De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

De eenheid van Oud en Nieuw Testament

De geschiedenis van de kerk en van de theologie is vaak van een verrassende aktualiteit. Omstreeks 150 na Chr. werden delen van de jonge kerk in beroering gebracht door het optreden van Marcion. Diep onder de indruk van de nood van de wereld, maakte hij een strenge scheiding tussen de Schepper, de God van het Oude Testament, en de Verlosser, de God en Vader van Jezus Christus. Hem kennen we uit het Nieuwe Testament. Het gevolg van deze tegenstelling was dat Marcion niet alleen tot verwerping van het Oude Testament kwam maar ook tot een 'zuivering' van het Nieuwe Testament. Alles wat herinnerde aan de joodse Schepper moest verdwijnen. Marcion hield een heel kleine bijbel over: een 'gezuiverd' Lucas-evangelie en een aantal 'gezuiverde' brieven van Paulus. Dr. B. Maarsingh, aan wie ik deze gegevens ontleende, wijst er op in het Hervormd Weekblad van 20 februari hoe aktueel dit stukje geschiedenis is. Nog altijd zijn er mensen die de God van het O.T. liefdeloos en hard vinden, beneden de maat van het Evangelie. Daarnaast moet gezegd worden dat zich vandaag ook een omgekeerde beweging voltrekt. Ineens is het Oude Testament alles en neigt men er toe het Nieuwe Testament te verwaarlozen.

'De laatste tijd is er onder sommige uitleggers van het Oude en van het Nieuwe Testament de neiging om alleen te luisteren naar wat de joodse Schriftverklaarders zeggen. Men geeft niet alleen acht op de rabbijnen uit de eerste eeuwen na Christus maar ook op de bekwame exegeten uit de Middeleeuwen en vooral op de huidige. Ook als het over Jezus gaat. Er is immers een tijd geweest waarin men van joodse zijde met verachting over Hem sprak. Daaraan hadden de Christenen veel schuld omdat zij de Joden kwalijk behandelden. Op het ogenblik is er in dit opzicht veel veranderd. Men ziet Hem steeds meer als een zoon van Israël, als een grote zoon, soms zelfs als de grootste van allen. Daarom is het goed en zelfs nodig met de Joden over de uitleg van het Oude Testament en die van het Nieuwe te spreken. In feite doen we daarmee hetzelfde als de apostel Paulus deed toen hij met de Joden sprak over het getuigenis van het Oude Testament.

Op een gegeven ogenblik blijkt er echter een grens te liggen. Daar gaan de wegen van de joodse en die van de christelijke uitleg uiteen. Met name dan wanneer het gaat, over de kern van het christelijk belijden aangaande Hem die wij belijden als volkomen God en volkomen mens. Daarvan zingen wij in de Kersttijd: "O Heer Jesu, God en mense, die aanvaard hebt deze staat..." Dit immers betuigen ons niet alleen de Evangeliën maar eveneens de brieven in het Nieuwe Testament. En wij belijden het samen met de Kerk der eeuwen.

Nu zien we merkwaardigerwijs bij een aantal uitleggers hetzelfde gebeuren als wat we bij Marcion aantroffen. Men spreekt van een vervalsing van het oorspronkelijke Evangelie. Maar nu precies andersom. Had Marcion het over een verjoodsing van het Evangelie, nu heeft men het over een vergrieksing van het getuigenis omtrent Jezus van Nazaret. Alles wat men als Grieks meent te kunnen aanmerken moet verdwijnen. Men denke bijvoorbeeld aan de wijze waarop Lucas de geboorte van Jezus verkondigend beschrijft. Het eigenlijk nieuwe van het Nieuwe Testament moet er uit. Op deze manier houdt men alleen een geschrift over dat op de lijn staat van wat de joodse uitleggers over het Oude Testament hebben gezegd. Dan is er niets meer over van het woord van Paulus betreffende het Evangelie dat voor de Joden een ergenis en voor de Grieken een dwaasheid is. Aldus zijn er die Jezus stellen in de rij van de vele rabbijnen die ieder op hun eigen wijze het Woord van God verduidelijken en uitleggen. Van een volstrekt enig gezag is zo uiteraard geen sprake. Er zijn er ook die zeggen dat de Joden genoeg hebben aan wat de Thora, in de betekenis van "Oude Testamenten", zegt. Jezus is er dan voor de heidenen, voor ons. Maar wat blijft er op deze manier over van de éne Naam die onder de hemel gegeven is waardoor wij behouden moeten worden? Volgens de duidelijke uitspraken van het Nieuwe Testament geldt dit zowel voor de Joden als voor de Grieken. Voor de Joden zelfs in de allereerste plaats. Aan dat Evangelie hebben wij alles te danken.'

