem in de samenleving de steeds meer individueel gerichte benadering van problemen. Als uitgangspunt is een individuele benadering wellicht de enig juiste. De realiteit is echter ook dat de samenleving bestaat uit individuen met rechten en plichten. Waar de rechten van de een beginnen zullen noodzakelijkerwijs de rechten van een ander op moeten houden.
Verslaafden
En daar ligt nu precies het probleem. De maatschappelijke werkelijkheid is dat mensen zelf kiezen wat zij met hun leven doen. Het gebruik van harddrugs is bijvoorbeeld wel verboden, maar harddruggebruiker zijn 'mag'. Met name in onze grote steden zijn grote aantallen verslaafden. Zij kunnen bijvoorbeeld niet gedwongen worden verpleegd. Als zij hun leven willen vernietigen zijn zij daar vrij in. Maar - en nu komt het - het hun toekomende recht botst met de rechten van anderen. Hun verslaving noodzaakt hen tot criminaliteit waar anderen de dupe van worden, en niet zo'n beetje ook. Die anderen hebben wel recht op bescherming van hun goed maar iedereen weet dat dit feitelijk lang niet altijd meer mogelijk is. Praktisch is er namelijk sprake van een groot probleem. Stel er zijn in een stad 1000 drugsverslaafden (in onze grootste steden zijn er meer). Een echte verslaafde aan heroine heeft een gram per dag nodig, ter waarde van zo'n ƒ 300, —. Door de slechte conditie waarin een gebruiker verkeert, neemt hij meestal niet meer deel aan het arbeidsproces. Zijn inkomen (uitkering) is laag. Dus zullen de gelden om in de dagelijkse behoefte te voorzien van elders moeten komen. Een andere weg dan criminaliteit staat niet open. Geld en goederen van anderen moeten er aan geloven. Gestolen goederen brengen bij de heler maar een fractie op van de werkelijke waarde. Om ƒ 300, — per dag bij elkaar te krijgen moet er vaak voor ƒ 1.000, — of meer worden gestolen. Als er 1000 mensen in een stad ƒ 1.000, — per dag voor drugs moeten stelen moet er per dag grofweg ƒ 1.000.000, — worden gestolen. Per jaar levert dat in dit geval een vermogenscriminaliteit op van ƒ 365.000.000—. De werkelijke schade zal natuurlijk nog groter zijn omdat braakschade e.d. in deze berekening verwaarloosd zijn.
U begrijpt wel tegen dit soort criminaliteit is geen kruid gewassen. Het is niet onbegrijpelijk dat sommigen pleiten voor het vrijgeven van drugs als we naar het bovenstaande kijken. Er kan in het kader van dit stukje niet verder op worden ingegaan maar ook dat is geen oplossing, integendeel zelfs. Wezenlijker is om individuele rechten af te wegen tegen de belangen van de samenleving die - ik schreef het al - nu eenmaal ook uit individuen bestaat. Ziehier een der wezenlijke problemen in het politiewerk, rechts- en plichtspositie van individuen onderling, waarin de overheid geroepen wordt te ordenen. In feite is het merendeel der conflicten daartoe terug te brengen. Verbetering is natuurlijk altijd mogelijk. Daar moet ook naar worden gestreefd. Dat is een dure roeping, ieder op zijn eigen plaats.
In ieder beroep maken wij ons daarvan wel eens te gemakkelijk af. Dat is ronduit fout. Aan de andere kant is het ook niet juist om te verwachten dat wij alle problemen op kunnen lossen. Als samenleving niet en als mensheid niet. De oplossing komt er wel, namelijk voor hen die een nieuwe hemel en een nieuwe aarde verwachten. Van die aarde is namelijk het kenmerk dat daar gerechtigheid zal wonen. Tot zolang is ons grootste recht dat wij onze plicht mogen doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's