De kerk heeft Marcion afgewezen en beleden: Ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde. De God en Vader van Jezus Christus is de God van Israël. Wij belijden de eenheid van Gods Verbond voor en na Christus' komst. Inderdaad, wie niet wil weten van de vervulling van Gods beloften in het Oude Testament in Jezus, houdt een verminkt evangelie over. Wij belijden de Christus der Schriften, die de Heiland is voor Israel en voor de volken..

***

Zending in Afrika

Het blad Vandaar geeft in de rubriek Kortom beknopte informatie uit de wereldkerk en ten aanzien van het zendingswerk en de bijbelverspreiding. Uit het maartnummer een tweetal berichten over een bijbelvertaling in het Turkana en over de zendingsgerichtheid van de kerken in Afrika.

"Nog dit voorjaar zullen de Turkana in Kenia het Nieuwe Testament in hun eigen taal kunnen lezen. In hun gebied werkt o.m. de Reformed Church die steun ontvangt van de Gereformeerde Zendingsbond. Het Nieuwe Testament is in de Turkanataal vertaald door de onderwijzer Isaya Emanikor. In het afgelopen jaar is besloten ook het Oude Testament in het Turkana te vertalen. Omdat dit een te zware taak was voor één man is gezocht naar een tweede bijbelvertaler.

De vrouw van deze onderwijzer, Joyce Emanikor, heeft zich nu voor dit werk beschikbaar gesteld. Ze heeft ook onderwijservaring en heeft haar man in de afgelopen twee jaar geassisteerd bij het correctiewerk. Mevrouw Emanikor heeft al een vertaalcursus gevolgd die georganiseerd werd door Rachel Kanyoro, de vertaalconsulente die indertijd dr. Kees de Blois opvolgde en al enkele keren voor Vandaar artikelen schreef. Het is voor het eerst dat een echtpaar samen de bijbel vertaalt.

Afrikaanse kerken worden meer zendingsgericht

Pionierszendingswerk in Afrika is een taak van de afrikaanse christenen geworden. Steeds meer afrikaanse kerken zenden werkers uit naar taalgebieden waar het evangelie nog niet of nauwelijks is verkondigd. Volgens een rapport in het amerikaanse tijdschrift Partners beschikken de afrikaanse kerken nu over meer dan honderd eigen zendingsorganisaties. De afrikaanse kerken financieren dit werk voor 95 procent zelfstandig. Nigeriaanse kerken hebben op dit moment 3000 mensen aan het werk in andere taalgebieden. Zij zijn uitgezonden door 19 verschillende zendingsorganen. Kenya kent er al achttien. Door dit afrikaanse werk ontstaan overal nieuwe kerken. Volgens het blad zijn in de laatste paar jaar onder het Maguzawavolk in het islamitische noorden van Nigeria 200 kerken ontstaan.'

***

Het gevaar van de selectie

De vragen rondom aard en inhoud van het spreken en handelen van de kerk in de samenleving blijven ons bezig houden. Dat kan tot gevolg hebben dat een zekere vermoeidheid optreedt, of een soort irritatie: alweer het zoveelste verhaal over een onderwerp dat zoveel harten en hoofden verdeeld houdt. Ik kan me die onlustgevoelens best indenken. En toch: niet vergeten mag worden dat we nu eenmaal leven in een tijd waarin de media het wereldnieuws dicht bij ons brengen. Ook de kerken kunnen en mogen daar hun ogen niet voor sluiten. Jezus Christus is immers de Heere der wereld en alle volken en landen staan onder Zijn zeggenschap. Moet voorts ook niet positief gewaardeerd worden, dat het besef dat allerlei misstanden op maatschappelijk en politiek terrein vloeken met de bijbelse gerechtigheid die God van ons vraagt, bij velen levend is? Alleen dan dient de kerk niet selectief te spreken. Over dat gevaar schrijft ds. Kwast in de Friese Kerkbode van de Geref. Kerken:

'Evenals vele anderen probeer ik de actualiteit op onze planeet zo goed mogelijk te volgen. Eveneens vang ik de Nederlandse kerkelijke stemmen op die op deze actualiteit reageren. En dan kan ik me maar niet aan de indruk onttrekken dat voor kerkelijke organen hier te lande onrecht en onrecht twee is. Tegen het ene onrecht wordt aan protest het onderste uit de kan gehaald, over het andere onrecht wordt indrukwekkend gezwegen.

Voorbeeld 1: Nadat in Vietnam de macht volledig aan de Noordvietnamese communisten was toegevallen, bleek het met de vrijheid van de Vietnamezen compleet gedaan. Legio drama's met bootvluchtelingen in de Zuid-Chinese Zee, tientallen heropvoedingskampen - een nette naam voor ordinaire concentratiekampen - De Rooms-Katholieke Kerk in Vietnam onder zware druk. Maar de kerkelijke organen en spraakmakers in Nederland hebben, op een enkele uitzondering na: prof. dr. H. M. Kuitert - niet de moed gehad hun politieke bijziendheid inzake Vietnam te erkennen. Het is sinds jaar en dag de christelijke (niet kerkelijke) Zuid-Oost-Azië organisatie die het diakonale werk onder tienduizenden Vietnamese (en Kambodjaanse) vluchtelingen en slachtoffers voor haar rekening neemt.

Voorbeeld 2: De Afghaanse tragedie duurt nu al vijf jaar. Er zijn miljoenen vluchtelingen, er zijn totaal verwoeste dorpen en steden, er zijn haastig geïmproviseerde graven voor de tienduizenden burgers die zijn omgekomen. Maar - enkele honderden demonstranten voor de Sovjet ambassade in Den Haag uitgenomen - in kerkelijk Nedeland blijft het rondom het lijdensverhaal in Afghanistan vreemd stil. Geen commotie zoals destijds ten aanzien van het Amerikaanse militaire optreden in Vietnam.

Voorbeeld 3: In de vroegere Oostzee-staten Estland, Letland en Litouwen gaat het proces van Russificcatie ongebroken verder. Kerken, priesters en predikanten hebben een angstig smalle marge van vrijheid. In het westelijke deel van de Oekraïne draait het program van atheïstische propaganda op volle toeren. Vooral de Rooms-Katholieken in dat gebied worden permanent gediscrimineerd. De regeringen in Boekarest en Praag steken hun afkeer van kerk en geloof niet onder stoelen of banken.

Elke maand kan ik door middel van de voortreffelijke knipseldienst van het Algemeen Diakonaal Bureau de verdere ontwikkelingen daar volgen. Maar in kerkelijk Nederland wordt over dat alles goeddeels gezwegen.

Onbegrijpelijk

Ik ontzeg kerkelijke organen allerminst het recht om onrecht, waar ook ter wereld, aan de kaak te stellen. Als kerken en christenen het niet voor onderdrukten en vluchtelingen en slachtofers opnemen, wie zal het dan wel doen? Maar wat ik niet begrijp is het selectieve in het kerkelijke spreken. Heeft die selectie daarmee te maken dat hele gebieden in de wereld voor de vrije journalistiek afgesloten zijn? Vietnam lag voor de journalistiek volledig open. Afghanistan is voor die journalistiek hermetisch afgesloten.

Maar dat weten die kerkelijke organen toch ook wel! Ze kunnen niet op hun achterhoofd gevallen zijn. Het wil er bij mij niet in dat zij voor hun kennis van wat in de wereld omgaat, met het NOS-journaal genoegen nemen. Maar wat is er dan aan de hand? Is men bij kerkelijk hogerhand van mening dat over onrecht achter de IJzeren Gordijn gezwegen moet worden om de positie van kerken en christenen aldaar niet moeilijker te maken? Wil men zich beperken tot protest achter de schermen en tot wat "stille hulp" wordt genoemd? Of wordt rekening gehouden met het lidmaatschap van de Russisch-Orthodoxe Kerk van de Wereldraad van Kerken? Moet die kerk worden ontzien?

Die verklaring die wel eens wordt geboden, lijkt mij niet bevredigend. Dat zou namelijk getuigen van opportunisme en dat is bepaald geen christelijke deugd. Daarnaast moet het wel wat zeggen dat christenen en andere groeperingen in Oost Europa liefst een zo groot mogelijke publiciteit over hun lot hebben. Zij zeggen helemaal niet dat wij ons koest moeten houden. Zij dringen aan op gebed èn protest. Zij zeggen zelfs dat maximale bekendheid met hun lijdensweg hen meer dient dan schaadt. Mede daarom bevreemdt mij het zwijgen van kerkelijke organen hier te lande over onrecht en discriminatie in Oost-Europa.

Overal waar het schroeit

Argentinië, Nicaragua, Zuid-Afrika, zij hebben in het hele licht van kerkelijke schijnwerers gestaan of staan het nog. Er is diakonale en niet-diakonale hulp verleend aan Ethiopië en Polen. Maar in zovele streken van deze wereld schroeit en brandt het. De zinloze oorlog - althans in onze ogen - tussen Irak en Iran brengt ons allang niet meer in beweging. De moordpartijen in Oe­ganda; wie knippert nog met de ogen? Het verscheurde Libanon lijkt op een andere planeet te liggen. Van de totale onderdrukking van het christelijke geloof in Albanië ligt geen kerk in Nederland wakker. Ook niet van de zware discriminatie, soms tot vervolging toe, van de afgescheiden Baptisten in de Sovjet-Unie. Het is of kerkelijke organen grote witte vlekken in hun wereldatlas hebben. Dat alles maakt het kerkelijke spreken over wat elders in de wereld gebeurt, op zijn minst onduidelijk en voor discussie vatbaar. Het lijkt erop dat met twee maten wordt gemeten. In de kerkelijke gemeente kom ik die indruk regelmatig tegen.

Dan heb ik geen argumenten bij de hand om die indruk te weerleggen. Dat is heel jammer, want dat vreet aan de geloofwaardigheid van het kerkelijke spreken.'

Ds. Kwast legt hier terecht de vinger bij een zere plek. Het lijkt inderdaad wel eens alsof selectiekriteria in de media ook de kerkelijke agenda bepalen. Dan verlagen we onszelf tot trendvolgers, met al het gevaar van het modieuze van dien. Van Israels profeten kunnen wij leren, dat zij zonder aanzien des persoons zowel Israel als de volken opgeroepen hebben tot bekering. Laten zij die in de kerken voor dit spreken een eerste verantwoordelijkheid dragen zich hoeden voor het selectieve, en - wat nog belangrijker is: laat de kerk wanneer zij spreekt waarlijk kerkelijk spreken en niet een herhaling ten beste geven van wat in politieke vergaderingen al eerder gezegd is. In dit opzicht mag nog op twee dingen gewezen worden: a. de betekenis van de voorbede voor overheden en volken, voor alle noodlijdenden; b. het werelddiakonaat. Er bestaat tussen a. en b. voor mijn besef een wezenlijke verbinding. Het is verheugend dat er in het werelddiakonaat gezocht wordt naar wegen om waar ook ter wereld 'in te springen in noden' en ernst te maken met de bijbelse opdracht tot beoefening van de barmhartigheid en de gerechtigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's